17.6 C
Amsterdam

Het Syrische Yarmouk krabbelt overeind na jaren van oorlog

Kaja Bouman
Kaja Bouman
Midden-Oostenjournalist.

Lees meer

Ooit was Yarmouk het kloppende hart van het Palestijnse leven in Syrië, nu ligt het grotendeels in puin. Eerst werd het kamp zwaar gebombardeerd door het regime van Assad, later viel ISIS binnen. Van de honderdduizenden Palestijnen die er woonden, bleef bijna niemand over. Nu wordt Yarmouk langzaam weer opgebouwd.

Een jonge hond strekt zich uit over een grote hoop puin. Het dier zit onder het stof en de donkere, vettige vlekken. Hij kiest een plek in de schaduw voordat hij neerploft naast de volgende hoop puin. Tussen de nog overeind staande pilaren van een verder volledig verwoest gebouw valt hij in slaap. Ook de gebouwen eromheen zijn verwoest. Sommige complexen zijn gereduceerd tot betonnen karkassen en van anderen is niets anders over dan een berg brokstukken.

Na de Nakba in 1948, waarbij ruim 700.000 Palestijnen door Israëlische milities worden verdreven, komen tienduizenden Palestijnen terecht in Yarmouk, een Palestijns vluchtelingenkamp in Syrië in de buurt van de hoofdstad Damascus. Yarmouk groeit uit tot het hart van het Palestijnse leven in Syrië. Het kamp verandert in een levendige wijk waar Palestijnen kunnen werken, shoppen, wonen en een poging doen een nieuw bestaan buiten Palestina op te bouwen.

‘We hadden een heel grote winkelstraat’, herinnert Nimer Alkafry zich terwijl we door de verwoeste straten lopen. ‘Syriërs uit Damascus – uit het hele land eigenlijk – kwamen naar Yarmouk om te winkelen. Het was een bruisende stad.’

Bombardementen en een blokkade

Tot 2011. Op verschillende plekken in Syrië breken dat jaar protesten uit tegen het regime van Bashar al-Assad, ook Yarmouk blijft niet onaangetast. Syrische rebellen trekken naar de wijk om Palestijnen te rekruteren voor het Vrije Syrische Leger. Er breken gevechten uit tussen de rebellen en fracties van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) en het regime grijpt in met bombardementen.

Auto’s rijden door Yarmouk. Beeld: Kaja Bouman

Ondertussen criminaliseert Assad het verlenen van medische zorg aan anti-regeringsgezinde personen en bestempelt hulpverleners als staatsvijanden. Artsen die gewonde demonstranten of burgers in door de oppositie gecontroleerde gebieden behandelen, worden beschouwd als een directe militaire bedreiging. En zo worden ook dokters in Yarmouk, zoals Nimer, doelwit van het geweld.

In 2012 besluit Nimer daarom te vertrekken. Collega’s zijn dan al gedood, gearresteerd of simpelweg verdwenen, en het lijkt hem een kwestie van tijd voordat ook hij aan de beurt is. ‘Twee dagen nadat ik vertrok, kwamen ze naar mijn kantoor om me te doden, hoorde ik van familie. Ik was dood geweest als ik niet was vertrokken’, zegt de arts. Ook andere inwoners van Yarmouk verlaten massaal de stad door het aanhoudende geweld.

Op de bombardementen volgt een blokkade: Yarmouk wordt afgesloten van water en elektriciteit en de tekorten aan levensmiddelen nemen in rap tempo toe. Van de 20.000 mensen die in 2014 nog in het kamp wonen, komen er zo’n 150 om het leven door gebrek aan eten en medicijnen. In 2015 vecht terreurgroep ISIS zich het kamp in. De gevechten en bombardementen die volgen, laten de stad in puin achter. Als de overheid in 2018 de controle terugwint, wonen er nog maar een paar honderd mensen in Yarmouk.

Terug naar Yarmouk

Samen met zijn vrouw en drie kinderen is Nimer in de tussentijd gesetteld in Canada. Het is een comfortabel leven, zijn kinderen studeren aan Canadese universiteiten en hebben weinig herinneringen aan het achtergelaten leven in Yarmouk. Toch besloot Nimer na de val van Assad terug te keren. ‘Ik wilde terug en helpen met de wederopbouw.’ Zijn vrouw en kinderen zijn nog in Canada.

We lopen door de verwoeste straten van de wijk. We kijken naar binnen bij het skelet van een gebouw. In een van de kamers is de paarse verf op het plafond nog zichtbaar, een kleur die ooit zorgvuldig en met liefde is uitgekozen. In het midden van het plafond is de witte rozet met bloemachtige vormen nog intact. Er hangt een kabel uit waar ooit een lamp aan heeft gehangen. De kleine details vormen stille sporen van het gewone leven dat hier heeft plaatsgevonden.

‘Ik wilde terug en helpen met de wederopbouw’

Nimer loopt verder, hij wijst naar een ingestort gebouw achter een hek: ‘Dat was mijn school’, zegt hij. Verderop in de straat staat de moskee, te herkennen aan de groene qubba die boven de ruïnes uitsteekt. De moskee is tijdens de oorlog gebombardeerd en is een van de eerste gebouwen die weer is opgeknapt. ‘Op vrijdag vind je hier tegenwoordig alweer 2000 mensen voor het gebed’, vertelt Nimer.

Medische kliniek tussen het puin

Dan slaan we de hoek om. ‘We zijn er,’ zegt hij. Voor ons staat opnieuw een gebouw dat vooral uit verwoesting bestaat: een skelet van muren, bijna zonder ramen of deuren. Op straat liggen hopen puin, netjes bij elkaar geveegd. Maar op de begane grond zit een opening die ook meteen opvalt. Een echte deur, met ramen en een donkerblauw houten kozijn: een klein deel van dit gebouw is al opgeknapt.

Nimer Alkafry voor de deur van zijn medische kliniek. Beeld: Kaja Bouman

‘Welkom bij mijn kliniek’, zegt Nimer, en hij opent de gloednieuwe deur. ’s Middags en ’s avonds werkt hij als gynaecoloog in het ziekenhuis in Damascus, maar in de ochtenden werkt hij in zijn eigen medische kliniek in Yarmouk. De dokter zorgde de afgelopen maanden voor elektriciteit in het gebouw met behulp van zonnepanelen en een generator. Ook regelde hij stromend water, waardoor hij nu al zo’n zeven patiënten per dag kan behandelen.

We lopen de gang in, over schone grijze tegels die scherp afsteken tegen de gebroken stoeptegels bij de ingang. Het ruikt nog naar de verf die niet lang geleden op de muren is geschilderd. In de wachtkamer brandt licht en zit een assistent achter een toonbank. Ze zet koffie voor ons terwijl Nimer de behandelkamers laat zien. In elke ruimte staat een bank en een wasbak. ‘Hier komt straks een tandartspraktijk’, zegt hij terwijl hij een volgende deur opent. Daarna lopen we door naar zijn kantoor, waar een ruim wit bureau staat. Nimer vraagt even te wachten. Als de deur weer opengaat, is zijn donkerblauwe trainingspak veranderd in een net overhemd met stropdas. Trots gaat hij achter zijn bureau zitten: ‘Wil je hier een foto van me maken?’

Nimer Alkafry achter zijn bureau. Beeld: Kaja Bouman

Maandenlang sliep Nimer op een bank in de kliniek, hij verbouwde de behandelruimtes, maar werkte ondertussen ook aan het opknappen van zijn oude appartement. Over een paar dagen is dat af en hoeft hij niet meer op kantoor te slapen. ‘Dit kan omdat ik hier alleen ben, dit leven is te moeilijk met een vrouw en kinderen erbij. Ik had geen stromend water en niet altijd elektriciteit, maar voor mij is het genoeg, ik ben blij dat ik hier kan zijn.’

Nimer benadrukt dat hij het beter heeft dan veel anderen in het kamp, waar mensen niet altijd geld hebben om hun woningen op te knappen en daarom ook in koude wintermaanden leven zonder ramen, elektriciteit of stromend water. Veel mensen keren terug naar Yarmouk, omdat ze geen keuze hebben en niets anders kunnen betalen. Voor Nimer geldt dat niet. Hij kwam terug omdat hij wil bijdragen aan de wederopbouw van het kamp.

‘Ondanks alle problemen ben ik blij dat het regime weg is’

‘Ik heb een inkomen en daarom heb ik het goed, maar ik realiseer me dat veel mensen dat niet hebben. Ondanks alle problemen ben ik blij dat het regime weg is. Het was een overheid die mensen vermoorde en martelde. Er zijn twee collega’s van wie ik nog steeds niet weet wat er met hen is gebeurd. Er zijn zoveel mensen verdwenen en nooit gevonden. Nu het regime weg is, hebben we tenminste hoop voor de toekomst.’

Wederopbouw

In Syrië leeft zo’n 90 procent van de bevolking in armoede en de werkloosheid ligt vrij hoog, rond de 13 procent. In Yarmouk-Kamp valt dat volgens Nimer wel mee, want ‘hier kun je in de bouw werken, er is genoeg te doen.’ Als we weer naar buiten lopen, zijn kliniek uit, zien we een graafmachine. ‘Van de overheid’, vertelt de dokter. Volgens hem helpt de nieuwe regering mee aan de wederopbouw van Yarmouk, ook al gaat het nog wel langzaam.

De Palestijnse vluchtelingenorganisatie UNRWA en Italië besloten vorige maand 2 miljoen euro vrij te maken voor onderwijs, veiligheid voor personen met een beperking en andere levensonderhoudskansen voor Palestijnse vluchtelingen in Syrië. Het project focust op de duizenden families die inmiddels zijn teruggekeerd naar Yarmouk.

Een oude man wandelt langs de kapotte gebouwen. Beeld: Kaja Bouman

De familie van Nimer zit verspreid over de wereld, maar drie familieleden zijn al teruggekeerd naar Yarmouk. ‘Steeds meer mensen keren terug’, zegt de dokter. En dat is te zien, want door de verwoeste straten rijden nu ook gele taxi’s en vuilniswagens, en tussen de ingestorte gebouwen zitten opgeknapte woningen. Aan sommige balkons hangen plantenbakken met bloemen en kinderen van verschillende leeftijden wandelen over straat. Op verschillende plekken zijn kleine winkeltjes geopend, voor boodschappen of auto-onderdelen. Ergens anders zit een groepje mannen op straat met kopjes koffie. Het leven in het kamp keert terug.

De stad is gebouwd op herinneringen. De straten dragen namen van het Palestina dat de bewoners ooit verloren: Safed-straat, Deir Yassin-straat, Lubya-straat – genoemd naar het dorp waar vandaan onder andere de familie van Nimer tijdens de Nakba vluchtte. Maar nu is ook dit tweede thuis onherkenbaar veranderd. En hoewel veel voormalige inwoners van Yarmouk nooit zullen terugkeren, zijn er ook mensen zoals Nimer die dat wél doen: ‘Hier kunnen we tenminste naartoe terug.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -