Een mogelijk alcoholverbod in Damascus zorgt voor onrust onder Syriërs in de hoofdstad. Volgens sommigen gaat het om meer dan alleen de mogelijkheid om alcohol te drinken: het raakt aan de toekomstige manier van besturen van het land en aan persoonlijke vrijheden.
‘Ze hebben hier een Afamia 8 procent’, zegt een Syrische man in Abu George, een van de oudste cafés in Damascus. Afamia is een bierbrouwerij in handen van de overheid, in de buurt van Damascus. De man raadt het biertje van harte aan, ‘want die met 8 procent hebben ze op weinig plekken’.
We zijn in de oude stad, in de christelijke wijk Bab Touma. Het is zeker niet de enige plek in de Syrische hoofdstad waar Syriërs en zeldzame toeristen heen kunnen voor een borrel, maar het is wel een van de populairste. De smalle straat met oude stenen gebouwen en warme straatlantaarns is gevuld met kroegen, kleine winkeltjes en een aantal kerken. Het is de plek waar rijkere Syriërs bij elkaar komen voor drankjes en nargileh (waterpijp).
Abu George is een van de kroegen in de wijk. Het café is klein, niet veel groter dan de gemiddelde studentenkamer en daarmee de definitie van een ‘hole in the wall’. Aan de muur hangen geldbriefjes uit verschillende landen, met berichten van bezoekers erop geschreven. Vijf kleine tafels staan dicht bij elkaar en eigenaar Abu Essam staat achter de smalle bar. Hij wijst naar de zwarte kat die op een barkruk zit en tevreden aaitjes over zijn bol accepteert van binnenlopende klanten. ‘Dat is Bagheera, welkom bij Abu George.’
Binnen een paar minuten staat het kleine tafeltje, waar we met vijf man omheen gepropt zitten, vol met Afamia 8 procent en glaasjes arak, het geliefde (en gehate) anijsdrankje in het Midden-Oosten. Het is moeilijk voor te stellen dat alcohol hier ooit verboden zou kunnen worden. Toch ligt er een plan van de gemeente om de verkoop van alcohol in cafés te verbieden. Alcohol zou straks alleen nog maar in winkels in de christelijke wijken mogen worden verkocht.
Beperking persoonlijke vrijheden
‘Wie zijn zij om te bepalen wat we wel en niet mogen?’, zegt Abu Essam. De vader van Abu Essam opende Abu George bijna tachtig jaar geleden. Volgens de eigenaar is het café sindsdien geen enkele dag dicht geweest, ook niet tijdens de burgeroorlog. Een alcoholverbod is niet compleet ongebruikelijk in islamitische landen, maar wel in Damascus. Tijdens het Assad-regime was alcohol overal toegestaan. Wetten die er waren, werden niet gehandhaafd en religieuze regels kregen weinig prioriteit.
‘Tachtig procent van het land drinkt niet’
Toen het verbod in maart werd aangekondigd, waren er protesten bij de ingang van de oude stad. De protesten waren divers: jong en oud, man en vrouw, en vooral: christen én moslim. Lokale journalist Abdullah Okaily was bij de protesten. ‘De demonstraties gingen niet zozeer om het recht om alcohol te kopen’, legt hij uit. ‘Tachtig procent van het land drinkt niet. Mensen komen niet in opstand vanwege een alcoholverbod, maar vanwege de beperking van hun persoonlijke vrijheden.’
Kheder Khaddour, onderzoeker van het Malcolm H. Kerr Carnegie Middle East Center, herkent wat Okaily zegt. ‘Voor veel Syriërs is de grootste zorg niet het wel of niet mogen kopen van alcohol, maar de staat die zich mogelijk opnieuw in hun privéleven gaat mengen. Na jaren van oorlog en autoritair bewind zijn veel Syriërs gevoelig voor elk teken dat de regering opnieuw zal bepalen wat mensen in hun dagelijks leven wel en niet mogen doen.’
Ideologisch verleden HTS
Volgens Okaily, die liever het Deense Tuborg dan het Syrische Afamia drinkt, weten Syriërs hoe het voelt als je langzaam maar zeker meer rechten verliest. Daar zijn ze waakzaam voor. Het alcoholverbod lijkt in lijn met eerder aangekondigde regels. Zo besloot de Syrische regering afgelopen zomer dat mannen en vrouwen bedekkende kleding moesten dragen op het strand en bij zwembaden. In januari besloot de gemeente in Wari Barada dat restaurants geen gemengde groepen van mannen en vrouwen meer mochten serveren en in al-Tal, een dorp in de buurt van Damascus, mogen mannen niet langer werken in winkels waar vrouwenkleding wordt verkocht.

‘Het lijken losstaande regels, maar samen suggereren ze een poging om de grenzen van het sociale leven te bewaken’, zegt Khaddour. ‘Tegelijkertijd gebeurt het regelmatig dat de autoriteiten strenge regels aankondigen, om ze vervolgens aan te passen nadat ze de reacties erop hebben gezien.’
Maar we moeten alert blijven, zegt Okaily: ‘Zeker met de achtergrond van deze regering.’ Hij doelt daarmee op het verleden van Hayat Tahrir al-Sham (HTS), de rebellengroep die eind 2024 het Assad-regime omverwierp. Lange tijd voerde HTS conservatief beleid in de Syrische regio Idlib en was de groep verbonden aan extremistische islamitische groepen. HTS heeft sinds de val van Assad zijn beleid gematigd, maar de zorg over toekomstig beleid leeft onder gewone Syriërs nog steeds, zegt Okaily.
‘HTS heeft gebroken met zijn ideologische verleden en probeert inclusiever te zijn’, zegt politicoloog Haian Dukhan. ‘Maar ik snap de zorgen. Het zou kunnen dat deze regering geleidelijk verschuift naar een restrictiever beleid en steeds meer beslissingen neemt over het publieke leven, en dat is niet waar Syriërs dertien jaar lang voor hebben gestreden.’
‘Die wet komt er niet’
Abu Essam zegt met andere café-eigenaren in gesprek te zijn met de burgemeester. Ze willen duidelijkheid over de vraag of de wet echt wordt doorgevoerd en wat dat zou betekenen voor cafés in de stad. ‘We hebben nog niets teruggehoord. We zijn ons dus nog niet aan het voorbereiden op het verbod, maar misschien zijn we over een paar maanden een theehuis in plaats van een kroeg.’
Volgens Dukhan moet worden benoemd dat een deel van de Syriërs het alcoholverbod wel steunt. ‘Ook binnen de overheid zie je dat er een conservatievere groep is en een seculiere groep. De regering probeert nu een balans te vinden tussen die twee. Tegelijkertijd willen ze toeristen en investeerders aantrekken. Ik verwacht dat ze zich zullen realiseren dat strengere sociale regels toeristen en investeerders zullen afschrikken, en dat is niet wat de autoriteiten willen. Het verbod zal dus waarschijnlijk niet in deze vorm worden doorgevoerd.’
‘We zijn christenen, waarom zou het niet mogen?’
Bij kroeg Samra, iets verderop in de straat bij Abu George, zit een groep jonge vrouwen buiten op het terras. Ook zij hebben arak op tafel staan, en naast de tafel staat een grote waterpijp. ‘Nee, die wet komt er niet, hoor’, zegt de eigenaar van deze pub. ‘We zijn christenen, waarom zou het niet mogen?’
Okaily snapt die houding, omdat het voor veel Syriërs in Damascus ondenkbaar is. Toch denkt hij dat mensen en cafés zich eraan zullen houden als de wet er eenmaal is. ‘Het risico is te groot om het niet te doen.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

