‘Ik rust niet totdat ik mijn man heelhuids terug heb’

Foto's: de Kanttekening
Sinds de couppoging van afgelopen juli in Turkije zijn er veel meldingen van gedwongen verdwijningen in het land. Net als in de jaren negentig. Eén verschil: de witte Toros, symbool voor de verdwijning van honderden Koerden in de jaren negentig, heeft plaatsgemaakt voor de zwarte Transporter. De Kanttekening sprak Reyhan Usta, wier man is ontvoerd, en een blogger die de ontvoeringen volgt.

Cengiz Usta, een leerkracht uit Izmir die een week na de couppoging werd ontslagen, verliet op 4 april zijn huis om naar de bank te gaan voor een betaling. Hij kwam niet meer terug. Ooggetuigen zagen hoe hij in een busje werd gedwongen en meegenomen, maar veel inspanning levert de politie niet om Usta te vinden. “De politie zegt dat hij even een frisse neus ging halen en dat er verder niks aan de hand is. Het is nu bijna een maand geleden dat we iets van hem hebben vernomen”, vertelt zijn vrouw Reyhan Usta (41), moeder van twee kinderen. Op de dag dat haar man werd ontvoerd begon zij aan een nieuwe baan om rond te kunnen komen. Haar man had geen inkomsten meer na zijn ontslag en kwam nergens aan de bak. Sinds de couppoging zijn ongeveer 150.000 mensen ontslagen, tienduizenden anderen zijn vastgezet.

“Ik snap nog steeds niet waarom mijn man doelwit is geworden van zulke praktijken. Hij stond niet op één lijn met de regering, maar voor de rest was hij een simpele man, had geen vijanden en was dol op zijn baan. Wat kan hij gedaan hebben om nu als een gevaarlijke terrorist ontvoerd te worden?”, vraagt Reyhan Usta. Is het de hypotheek die ze zes jaar geleden afsloten bij Bank Asya? Of verwarren ze hem met iemand anders? Bank Asya is opgericht door sympathisanten van de sociale beweging Hizmet, die geënt is op de filosofie van de in de Verenigde Staten wonende geestelijke Fethullah Gülen. De regering houdt die beweging verantwoordelijk voor de couppoging en heeft haar uitgeroepen tot een terroristische organisatie. Ondanks de tegenslagen die Reyhan Usta tegenkomt in de zoektocht naar haar man is Usta niet van plan om op te geven. “Ik put hoop uit andere mensen die op zoek zijn naar hun mannen, vaders en broers. Ik rust niet totdat ik mijn man heelhuids terug heb.”


Cengiz Usta.

Alleen al in de hoofdstad Ankara zijn de afgelopen weken zeven mensen, die per decreet zijn ontslagen, ontvoerd. Het gaat om mensen die onderwerp zijn van rechterlijk onderzoek op beschuldiging van het hebben van banden met Hizmet. Vooral leraren, ambtenaren en academici zijn het slachtoffer. Bij meerdere ontvoeringen is volgens ooggetuigen gebruik gemaakt van een zwarte Volkwagen Transporter. CHP-parlementariër Sezgin Tanrikulu, die parlementaire vragen stelde aan het kabinet over de verdwijningen, ziet een patroon. “De ontvoeringen zijn heel professioneel uitgevoerd, wat doet vermoeden dat veiligheidsdiensten betrokken waren. Ook zijn het steeds Gülen-verdachten, komt er steeds een zwart busje in beeld en gaat de politie heel laks om met de bewijsstukken en aangiften van families. De regering moet snel duidelijk maken wat er aan de hand is”, aldus Tanrikulu.

“Ik krijg een déjà-vu-gevoel. Dat hebben de Argentijnen meegemaakt tijdens de ‘vuile oorlog’, Chilenen onder Pinochet en Koerden recent in de jaren negentig in Turkije”, zegt een blogger en mensenrechtenactivist die de ontvoering van slachtoffers als Usta nauwlettend volgt. Hij gebruikt de schuilnaam Demir. “We krijgen een nieuwe golf Turkse desaparecidos (Spaans voor zij die verdwenen zijn, gebruikt voor slachtoffers van gedwongen verdwijningen in Latijns-Amerika, red.). In Turkije is twintig jaar later alleen het automerk verandert die ze inzetten om politieke tegenstanders op te ruimen. Eerder was het een Renault Toros, nu een Volkswagen Transporter.”

De jaren negentig staan bekend als één van de meest donkere perioden in de geschiedenis van Turkije. Onder de noodtoestand in het zuidoosten van het land zijn in de strijd tegen de PKK alleen al tussen 1992 en 1996 bijna 1.000 gedwongen verdwijningen en politieke moorden gerapporteerd. De Renault 12, die in Turkije tot het jaar 2000 onder de naam Toros werd geproduceerd, stond symbool voor die verdwijningen. Koerden die ontvoerd werden door leden van de contra-guerrilla-organisatie JITEM (Gendarmerie-inlichtingen en Terreurbestrijding), waarvan het bestaan jarenlang werd ontkent, en in de kofferbak van een witte Toros belandden, kwamen niet meer terug. Vaak werden de lichamen van de slachtoffers ook niet teruggevonden. Demir heeft ook veel contacten met de zogenaamde Zaterdagmoeders, een groep Koerdische vrouwen die sinds 1995 wekelijks sit-in-protesten organiseren in Istanbul uit protest tegen de verdwijning van hun geliefden in de jaren negentig. “Hoewel ik families van de recent ontvoerde tegenstanders wil troosten weet ik uit ervaring van Koerdische families ook heel goed dat het in Turkije tientallen jaren kan duren voor het recht zegeviert. Ik zie het helaas heel somber in voor de nieuwe ‘staatsvijanden’ van Turkije.”

DELEN
Hüseyin Atasever
Journalist gespecialiseerd in islam, Turkije en het Midden-Oosten.