Wakkert de politieke oppositie in Turkije inmiddels de wanhoop onder de bevolking nog sterker aan dan het regime van Recep Tayyip Erdogan zelf? Of de oppositie de regering als bron van onvrede overtreft, valt te betwisten, maar door haar chronische passiviteit en interne chaos verspeelt ze actief het beetje hoop dat nog resteert op een democratische toekomst.
De stemming onder de bevolking is onmiskenbaar: volgens de ‘Pulse of Turkey’-peiling van onderzoeksbureau Metropoll van juli 2026 wees bijna twee derde van de ondervraagden op diepe teleurstelling toen hun werd gevraagd welk gevoel hun reactie op de recente politieke ontwikkelingen het beste weergeeft.
Maar liefst 33,6 procent noemde ‘angst en bezorgdheid’, terwijl 30,5 procent koos voor ‘vermoeidheid en frustratie’. Daarmee kwam het totale negatieve sentiment uit op 64,1 procent. ‘Hoop’ kwam ondertussen niet verder dan 10,6 procent en ‘vertrouwen’ bleef steken op een schamele 7,2 procent. In het Turkije van vandaag gaan twee op de drie burgers gebukt onder een verstikkende deken van politieke uitputting.
Een recent voorbeeld maakt dit duidelijk. De oppositie werd volledig in beslag genomen door haar eigen crises: de pro-Koerdische DEM-partij raakte betrokken bij het ontwapeningsproces van de PKK, terwijl de belangrijkste oppositiepartij CHP bezweek onder juridische druk en bittere interne verdeeldheid. De regeringscoalitie van president Erdogan maakte gebruik van deze afleiding en loodste een verstrekkende wet door het parlement die de controle over de technische ruggengraat van het internet in handen legt van een op veiligheid gerichte presidentiële instantie. Daarmee is een beslissende stap gezet in de richting van volledig digitaal autoritarisme.
Op 24 juli 2026 — opvallend genoeg de verjaardag van de opheffing van de Ottomaanse perscensuur in 1908 — nam de Grote Nationale Assemblee van Turkije wetswijzigingen aan waarmee de belangrijkste bevoegdheden voor toezicht op en ingrijpen in internet en sociale media werden overgeheveld. Die lagen voorheen op grond van Wet nr. 5651 bij de Autoriteit voor Informatie- en Communicatietechnologie (BTK), maar gingen nu naar het Presidium voor Cyberveiligheid, een instantie die rechtstreeks onder het door Erdogan benoemde presidentschap valt. De wet trad op 31 juli 2026 in werking als Cyberveiligheidswet nr. 7545.
De oppositie werd volledig in beslag genomen door haar eigen crises
Vooral de manier waarop de wet werd aangenomen is veelzeggend. Van de 600 parlementsleden kwamen er slechts 252 opdagen voor de stemming; de wet werd aangenomen met 220 stemmen voor en 32 tegen. Dat betekent dat ongeveer 350 parlementariërs — voor het overgrote deel van de oppositie — niet deelnamen aan de stemming. Ze werden afgeleid door de oprichting van een nieuwe oppositiepartij en het illusoire ‘vredesproces’, terwijl deskundigen al weken waarschuwden dat de stemming eraan zat te komen.
Het is een bekend patroon: de Turkse regeringscoalitie kiest voor haar meest ingrijpende autoritaire maatregelen telkens momenten waarop de oppositie verdeeld is en het publieke debat wordt afgeleid door kunstmatig gecreëerde discussies over minder belangrijke kwesties.
Inhoudelijk centraliseert de wet het digitale bestuur en brengt zij dit op verschillende concrete manieren onder het veiligheidsapparaat:
- De technische controle over de internetinfrastructuur, waaronder de bevoegdheid om de bandbreedte te beperken of de toegang af te sluiten, gaat over naar het nieuwe Presidium voor Cyberveiligheid.
- Het beheer van en beleid rond domeinnamen (DNS), voorheen in handen van de ICTA/BTK, valt voortaan onder dezelfde veiligheidsinstantie.
- Het Presidium houdt rechtstreeks toezicht op de naleving van de regels door socialemediaplatforms en kan opdracht geven de toegang te blokkeren of inhoud te verwijderen.
- De cyberdatacentra en gespecialiseerde medewerkers van de BTK moeten binnen drie maanden worden overgedragen aan de nieuwe instantie, waardoor het toezicht op internet volledig wordt opgenomen in de presidentiële hiërarchie.
- Providers, toegangsaanbieders en datacentra moeten opdrachten om toegang te blokkeren of de snelheid te beperken binnen twee uur uitvoeren. Vervolgens heeft een strafrechter 24 uur om het besluit te beoordelen. Als binnen 48 uur geen uitspraak volgt, vervalt de maatregel automatisch. Feitelijk komt dit neer op een model van ‘eerst handelen, daarna toetsen’.
- De wettelijke definitie van ‘verkeersgegevens’ omvat nu expliciet informatie over bron en bestemming. Daardoor kan van begin tot eind worden gevolgd welk apparaat verbinding maakte met welke website, vanaf welk IP-adres en op welk moment. Die gegevens kunnen worden gebruikt voor uitgebreide profilering onder de noemer ‘nationale cyberdreigingsinformatie’.
- Platforms die de regels niet naleven, kunnen per overtreding bestuurlijke boetes krijgen van ongeveer 350 tot 1.800 euro. Daarnaast kunnen andere boetes op het gebied van cyberveiligheid oplopen tot 1,8 miljoen euro en kunnen gevangenisstraffen tot twaalf jaar worden opgelegd.
Mensenrechtenorganisaties zoals Ifade Özgürlügü Dernegi, vereniging voor vrijheid van meningsuiting, waarschuwden tijdens de behandeling van de wet dat vage bepalingen over ‘nationale veiligheid’ en situaties waarin ‘uitstel schadelijk zou zijn’ preventieve censuur feitelijk legaliseren zonder betekenisvol rechterlijk toezicht.
De maatregel volgt op jaren van stapsgewijze aanscherping, gedocumenteerd door monitoringplatforms zoals EngelliWeb, dat regelmatig afzonderlijke verwijderingen van online-inhoud op grond van Wet 5651 registreert. De nieuwe wet formaliseert en versnelt in wezen een systeem van blokkades dat al van geval tot geval werd toegepast.
De maatregel volgt op jaren van stapsgewijze aanscherping
Na de overdracht van bevoegdheden van de BTK aan het Presidium voor Cyberveiligheid (SGB) kwam de nieuwe instantie onmiddellijk in actie. Op 6 augustus begon zij blokkades op te leggen en volgens gegevens van EngelliWeb werd alleen al op 7 augustus de toegang tot minstens 1.048 domeinnamen geblokkeerd.
Van de twee meest aangehaalde modellen van digitaal autoritarisme lijkt het nieuwe Turkse systeem meer op het Chinese dan op het Iraanse model. Iran leunt sterk op een parallel ‘nationaal informatienetwerk’, dat tijdens onrust kan worden afgesloten van het wereldwijde internet. De Turkse wet probeert daarentegen niet het land technisch los te koppelen van het open internet.
In plaats daarvan vertoont het systeem overeenkomsten met de Chinese aanpak, waarbij de controle over de infrastructuur, de bevoegdheid over DNS en het verzamelen van verkeersgegevens worden gecentraliseerd bij één staatsveiligheidsinstantie die snel verwijdering of blokkering kan opleggen. Rechterlijke toetsing fungeert daarbij achteraf eerder als een formaliteit dan als een daadwerkelijke controle vooraf.
Het praktische gevolg — een censuurregime van ‘eerst schieten, daarna procederen’ — brengt het Turkse digitale bestuur verder weg van de Europese normen voor behoorlijke rechtsbescherming en dichter bij de preventieve, op veiligheid gerichte controle zoals die in Beijing wordt toegepast.
Het treurige is dat deze stap naar verdere duisternis mede mogelijk werd gemaakt door de oppositie, terwijl de verzwakte en gepolariseerde Turkse media de betekenis ervan grotendeels niet onderkenden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat al maandenlang bijna 30 procent van de kiezers onbeslist blijft of uit protest geen keuze maakt.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

