Hij was een van de gezichten achter de Rode Lijn-demonstraties en voerde pittige gesprekken met premiers Rutte en Schoof en met Jetten over het Nederlandse beleid ten aanzien van Israël. Nu gooit Michiel Servaes het roer om: hij wil voorzitter worden van Pro en daarmee de grootste linkse beweging van dit moment gaan leiden.
Zijn rode jasje hangt nu misschien even in de kast, maar zeker niet aan de wilgen. Servaes heeft zich de afgelopen maanden ontpopt tot een ware activist – geen vanzelfsprekende rol voor een directeur van Oxfam Novib. Maar hij en andere ngo-directeuren voelden zich genoodzaakt zich in te zetten voor de Palestijnse zaak, want de politiek liet het afweten.
Dat voelt hij nog steeds zo, vertelt hij. Sterker nog, het was misschien wel uit frustratie over het uitblijven van verandering in het Nederlandse beleid – onder andere ten opzichte van Israël – dat Servaes besloot zich opnieuw in de politieke arena te begeven. Opnieuw, want hij was ten tijde van Rutte II Tweede Kamerlid namens de PvdA. ‘Dat was natuurlijk wel een hele andere rol.’

Wat doet een partijvoorzitter eigenlijk?
‘Dat verschilt eigenlijk nogal per partij. Bij sommige partijen is het een nevenfunctie. Bij zowel PvdA als GroenLinks was het altijd een volledige baan, hoewel die ook daar verschillend werd ingevuld. Je kunt vooral faciliterend zijn, maar ook aanjager van debat of sparringpartner voor de politieke leiding. Bij de PvdA werd de rol van voorzitter altijd wat politieker ingevuld en wat mij betreft is dat ook wat Pro de komende tijd nodig heeft: iemand die het allebei kan.’
Als voorzitter zou je wat jou betreft dus best iets mogen zeggen over de lijn van de politieke partij?
‘Zeker, maar dan namens de leden, uiteraard. De leden hebben daar best sterke ideeën over. Je moet natuurlijk niet op de stoel van de partij- of fractieleider in Den Haag willen zitten voor de dagelijkse politiek. Maar je kunt je wel uitspreken over de lange lijnen. Waar wil je als partij naartoe?’
Je hebt het vaak over people power, ook bij Oxfam Novib al. Hoe moet die people power er volgens jou uitzien binnen Pro?
‘Op een paar manieren. Ten eerste is een partij natuurlijk uiteindelijk een partij van mensen. Na de fusie is Pro de grootste ledenpartij van Nederland, met meer dan 100.000 leden.
De lokale afdelingen weten heel goed wat er leeft in de buurt. Wat me echter opvalt, is dat zij met dezelfde vraag zitten: hoe zorgen we ervoor dat we mensen in onze gemeente organiseren om zich in te zetten voor bijvoorbeeld vergroening van de buurt, leefbaarheid of een goed gesprek over hoe we vluchtelingen verwelkomen? Dat vergt people power en lokale bewegingsopbouw.
Ik merk dat afdelingen hierin behoefte hebben aan ondersteuning. Hoe zet je een campagne op? Hoe organiseer je handelingsperspectief voor mensen in je gemeente? Hoe ben je aantrekkelijk voor jongeren? Ik denk dat we dit met elkaar moeten uitvinden en support voor mensen in de frontlinie moeten organiseren.
‘Je moet echt naar mensen en groepen toe en eerst vragen: wat hebben jullie nodig om jullie doelen te bereiken?’
Maar er is nog een ander belangrijk aspect. Pro moet als politieke partij veel dichter bij maatschappelijke organisaties, vakbonden en activistische bewegingen gaan staan — en ook echt naar hen toe gaan.
In de politiek denken we soms dat het genoeg is om groepen en organisaties af en toe uit te nodigen om op een podium te komen staan. Maar in mijn acht jaar bij Oxfam heb ik geleerd dat het zo niet werkt. Je moet echt naar mensen en groepen toe en eerst vragen: wat hebben jullie nodig om jullie doelen te bereiken? Welke gevoeligheden spelen er? Hoe willen jullie gezien en betrokken worden? Dat vraagt om een heel andere mindset.’
Er zijn mensen die vinden dat er meer gedacht moet worden in termen van een progressieve beweging dan van een typisch linkse partij. Zit daar wat in?
‘Ik denk dat je niet bang moet zijn om ook scherpe debatten te voeren; daar leent een politieke partij zich juist voor. Dat heb ik de laatste tijd eerlijk gezegd een beetje gemist. Neem bijvoorbeeld de genocide in Gaza. Het heeft heel lang geduurd voordat de partij uit de kramp kwam en het aandurfde om hier open – en uiteraard respectvol – met elkaar over te discussiëren en uiteindelijk een stevige positie in te nemen. Ik heb om me heen gezien dat mensen hierdoor teleurgesteld raakten of zich niet vertegenwoordigd voelden.
Bovendien denk ik dat je juist moet gaan staan voor wat je bent: een grote links-progressieve partij. Dat schrijf ik ook in mijn mini-fest, waarin ik uiteen zet waar je op kunt rekenen als ik voorzitter word.
‘Je moet wel met lef en overtuiging gaan staan voor wat je vindt’
Wat dat betreft was ik eerder wel teleurgesteld hoe de partij omging met het frame dat we een ‘radicale’ partij zouden zijn, zoals Dilan Yesilgöz ons in verkiezingstijd probeerde te framen. De partij schoot enorm in de verdediging, probeerde te bewijzen dat wij helemaal niet zo radicaal zijn en juist hele redelijke mensen zijn die verschrikkelijk goed hebben samengewerkt met de VVD in het verleden.
Je hoeft je echt niet te laten aanmeten dat je extreem bent, maar je moet wel met lef en overtuiging gaan staan voor wat je vindt. Bijvoorbeeld dat er na zestien jaar VVD aan de macht echt een radicaal andere koers nodig is: eerlijker, groener, menselijker en rechtvaardiger. Je moet zonder voorzichtigheid en met trots durven zeggen dat je een linkse partij bent.’
Ook binnen links kringen is er discussie over wat rechtvaardigheid betekent. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de recente interviews van Tim Hoffman met enerzijds Bob Scholte van Left Laser, en anderzijds Sylvana Simons. Scholte vindt dat links zich zoveel mogelijk moet verenigen in de klassenstrijd en boven identiteitspolitiek moet staan. Simons stelt juist dat ook binnen klassen ongelijkheid bestaat en je daarom moet blijven opkomen voor bepaalde minderheden. Hoe kun je deze belangen verenigen?
‘Het is geen tegenstelling. Of je nu voor de rechten van minderheden opstaat of een klassenstrijd voert, je strijdt voor gelijkheid. De scheidslijnen in onze samenleving zijn deels bepaald door inkomen en vermogen, maar ook door je positie, wie je bent en waar je vandaan komt. Ik vind het een interessante discussie, maar ik vind het absurd om te doen alsof je niet voor het ene belang kunt opkomen, omdat je dan minder geloofwaardig zou zijn op de klassieke sociale thema’s. Het tegendeel is wat mij betreft waar.’
Je bent de afgelopen jaren bezig geweest voor een maatschappelijke organisatie, waarbij je regelmatig tegen de macht inging. Wat ga je anders doen als je verantwoordelijk bent voor een politieke partij?
‘Inhoudelijk niets. Ik ben wie ik ben en ik vind wat ik vind. Het lijkt me ook gezond, zowel voor mijn eigen welzijn als voor de leden die mogen kiezen, dat ze weten waar ik voor sta.
Mijn rol zal natuurlijk wel anders zijn. Hoewel ik nu ook het grootste gedeelte van mijn tijd achter de schermen bezig ben om een organisatie te leiden, ben ik wel het gezicht naar buiten. De rol van voorzitter zal wat meer dienend en faciliterend zijn, om ervoor te zorgen dat leden, afdelingen, maar ook de politieke kopstukken goed kunnen optreden. Dat bevalt me wel. Ik vind het wel fijn om één stapje naar achter te doen, al zal ik mijn stem blijven gebruiken als ik denk dat dat nodig is.’
In je huidige rol ben je veel bezig geweest met de kwestie Israël-Palestina. Denk je dat je straks meer impact hebt om hierin iets voor elkaar te krijgen?
‘Niet alleen op dit thema, maar ik geloof echt dat het een niet zonder het andere kan. Maatschappelijke organisaties, activisme en bewegingsopbouw kunnen niet zonder een politieke voorhoede. En een politieke voorhoede kan niet zonder die maatschappelijke beweging. Dat geldt voor al die grote progressieve thema’s.
‘Nu is het tijd om de blik weer naar buiten te richten’
Het is wel zo dat mijn motivatie om me kandidaat te stellen voor deze functie deels voortkwam uit frustratie over het feit dat de politiek nog steeds niet luistert naar zaken waar de meerderheid zo duidelijk over is: de klimaatcrisis, eerlijke belastingen, de macht van tech-miljardairs, het onrecht in de wereld. Progressief Nederland zou wat mij betreft een politiek breekijzer moeten zijn om op al die grote thema’s de brede politiek wel te laten luisteren.
We moeten ook niet meer accepteren dat een partij als de VVD, die 15 procent van de stemmen heeft gehaald in dit land, het regeerakkoord dicteert. Daar moeten we echt doorheen breken en daar wil ik vanuit de politiek graag mijn steentje aan bijdragen.’
Wat zou je daaraan kunnen doen vanuit de rol als voorzitter?
‘Uiteindelijk moet de partij gewoon een succes worden. Er is veel tijd gestoken in de fusie en ik ben dankbaar voor al die inspanningen die hiervoor zijn geleverd, maar het is ook ten koste gegaan van hoe zichtbaar de partij is geweest. Nu is het tijd om de blik weer naar buiten te richten. De echte transformatie van Pro moet nog beginnen,
Deze partij kan de politieke voorhoede vormen van een brede maatschappelijke beweging en als voorzitter hoop ik dat project te kunnen laten slagen.’
Waarom ben jij daarvoor de juiste kandidaat?
‘Ik breng mijn politieke ervaring én die vanuit het maatschappelijk veld mee. Ik kan deze twee met elkaar verbinden. Ik denk dat mensen me vanuit het maatschappelijk veld kennen en vertrouwen. Maar het is natuurlijk aan de leden om te beslissen wat zij het belangrijkste vinden.’
Stel, er komt nog een Rode Lijn-demonstratie. Loop je dan nog steeds mee?
‘Ja, tuurlijk. Ik ben bijna saai consistent in mijn standpunten en hoe ik die uitdraag. Ik ben op geen enkele manier van plan om daar iets aan te veranderen.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

