De Joodse messias uit Turkije

Ewout Klei
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

Een historisch overzicht van de zeventiende-eeuwse rabbi Sjabtai Tsvi en zijn volgelingen.

In 1666 zorgde Sjabtai Tsvi (1626-1676), ook bekend als Sabattai Zevi, voor veel beroering. Deze uit Smyrna (het huidige Izmir, Turkije) afkomstige rabbi claimde dat hij de beloofde messias was die de Joden zou redden. Nadat hij zich gedwongen tot de islam bekeerde, keerden de meeste volgelingen zich gedesillusioneerd van hem af. Een kleine groep bleef hem echter trouw. In Turkije bestaat nog steeds de islamitisch-joodse dönme-sekte (ook wel dönmeh, van het Turks woord dönmek, dat draaien of bekeren betekent), afstammelingen van de bekeerlingen rond Tsvi. Over deze sekte doen in Turkije de bizarste complotverhalen de ronde.

De Brits-Amerikaanse schrijver Christopher Hitchens (1949-2011) noemde in zijn boek God is not great (2007) Tsvi ‘de indrukwekkendste nepmessias die er ooit is geweest’. Uiteraard was Tsvi niet de eerste joodse geestelijke die claimde de messias te zijn. Dat was Jezus van Nazareth, die door de Romeinen werd gekruisigd en door de christenen nog steeds wordt vereerd als de Zoon van God. Na hem kwamen echter vele andere messiassen. Een hele interessante messias was Mozes van Kreta in de vijfde eeuw na Christus, die beweerde dat hij de Joden op Kreta via een droog pad door de zee naar het Beloofde Land zou leiden. Zijn volgelingen sprongen op de Beloofde Dag van een rots in de zee en verdronken. Mozes was verdwenen. Sommige kroniekschrijvers menen dat hij met zijn discipelen was verdronken, anderen dat hij stiekem een demon was die goedgelovige mensen in het verderf wilde storten.

Tsvi was geen martelaar en natuurlijk ook geen demon. Maar wat was hij wel? Waarom kreeg hij zoveel aanhangers? Waarom besloot hij zich tot de islam bekeren? En wie zijn de dönme-Joden, waarover in Turkije zoveel bizarre samenzweringstheorieën bestaan?

Messiaanse aspiraties
Volgens zijn aanhangers werd Tsvi geboren op Tisja Beav, de dag waarop de joodse tempel in Jeruzalem werd verwoest. De naam Sjabtai betekent letterlijk ‘de planeet Saturnus’, die soms geassocieerd werd met de komst van de messias. Tsvi groeide op in Smyrna, een Ottomaanse havenstad aan de westkust van Klein-Azië dat een belangrijk centrum was van de handel op de Levant (het oostelijk Middellandse Zeegebied). Tsvi bekwaamde zich in de studie van de Thora en de Talmoed, maar was vooral geboeid door de kabbala, de joodse mystiek.

Veel Joden geloofden dat het einde der tijden op het punt stond om aan te breken. 1648 was een cruciaal jaar, omdat toen de kozakkenopstand uitbrak. De kozakken in Oekraïne trokken niet alleen ten strijde tegen hun Poolse overheersers maar organiseerden ook pogroms tegen de Joden, die voor de Polen de belasting inden. Tienduizenden Joden werden vermoord tijdens deze antisemitische orgie en velen sloegen voor het geweld op de vlucht, naar Nederland en andere West-Europese landen maar ook naar het Ottomaanse Rijk, dat op religieus gebied een tolerant beleid voerde. Tsvi, die op dat moment tweeëntwintig was, vertelde in 1648 aan zijn kleine schare volgelingen over zijn messiaanse aspiraties. Toen de rabbi’s in Smyrna hier enkele jaren later lucht van kregen besloten ze om Tsvi te verbannen uit de stad.

Tsvi trok naar Salonika, het huidige Thessaloniki in Griekenland, waar hij ook discipelen maakte en in conflict raakte met de rabbi’s. Vervolgens maakte hij een reis langs allerlei steden in het Ottomaanse Rijk, waaronder Alexandrië, Athene, Constantinopel (Istanbul), Smyrna en Jeruzalem, om uiteindelijk in Caïro te belanden. Daar werd Tsvi vrienden met Raphael Joseph Halabi, een hooggeplaatste Ottomaanse ambtenaar die als taak had om onder de Joden belastingen te innen. In 1663 reisde hij in opdracht van Halabi naar Jeruzalem, om ervoor te zorgen dat de joodse gemeenschap voldoende belasting betaalde. Omdat Tsvi zeer regelmatig vastte, ’s nachts Spaanse liefdesliedjes zong die hij mystiek interpreteerde en de kinderen in Jeruzalem op snoepjes trakteerde, geloofden veel mensen dat hij een heilige man was.

Sara en Nathan
Terug in Caïro trouwde Tsvi met Sara, een zeer aantrekkelijke jonge joodse vrouw. Zij was in 1648 voor het kozakkengeweld uit Polen gevlucht en kwam in Italië terecht, waar zij het beroep van prostituee uitoefende. Sara wilde echter meer van haar leven maken, want ze beweerde dat haar geopenbaard was dat ze de bruid van de messias zou worden. Toen Tsvi van Sara’s verhaal hoorde wilde hij meteen met haar in het huwelijk treden, niet alleen omdat ze zo knap was, maar ook omdat hij dan net als de profeet Hosea getrouwd zou zijn met een prostituee. Als messias was hij namelijk ‘veroordeeld’ tot een leven met een onkuise vrouw.

In 1665 ontmoette Tsvi Nathan van Gaza, die de nummer twee van de beweging zou worden. Deze profeet was de nieuwe Elia – net zoals Johannes de Doper dat was van Jezus – die de komst van de messias zou aankondigen. Nathan vertelde bovendien dat het messiaanse tijdperk in 1666 zou beginnen, met de verovering van de wereld, zonder bloedvergieten. De messias zou daarna de Tien Verloren Stammen van Israël terugbrengen naar het Heilige Land, terwijl hij op een leeuw zou rijden met een zevenkoppige draak in zijn kaken.

Omdat de rabbi’s in Jeruzalem Tsvi als een oplichter beschouwden, vertrokken hij en zijn discipelen terug naar Smyrna, waar ze de macht over de joodse gemeenschap overnamen. Inmiddels was de messias wereldberoemd geworden, mede dankzij handelaren uit Nederland die de wonderlijke verhalen van Tsvi verder verspreidden. In Nederland, Duitsland en Italië waren aanhangers van de beweging te vinden. Rijk en arm waren betoverd door de messias. De handel stokte, bezittingen werden verkocht en rijke Joden schonken enorme bedragen aan liefdadigheid. In Amsterdam, de uitgevershoofdstad van de wereld, rolden boeken vol gebeden tot inkeer en boetedoening van de pers, in het Hebreeuws, Spaans en Portugees, met afbeeldingen van messias Tsvi op een troon.

Godsgericht
In 1666, het jaar dat het messiaanse tijdperk zou aanbreken, werd Tsvi gearresteerd in Constantinopel. De Ottomaanse machthebbers beschouwden hem als een gevaar voor de staat. Nathan van Gaza had namelijk geprofeteerd dat Tsvi sultan zou worden in plaats van de echte sultan die toen op de troon zat, iets waar de Ottomanen natuurlijk niet op zaten te wachten. De oelema, de islamitische religieuze autoriteiten, adviseerden echter om Tsvi niet te executeren, opdat zijn fanatieke aanhangers geen nieuwe religie zouden stichten.

Twee jaar duurde de gevangenschap van Tsvi. Hij werd door zijn aanhangers in de watten gelegd en leefde in luxe. Maar aan alles kwam een eind. Nehemia Cohen, een voormalige discipel, klaagde bij de grootvizier in Adrianopel, het huidige Edirne, dat Tsvi zich schuldig maakte aan ketterij en immorele praktijken. Toen Tsvi voor de grootvizier werd geleid, werd de messias gevraagd of hij zou instemmen met een godsgericht (een rechtsprocedure waarmee de wil van God wordt vastgesteld). De boogschutters uit het paleis zouden Tsvi als doelwit gebruiken. Als de pijlen door goddelijk ingrijpen uit koers zouden worden gebracht dan was Tsvi waarlijk de messias. Als Tsvi niet wilde meewerken aan deze beproeving dan zou hij worden gespietst. Er was echter nog een derde optie: Tsvi mocht blijven leven als hij zich tot de islam zou bekeren. De messias koos eieren voor zijn geld, zei dat er geen God was behalve Allah en dat Mohammed zijn boodschapper was en verloste daarmee zichzelf.

Zo’n driehonderd joodse families besloten zich ook tot de islam te bekeren, maar voor vrijwel alle andere Joden had Tsvi nu afgedaan. Hij had zichzelf ontmaskerd als een bedrieger. In 1676 overleed de messias in zijn ballingsoord Ulcinj in Montenegro, door bijna iedereen vergeten. De dönme-Joden die Tsvi trouw waren streken neer in Salonika, waar ze een bloeiende gemeenschap stichtten die tot de jaren twintig van de twintigste eeuw zou bestaan.

Geheimzinnige gemeenschap
Bijna tweeënhalve eeuw kende Saloniki een grote gemeenschap dönme-Joden van zo’n twintigduizend zielen. Ze hadden zich tot de islam bekeerd, maar bleven tegelijkertijd trouw aan hun joodse tradities. Eind negentiende eeuw speelden de dönme-Joden een belangrijke rol in het opkomende Turkse nationalisme. Ze hadden progressieve privéscholen in Saloniki gesticht, waar op hoog niveau onderwijs werd gegeven. Mustafa Kemal Atatürk (1881-1938, stichter en eerste president van de Republiek Turkije) volgde onderwijs op zo’n school en had ook vrienden uit de dönme-gemeenschap.

Na de Grieks-Turkse Oorlog (1919-1922) werden christenen uit Klein-Azië naar Griekenland gedeporteerd en moslims uit Griekenland naar Turkije. Ook de dönme-Joden uit Saloniki moesten naar Turkije vertrekken, omdat ze moslim waren. In de Turkse samenleving was er voor de dönme-Joden veel minder ruimte. Ze werden vanwege hun jood-zijn gewantrouwd, ondanks het feit dat ze ook moslim waren. Voor de islamistische tegenstanders waren Atatürks connecties met de dönme-Joden het bewijs dat de door hem gestichte seculiere Turkse Republiek in werkelijkheid een joods complot was. Sommige islamisten geloofden bovendien dat Atatürk zelf een jood was.

Dit zijn echter niet de enige samenzweringstheorieën over de dönme-Joden. De dönme-Joden zouden er volgens nationalisten op uit zijn om Turkije over te leveren aan buitenlandse machten. In seculiere Turkse kringen bestaat er de theorie dat de huidige president Recep Tayyip Erdogan stiekem een dönme-jood is; Koerdische nationalisten beschuldigen Turkse parlementariërs ervan stiekem dönme-Joden te zijn; volgens sommige Turkse nationalisten die wel geloven dat de Armeense Genocide heeft plaatsgevonden is deze volkerenmoord in werkelijkheid de schuld van de dönme-Joden; Soner Yelcin ten slotte schreef in 2004 de bestseller Efendi: het diepe duistere geheim van de witte Turken, waarin de linkse journalist beweert dat de Turkse elite uit dönme-Joden bestaat die verantwoordelijk zijn voor alle rampen waarmee Turkije sinds haar oprichting in 1923 kampt.

De complottheorieën over de dönme-Joden zijn een lokale Turkse variant op de klassieke samenzweringstheorieën over Joden. In De protocollen van de Wijzen van Sion, een antisemitisch schotschrift dat begin twintigste eeuw vervaardigd werd door de geheime dienst van de Russische tsaar, wordt bijvoorbeeld ‘bewezen’ dat de Joden uit zijn op de wereldmacht en in samenwerking met de Vrijmetselaars de christelijke beschaving willen vernietigen. Efendi doet sterk denken aan La France juive uit 1886, waarin de Franse antisemitische journalist Édouard Drumont ‘aantoonde’ hoe invloedrijk de Joden in de Franse samenleving waren en dat de Joden de financiële wereld in handen hadden.

Vanwege het vijandige klimaat komen de weinige dönme-Joden in Turkije niet uit voor de joodse kant van hun identiteit. Maar het feit dat ze hun joodse identiteit strikt verborgen houden voor de buitenwereld zorgt ervoor dat ze met geheimzinnigheid en schimmige complottheorieën in verband worden gebracht. Wetenschappers schatten dat er nu nog maar tweeduizend dönme-Joden in Turkije wonen, maar dit is een hele ruwe schatting. Dönme-Joden willen niet met de pers praten, of alleen anoniem. The Jerusalem Post sprak in 2016 met twee dönme-Joden, die vertelden dat ze het liefste zouden willen emigreren, omdat ze in Turkije niet vrij kunnen zijn. Driehonderdvijftig jaar na Tsvi is dit wat er nog over is van de eens zo bloeiende messiaanse beweging.

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here