Ray Polman (25) is kandidaat voor GroenLinks-PvdA in Utrecht en probeert zich nadrukkelijk anders te profileren dan de klassieke partijpoliticus. Met deurbezoeken, video’s en gesprekken in de wijk wil hij niet alleen zijn verhaal overbrengen, maar vooral luisteren. Wat wil hij veranderen voor Utrechters? En hoe kijkt hij als jonge politicus van kleur naar een partij die al langer worstelt met diversiteit en inclusie?
Die vraag komt niet uit de lucht vallen. In 2022 schreef de Kanttekening al over kritiek binnen GroenLinks op tokenisme, white saviorism en het onvoldoende serieus nemen van leden van kleur. Volgens betrokkenen deed de partij te vaak aan diversiteit ‘voor de bühne’, terwijl zeggenschap achterbleef. Polman (plek 18 op de lijst) zegt dat er stappen zijn gezet, maar dat de partij er nog niet is. In dit interview spreekt hij over segregatie in Utrecht, wantrouwen richting de politiek, de noodzaak van een uitgesproken linkse koers en de vraag of GroenLinks-PvdA echt een partij kan zijn waarin mensen van kleur niet alleen zichtbaar zijn, maar ook invloed hebben.
Wie ben je en wat moeten lezers over jou weten?
‘Mijn naam is Ray Polman. Ik woon al vier jaar op de Uithof, in een woongebouw op de Uithof (het Utrecht Science Park, waar de Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht zitten). Ik kom oorspronkelijk uit Doorn. Mijn moeder is Dominicaans en mijn vader is Nederlands. Ik ben nu kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen namens GroenLinks-PvdA.
Dat ik me kandidaat heb gesteld, heeft veel te maken met mijn eigen woonervaring. Utrecht was voor mij altijd de stad waar het gebeurde, waar je mensen ontmoette en waar het leven zat. Maar toen ik hier kwam wonen, op de Uithof, bleek dat totaal anders. Mensen leefden langs elkaar heen. In de lift groetten ze elkaar niet eens. Via het woonbestuur ben ik me toen gaan afvragen hoe zo’n buurt zo anoniem kan worden. Zo ben ik steeds meer gaan nadenken over hoe je bewoners met elkaar en met de politiek kunt verbinden.’
Wat trok je uiteindelijk de politiek in?
‘Ik was altijd al politiek geïnteresseerd. Ik studeerde filosofie, politieke en economie, schreef opiniestukken en was al lid van de partij. Maar ik had nooit gedacht dat ik zelf de politiek in zou gaan.
‘Mensen met een migratieachtergrond die hier geboren en getogen zijn, wonen nog steeds veel vaker in wijken als Overvecht en Kanaleneiland’
Dat veranderde toen ik me in mijn eigen buurt ging inzetten. Ik merkte dat veel problemen heel concreet zijn: te weinig voorzieningen, te weinig onderlinge verbinding en instanties die wel woningen neerzetten, maar onvoldoende nadenken over wat mensen nodig hebben om ergens echt te kunnen leven. Toen dacht ik: als ik me hier zo hard inzet voor mijn eigen buurt, dan kan ik dat ook in de praktijk brengen voor de hele stad.’
Je hebt in kleine plaatsen gewoond en woont nu in Utrecht. Hoe heb je dat zelf ervaren als persoon van kleur?
‘In de dorpen waar ik ben opgegroeid, merkte ik soms wantrouwen. Niet altijd openlijk, maar wel dat subtiele gevoel dat je als “anders” wordt gezien. Zeker als ik daar met vrienden of met een vriendinnetje liep die daar gewoon vandaan kwamen, viel dat soms extra op.

Utrecht voelde voor mij altijd anders. Hier is het normaler dat er mensen van kleur zijn. Tegelijk is Utrecht wel degelijk een gesegregeerde stad. Dat is misschien minder zichtbaar als je alleen in het centrum, Oost of op de Uithof komt, maar het is er wel.’
Je noemt Utrecht gesegregeerd. Wat bedoel je daarmee?
‘Dat je in een stad woont waar een groot deel van de inwoners een migratieachtergrond heeft, maar dat je op veel zichtbare plekken toch vooral witte mensen ziet. In de binnenstad, in Oost, op de Uithof: daar zie je dat sterk terug. Mensen met een migratieachtergrond die hier geboren en getogen zijn, wonen nog steeds veel vaker in wijken als Overvecht en Kanaleneiland.
Dat patroon is hardnekkig. Ik weet niet of het de afgelopen jaren erger is geworden, maar het wordt in ieder geval niet vanzelf beter. En dat vind ik een groot probleem. Een stad is pas gemengd als mensen ook daadwerkelijk toegang hebben tot dezelfde buurten, kansen en voorzieningen.’
Wat gaat er volgens jou mis in wijken als Overvecht en Kanaleneiland?
‘Het belangrijkste probleem is dat de politiek daar nog te vaak over bewoners praat in plaats van met hen. GroenLinks-PvdA heeft naar mijn idee inhoudelijk best goede ideeën voor die wijken, maar dat is niet genoeg als mensen het niet terugzien of zich niet gehoord voelen.
Je zag dat bijvoorbeeld bij de omgevingsvisie voor Overvecht. Daar was veel weerstand tegen. Dan kun je niet volstaan met de gebruikelijke methodes, want je weet van tevoren dat die onvoldoende werken. Als je echt wilt weten wat daar leeft en bewoners zich gehoord wilt laten voelen, moet je daar veel meer tijd en energie in steken. Niet pas op het moment dat bewoners massaal ergens tegen zijn, maar structureel.’
Je zegt dus eigenlijk dat de gemeente te oppervlakkig luistert?
‘Ja. Formeel is er vaak wel inspraak, maar je weet dat de respons op zulke standaardvormen laag is. Zeker in buurten waar het vertrouwen in de politiek al beperkt is. Dan moet je niet zeggen: we hebben toch een avond georganiseerd, dus we hebben geluisterd. Dan moet je veel dieper investeren in contact.
‘Politiek moet niet alleen bestaan uit goede plannen op papier’
Ik pretendeer niet dat ik daar dé oplossing voor heb. Maar ik weet uit mijn werk op de Uithof wel dat je cynische of ongeïnteresseerde bewoners echt in beweging kunt krijgen als je moeite doet en niet alleen komt zenden.’
Je campagne valt op. Waarom kies je niet voor de klassieke stijl van partijpolitiek?
‘Omdat normaal niet goed genoeg is. Een standaardcampagne bestaat vaak uit zenden: ik ben kandidaat van partij X, ik sta voor beleid Y, dus stem op mij. Maar zo bereik je veel mensen helemaal niet meer.

Ik geloof juist dat je mensen serieus neemt door moeite te doen om hen echt te spreken. Daarom ga ik niet zomaar een paar keer langs de deuren en maak ik een video of twee, maar ga ik al sinds twee maanden voor de verkiezingen vijf keer per week langs de deuren om letterlijk alle 3300 bewoners van mijn eigen buurt te spreken. Ook steek ik extra tijd in mijn campagnevideo’s om mensen die niet politiek geïnteresseerd zijn te bereiken.’
In een Volkskrant-opinieartikel schreef je dat GroenLinks-PvdA goed moet kijken naar Zohran Mamdani. Wat spreekt je daarin aan?
‘Vooral dat hij niet alleen een links verhaal vertelt, maar dat ook op een toegankelijke en optimistische manier doet. Hij laat zien dat je uitgesproken kunt zijn zonder afstandelijk te worden. En dat je de straat op moet om op te halen wat mensen bezighoudt.
Dat is voor mij de kern. Politiek moet niet alleen bestaan uit goede plannen op papier, maar ook uit de bereidheid om echt contact te maken met mensen die misschien niet vanzelf naar je toe komen.’
Je bent kritisch op de landelijke campagne van GroenLinks-PvdA. Waarom?
‘Omdat die veel te onuitgesproken was. In verkiezingstijd moeten mensen kunnen zien wat er daadwerkelijk te kiezen valt. Ik had sterk het gevoel dat GroenLinks-PvdA te veel aan het voorsorteren was op een mogelijke formatie, eerst met NSC en misschien zelfs met de VVD. Daardoor durfde de partij zich onvoldoende scherp af te zetten en bleef onduidelijk waar ze nu echt voor stond.
Juist als grootste progressieve oppositiepartij moet je helder laten zien wat je alternatief is en waar het volgens jou misgaat in Nederland. In plaats daarvan ontstond het beeld van een partij die vooral verantwoord en bestuurlijk wilde overkomen, maar te weinig strijd liet zien. Dan krijg je een campagne die misschien degelijk klinkt, maar weinig mensen echt enthousiast maakt.
Dat is volgens mij ook precies wat er misging. Na jaren van rechts beleid en een van de meest instabiele kabinetten in de recente geschiedenis had GroenLinks-PvdA veel harder de politieke keuze moeten markeren, en ook de VVD veel scherper moeten aanvallen op haar rol in de problemen van de afgelopen jaren. Dat GroenLinks-PvdA als grootste progressieve oppositiepartij vijf zetels verloor, laat zien hoe weinig scherpte en uitgesproken idealen er in die campagne zaten.’
In 2022 schreef de Kanttekening over tokenisme en uitsluitingsmechanismen binnen GroenLinks. Hoe kijk jij daar nu naar?
‘Dat artikel hangt natuurlijk nog steeds boven de partij. En terecht, want zulke dingen verdwijnen niet vanzelf. Ik denk wel dat er stappen zijn gezet, maar ik denk ook niet dat je kunt zeggen dat het probleem nu opgelost is. Dat soort mechanismen zitten diep.

Wat ik nu zie, is gemengd. Aan de ene kant zie ik een lijst die diverse is dan voorheen en sta ik zelf als nieuwkomer best hoog. Aan de andere kant zie ik ook nog drempels in procedures en manieren van selecteren die voor mensen van kleur minder vanzelfsprekend kunnen zijn. Dus ja, er is vooruitgang, maar ook werk te doen.’
Waar merk je dat concreet aan?
‘Bijvoorbeeld aan de manier waarop kandidaten zich moesten bewijzen. Je moest handtekeningen ophalen van leden als steunbetuiging. Dat lijkt neutraal, maar zulke regels bevoordelen vaak mensen die al langer in de partij meedraaien of uit een netwerk komen waar politieke betrokkenheid vanzelfsprekender is.
Als je echt meer mensen met een bi-culturele achtergrond wilt aantrekken, dan moet je verder kijken dan alleen zeggen dat je diversiteit belangrijk vindt. Dan moet je ook naar de drempels in je eigen organisatie kijken. Anders blijft het te veel bij goede bedoelingen.’
Voel jij je binnen de partij serieus genomen?
‘Voor nu zeker. Ik ben nog maar relatief kort echt actief, en dan is mijn plek op de lijst best een groot vertrouwen. Mijn ideeën over de campagne worden serieus genomen en er wordt naar me geluisterd.
‘Ik denk dus niet dat de oplossing is om weg te lopen’
Maar ik zeg daar wel eerlijk bij: het echte oordeel komt pas als je gekozen bent en daadwerkelijk in de fractie zit. Dan moet blijken of mensen van kleur niet alleen welkom zijn op de lijst, maar ook invloed krijgen, serieus genomen worden en mee kunnen beslissen. Ik heb daar vertrouwen in, maar dat moet in de praktijk nog blijken.’
Waarom ben je, ondanks die kritiek, toch juist bij GroenLinks-PvdA gebleven?
‘Omdat ik nog steeds denk dat de idealen van GroenLinks-PvdA het beste antwoord bieden op de problemen in dit land en in deze stad. Voor mij draait het in de kern om een eerlijke spreiding van macht, kennis en inkomen — of liever nog: vermogen. Dat is wat nodig is voor een rechtvaardige samenleving. En als je dat principe serieus neemt, dan betekent het ook dat je mensen met een bi-culturele achtergrond niet alleen welkom heet, maar hen ook echt serieus neemt en invloed geeft. Dat is ook een kwestie van macht en kennis eerlijker verdelen.
Ik denk dus niet dat de oplossing is om weg te lopen, maar om de partij beter te maken. Juist omdat GroenLinks-PvdA voor mij nog steeds het belangrijkste politieke vehikel is om tot een rechtvaardigere samenleving te komen. En eigenlijk is het ook een goede oefening: als je binnen de partij al niet kunt waarmaken wat je in de stad of in het land zegt te willen bereiken, hoe geloofwaardig ben je dan nog?’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

