Het christendom heeft twee gezichten als het om slavernij gaat

Ewout Klei
Ewout Klei
Historicus en journalist.

Lees meer

Het Nederlandse christendom worstelde eeuwenlang met slavernij. In Gods slaafgemaakten onderzoekt Martijn Stoutjesdijk hoe theologie zowel onderdrukking legitimeerde als bevrijding inspireerde, en waarom die dubbelheid nog steeds doorwerkt.

Het christendom heeft volgens de negentiende-eeuwse Duitse filosoof Arthur Schopenhauer een januskop. Aan de ene kant staat het christelijk geloof voor naastenliefde, barmhartigheid en verlossing; aan de andere kant ook voor allemaal nare zaken, waaronder de kruistochten, heksenvervolgingen, slavernij, kolonialisme en apartheid.

Ook ten aanzien van de slavernij had het christendom eeuwenlang twee gezichten. In zijn pas verschenen boek Gods slaafgemaakten onderzoekt theoloog en historicus Martijn Stoutjesdijk hoe het Nederlandse christendom zich verhield tot slavernij. Het is een interessante bijdrage aan het historische slavernijdebat, want Stoutjesdijk laat zien dat theologische argumenten belangrijk waren om slavernij te legitimeren, maar later ook om het fenomeen te veroordelen.

Was u tijdens uw onderzoek ergens persoonlijk door geschokt of verrast?

‘Ja, op meerdere momenten. Wat me vooral trof, was hoe diep predikanten zelf in het slavernijsysteem waren ingebed. In Suriname kregen ze slaafgemaakten soms letterlijk als beloning ‘in natura’. Ook hadden veel predikanten daar zelf een paar tot soms wel tientallen slaafgemaakten in eigen bezit. Dan kun je je afvragen: waarom was de kerk niet kritischer? Maar veel predikanten wáren onderdeel van het systeem. Dat maakt het morele falen pijnlijk concreet.’

U schrijft dat slavernij in de haarvaten van de Bijbel zit. Zijn hedendaagse christenen zich daar volgens u onvoldoende van bewust?

‘Absoluut. Veel kerken gaan er nog steeds vanuit dat de Bijbel tegen slavernij is, terwijl de slavernij op tal van plekken in de Bijbel wordt gelegitimeerd. Er is een groot gebrek aan reflectie op de rol van de Bijbel én de kerk in de geschiedenis van slavernij. Dat begint al bij vertalingen. Het Griekse woord voor ‘slaaf’ wordt vaak verzacht tot ‘dienstknecht’ of ‘bondsknecht’. Daardoor verliezen passages hun scherpte.’

In Nederland bestaat vaak het beeld dat slavernij vooral een economisch systeem was. U benadrukt juist de theologische legitimatie ervan. Hoe belangrijk was religie werkelijk voor het voortbestaan van slavernij?

‘Dat is een lastige vraag, maar religie speelde zeker een grote rol. Vanaf het begin van de koloniale expansie waren kerk en staat nauw met elkaar verweven. Predikanten als Petrus Plancius waren betrokken bij de oprichting van de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie, red.) en WIC (West-Indische Compagnie, red.). En de Heren Zeventien zaten vaak ook in de kerkenraden van de grote steden. De belangen liepen parallel.

‘De fundamentele vraag of slavernij zélf verkeerd was, werd zelden gesteld’

‘Daarbij ontstond een schizofrene situatie: in Nederland zelf gold dat een slaafgemaakte vrij werd zodra hij voet op Nederlandse bodem zette. Maar in de koloniën was slavernij gewoon toegestaan. Nederland was zogenaamd een vrij land — maar in de overzeese gebiedsdelen golden andere regels.’

Werd die dubbelheid ook actief verdedigd?

‘Zeker. Neem Jacobus Capitein, een zwarte ex-slaafgemaakte die in Leiden theologie studeerde. In zijn dissertatie verdedigde hij slavernij als verenigbaar met het christendom. Anderen, zoals Godefridus Udemans, vonden slavernij niet ideaal, maar wezen erop dat de Bijbel het instituut erkent. De vraag werd dan: hoe doe je het ‘christelijk’? Voor heidenen kon slavernij zelfs een kans zijn om met het christendom in aanraking te komen, vonden ze. De fundamentele vraag of slavernij zélf verkeerd was, werd zelden gesteld.’

U beschrijft meerdere momenten waarop christenen ook tegen slavernij hadden kunnen kiezen. Waarom gebeurde dat meestal niet? Waren economische belangen uiteindelijk belangrijker dan het Evangelie?

‘Rond 1600 had Nederland een andere weg kunnen kiezen, maar men accepteerde slavernij als een fait accompli, een voldongen feit, dat noodzakelijk was voor een profijtelijke uitbating van de pas verworven koloniën. Economische belangen wogen dus zwaar. Ook waren er genoeg Bijbelteksten die slavernij legitimeerden. Beide factoren versterkten elkaar.’

Het Exodusverhaal (over de uittocht uit Egypte, red.) inspireerde tot slaafgemaakten, maar slavenhouders gebruikten de Bijbel óók om slavernij te verdedigen. Is de Bijbel uiteindelijk eerder bevrijdend of gevaarlijk geweest?

‘De Bijbel is meerstemmig. Het Exodusverhaal is echt een bevrijdingstekst. In het Nieuwe Testament gebruikt Jezus vaak het begrip vrijheid, maar dan vooral geestelijk. Hij is kritisch op rijkdom, daar kun je ook slaaf van worden. De Bijbel biedt dus zowel bevrijding als dat het slavernij legitimeert. Het hangt af van wie de Bijbel leest en welke bril je opzet.’

In uw boek speelt racialisering een grote rol, bijvoorbeeld rond de ‘Vloek van Cham’ (dat zwarte mensen zouden zijn vervloekt tot slavernij, red.). Hoe belangrijk was christelijke theologie voor het ontstaan van modern racisme?

‘Dat is een ingewikkelde discussie. In het vroegmoderne denken viel wit-zijn vaak samen met christen-zijn, maar het christendom heeft tegelijkertijd ook een universele boodschap. Er werden kerken gesticht in Sri Lanka en Indonesië. Slaafgemaakten die naar Nederland kwamen, werden gedoopt. Dominees gebruikten daarbij universele teksten: denk aan de kamerling uit Ethiopië die door de apostel Filippus werd gedoopt. De idee van een wereldkerk botst met racisme.

‘Het beeld dat islamitische slavernij milder was, klopt denk ik maar ten dele’

‘Veel Europeanen zagen zichzelf in de praktijk niettemin als hoger ontwikkeld. In Suriname werd gezegd dat zwarte mensen nooit ‘echte’ christenen konden worden. Dat was theologie in dienst van het slavernijsysteem.’

U bent zelf verbonden aan de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Is er binnen kerken voldoende bereidheid om kritisch naar dit verleden te kijken?

‘Het besef groeit, zeker in de landelijke kerk. Maar in lokale gemeenten is het lastiger. Hoe orthodoxer de kerk, hoe minder ingang je vindt met dit verhaal. Dat is opvallend, want in de zeventiende eeuw was juist de Nadere Reformatie (een zwaar-calvinistische beweging in de kerk, red.) uitgesproken kritisch op slavernij en in de negentiende eeuw keerde het Réveil (een orthodoxe opwekkingsbeweging in de Nederlandse Hervormde Kerk, red.) zich fel tegen dit onrecht. Maar tegenwoordig is de refowereld vaak minder ontvankelijk voor dit onderwerp. Ze veroordelen de slavernijdiscussie niet per se als ‘woke’ in mijn ervaring, maar ze zien niet in hoe het slavernijverleden ook deel is van hun christelijke geschiedenis.’

In het publieke debat gaat het vaak over christelijke slavernij, maar veel minder over islamitische slavernij. Hoe verhouden die tradities zich tot elkaar? En was de islamitische slavernij niet milder?

‘Het beeld dat islamitische slavernij milder was, klopt denk ik maar ten dele. Er waren huisslaven en haremslaven, maar er bestonden ook plantage-achtige systemen in de islamitische wereld. De trans-Sahara-slavenhandel kende daarnaast gruwelijke sterftecijfers. Bovendien sloten de Portugese slavenhandel later aan op bestaande islamitische netwerken. We moeten dus oppassen om deze slavernij te vergoelijken.’

Sommigen zeggen: ‘Slavernij bestond overal.’ Maakt dat de rol van christelijke mogendheden minder uniek?

‘Ik geloof niet dat slavernij overal en altijd voorkwam. In de zestiende eeuw was slavernij in Nederland afwezig. Ons land had er ook voor kunnen kiezen om niet mee te doen aan de slavenhandel. Maar we deden het wel.

‘Culturen gaven daarnaast een heel verschillende invulling aan slavernij. In veel samenlevingen konden slaafgemaakten trouwen en bleven ze in dezelfde plaats wonen waar ze geboren waren. De trans-Atlantische slavernij was in vergelijking daarmee veel grimmiger. Er was een hoge sterfte, slaafgemaakten werden ontworteld en onderworpen aan zware arbeid, en er is een raciale erfenis die tot vandaag de dag doorwerkt.

‘De trans-Atlantische slavernij was veel grimmiger’

‘Daarnaast, en dat vind ik een belangrijk punt, moet elke cultuur haar eigen geschiedenis kritisch onder ogen zien. Dat doen we niet alleen in het Westen. In Ghana is er ook debat over de rol van lokale elites, die mensen tot slaaf maakten en aan de Europeanen verkochten.’

Het christendom speelde ook een rol bij de afschaffing van de slavernij, las ik in uw boek. Maar dit is toch ook te danken aan de Verlichting? Denk aan het boek Candide van Voltaire, waarin hij de slavernij in Suriname scherp hekelt.

‘Abolitionisme heeft twee bronnen: christelijke naastenliefde en de Verlichting. In Nederland werkten de mannen en vrouwen van het Réveil nauwelijks samen met de liberalen, want ze stonden ideologisch lijnrecht tegenover elkaar. Toch beïnvloedden ze elkaar wel. Beide stromingen erkenden de slaafgemaakte als mens, de een op christelijke en de andere op humanistische gronden.

‘Je moet bovendien de rol van het buitenland niet vergeten. Als het Verenigd Koninkrijk Nederland niet onder druk had gezet, dan was de slavernij pas veel later afgeschaft. Zo veel invloed hadden de Nederlandse abolitionisten ook weer niet.’

U schrijft in uw boek ook over de rol van zwarte christenen. Wat maakt hun bijdrage bijzonder?

‘Zwarte christenen lazen de Bijbel zelf, zonder formele opleiding, en ontwikkelden hun eigen theologische interpretaties. Het Exodusverhaal werd voor hen een bron van hoop. Ze identificeerden zich daarnaast met de lijdende Christus.

‘Vandaag de dag wordt dat aspect soms overschaduwd door hernieuwde aandacht voor Winti en andere inheemse religies. Toch is het belangrijk om te zien dat zwarte mensen het christendom niet alleen opgelegd kregen; ze maakten het geloof ook echt eigen en ontwikkelden eigen Bijbelinterpretaties.’

Daarover, er was toch ook een Bijbel speciaal voor slaafgemaakten, waaruit het Exodusverhaal was geschrapt?

‘Dat klopt. Je bedoelt de zogenoemde ‘Slave Bible’, een ingekorte versie van de Bijbel die missionarissen gebruikten. Daarin waren bevrijdingsteksten weggelaten, zoals Exodus en Galaten 3:28: ‘Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.’ Een dergelijke versie van de Bijbel heb ik niet gevonden in de Nederlandse koloniën, maar tegelijkertijd is wel duidelijk dat Nederlandse theologen heel selectief in de Bijbel ‘shopten’. In die zin kun je gerust zeggen dat er ook sprake was van een Nederlandse slavenbijbel. Missionarissen mochten immers wel het geloof brengen, maar slaafgemaakten mochten niet op ‘verkeerde’ ideeën worden gebracht. Maar juist de teksten die zij oversloegen, werden door zwarte christenen centraal gesteld.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -