In een voormalige kerk in Rotterdam bouwde een groep islamitische bekeerlingen de afgelopen dertien jaar aan een gemeenschap. ‘Een plek waar jongeren zich niet hoeven te verstoppen achter culturele verwachtingen, maar zichzelf kunnen zijn. Als moslim én als Nederlander.’
Aan het woord is oprichter Jacob van der Blom. Zelf bekeerde hij dertien jaar geleden; hij trouwde met een eveneens bekeerde Nederlandse moslima. De twee vormden een uniek paar. Waar veel bekeerlingen een partner hebben die geboren is binnen een islamitische gemeenschap, had het echtpaar geen referentiekader of gemeenschap om zich bij aan te sluiten. ‘We moesten zelf uitzoeken hoe onze islamitische identiteit eruit zou zien’, vertelt Van der Blom.
We zitten in de lounge van Centrum Middenweg, een veel bezochte Rotterdamse moskee onder bekeerlingen én jongeren die zich aangetrokken voelen tot de ongedwongen sfeer en de preek die steevast in het Nederlands gegeven wordt. Het vrijdagsgebed is net geweest en de koffieruimte stroomt vol. Sommigen klappen hun laptop uit, anderen genieten van een van de hippe drankjes of een halal burger. ‘Hier loopt echt van alles rond’, zegt de trotse eigenaar.
Hoe is deze moskee tot stand gekomen?
‘In die zoektocht naar mijn islamitische identiteit kwam ik erachter dat veel gebruiken cultureel bepaald zijn, terwijl mensen dat zelf vaak zien als ‘de islam’. Ik kreeg toen het idee om een moskee op te richten die niet vanuit één etnische gemeenschap is ontstaan. Veel moskeeën in Nederland zijn ontstaan vanuit een migrantengroep: eerst is er een Turkse, Marokkaanse of Somalische gemeenschap, daarna volgen de moskeeën. Dat is logisch, maar daardoor wordt cultuur soms verward met islam.’
Dus jullie wilden iets anders bouwen?
‘Ja. We wilden een moskee die etnische grenzen overstijgt. Het is natuurlijk heel fijn dat er moskeeën zijn die een culturele rol vervullen voor bepaalde gemeenschappen, want het is belangrijk om te weten waar je vandaan komt, of waar opa en oma vandaan komen. Maar het is ook belangrijk dat er een moskee is die dat helemaal niet heeft. Die was er toen eigenlijk niet.’
Wat is jullie visie?
‘We zijn uiteindelijk uitgekomen op drie belangrijke pijlers. De eerste is dus etnisch overstijgend zijn. We zijn niet alleen grensoverschrijdend in theorie – ‘iedereen is welkom’ zeggen kan elk moskeebestuur – maar we passen dit ook toe in de praktijk. Dus iedereen is ook welkom in het bestuur, in de besluitvorming en in het neerzetten van de cultuur van de moskee.
‘Bij sommige moskeeën mogen bijvoorbeeld alleen mensen van een bepaalde afkomst bestuurder worden. Stel je voor dat wij een moskee zouden oprichten waar alleen autochtone Nederlanders bestuurder mogen zijn. Dat zou iedereen toch heel vreemd vinden?’
‘Niemand mag zich hier bemoeien met de lengte van je baard’
‘De tweede is ruimte voor verschillende religieuze stromingen en belevingen. Op het moment dat je etnisch divers bent, moet je heel goed opletten dat je ideologisch niet monotoon wordt. Dat je niet zegt: iedereen mag hier komen, maar dan moet je wel onze regels volgen. Er moet ook echt ruimte zijn voor iedereen. Niemand mag zich hier bemoeien met de lengte van je baard of de manier waarop je een hoofddoek draagt. Er komen vrouwen met niqab, maar ook vrouwen zonder hoofddoek. Wij accepteren niet dat mensen elkaar gaan vertellen hoe ze moslim moeten zijn.’
‘De derde pijl heeft betrekking op de rol van vrouwen in de moskee. In veel moskeeën hebben vrouwen geen echte beslissingsmacht. Soms is er een ‘vrouwencommissie’, maar die gaat dan vooral over praktische zaken. Wij vonden dat vrouwen juist op bestuurlijk niveau moeten kunnen meepraten, omdat moeders vaak de belangrijkste rol spelen in de opvoeding van kinderen. Dan is het vreemd als hun stem in de moskee nauwelijks meetelt.’
‘Dit is zeker het geval als de moskee naast een gebedshuis ook scholing biedt. Veel moskeeën in Nederland zijn ook weekendscholen. Ook wij bieden cursussen aan en de meerderheid wordt verzorgd door vrouwen. Maar de vrouwen zijn ook op vrijdag in de meerderheid, dat zijn ze hier eigenlijk altijd wel.’
Betekent deze visie dat jullie ook geen rechtsschool volgen?
‘We werken wel vanuit een islamitische rechtsschool, bijvoorbeeld bij het gebed. Daar hebben we het in het begin uitvoerig over gehad. We hebben ons toen afgevraagd: hoe kunnen we die eenheid tussen verschillende mensen bewaren zonder echt te gaan freestylen, of van alles wat te pakken?
Het antwoord was dat we een hoofdlijn hebben, maar dat we ook uitzonderingen maken om die eenheid te creëren. We proberen daar praktisch en verbindend mee om te gaan. Rechtsscholen waren oorspronkelijk bedoeld om eenheid te bewaren, niet om verdeeldheid te veroorzaken. Dus we kijken: hoe kunnen we verschillen overbruggen zonder dat iedereen precies hetzelfde moet doen?’
Merkte je ook weerstand tegen deze ideeën?
‘In het begin wel. Maar we hadden ook een voordeel: mensen zagen ons als bekeerlingen en dachten vaak: ach, die moeten het allemaal nog leren. Daardoor kregen we soms meer ruimte om dingen anders te doen, we hadden een beetje goodwill. Dit hebben we ook wel gebruikt om het op onze eigen manier te doen.
‘Mensen zagen ons als bekeerlingen’
‘We hebben bijvoorbeeld een gebedsruimte waarbij mannen en vrouwen in dezelfde ruimte zitten: de mannen vooraan, de vrouwen achterin. In veel moskeeën hebben vrouwen aparte ruimtes om te bidden. Hier is het allemaal wat relaxter. Als iemand binnenkomt en niet helemaal weet hoe hij of zij moet bidden, dan is dat ook niet erg. Er zal niemand zijn die je tijdens je gebed zal corrigeren.’
Jullie staan bekend om de Nederlandstalige preken. Ook dit is niet in elke moskee gebruikelijk. Waarom hebben jullie daarvoor gekozen?
‘Omdat mensen moeten begrijpen wat er gezegd wordt. De Koran reciteren we natuurlijk in het Arabisch, maar een preek moet mensen raken in hun eigen taal. Ik ben daar al begin jaren 2000 mee begonnen. Toen was dat nog heel ongebruikelijk. Nu zie je hoeveel behoefte eraan is. Jongeren willen dat een preek betekenis heeft voor hun leven.’
‘De echte uitdaging zit in het begrijpen van elkaars culturele taal’
Maar het gaat niet alleen om linguïstische taal, dat is maar het begin. Iemand kan jouw taal spreken, maar als hij totaal niks van jou snapt, kom je ook niet tot een gesprek. De echte uitdaging zit in het begrijpen van elkaars culturele taal, vooral bij jongeren. Zij bewegen zich op school, werk en de straat op een bepaalde manier. Ze hebben vaak een eigen cultuur ontwikkeld, een mengelmoes van verschillende culturele talen. Dan komen ze in de moskee en dan moeten ze opeens schakelen. Er zit misschien een oom of ander familielid binnen en ze willen aan bepaalde verwachtingen voldoen. Hier proberen we juist een omgeving te creëren waarin ze zichzelf kunnen zijn.’
Waarom werkt dat volgens jou zo goed voor jongeren?
‘Omdat jongeren hier niet het gevoel krijgen dat ze tekortschieten. Soms denken jongeren: ik ben geen goede moslim omdat ik iets vergeet of niet perfect praktiseer. Dat is funest. Dat definieert je ook niet als moslim. Als je jongeren het gevoel geeft dat ze erbij horen, dat ze onderdeel zijn van een gemeenschap, dan groeien ze op met een stevige persoonlijkheid. Dat helpt niet alleen op religieus vlak, maar ook op school, op werk en in de samenleving.’
‘De moskee als broedplaats: ik geloof daar echt in’
Jullie hebben ook jonge imams een podium gegeven.
‘Ja, absoluut. Azaddin Karrat heeft hier bijvoorbeeld een van zijn eerste preken gegeven. Hij was toen begin twintig. Veel moskeeën vonden hem te jong, maar wij zeiden: laat hem het gewoon proberen. Als je wacht tot iemand ‘perfect’ is, krijgt niemand ooit een kans. Inmiddels is hij een van de meest bekende imams en wat mij bereft een voorbeeld van hoe een ideale imam eruit ziet. Hij is ook heel goed met de jongeren, hij spreekt ze echt aan.’
Hoe zie je de toekomst van deze moskee?
‘Ik geloof dat we hier bouwen aan een gemeenschap waarin afkomst minder belangrijk wordt. Kinderen groeien hier op met het idee dat al die verschillen normaal zijn. De moskee als broedplaats: ik geloof daar echt in.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

