9.2 C
Amsterdam

Schiet Nederland met deze uitslag veel op?

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

De Nederlandse verkiezingsuitslag is door velen in binnen- en buitenland met opluchting begroet, maar geeft weinig reden tot juichen. Allereerst is het extreemrechtse blok in omvang gelijk gebleven: het verlies van elf zetels van de PVV is meer dan gecompenseerd door de winst van FvD en JA21. Tezamen is dat opnieuw goed voor een kwart van de stemmen.

Bovendien kunnen we daar inmiddels ook wel BBB en VVD optellen, gezien recent stemgedrag in de Kamer en uitlatingen van hun ministers. En de SGP. Daarbij komt het aantal stemmen voor partijen die het niet meer zo nauw nemen met de rechtstaat uit op ruim boven de 40 procent. Die rechtstaat is inmiddels kennelijk iets dat alleen door linkse en middenpartijen nog van belang wordt gevonden. Dat bovendien Yesilgöz niet voor haar aaneenschakeling van leugens is afgestraft, is een extra blamage voor dit land.

Verder vallen nog twee dingen op, die mede helpen de winst van D66 plus de miserabele score van de partijen links daarvan te verklaren. De eerste is de volstrekte volatiliteit van de kiezer. Sinds een decennium is er bij elke verkiezing een grote winnaar die de volgende keer de grote verliezer blijkt. We hebben achtereenvolgens monsterzeges van FvD (2019), D66 (2021), BBB (voorjaar 2023), en NSC plus PVV tezamen (najaar 2023) gehad, en nu dus weer van D66 én CDA.

Driekwart wist tot vlak voor 29 oktober nog niet waarop te stemmen: dat werd in de laatste week op basis van toevalligheden of strategische keuzes beslist. Waren de verkiezingen twee weken eerder geweest dan hadden D66 en VVD veel minder, en CDA en GroenLinks-PvdA een stukje beter gescoord. Het resultaat is dus een uitgesproken momentopname, waarop in feite voor geen enkele partij te bouwen valt, zoals de totale ondergang van NSC bewijst. Zo gewonnen, zo geronnen.

Waren de verkiezingen twee weken eerder geweest dan hadden D66 en VVD veel minder, en CDA en GroenLinks-PvdA een stukje beter gescoord

Dat wordt nog versterkt door de geestelijke desoriëntatie van een groot deel van het electoraat. Twijfelen tussen Forum en D66, tussen BBB en PvdD: dat soort werk. Wat heb je dan voor wereldbeeld? Het duidt erop dat veel kiezers niet op grond van een aantal consistente en met elkaar samenhangende opvattingen, maar ad hoc hun keuze bepalen. Op wat net wat toevallig die week het nieuws domineert.

Eén veel gehoorde verkiezingsbelofte zal sowieso verbroken worden: namelijk dat de formatie kort gaat duren. De zelf enorm naar rechts geradicaliseerde VVD sluit steeds nadrukkelijker het ten onrechte door haar van radicalisering betichte GroenLinks-PvdA uit: de droomcoalitie van Jetten. D66 wil omgekeerd niets weten van de radicaal-rechtse droomcoalitie van Yesilgöz, met JA21 erbij.

Het paradoxale is dat Jetten blij moet zijn die extra restzetel mis te zijn gelopen. Met 27 zetels voor D66 had de combinatie D66-VVD-CDA-JA21 net een Kamermeerderheid gehad – nu blijft die op precies de helft steken. Dat versterkt de onderhandelingspositie van D66, alsmede van GroenLinks-PvdA, al zou JA21 in het tegenovergestelde geval nog met BBB aangevuld kunnen worden.

Moet Klaver wel willen meeregeren? De tegenvallende score was mede te wijten aan de concurrentie van twee andere serieuze oppositiepartijen, D66 en CDA, waar óók veel gematigde kiezers terecht konden, zodat de persoonlijke gunfactor – waarop Jetten en Bontenbal hoger scoorden dan Timmermans – een belangrijke rol ging spelen.

Bij een kabinet zónder Klaver en mét Eerdmans ligt dat bij de volgende Kamerverkiezingen anders. Als de resultaten in de ogen van de huidige D66-kiezer op voor haar cruciale terreinen als rechtstaat, klimaat en onderwijs tegenvallen – en die kans is met een combinatie met drie of vier partijen ter rechterzijde groot – kan D66 met Jetten ondanks premierbonus in dezelfde vrije val terecht komen als indertijd met Kaag. En dat realiseert die zich vast: vandaar dat hij Klaver erbij wil, als tegenhanger van Yesilgöz.

Los van specifieke partijpolitieke overwegingen speelt een ander dilemma. JA21 in het kabinet betekent, na de rampcoalitie met de PVV, een verdere legitimering van xenofoob en antidemocratisch gedachtengoed. Dat pleit voor Jettens ‘brede’ middencoalitie.

Anderzijds: zo’n coalitie betekent dat er geen enkele grote democratische partij meer in de oppositie zit en deze, van splinters afgezien, geheel aan extreemrechts wordt overgelaten. Met mogelijk desastreuze gevolgen bij de volgende Kamerverkiezingen, als met ‘slap beleid’ ontevreden kiezers dan weer massaal naar die kant uitwijken.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -