8.6 C
Amsterdam

Koerden en Gülen-sympathisanten slaan handen ineen met ‘Turkey Tribunal’

Tayfun Balcik
Programmacoördinator bij The Hague Peace Projects voor de Armeens-Koerdische-Turkse werkgroep. Lid van de Nieuw Amsterdam Raad (Pakhuis de Zwijger).

Lees meer

Van 20 tot 24 september vond in Genève een symbolisch ‘Turkey Tribunal’ plaats. De onderdrukking door Erdogan verenigt Gülen-sympathisanten en Koerden in hun slachtofferschap, maar niet zonder ongemak. ‘Gülenisten moeten de rol die ze hebben gespeeld in de onderdrukking van ons Koerden onder ogen zien.’


Slachtoffers van het Turkse regime vertelden op dit fictieve tribunaal tegenover internationale rechters over ontvoeringen en martelingen die ze op geheime locaties in Turkije hebben ondergaan. Ze willen dat de daders vervolgd worden door het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag.

De slachtoffers die aan het woord kwamen zijn voornamelijk naar Europa gevluchte Gülen-sympathisanten en Koerden. Een onverwacht gezelschap, want de Koerden voelden zich al slachtoffer toen Gülen-sympathisanten nog samenwerkten met het Erdogan-regime, een verbond dat tot het begin van vorig decennium standhield.

Het Turkey Tribunal heeft beide groepen nu bij elkaar gebracht, maar het Koerdische ongemak blijft hangen. Zo stelde de Koerdische journaliste Meltem Oktay dat de Gülen-sympathisanten die hier hun verhaal deden onderdeel waren van het onderdrukkende Turkse staatsapparaat.

‘Zij zei eigenlijk wat iedereen dacht op dat moment’, vertelt Johan Vande Lanotte aan de Kanttekening. Hij is emeritus hoogleraar, voormalig vicepremier van België en de drijvende kracht achter het Turkije Tribunaal. ‘Maar het gaat uiteindelijk om de mensenrechten, die ongeacht tot welke groep je behoort of niet, eigen zijn aan ieder mens.’

En daar draait het om bij het tribunaal. Ontvoeringen, martelingen en vermissingen in en buiten Turkije tegen opponenten van het Erdogan-regime. Het is een initiatief dat twee jaar geleden is ontstaan, vertelt Vande Lanotte. ‘Door corona werd het vorig jaar uitgesteld. We waren gefrustreerd dat een aantal individuele zaken voor de Verenigde Naties en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens maar niet ten uitvoer werd gebracht.’

De drijvende krachten achter het tribunaal besloten het daarom structureler aan te pakken, met als resultaat dit brede tribunaal, dat niet één specifieke slachtoffergroep dient. Vande Lanotte: ‘Het was een van de doelstellingen om het op deze manier te doen, met allemaal verschillende slachtoffergroepen. Als iedereen in het eigen hokje blijft gebeurt er weinig.’

‘We zijn er in ieder geval in geslaagd om de stilte te doorbreken’

Het Turkey Tribunal zal, als het aan Vande Lanotte ligt, tot een aantal individuele zaken tegen daders van ontvoeringen buiten Turkije moeten leiden. Turkije maakt namelijk geen onderdeel uit van het Statuut van Rome, dat het Internationaal Strafhof heeft geïnstitutionaliseerd, en kan dus niet aangeklaagd geworden bij het ICC voor mensenrechtenschendingen die in het land zelf zijn gepleegd. Vande Lanotte: ‘We zijn er in ieder geval in geslaagd om de stilte te doorbreken, daar zijn we wel tevreden over.’

In het InterContinental Hotel springt die boodschap op het paneel achter de vijf rechters ook gelijk in het oog: ‘Because silence is the greatest enemy of fundamental human rights.’ Vijf dagen lang werd ‘de stilte doorbroken’ door diegenen die in de mainstream Turkse media geen stem hebben of als ‘terroristen’, ‘landverraders’ en ‘separatisten’ worden opgevoerd.

Advocaat en rapporteur Johan Heymans uit België zegt op de eerste dag dat de Turkse staat geen effectief onderzoek doet naar klachten van vermissingen. ‘Niemand is ooit opgepakt voor de ontvoeringen en martelingen. Turkije doet dit openlijk om politieke tegenstanders in het binnen- en buitenland angst aan te jagen, om hen uit te schakelen.’ Op de vraag van de rechter of Turkije daarmee – naast internationale regels – ook de eigen Turkse wet schendt, antwoordt Heymans bevestigend: ‘Er zijn minimaal drie provisies in de Turkse wet die ontvoeringen, martelingen en vermissingen verbieden.’

Bloedsporen op de muur

Vande Lanotte vertelt dat Turkije druk heeft uitgeoefend op België en Zwitserland om het tribunaal stop te zetten. Desondanks bood het tribunaal Turkije elke dag de kans om zichzelf te verdedigen. Dat gebeurde niet, met als gevolg dat de slachtoffers meer spreektijd hadden.

Beeld: Erhan Dogan

Een van deze slachtoffers is de veertigjarige Erhan Dogan, vader van drie kinderen, en een Koerdische Gülenist uit Elazig. Tot de mislukte coup van 15 juli 2016 was hij in Ankara geschiedenisdocent aan een privéschool. Net als tienduizenden anderen werd hij vervolgd, omdat de Gülenbeweging volgens president Recep Tayyip Erdogan verantwoordelijk is voor de coup.

Dogan werd gearresteerd op de werkvloer en vervolgens naar een sportsalon in Ankara gebracht in een oranje overall. Daar werden de arrestanten geslagen. ‘Het was de meest moeilijke periode in mijn leven’, zegt hij geëmotioneerd tegen de rechters. ‘Mijn vrouw werd bedreigd. Vijftig mensen zaten opeengepakt in kleine zalen. Het ergste is wel dat ik de verkrachting van vrouwen kon horen. Ik hoorde ze schreeuwen: ‘Niet doen, niet doen.’ Dat geschreeuw krijg ik maar niet uit mijn hoofd in de nacht. Het zit in mijn oren.’

Dogan moest namen geven van tien Gülen-sympathisanten, anders zouden ze zijn leven in een hel veranderen. Met moeite komt hij uit zijn woorden. Het gescheld, de bedreigingen… Dogan kon niet geloven in wat voor positie hij terecht was gekomen, iemand die naar eigen zeggen nog nooit een vlieg kwaad had gedaan. Hij vertelt over de bloedsporen die hij aan de muur zag. De vernedering van naakt betast worden bij zijn geslachtsdelen. Het werd hem te veel. Met vastgebonden armen werd hij door zijn folteraars achter zijn rug omhooggetrokken. Het ging hier om de strappado, of ‘Palestijnse ophanging’, die tot de ontwrichting van de schouders leidt. ‘Ik dacht dat al mijn botten waren gebroken’, zegt hij tegen de rechters.

Na achttien maanden werd Dogan vrijgelaten. Maar hij was een maatschappelijke paria geworden en kon geen werk meer vinden. Bovendien ging een groot deel van zijn familie pijnlijk mee in de staatspropaganda. Zij gingen hem ook als een terrorist zien. Dat was de druppel die hem deed besluiten om te vertrekken uit Turkije.

Smeken voor de dood

De 46-jarige Mustafa Özben, een Turkse Gülenist die als docent werkte aan de universiteit, start zijn betoog met een video van hoe hij eruitzag na 92 dagen te zijn ontvoerd. We zien een vermagerde, onverzorgde man in pyjama’s en op blote voeten. Het is zwart onder zijn ogen – heel anders dan de gladgeschoren man die in de zaal in een keurig overhemd met veel energie en handgebaren spreekt over wat hem is overkomen.

Beeld: Mustafa Özben

Op klaarlichte dag werd Özben, nadat hij zijn dochter naar school had gebracht en geld wilde pinnen, op straat in Ankara ontvoerd. Hij kreeg een zak over zijn hoofd, werd in een zwarte transporter gegooid en aan zijn enkels en handen met metaal geboeid, waar hij verwondingen aan heeft overgehouden. Hij hoorde ze praten in de auto. ‘Moeten we hem naar 34 of 06 sturen?’ Hij sluit zijn ogen en zegt: ‘Ik ken Ankara goed. Uit de bewegingen van de auto probeerde ik te achterhalen waar we heen gingen. Hier naar links, daar was er een gat in de grond, enzovoort, enzovoort.’

Uiteindelijk kwamen ze aan in een soort warenhuis, waar hij in een cel van drie bij twee meter, en tweeënhalve meter hoog werd geplaatst. ‘Er was ook een camera die ons 24 uur lang volgde. Geen zonlicht, een donkere ruimte met een ventilatiesysteem dat de hele dag door zoemgeluiden maakte.’ Özben vertelt dat dat ook een vorm van marteling is.

Vanaf het eerste moment moet hij orders opvolgen. Knielen als er aan de deur werd geklopt. Direct meegaan voor verhoor. ‘92 dagen lang’, zegt hij, terwijl hij probeert om zijn emoties in toom te houden. ‘Diegenen die ons dit aandeden, waren zelf ook in een soort van paniek. Ze deden alles om niet gezien te worden. We moesten tegen de muur, kregen een zak over ons hoofd als we van A naar B gingen. En ze liepen zelf met maskers. Op de eerste dag vroegen ze aan mij: ‘Weet je wel waar je bent?’ Toen zei ik: ‘Bij de MIT (de Turkse inlichtingendienst, red.) waarschijnlijk.’ ‘Hoe weet je dat nou?’, riposteerden ze. ‘Misschien zijn we wel van de gendarme of de politie.’ Ik zei: ‘Wat maakt het nou uit welke dienst mij heeft ontvoerd? Het is in ieder geval de staat.’’

Toen werd hij bedreigd. ‘Dit is een geheime locatie, hier weet niemand wat van af, wij zijn hier de staat.’ Ze probeerden hem over te halen om als spion voor de staat te werken en voegden daar nogmaals een dreigement aan toe: ‘Wij weten precies hoe de anatomie van de mens in elkaar zit, over een paar dagen gaat de dosis van de marteling omhoog. Je zult uiteindelijk smeken voor de dood.’ Ze hadden zijn tand al gebroken tijdens de ontvoering.


Özbens stem breekt als hij over zijn vrouw en kind begint. ‘Je vrouw blijft niet stilzitten, hè’, zeiden ze steeds tegen hem, refererend naar de activiteiten van zijn vrouw bij ministeries en in de media om hem te vinden. ‘Ik weet dat zij buiten hemel en aarde voor mij bewoog, maar ik was echt bang dat ze haar wat zouden aandoen. ‘We gaan ook je vrouw en kinderen pakken’, zeiden ze.

Uiteindelijk wordt Özben na 92 dagen vrijgelaten. ‘Ze zagen in dat ze mij niet konden gebruiken.’ Hij vluchtte in 2017 naar Griekenland en vroeg later asiel aan in Duitsland.

Vervolgd sinds 1923

Later op dezelfde dag is het de beurt aan de gevluchte journaliste Meltem Oktay van het opgedoekte pro-Koerdische persbureau Dicle News Agency. Aanvankelijk lijkt Oktay een beetje zenuwachtig, maar eenmaal gestart doet ze rustig haar verhaal over de opnieuw losgebarsten strijd tussen de Turkse staat en de Koerdische strijders van de PKK, een organisatie die in Turkije, de EU en de VS op de terreurlijst staat.

Beeld: Meltem Oktay

‘Ik begon in de journalistiek tijdens het vredesproces tussen Turkije en de PKK. En daarna belandden we in 2014/2015 weer in de oorlogspolitiek. Een politieke genocide werd tegen de Koerdische politiek in gang gezet, waarop in verschillende steden van Koerdistan zelfbestuur werd uitgeroepen als democratische eis.’

Ze was in het zuidoostelijke Nusaybin, een stad aan de grens met Syrië, toen de gewapende strijd alles overnam. ‘Burgerdoelen werden gebombardeerd. Er waren gebiedsverboden afgekondigd. Soms negen of veertien dagen. Militaire operaties. Snipers die schoten. Hiertegen kwamen Koerdische jongeren in het geweer. Er was sprake van een gewapend conflict.’

Ze maakte zes maanden lang nieuws in het belegerde Nusaybin, waarbij zeven keer een gebiedsverbod werd ingesteld. Ze laat beelden van de verwoesting in de stad zien. ‘Wijken die met tankvuur, artilleriebombardementen en mortiergranaten met de grond zijn gelijkgemaakt’, vertelt ze aan de rechters.

Omdat ze verslag deed uit die verwoeste gebieden kwam Oktay in het vizier van de Turkse staat en werd ze beschuldigd van spionage voor de PKK. Op 12 april 2016 werd het huis waarin ze verbleef overvallen door speciale eenheden van de politie. Een aanwezige vriend werd gepakt, op de grond gesmeten en geslagen. ‘‘We zullen niet stoppen. Jullie gaan terug naar Kandil of Qamishli’, zei de speciale politie tegen ons’, vertelt Oktay. ‘Ze scholden ons uit en bleven ons bedreigen: ‘We weten wel hoe we jullie aan de praat krijgen.’’

De journaliste werd naar het politiebureau in Nusaybin gebracht en naakt gefouilleerd. Tot tweemaal toe. Toen begonnen ze op haar in te praten: ‘Je bent nog jong, denk aan je toekomst, werk mee.’ Maar Oktay weigerde.

Gelukkig voor haar schreven de media over haar verdwijning. ‘Bid maar tot God dat de media het over je hebben, anders wil je niet weten wat je allemaal te wachten stond’, zei de politie volgens Oktay. Ze werd daarop naar de gevangenis gestuurd.

Na vier maanden werd ze vrijgelaten, vanwege gebrek aan bewijs. Daarna kwam er nog een rechtszaak, waarin ze drie jaar gevangenisstraf kreeg opgelegd. Die uitspraak leidde tot haar eerste vluchtpoging via Bulgarije. Ze werd door de Bulgaarse politie opgepakt en illegaal teruggestuurd. Ze belandde daarmee alsnog in de Turkse gevangenis. In 2019 werd ze vervroegd vrijgelaten. Begin 2020 deed Oktay een tweede vluchtpoging. Deze keer naar Griekenland. Daar bleef ze ruim een half jaar, waarna ze besloot om naar Zwitserland te wandelen, waar ze asiel heeft aangevraagd.

De rechters horen het verhaal van de jonge Oktay zichtbaar verwonderd aan. Hoe heeft ze al deze risico’s kunnen nemen? Haar stekende antwoord is dat Koerden niet sinds 2016, zoals de Gülen-sympathisanten, het slachtoffer zijn van dergelijk geweld, maar al sinds de stichting van Turkije in 1923.

Haar vader is in 1995 opgepakt en gemarteld, vertelt ze. ‘Er zijn zoveel burgers omgekomen. De staat praat standaard over ‘terroristen’. Maar er zijn zoveel burgerslachtoffers gevallen, zoals Selamet Yesilmen, een huisvrouw, of Ahmet Sönmez, een man van 55 die helemaal is doorzeefd met kogels, alleen maar omdat hij zijn eigen voordeur opendeed in een conflictgebied.’

Slachtoffers van de slachtoffers?

Wat heeft het Koerdische verwijt van Oktay naar de Gülenbeweging – ‘Wij zijn ook slachtoffers van de slachtoffers hier’ – teweeg gebracht in Genève? We vroegen het achteraf aan de hoofdrolspelers uit het proces.

Volgens de Koerdische Gülen-sympathisant Erhan Dogan hadden Oktay’s woorden ‘wel degelijk effect in de wandelgangen. Alhoewel ik niet van mening ben dat je een gehele beweging hiervoor verantwoordelijk kunt houden, zijn de jaren 2005-2011 problematisch. Gülenisten waren aangesteld in sleutelposities in de regering en de staat. Er moet op dit punt zelfkritiek komen.’

Hij sprak op het tribunaal ook Koerden die zeiden dat de Gülenbeweging te weinig haar stem verhief tegen de operaties tegen de Koerdische koepelvereniging KCK. ‘Ik ben hier zelf nooit getuige van geweest, van zo’n Turks-nationalistische bloedlijn in de Gülengemeenschap die meedeed aan de Koerdische onderdrukking. Twintig jaar zit ik nu bij deze beweging, en ik heb mij vanwege mijn Koerdische identiteit nooit buitengesloten gevoeld. Ik zeg ook altijd dat ik hou van mijn Koerdische roots en taal. Koerdisch is mijn moedertaal.’

De Turkse Gülen-sympathisant Mustafa Özben staat skeptischer tegenover Oktays verhaal. Voor hem staat de Gülenbeweging voor liefdadigheidswerk en goedheid. En volgens hem is er de afgelopen periode geen enkele groepering met zoveel zelfreflectie geweest als de Gülenbeweging.

‘Er zijn zoveel Koerden in het oosten van het land die dankzij de Gülenbeweging een opleiding hebben genoten. Velen zijn uit een situatie van onwetendheid gehaald. In zoverre dat zelfs Murat Karayilan, de nummer twee van de PKK, heeft toegegeven dat ze moeite hadden om mensen de bergen in te krijgen. Maar goed, het is belangrijk dat we een nieuwe, gemeenschappelijke taal ontwikkelen. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.’

Wat als de Koerden, na alles wat er is gebeurd, daar geen trek in hebben? Kan er volgens Özben ook ruimte zijn voor Koerdische onafhankelijkheid? Özben: ‘Het zou niet mijn eerste keuze zijn, want ik beschouw de Koerden als mijn broeders.’ Hij vindt het wel verwerpelijk hoe zij door de Turkse Republiek zijn behandeld: ‘Ze werden gedwongen om Turk te zijn.’

Volgens Özben is een federatieve oplossing mogelijk. ‘Kijk naar Amerika of Duitsland, daar heb je verschillende staten. Als Koerdische broeders zich zo veiliger voelen, en dat dit via een referendum ook bevestigd kan worden, zeg ik als jurist dat ik hiervoor opensta. Ik vind het sowieso een foute reflex om als Koerden met zulke ideeën komen ze gelijk als landverraders te bestempelen. Dat kunnen we niet maken. De bende die ons heeft gemarteld, dat zijn de echte separatisten. En de Grijze Wolven, die zich niet durven te laten zien in de Koerdische steden.’

‘Goed dat er een gezamenlijke groep, de slachtoffers van Erdogans politiek, bij elkaar is gekomen’

Het viel de Koerdische Meltem Oktay op dat Gülen-sympathisanten tijdens het tribunaal emotioneel hun verhaal vertelden. ‘Natuurlijk vond ik dat verdrietig voor hen. Maar ik moest daarbij ook gelijk denken dat bij ons Koerden – die al zo lang en zo veel hebben verloren, met altijd dood en oorlog om ons heen, hoe spijtig ook – een zekere normalisering en verharding tegen geweld is opgetreden, want we maken het al zo lang mee.’

Het gaat Oktay er niet alleen om dat de Gülenbeweging aan zelfkritiek doet: ze moeten ook openlijk erkennen dat ze fout zaten, vindt ze. ‘Gülenisten moeten de rol die ze hebben gespeeld in de onderdrukking van ons Koerden onder ogen zien. Zo zijn er in 2015 in Ceylanpinar twee agenten vermoord (waardoor het vredesproces uit elkaar viel, red.), en werd via de Turkse Veiligheidsraad MGK getracht om de Koerdische beweging eronder te krijgen.’ Hier werkten ook Gülen-sympathisanten aan mee, benadrukt ze. ‘De Gülenisten zaten ook in hogere posities, bij het leger en bij de speciale politie.’

Oktay trekt een verbaasd gezicht als ze hoort dat dat sommige Gülen-sympathisanten nu pas de Koerden zijn gaan begrijpen, omdat ze zelf ook slachtoffer zijn geworden. ‘Moet je het per se zelf meemaken om empathie te hebben? En dan zeggen ze dat ze een liefdadigheidsbeweging zijn. Hoe kan je het niet zien? Hoe kan je zo wereldvreemd zijn? Maar goed, het is een goede zaak dat er nu een zekere verandering van perspectief optreedt. En het is ook goed dat er een gezamenlijke groep, de slachtoffers van Erdogans politiek, bij elkaar is gekomen. Er zijn en worden grove mensenrechtenschendingen gepleegd door de Turkse staat. Dat dit op een internationaal platform is gedocumenteerd is heel belangrijk, zeker als dit een vervolg krijgt in Den Haag.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -