Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander wil dat Nederlanders elkaar meer gunnen, zodat langlopende kwesties zoals stikstof, de wooncrisis en migratie aangepakt kunnen worden. Dat gezegd hebbende, beseft hij ook dat die problemen niet van de ene op de andere dag zijn opgelost. De Kanttekening geeft een korte samenvatting van de Troonrede, met opvallende punten voor multicultureel Nederland.
‘Leden van de Staten-Generaal’, zegt de koning traditiegetrouw en vervolgt: ‘Vandaag, 15 september, is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot de Internationale Dag van de Democratie. Dat geeft extra glans aan deze Prinsjesdag en herinnert ons eraan dat democratie continu bescherming en onderhoud vraagt.’
Een goed begin is het halve werk. Maar in hoeverre is de Troonrede ook zo democratisch als het kabinet, via de Koning, wenst te zijn? Op de eerste plaats lijkt dat dik in orde. De koning zegt immers dat democratie ‘geen platte rekensom van de helft van de stemmen plus één’ is, ‘maar een mentaliteit die moet leven in ieder van ons. Iedereen die iets doet voor een ander, als vrijwilliger, mantelzorger of anderszins, draagt bij aan het algemeen belang en maakt Nederland sterker.’
Hieruit spreekt impliciet de boodschap dat minderheden altijd gehoord moeten worden. Expliciet komen deze minderheden echter geen enkele keer naar voren. Zo wordt de toenemende haat tegen moslims, zwarte mensen en lhbtqia+-personen niet benoemd in de Troonrede. Wel zegt de koning dat de parlementaire democratie ‘van en voor iedereen’ is. De Troonrede van 2020 had een heel andere toon. Hierin stond de koning nog expliciet stil bij racisme en discriminatie als wezenlijke bedreigingen voor de rechtsstaat.
Een ander gevoelig punt is het asielbeleid, waarvan de doelen worden opgesomd: ‘Een lagere instroom, opvang op orde en een streng uitzetbeleid voor kansloze, uitgeprocedeerde en overlastgevende asielzoekers.’ Wel moet er in Nederland ‘altijd ruimte zijn voor mensen die vluchten voor oorlog, geweld en onderdrukking’. Deze nieuwe Nederlanders moeten via ‘taalessen en begeleiding naar werk’ zo snel mogelijk op hun eigen benen staan en een bijdrage leveren aan Nederland.
De extreemrechtse aanslagen op opvanglocaties in Loosdrecht en Engelen komen ook aan de orde. Weliswaar niet in die bewoordingen, maar de koning noemt de polarisatie die steeds ‘extremere vormen’ aanneemt. Hij kiest voor zalvende woorden: ‘De zachtere stemming van mensen die zich oprecht zorgen maken over hun eigen omgeving of die zich het lot van anderen aantrekken… Het moet volstrekt duidelijk zijn dat bedreigingen en geweld ontoelaatbaar zijn.’ Het migratiepact van de Europese Unie wordt als oplossing aangedragen. ‘Strengere controle aan de Europese buitengrenzen en lopende initiatieven voor samenwerking met landen buiten Europa kunnen de asielstroom substantieel verlagen.’
Internationale kwesties waar Nederlanders tot op het bot over verdeeld zijn, bespreekt de koning eveneens. Het valt op welke termen hij daarvoor gebruikt. Zo spreekt hij over ‘het geweld in Oekraïne’, terwijl hij het over de ‘situatie in Gaza, Iran en andere brandhaarden’ heeft. Ook benoemt hij expliciet ‘een agressief Rusland’ dat Europa bedreigt, terwijl het Israëlische daderschap inzake de genocide in Gaza onbenoemd blijft.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

