Kosovo, twintig jaar na de oorlog

Albanezen zijn trots op de nieuwe moskee in Mitrovica
‘Het is belangrijk dat het land een goede relatie met Servië blijft behouden.’

De oorlog in Kosovo is twintig jaar geleden tot een einde gekomen. Kosovo verklaarde zich na een gewelddadig conflict in 2008 onafhankelijk van Servië. Dat betekende dat Europa een nieuw land erbij kreeg. Het jongste land van Europa wordt door 108 landen erkend, maar Servië accepteert de afscheiding niet en probeert zoveel mogelijk zaken te dwarsbomen. Kosovo zit dan ook nog steeds in een politieke en economische impasse. De recente oprichting van een nationaal leger zal de relatie met de buurlanden niet verbeteren, terwijl dat juist nodig is om ooit toe te treden tot de EU. Hetzelfde geldt voor Servië, dat ook nog steeds in de wachtkamer zit.

Na de beëindiging van de oorlog in 1999 werd er een internationale administratieve macht – de United Nations Interim Administration Mission (UNMIK) – in het leven geroepen. De UNMIK hield zich bezig met het reconstrueren en opzetten van een modern regeringsapparaat. In 2008 begon de Europese Unie – onder de European Union Rule of Law Mission (EULEX) – zich te richten op de ondersteuning van een rechtsstaat in Kosovo. Maar de aanwezigheid van de EULEX in Kosovo wordt inmiddels met scepsis bekeken.

Burhan (28), student economie aan de hoofdstedelijke Universiteit van Pristina, zegt dat buitenlanders in Kosovo als koningen leven. ‘Ik ken een meisje dat tienduizend euro per maand verdient als projectmanager, en dat in een land waar het gemiddelde salaris rond de 350 tot 400 euro per maand ligt. Hoewel sommigen echt goed werk verrichten, vind ik tienduizend euro belachelijk hoog. Veel mensen zijn daarom niet erg blij met hun aanwezigheid.’

Centraal plein Pristina

Om toe te kunnen treden tot de EU, moeten Kosovo en Servië hun relatie normaliseren. De vraag is wanneer dit gaat gebeuren. Servië lijkt het jonge land voorlopig niet te erkennen en wordt hierin gesteund door Rusland. In het noorden van Kosovo wonen voornamelijk Serviërs die zich het liefst willen aansluiten bij Servië, een optie waar de Kosovaarse regering absoluut niet over wil praten. De regionale relaties verslechterden toen Kosovo besloot honderd procent belasting te heffen op Servische en Bosnische producten. Kosovo heeft deze maatregel ingevoerd als reactie op het veto van Servië en Bosnië-Herzegovina op het Kosovaarse lidmaatschap van Interpol, de internationale opsporingsdienst. Burhan: ‘Voor ons is de honderd procent belasting niet goed, want de Servische producten zijn beter. Groente en fruit uit Kosovo zijn duidelijk van mindere kwaliteit.’

Geert Luteijn (30) – Balkanhistoricus uit Delft – vindt dat de Kosovaarse regering het eigenlijk niet kan maken om honderd procent belasting te heffen, omdat de handel met dit buurland zo essentieel is voor de economie. ‘Kosovo is afhankelijk van de handel met Servië en de relatie met de EU. Het is belangrijk dat het land een goede relatie met Servië blijft behouden. Het sluiten van de grenzen is hartstikke schadelijk.’

De EU blijft hameren op het afschaffen van de honderd procent belasting en speelt met één van de belangrijkste wapens: de visumliberalisatie. Inwoners uit Kosovo kunnen nu maar naar drie Europese buurlanden afreizen; Albanië, Montenegro en Noord-Macedonië. De aanvraag voor een visum is voor velen een tijdrovende, ingewikkelde en kostbare investering. De EU belooft al jaren visumliberalisatie, maar blijft deze uitstellen. Qendrim (25) – een Albanese Kosovaar, werkzaam als jurist in Mitrovica – kijkt erg uit naar het moment dat hij vrij in Europa kan reizen. ‘Dat kan misschien al deze zomer, zo wordt ons steeds beloofd. We moeten het maar zien, want het wordt elke keer weer uitgesteld.’ Qendrim zou wel voor even willen emigreren. Het is zijn droom om naar Duitsland te gaan, maar hij zou  uiteindelijk wel terug naar Kosovo komen. ‘We moeten het land hier opbouwen en dat gaat niet als alle opgeleide mensen vertrekken.’

Lluzim (46) – een voormalig soldaat uit Mitrovica – wil daarentegen graag weg uit Kosovo. Hij is al drie keer afgewezen voor een werkvisum en studentenvisum in Canada. ‘Daar woont mijn beste vriend met zijn vrouw. Hij verdient veel geld en heeft een goed leven. Het enige dat hij erg mist is zijn familie en vrienden. Ik zou mijn familie ook missen. Maar je moet offers brengen in het leven.’ In 1992 is Lluzim als soldaat in Bosnië in zijn hoofd geschoten. Hierdoor is hij aan de rechterkant van zijn lichaam verlamd geraakt. Hij heeft recentelijk een master in publieke regelgeving gehaald, maar een baan vinden is moeilijk voor hem. ‘Ze willen hier in Kosovo dat je alles gratis doet. Je moet echt zeuren om je geld en vaak krijg je het niet. Ook zien mensen mijn beperking als een nadeel. Op financiële steun van de staat hoef ik niet te rekenen. In Canada zorgen instanties veel beter voor mensen met een beperking.’

Veel Kosovaren staren zich blind op de aansluiting bij de EU. Maar met de oprichting van een eigen leger, zet de Kosovaarse regering de relaties met de buurlanden en de EU weer onder spanning. Veel Albanese Kosovaren zijn echter blij met het besluit. Besnik (40) – afkomstig uit Pristina en zeven jaar werkzaam in het leger – zegt hierover: ‘Mijn mening is waarschijnlijk de mening die je van elke Albanees in Kosovo zou horen, namelijk dat we als land recht hebben op een leger. Het is een fundamenteel recht van elk onafhankelijk land.’

Ook Burhan vindt een leger noodzakelijk, niet vanuit defensieve redenen, maar om morele redenen. ‘Het leger vormt geen bedreiging in de regio, het is klein, zwak en zal nooit een verschil kunnen maken. Maar we hebben het nodig in spirituele zin, als morele steun. De mensen die familieleden in de oorlog hebben verloren, die hebben het nodig. Mijn oom heeft tijdens de oorlog zijn achttienjarige zoon verloren. Toen hij hoorde dat we een leger kregen begon hij te huilen. Hij zei: ‘Mijn zoon heeft nu vast een glimlach op zijn gezicht.’ Daarbij heeft elke staat zijn eigen leger, waarom is het dan verkeerd als Kosovo dat ook heeft? Mijn West-Europese vrienden zeggen dat het slecht is, dat de regering niet zoveel geld moet investeren in een leger, maar in nuttige zaken als het bestrijden van de werkloosheid. Ik denk nog steeds dat we het nodig hebben. Heel de politiek is sowieso nep. Ik stem uit protest niet, omdat ik van mening ben dat het niet uitmaakt. Politici verdelen toch alles onder elkaar. Publiekelijk doen ze alsof ze het niet met elkaar eens zijn, maar ondertussen wordt alle macht en geld verdeeld.’

Tanita (28) – afkomstig uit Pristina – ziet niet waarom het nationaal Kosovaars leger een bedreiging zou vormen voor de vrede en veiligheid in de regio. ‘De transformatie van de Kosovo Veiligheidstroepen (KSF) tot een nationaal leger, een proces dat door de NAVO wordt begeleid, zal meer dan een decennium duren. Daarnaast is de macht van het leger minimaal. Als ik me niet vergis, zullen het maar vijfduizend soldaten zijn met een minimum budget. Met deze capaciteiten kan het geen bedreigende kracht zijn.’ Ook is Tanita van mening dat het leger noodzakelijk is, omdat Kosovo geen garantie heeft dat de NAVO het land voor eeuwig zal blijven beschermen.

Lluzim geeft niets om een leger. ‘De mensen in de politiek zijn net een stel kinderen’, vertelt hij. ‘Als de een zegt: ‘ik heb een leger’, dan zegt de ander dat ook. Maar kijk om je heen, in Mitrovica is nog genoeg armoede, mensen zitten zonder werk. Daar moet in geïnvesteerd worden. Het leger is symbolisch, maar het gaat niets uitmaken. Het is alleen maar bedoeld om de buurlanden pissig te maken.’

Florim (37) – accountant in Pristina – noemt het leger een droom die uitkomt. ‘We zijn vanaf 1912 constant overheerst geweest door andere landen. Een leger hoort bij de staat en eindelijk hebben wij er nu ook een.’ Florim haalt – net als vele anderen – belangrijke historische gebeurtenissen erbij om de legitimiteit van de Albanezen in de regio te verklaren. Het probleem is dat de Serviërs, Kroaten, Macedoniërs, en Montenegrijnen weer een heel ander historisch verhaal hebben om hun gelijk aan te tonen.

Willem Lingmont (67) uit Limburg heeft drie jaar als EULEX-gevangenisdirecteur in Mitrovica gewerkt. Hij begrijpt het nut van het opzetten van een leger niet. ‘Wat moet een straatarm land met een leger? Wordt Kosovo’s voortbestaan als natie bedreigd? Ik denk van niet. Kosovo is verwikkeld in een conflict met Servië, beide partijen willen lid worden van de EU, beide partijen wakkeren het conflict aan. Ze verscherpen de tegenstellingen waar ze maar kunnen. Wie heeft hier belang bij? Voor wie is deze status quo een verdienmodel? Dat heb ik me vaak afgevraagd. Het begint bij de propaganda voor de gewone mensen: ‘We worden bedreigd, we hebben een leger nodig.’ Terwijl de grootste Amerikaanse legerbasis zich op Kosovaars grondgebied bevindt. De kans op een tweede Balkanoorlog is erg klein. De EU en de VS zullen onmiddellijk ingrijpen vanwege geopolitieke belangen in deze achtertuin van Europa.’

Volgens Lingmont is het oprichten van een eigen leger overduidelijk symboolpolitiek. ‘Het is een uiting van machtsdenken, waar men helaas zeer vertrouwd mee is. Het past in een lange traditie waarin heldendom en mannelijke kracht vereerd worden. Dat was ooit nodig om te overleven, maar het wordt nu aangewend om protesten tegen armoede, sociale ongelijkheid en corruptie van de heersende clans de kop in te drukken. Kortom, ieder weldenkend mens zal zien dat er geen reden is om een eigen leger op te richten. Maar het staat stoer en wordt gezien als een stap in de verwezenlijking van de droom van een groot Albanees rijk. Ouderwets nationalisme ter bescherming van de belangen van de heersende elite. De politiek is hopeloos verdeeld en zo kun je het onvermogen om economische vooruitgang en meer welvaart te bewerkstelligen verdoezelen. Dit is mijn persoonlijke mening over wat ik gezien en ervaren heb. Ze hebben door de Turkse overheersing geleerd om ja te zeggen en nee te doen.’

Maar er zijn ook Albanese Kosovaren die er anders over denken. Qendrim noemt nationalisme een ziekte. ‘Het is niet goed om mensen in etnische hokjes te plaatsen.’ Qendrim werkt zelf in het noordelijke deel van Mitrovica, waar voornamelijk Serviërs wonen. Hij werkt bij de gemeentelijke rechtbank en gaat elke dag met veel plezier naar zijn werk. ‘Ik werk samen met Bosniërs, Serviërs en Albanezen. We zijn een familie.’ Qendrim praat geïnspireerd over zijn Servische collega. ‘Ze is een vrouw van 42 die overal wat vanaf weet. Ze draait al jaren mee met de internationale gemeenschap in Kosovo, ik bel haar voor alle moeilijkheden op.’

Kerk in Pristina

De Serviërs in Kosovo voelen zich in de steek gelaten door zowel de Servische regering als de Kosovaarse. Qendrim: ‘Ze denken dat ze buiten de boot vallen, omdat zowel de regering in Servië als de regering in Kosovo niet veel voor ze doen. Maar de Kosovaarse regering doet net zo min iets voor de Serviërs in Noord-Mitrovica als voor de Albanezen in Zuid-Mitrovica. De regering denkt aan zichzelf en haar vrienden. Ze kopen mensen om. In Mitrovica willen mensen economische mogelijkheden, werk, hun gezin onderhouden. Ze geven niets om dat leger. Serviërs en Albanezen die oorspronkelijk uit Mitrovica komen respecteren elkaar. Het zijn meer mensen van buiten, hooligans bijvoorbeeld, die betaalt worden om onrust te stoken.’

Alleen als Servië accepteert dat Kosovo een onafhankelijk land is zal het beter gaan, zegt Luteijn. ‘Ik denk eerlijk gezegd dat wanneer je accepteert dat Kosovo een onafhankelijk land is, het opzetten van een leger niet veel uitmaakt. Het leger vormt geen gevaar. Het is alleen een stap verder in de staatsvorming van Kosovo en daar zal Servië de komende jaren zeker nog tegen in verzet komen.’ Het lijkt er volgens Luteijn op dat Servië steeds meer druk opvoert op de Servische minderheid in Kosovo en deze ontmoedigt om mee te werken aan een onafhankelijk Kosovo. ‘Er zijn natuurlijk bepaalde groepen in de samenleving die belang hebben bij polarisatie. Dat zie je ook met Hashim Thaci, de huidige president van Kosovo.’ Thaci heeft een nationalistisch verleden met zijn deelname aan de Kosovo Liberation Army (KLA), het Albanese bevrijdingsleger waarvan sommige leden berecht zijn voor oorlogsmisdaden.

Luteijn ziet een trend in Servië waarin de rol van de overheid steeds groter wordt. Nemanya (29), en software-ingenieur uit Belgrado, kan dat beamen. ‘Er zijn sinds een half jaar demonstraties in Belgrado tegen President Vucic. Ik deed in het begin mee, maar nu niet meer. Het is elke week en ik heb ook niet zoveel tijd. Bovendien helpt het ook niet. Hij trekt zich niets aan van de demonstraties. Zijn antwoord is: ‘Laat ze maar lopen’. Hij koopt mensen om met de verkiezingen.’ Fotograaf Aleksandar (35) denkt dat Vucic tot aan zijn dood aan de macht zal zijn. ‘Deze man is onvoorstelbaar, zijn macht reikt zo ver en wijd; dat is ongelooflijk. Hij is van alle markten thuis; hij profileert zich pro-Europees, pro-Russisch, pro-nationalisme. Hij heeft een lesbienne als premier benoemd en haar zelfs gefeliciteerd met haar baby, iets wat in Servië publiekelijk echt niet zo makkelijk kan. Hij kan doen en zeggen wat hij wil, omdat zijn macht zo groot is.’

In de Servische hoofdstad hangen genoeg pamfletten, stickers en posters die oproepen om Kosovo niet te vergeten en de onafhankelijkheid niet uit handen te laten glippen. In bussen hangen stickers die tegen de onafhankelijkheid propageren, op gebouwen hangen leuzen over de oorlogsmisdaden van de KLA. Aleksandar ziet Kosovo als een jammerlijk, verloren gebied, ook in culturele zin. ‘We hebben al zo weinig erfgoed. Belgrado is door de eeuwen heen zo vaak vernield, dat het belangrijk is te beschermen wat ervan overgebleven is. Er moet gewoon een oplossing van buitenaf komen, want wij Kosovaren kunnen het kennelijk zelf niet aan.’

DELEN
Sara-May Leeflang
Journalist en verslaggever die Azië heeft rondgereisd en in verschillende landen artikelen heeft geschreven voor de Kanttekening, waaronder India, Sri Lanka, Thailand, Nepal en Birma. Momenteel in Italië.