Ook de islamitische wereld kent een lange geschiedenis van slavernij

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

De trans-Atlantische slavernij is uitgebreid onderzocht, maar de slavenhandel in de islamitische wereld krijgt veel minder aandacht. In Abd schetst historicus Justin Marozzi die geschiedenis, waarvan de omvang lang werd verdonkeremaand.

Midden april nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met een grote meerderheid van 123 stemmen vóór, 3 stemmen tegen en 52 onthoudingen een resolutie aan waarmee de Trans-Atlantische slavenhandel betiteld werd als ‘de ergste misdaad tegen de menselijkheid’. Twee van de drie tegenstemmers waren – verklaarbaar – Israël en de Verenigde Staten. Tot de vele landen die zich van stemming onthielden, behoorden de meeste Europese landen, waaronder Nederland.

Waarover zij struikelden, was het woordje ‘ergste’. Niet: ‘één van de ergste’, maar uitdrukkelijk: ‘ergste’. Het inhoudelijke bezwaar daartegen was tweeledig. Ten eerste belandde de Shoah daarmee automatisch in de hiërarchie van verschrikkingen op de tweede plaats – en waar het westerse kolonialisme voor de niet-westerse landen de morele maat van alle dingen vormt, vormt de genocide door de nazi’s op de Joden dat voor de westerse.

Voor gekoloniseerde volkeren maakt het niet zoveel uit of de veroveraars per schip of per kameel hun land binnenvielen

En ten tweede werd met het uitsluitend noemen van de Trans-Atlantische slavenhandel de slavernij en slavenhandel in andere delen van de wereld – bijvoorbeeld door de Arabieren – ook stilzwijgend naar het tweede plan verwezen.

Het herinnert aan de wijze waarop ooit door diezelfde VN ‘kolonialisme’ werd gedefinieerd en veroordeeld: als imperialisme over zee. Daarmee werd dat tot een uitsluitend westers verschijnsel gemaakt en bleef onderdrukkend imperialisme over land – bijvoorbeeld van Moskou, Beijing, Djakarta (denk: Molukken) – doelbewust buiten schot. Maar voor gekoloniseerde volkeren maakt het niet zoveel uit of de veroveraars per schip of per kameel hun land binnenvielen.

Groot taboe

De meer dan duizendjarige slavernij in de islamitische wereld, waarbij Arabische slavenhandelaren al vele eeuwen vóór de Portugezen begonnen waren zwart Afrika leeg te roven: het vormde als onderwerp lang een groot taboe. Zowel in het Westen als in het Oosten zelf. In het eerste geval uit angst enerzijds extreemrechts met anti-Arabische vooroordelen in de kaart te spelen en anderzijds het verwijt te krijgen daarmee het westerse aandeel te willen relativeren.

En in het tweede geval in feite om dezelfde reden: het zou het mondiale aanzien van de Arabische wereld te zeer schaden en het uitspelen van de antiwesterse morele kaart moeilijker maken als men onder ogen moest zien dat men zelf inzake de slavenhandel eeuwenlang geen haar beter was geweest. De omvang werd lang verdonkeremaand, de aard ervan gebagatelliseerd. Uitvoerige aandacht voor de slachtoffers van Arabisch imperialisme paste niet in het dominante vertoog van slachtofferschap, omdat men dus zelf óók dader was geweest – zoals het niet in het dominante vertoog van slachtofferschap van Israël past dat men nu zelf dader geworden is.

Zijn boek bestrijkt de hele regio van Mauretanië (waar nog steeds slavernij bestaat) tot en met Perzië

Dat wegkijken is sinds de eeuwwisseling gelukkig wel afgenomen; ook in Turkije, Marokko en een aantal Arabische landen loopt een generatie jongere historici – zij het vaak tegen de zin van een oudere garde – niet langer om dit thema heen. Maar de omvang van de literatuur is maar een fractie vergeleken bij die over de Trans-Atlantische slavenhandel en haar gevolgen. Zo is niet alleen het aantal detailstudies gering, maar ook het aantal gedegen overzichtswerken.

Daaraan is vorig jaar een nieuw boeiend boek toegevoegd, Captives & Companions, nu net in het Nederlands vertaald onder de titel Abd. De geschiedenis van slavernij en slavenhandel in de islamitische wereld. De auteur, de in 1970 geboren Engelse historicus en journalist Justin Marozzi, was vele decennia in de Arabische wereld werkzaam, in een hele reeks van landen, en kent die zo door en door. Zijn boek bestrijkt de hele regio van Mauretanië (waar nog steeds slavernij bestaat) tot en met Perzië. ‘Abd’ is het Arabische woord voor ‘slaaf’ – dienovereenkomstig heeft ook de vertaler getracht het gebruik van gekunstelde anglicismen als ‘slaafgemaakten’ zoveel mogelijk te vermijden.

12 tot 17 miljoen

Aan de aantallen slachtoffers kan het, wat die langdurige en hardnekkige wetenschappelijke onderbestudering betreft, niet liggen: het aantal Afrikanen dat in nog geen vier eeuwen tijd in totaal in slavernij naar de beide Amerika’s werd weggevoerd, wordt op 11 tot 14 miljoen geschat, het aantal Afrikanen dat in elf eeuwen in Arabische slavernij belandde op 12 tot 17 miljoen. Precieze aantallen zijn in dat laatste geval veel moeilijker te achterhalen, omdat, anders dan bij Europese slavenschepen, de administratie veel gebrekkiger was.

Daarnaast kan, als bescheiden excuus voor die langdurige onderbestudering, aangevoerd worden dat de geroofde Afrikanen niet over zee, maar over land gedeporteerd werden, wat de geografische scheidslijn minder strikt maakt: waar ging slavernij binnen ‘zwart’ islamitisch Midden-Afrika zelf – want die bestond ook! – over in slavernij binnen ‘wit’ (Arabisch) islamitisch Noord-Afrika? En waar het in de Amerika’s vrijwel uitsluitend zwarte Afrikanen en zware fysieke dwangarbeid op plantages betrof, is het beeld voor de islamitische wereld veel diverser. Dat maakte het in het verleden makkelijker om een te rooskleurig beeld te schetsen.

Allereerst bestond een substantieel deel van de Arabische slaven niet uit Afrikanen, maar was afkomstig van de Balkan, de Kaukasus, Zuid-Rusland, Centraal-Azië of het Indische subcontinent. Die slaven konden het soms tot hoge militaire of bestuurlijke functies brengen – denk aan de (christelijke) Janitsaren in het Ottomaanse Rijk of de Mammelukken in Egypte – en zo een heel comfortabel leven leiden, al bleven zij in dat opzicht een minderheid en al bleven ook zij ten opzichte van hun meester tegelijk rechteloos.

Enorme variëteit in soorten slavernij

Het woord ‘Abd’ geeft dat eigenlijk ook aan: het kan behalve met het niet voor misverstand vatbare Nederlandse woord ‘slaaf’ in andere gevallen ook als ‘dienaar’ worden vertaald. Daarmee kon – op grond van diens maatschappelijke succes – de formeel en feitelijk nog steeds fundamenteel onvrije status van de persoon in kwestie op eufemistische wijze worden verhuld. De term ‘Abd’ is zo tekenend voor de mogelijkheid tot grotere dubbelzinnigheid die de enorme variëteit in soorten slavernij binnen de islamitische wereld aan een sympathisant bood.

Allereerst bestond een substantieel deel van de Arabische slaven niet uit Afrikanen

Een groot verschil met de Amerika’s vormde voorts uiteraard ook de massale haremslavernij voor (door eunuchen bewaakte) vrouwen, die in die legale vorm in het Westen absoluut niet bestond. Maar daarnaast trof een behoorlijk deel van vooral de zwarte Afrikanen hetzelfde wrede lot als hun soortgenoten aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan: tewerkstelling op plantages of in steengroeven, koper- en zoutmijnen. Met in de Arabische wereld dezelfde effecten op het tot op heden zeer hardnekkige voortbestaan van racistische opvattingen jegens zwarte mensen als in de beide Amerika’s – dezelfde soort raciale vooroordelen die voorheen de slavernij moesten helpen legitimeren.

Gebrek aan bronnen

Het is met een schokkend concreet actueel voorbeeld van dat laatste dat Marozzi zijn boek begint. Het daarmee helaas onvermijdelijk anekdotisch-individuele karakter daarvan vormt een prelude op de aanpak in de rest van het boek, wat bij alle informatierijkdom als het belangrijkste manco ervan aangemerkt moet worden. Het tweede manco vormt de wel erg onevenwichtige nadruk op de negentiende eeuw. Dat valt niet los te zien van een gebrek aan bronnen, ten minste aan ooggetuigenverslagen van (meest westerse) buitenstaanders en egodocumenten van de slachtoffers zelf: die zijn voor eerdere eeuwen nu eenmaal veel schaarser.

In het verlengde daarvan komt de nadruk dan onvermijdelijk ook zeer sterk op de sociale bovenlaag te liggen, wier ervaringen nu eenmaal in veel grotere frequentie zijn opgetekend. Voor het eerste millennium zorgt dat voor een te hoog 1001 Nacht-gehalte. Over het zware dagelijkse leven van de doorsneeslaven op de plantages en hun wrede behandeling komen we – vergelijk dat met wat over het Amerikaanse equivalent bekend is – maar zeer weinig te weten.

De nadruk ligt zo te weinig op de praktijk en te sterk op de theorie: te sterk op de wijze waarop de slavernij op basis van het islamitisch recht eeuwenlang werd gelegitimeerd, en met welke argumenten zij in de 19de eeuw werd bestreden – in de islamitische wereld zelf, maar toch vooral van Europese zijde. Eén parallel met Europa zelf valt overigens bij dat eerste op: ketters en heidenen tot slaaf maken gold als veel legitiemer dan datzelfde doen met geloofsgenoten. Dat was not done.

Justin Marozzi, Abd. De geschiedenis van de slavernij en slavenhandel in de islamitische wereld, Omniboek, 624 blz., € 39,99

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -