Ze is de vrouw van Reza Chiajinadad, een personage dat ontsproten is aan de fantasie van theatergezelschap De Borrelnootjez.
We kennen haar alleen via hem. Er is weinig over haar bekend. Met kerst draagt ze een kersttrui, drinkt ze chocolademelk bij de open haard en praat ze met hem over Perzische poëzie.
Reza is zeven jaar geleden als vluchteling uit Iran naar Nederland gekomen. Hij heeft de taal geleerd en heeft rechten gestudeerd. Volgens een bron is hij advocaat. Een andere bron stelt dat hij rechter is.
Reza is heel blij met Wilders. Net als Geert wil Reza minder Marokkanen. Zijn juridische titel wil hij inzetten om alle Marokkanen achter slot en grendel te krijgen. Waarom Reza zo’n hekel aan Marokkanen heeft blijft onduidelijk. Hij heeft zijn jeugd niet in Nederland doorgebracht, dus kan geen jeugdtrauma’s met Marokkanen hebben. Reza heeft ook een hekel aan het Arabisch. Perzisch vindt hij prachtig.
Voor uw eigen interpretaties kunt u zelf naar de theatervoorstelling van de Borrelnootjez gaan. De kijk van Reza heeft in de echte wereld diepe historische gronden.
Koranopenbaringen voorspelden dat de christelijke Romeinen zouden zegevieren
In de zevende eeuw was er een machtsstrijd tussen het Oost-Romeinse rijk
en Perzië. Tijdens die strijd waren er Koranopenbaringen die voorspelden dat de christelijke Romeinen zouden zegevieren – in drie, vijf, zeven of negen jaar. Moslims waren blij met deze voorspelling en maakten zelfs weddenschappen over wanneer dat zou gebeuren. De concurrentie tussen Iran en Arabië is altijd blijven voortbestaan.
In de twintigste eeuw was er een overvloed aan olie in Iran, toch hadden de Iraniërs het slecht onder de seculiere sjah. Onder de moellahs hebben de Iraniërs het niet beter gekregen. Dit regime heeft in de afgelopen decennia chaos geëxporteerd naar het Midden-Oosten. Irak, Syrië, Jemen, Libanon en Turkije hebben allemaal geleden onder het Iraanse ideologische expansionisme. Palestijnse kinderen zijn uiteindelijk de dupe geworden van deze Iraanse chaos.
Het ministerie van Sociale Zaken wil beter contact met de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap en organiseert eind januari een dialoogsessie in Den Haag. De Kanttekening vroeg Marokkaanse Nederlanders wat ze van dit initiatief vinden.
De dialoog met de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap is opgezet door de Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) van het ministerie van Sociale Zaken en stichting Diversion. ‘We zijn vooral benieuwd naar de inzichten en ervaringen die jullie kunnen delen tijdens de gemeenschapsgerichte sessie voor de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap’, staat in de mail die naar Marokkaanse organisaties is verstuurd. Onderwerpen die op de agenda staan, zijn:
‘Hoe de gemeenschap omgaat met veranderingen in cultuur, identiteit en religie over generaties heen.’
‘De impact van integratie op de positie van jongeren binnen de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap.’
‘De interactie tussen de Marokkaanse gemeenschap en de Nederlandse samenleving, inclusief spanningen en wederzijds begrip.’
‘Hoe buitenlandse invloeden en banden met Marokko de cultuur en identiteit van de gemeenschap beïnvloeden.’
De inzichten en informatie die we verzamelen worden gebruikt voor aanbevelingen om de ondersteuning aan en binding van mensen met een dubbele nationaliteit te verbeteren, aldus de organisatie.
‘Dit is een manier om ons uiteindelijk makkelijker te deporteren’, reageert Abdelhakim (35, echte naam bij de redactie bekend) uit Amsterdam fel. ‘Ze willen de scholen sluiten waar moslims hun kinderen islamitische waarden bijbrengen. Dialoog? Waarover? Ik vertrouw de overheid niet.’
‘Acceptatie van Marokkanen maakt Nederland mooier’
Laila Oulad Saddik, medewerker van stichting Onderwijsgeschillen, staat er positiever in. Ze vertelt dat haar opa al sinds 1960 in Nederland was. ‘We hebben dus al 65 jaar Marokkanen in Nederland’, zegt ze. Ze vindt het initiatief van het ministerie belangrijk. ‘Omdat we er helaas nog niet zijn. Wij, Marokkanen, worden nog steeds niet volledig geaccepteerd.’
Hoewel ze het initiatief waardeert, zal ze zelf niet deelnemen aan de sessie. ‘Ik ben daar te temperamentvol voor’, legt ze uit. Ze vertrouwt erop dat er genoeg belangenbehartigers aanwezig zullen zijn om de stem van Marokkanen te vertegenwoordigen.
Volgens haar ligt het probleem niet bij de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap, maar bij de overheid. ‘Het gaat niet goed bij de landelijke overheid. In plaats van verbinden, wordt er verdeeldheid gezaaid. Daarom moet je bruggen blijven bouwen.’
Ze wijst op de rechtse politieke wind in Den Haag: ‘Dat een partij als de PVV in de Tweede Kamer mag zitten, die elke dag artikel 1 van de Grondwet overtreedt.’ Saddik benadrukt het belang van gelijkheid: ‘Iedereen die zich in Nederland bevindt, moet in gelijke gevallen gelijk worden behandeld.’
Auteur Fati Benkaddour deelt de sceptische houding van Abdelhakim. Ze wijst naar de website Marokaas.nl, die volgens haar is opgericht om autonomie te claimen in het debat.
Benkaddour verwijst naar haar eigen ervaringen met vragen over afkomst. ‘Mijn hele leven kreeg ik dezelfde vraag van witte mensen: ‘Wat is je afkomst?’ In mijn naïviteit beantwoordde ik die altijd netjes met ‘Marokkaans.’ Maar op een gegeven moment kwam de vraag me de strot uit. Waarom wordt deze vraag nooit gesteld aan witte mensen die net als ik hier geboren zijn? Zij… zijn gewoon.’
Gemengde gevoelens
Bilal Ben Abdelkarim, auteur en docent, vindt het positief dat het ministerie de banden wil verbeteren. ‘Dat is begrijpelijk na de fouten die zijn gemaakt, zoals rondom de Maccabi-rellen, hooliganrellen en de PVV in de regering.’ Hij noemt ook het aftreden van staatssecretaris Nora Achachbar.
Ben Abdelkarim heeft ook twijfels. ‘Wat is het doel? Met wie? Bepalen zij de inhoud en met wie ze in gesprek gaan? Als het kabinet met Joodse gemeenschappen praat, doen ze dat vaak alleen met pro-Israëlische groepen zoals het CIDI. Ik ken Joden die zich niet gehoord voelen en anders denken over Israël. Zijn ze ook selectief in hun gesprekken met Marokkanen?’
Hij heeft zelf nooit deelgenomen aan een dialoogsessie met de overheid. ‘Na de publicatie van mijn boek Van dankbaar naar strijdbaar neem ik wel deel aan panels over de huidige situatie in Nederland.’ Hij weet nog niet of hij op de uitnodiging van de overheid ingaat. ‘Het hangt ervan af hoe serieus wij worden genomen. Anders beschouw ik het als tijdverspilling.’
Bepalen zij de inhoud en met wie ze in gesprek gaan?
Hij heeft gemengde gevoelens over de situatie van de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap. ‘Er gebeurt veel positiefs. Veel studenten behalen hun diploma en doen interessante dingen. Ze zijn actief in de cultuur en sport, en in allerlei andere sectoren.’
‘Dit staat in schril contrast met de beeldvorming in de media en de PVV, die alleen maar negatieve zaken benadrukken. Maar ik denk dat de Marokkaanse gemeenschap in Nederland haar plek goed opeist en succesvol integreert, omdat ze overal aanwezig zijn en meedoen.’
Zorgen om de toekomst
‘De meeste Marokkaanse Nederlanders maken zich zorgen over de toekomst. Vooral over de toekomst van hun kinderen, zegt Ben Abdelkarim. ‘We hebben echt een Marokkanen- en moslimhatende partij in het kabinet als grootste partij. Het lijkt genormaliseerd wat zij voorstaan. Het is echt alle hens aan dek om in de toekomst geen tweederangsburger te zijn.’
Ben Abdelkarim hoopt op een Nederland waar groepen Nederlanders samen werken. ‘Een coalitie van mensen die racisme, discriminatie, islamofobie, antisemitisme en andere vormen van haat niet accepteren en er voor iedereen zijn.’
Laila Oulad Saddik droomt van een samenleving waarin afkomst geen rol speelt. ‘We moeten kijken naar iemands energie, vakkennis en toegevoegde waarde. Acceptatie van Marokkanen maakt ons land mooier. Ik kijk met trots naar ons volk, dat al 65 jaar deel uitmaakt van de Nederlandse samenleving.’
De voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak wil mogelijke politieke invloed op de rechtspraak terugdringen. Bij de benoeming van leden van de Raad mag er geen ruimte meer zijn voor politieke inmenging, zei hij tijdens zijn nieuwjaarstoespraak.
Volgens Henk Naves is onze rechtsstaat minder solide dan hij op het eerste gezicht lijkt. ‘Wat wij de rechtsstaat noemen, is een samenspel van wet- en regelgeving en een cultuur van rechtvaardigheid en democratische waarden’, staat in een artikel van De Rechtspraak.
De voorzitter van het toezichtsorgaan maakt zich zorgen dat het vertrouwen in de rechter geen vanzelfsprekendheid blijft. ‘Een groep mensen in onze samenleving voelt zich niet meer vertegenwoordigd en zelfs benadeeld’, zei hij. De rechtspraak moet daarom worden beschermd, zodat deze er is voor álle mensen, ongeacht hun achtergrond.
Om dit te garanderen, moet de rechtspraak onafhankelijker kunnen opereren van de politiek. Het verkleinen van de rol van de minister bij benoemingen is slechts één voorbeeld. Daarnaast wil Naves de positie van de Raad voor de Rechtspraak verankerd zien in de Grondwet, zodat deze niet eenvoudig gewijzigd kan worden.
De oproep van de voorzitter is niet nieuw. Ook vanuit de politiek zijn voorstellen gedaan om de rechterlijke macht verder te scheiden van de politieke macht. In maart vorig jaar pleitte Joost Sneller (D66) voor een minimale rol van de minister van Justitie bij benoemingen in de Raad voor de Rechtspraak. De motie werd aangenomen, met alleen de PVV, VVD, BBB en FvD als tegenstemmers. Een wetsvoorstel om dit te realiseren is er echter nog niet.
Ondanks een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof is de Israëlische premier Benjamin Netanyahu toch welkom in Polen, om daar de herdenking van de bevrijding van Auschwitz bij te wonen. Dit heeft de Poolse regering besloten.
De Poolse regering heeft een resolutie aangenomen waarmee het voor een dag het arrestatiebevel naast zich neerlegt en vrije en veilige toegang biedt aan de Israëlische premier. De herdenking van de bevrijding van Auschwitz is te belangrijk om voorbij te laten gaan voor de Israëlische premier, die ook in voorgaande jaren de Poolse herdenkingsplek bezocht, is het argument.
De herdenking wordt elk jaar door internationale leiders en overlevenden bezocht. In Auschwitz werden tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 1 miljoen mensen vermoord, voornamelijk Joden. In de stad lag een complex met veertig concentratiekampen, dat nog steeds bezocht kan worden om herinnerd te worden aan de gruweldaden.
Niet iedereen wenst de aanwezigheid van Netanyahu. Zo riep Itay Epshtain de Poolse regering op om Netanyahu niet toe te laten omdat ‘de heilige grond van Auschwitz niet mag worden bezocht door een verdachte van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, gezocht door het Internationaal Strafhof’. Epshtain is een kleinzoon van Holocaustoverlevenden en werkt als advocaat gespecialiseerd in internationaal strafrecht.
Oost-Europa-correspondent Christiaan Paauwe noemt de beslissing van de Poolse regering opvallend, vooral omdat het ook Vladimir Poetin voor het Internationaal Strafhof zou willen zien, om veroordeeld te worden voor oorlogsmisdaden. Met deze beslissing ondermijnt het de autoriteit van dit orgaan, zei hij vandaag in het journaal van Radio 1.
De beslissing werd overigens niet zonder onenigheid genomen. Het was een verzoek van president Andrzej Duda aan de Poolse regering, die in eerste instantie zei het arrestatiebevel uit te vaardigen. Minister-president Donald Tusk zegt echter dat hij zelf ook van plan was Netanyahu een vrijbrief te geven en noemt het verzoek van Duda een politieke zet. Duda behoort tot de oppositiepartij Law and Justice party (PiS).
Het is nog niet bekend of Netanyahu daadwerkelijk aanwezig zal zijn bij de herdenking, die plaatsvindt op 26 januari dit jaar.
Hij staat in de parkeergarage bij de AH en vraagt om lege blikjes en flesjes voor het statiegeld, of gewoon om geld dat gemist kan worden. Hij, Erick met een ck, is een welbespraakte man met een verzorgd uiterlijk. Hij is eenenzeventig jaar oud.
Vanuit het buitenland gekomen, bij zijn vriendin op het Noordereiland ingetrokken en heeft door de grote brand van 1 november 2024 in de Rotterdamse wijk alles kwijtgeraakt. Medicijnen, identiteitspapieren, alles. En omdat hij niet bij haar stond ingeschreven, is hij nu aangewezen op de opvang en het Leger des Heils.
Ik vraag of hij bekend is met Michelle van Tongerloo, de straatarts verbonden aan de Pauluskerk en haar stichting Lekker Geven. Nee, en hij heeft wel een arts nodig.
Ik geef mijn naam en telefoonnummer, neem zijn telefoonnummer en zeg toe de volgende ochtend contact op te nemen met haar stichting om te zien of zij kunnen helpen.
Dat Erick dakloos is, is zeer duidelijk en zichtbaar. In Nederland zijn er veel mensen die geen huis hebben en ergens op de bank of in logeerkamer tijdelijk mogen blijven, de zogenaamde bankslapers. In Rotterdam zijn er naar schatting vijfduizend mensen die zich in een dergelijke situatie bevinden. In Eindhoven hebben achthonderdvijftig bankslapers via opvangorganisatie Springplank040 een briefadres. Dat is naast de honderd mensen die in de opvang zitten. Tussen de 50 en 60 procent van deze mensen heeft een baan en wordt dus gezien als economische dakloos.
In heel Nederland is dit een groeiende groep mensen. Naar schatting zijn er rond de veertigduizend mensen dakloos en 20 procent daarvan heeft een baan. Scheiding, verlies van werk of bijvoorbeeld het overlijden van de ouders van een inwonend meerderjarig kind zijn situaties die ertoe leiden dat deze mensen gaan zwerven en aangewezen zijn op hun sociale netwerk. Het tekort aan betaalbare woningen maakt het voor hen moeilijk om uit de thuisloosheid te komen.
Met enige regelmaat krijg ik de vraag of ik niet iemand een briefadres wil geven
Veel bankslapers hebben geen briefadres. Maar ingeschreven staan bij de gemeente is belangrijk, omdat je zonder inschrijving geen hulp kunt krijgen, geen BSN hebt, en zonder BSN geen bankrekening, uitkering, zorgverzekering of werk of scholing.
Meedoen in de maatschappij begint in Nederland met een briefadres.
Wettelijk zijn gemeenten verplicht om briefadressen te verstrekken, maar in de praktijk blijken er behoorlijk wat haken en ogen te zitten aan dit proces. Er zijn gemeenten die inwoners grote afstanden laten reizen naar een centraal punt in de gemeente om de post op te halen, wat zonder inkomen en vervoer voor problemen zorgt. Of er wordt helemaal geen briefadres verstrekt want ‘er is geen ruimte voor de brievenbussen beschikbaar’. Vragers worden dan naar buurgemeenten doorgestuurd. Hulporganisaties die briefadressen verstrekken, worden door de gemeente betaald en ontvangen een vergoeding per adres. Het verstrekte budget is echter beperkt, waardoor een hulporganisatie ‘vol’ kan zitten en geen briefadressen meer uitgeeft.
Met enige regelmaat krijg ik de vraag of ik niet iemand een briefadres wil geven. Als particulier mag je twee briefadressen per huishouden verstrekken, iets wat weinig mensen weten. Nu zijn particulieren hier niet erg happig op want de problemen van de briefadresvrager komen bij jouw voordeur, bijvoorbeeld in de vorm van een gerechtsdeurwaarder. Die kan dreigen met beslag en dergelijke en dat geeft stress en onnodige onrust, want een briefadres is geen verblijfadres. De briefadresvrager heeft geen bezittingen in het huis waarop de deurwaarder beslag kan leggen. Maar dat moet je dan wel weer uitleggen.
Ook hebben sommige gemeenten de vervelende gewoonte om na een periode van zes maanden het briefadres om te zetten naar een verblijfsadres, zonder de hoofdbewoner hiervan op de hoogte te stellen of te controleren of dit daadwerkelijk klopt. Als de hoofdbewoner zorgtoeslag, huurtoeslag of een uitkering ontvangt, wordt er gekort vanwege de kostendelersnorm. Die norm zorgt er ook voor dat mensen verzwijgen dat ze iemand helpen door diegene op de bank te laten slapen. Bang voor de financiële gevolgen van hun goede daad.
Ondertussen is er een groeiende markt voor briefadressen en verblijfsadressen. Voor een briefadres wordt aan particulieren al gauw €150 per maand betaald, en voor een verblijfsadres, zonder dat iemand daar echt woont maar alleen staat ingeschreven, rond de €250 per maand. Ik zou als huiseigenaar zonder recht op toeslagen een leuk zakcentje kunnen verdienen.
De email voor Erick wordt binnen een half uur beantwoord. Hij kan een afspraak maken voor het spreekuur van de straatarts. Ik stuur het bericht naar hem door. Ik hoop dat hij gaat en zo ja, dat hij snel geholpen wordt. Op straat of in de opvang leven is voor niemand goed.
En nu maar hopen dat al die onzichtbare dak- en thuislozen in 2025 ook een stap vooruit kunnen zetten. Dat begint bij gemeenten die ruimhartig briefadressen verstrekken en zorgen voor een betaalbaar huis voor iedereen. Maar dat laatste is waarschijnlijk meer een droom.
Hoe veranderde de Nederlandse publieke opinie ten aanzien van de apartheid in Zuid-Afrika en wat kunnen Palestina-demonstranten leren van toen? De Kanttekening duikt hiervoor met ex-activist Kier Schuringa de geschiedenis in.
Het Nederlandse woord apartheid associëren we tegenwoordig vooral met het discriminerende beleid van Israël tegen de Palestijnen, maar oorspronkelijk werd hiermee de politiek van rassenscheiding in Zuid-Afrika bedoeld uit de periode 1948-1990. De apartheid werd ingevoerd door de ‘boeren’, de veelal uit Nederland afkomstige kolonisten die zich superieur waanden aan de oorspronkelijke zwarte bewoners van Zuid-Afrika. Aanvankelijk was er in Nederland ook veel sympathie voor het apartheidsbeleid, vooral in conservatieve en christelijke, orthodox-protestantse kringen. De Nederlandse publieke opinie begon zich echter tegen apartheid te keren, vooral na het bloedbad in Soweto in juni 1976. Een kleine groep activisten namen hierbij het voortouw.
Op 14 november 2024 werden de namen van zes Nederlandse anti-apartheidsactivisten toegevoegd op de Wall of Names in het Freedom Park bij Pretoria. Het gaat om Johannes Verkuyl, Karel Roskam, Klaas de Jonge, Lucia Raadschelders, Sietse Bosgra en Stella Hilsum.
Kier Schuringa, die in het verleden ook actief was in de anti-apartheidsbeweging, heeft zich voor deze zes activisten hard gemaakt. Tegenwoordig is Schuringa als archivaris verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam.
‘Het ANC zag apartheid als een extreme vorm van kolonialisme’
Schuringa heeft een strenge protestants-christelijke achtergrond, vertelt hij. De historicus groeide op in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), een orthodox-gereformeerde kerk die zich in 1944 afscheidde van de volgens haar te vrijzinnig geworden Gereformeerde kerken. De Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) waren erg verzuild. Ze hadden een eigen krant, het Nederlands Dagblad, en een eigen partij, het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV), dat in 2000 in de ChristenUnie is opgegaan. Het GPV was lange tijd een hartstochtelijke pleitbezorger van de Zuid-Afrikaanse apartheidspolitiek, vooral zijn leiders Pieter Jongeling en Bart Verbrugh. Na zijn afscheid van kerk en christendom keerde Schuringa zich ook tegen de apartheid, dat hij een onrechtvaardig en racistisch systeem vond.
Man demonstreert op de Dam in Amsterdam, november vorig jaar. Beeld: Simon Wohlfahrt/AFP
Waarin verschilt apartheidspolitiek van koloniale politiek? In voormalig Nederlands-Indië, maar ook in andere koloniale samenlevingen was er toch sprake van rassenscheiding?
‘Het Afrikaans Nationaal Congres (ANC, een politieke groepering die de belangen van Zuid-Afrikanen behartigde, red.) zag apartheid als een extreme vorm van kolonialisme. Het verschil met het koloniale systeem was dat de rassenscheiding in Zuid-Afrika in 1948 volstrekt werd geïnstitutionaliseerd. In dat jaar had de Nationale Partij de verkiezingen gewonnen, die meteen begon om haar programma van systematische rassenscheiding in te voeren. Voor die tijd bestond er uiteraard ook rassenscheiding, maar die was niet vastgelegd in strenge wetgeving. De apartheid ging heel ver. De Nationale Partij wilde ‘gescheiden ontwikkeling’ op alle gebieden.’
En hoe verschilde de apartheid van het segregatiebeleid in het zuiden van de Verenigde Staten tot 1965?
‘Ook daar was de rassenscheiding tussen zwart en wit minder vastgelegd in wetten, hoewel het feitelijk wel heel erg op het Zuid-Afrikaanse apartheidsbeleid leek. Een ander belangrijk verschil was dat in het zuiden van de VS de zwarte bevolking in de minderheid was, terwijl in Zuid-Afrika meer dan 75 procent van de bevolking van zijn rechten was ontdaan. Niet-witte mensen werden systematisch achtergesteld op alle terreinen van de maatschappij, door een witte minderheid die het land van hen had afgepakt.’
Waarom veranderde de Nederlandse publieke opinie over apartheid?
‘Aanvankelijk was apartheid geen controversieel onderwerp. In de jaren vijftig vonden veel mensen apartheid bepaald niet iets slechts. Veel mensen wisten ook bar weinig van Zuid-Afrika af. Begin jaren zestig werd het Comité Zuid-Afrika opgericht dat kritiek had op de apartheid, maar dit was in de eerste jaren een betrekkelijk marginale club.
‘De echte kentering vond in de jaren zeventig plaats. Belangrijk was het bloedbad van Soweto van 1976, dat ruim aandacht kreeg in de internationale media. Het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime zette grof geweld in tegen zwarte schoolkinderen die demonstreerden, een actie die veel verontwaardiging opriep. Daarna zetten bijna alle jongerenclubs van maatschappelijke organisaties apartheid op de agenda. Aan de discussie of apartheid iets goeds was of iets slechts was toen ook een einde gekomen. Alleen in hele rechtse kringen en onder orthodox-protestantse christenen was er nog sympathie voor apartheid.’
Waarom bestond er onder orthodox-protestantse christenen zoveel sympathie voor de Zuid-Afrikaanse apartheidspolitiek?
‘Een belangrijke factor is dat er in die kringen lange tijd behoorlijk negatief en zwaar paternalistisch over zwarte mensen werd gedacht. Daarnaast hadden protestanten nauwe banden met witte kerken in Zuid-Afrika. Uiteindelijk werden de grote protestantse kerken, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken, kritischer over apartheid. Maar dat is een lang en ingewikkeld proces geweest.
‘Dankzij die sancties kwam er een einde aan de apartheid’
‘Een minderheid bleef de apartheid steunen en de strijders van het ANC als terroristen zien, denk aan oud-burgemeester Joost Boot uit Hilversum van Stichting Geen Kerkgeld voor Geweld. Ook de kleinere orthodox-protestantse kerken en partijen bleven tot het einde de apartheid steunen.’
Hoe zat het met de grote centrumrechtse partijen, VVD en CDA? Hoe stonden zij tegenover apartheid?
‘Bij de VVD waren er wel mensen die vonden dat hun partij een kritischere koers over apartheid moesten voeren, maar zij vormden een minderheid. Dat gold eigenlijk ook voor het CDA. Niet voor niets werd het kritische Kamerlid Jan Nico Scholten uit de CDA-fractie gezet. Het ging VVD en CDA niet om de vraag of apartheid goed was of slecht, maar wat je hiertegen moest doen. De middenpartijen wilden alleen in Europees verband maatregelen nemen tegen Zuid-Afrika. Ze waren tegen eenzijdige Nederlandse boycots. De juiste weg was die van stille diplomatie.’
Maar uiteindelijk veranderde het Nederlandse buitenlandbeleid, toch?
‘Midden in de jaren tachtig riep de Zuid-Afrikaanse regering de noodtoestand uit. Het onderdrukkend geweld nam enorm toe. Het verzet tegen de apartheid, in Zuid-Afrika zelf maar ook internationaal, groeide. De Verenigde Staten en daarna ook de Europese landen besloten uiteindelijk – maar wel schoorvoetend – tot sancties. Het heeft lang geduurd. Maar mede dankzij die sancties kwam er een einde aan de apartheid. De witte bevolking in Zuid-Afrika werd economisch zwaar geraakt door de sancties. Het bedrijfsleven kwam in de problemen. Vooral de Engelstalige bevolking, die kritischer tegenover de apartheid stond dan de ‘boeren’, was niet blij met het isolement waarin Zuid-Afrika terecht was gekomen. Uiteindelijk heeft de Zuid-Afrikaanse regering toen eieren voor haar geld gekozen.’
Hebben activisten ervoor gezorgd dat Nederland van standpunt veranderde?
‘Het is een geleidelijk proces geweest. Veel maatschappelijke organisaties zijn gaan schuiven en oefenden druk uit op de Nederlandse regering om van beleid te veranderen. Maar ook de gebeurtenissen in Zuid-Afrika zelf werkten mee. In de jaren tachtig werd het verzet tegen apartheid steeds groter, massaler en openlijker. Tegelijkertijd heeft de vasthoudendheid van anti-apartheidsactivisten echt geholpen. Ze bleven consequent actie voeren, onrecht aan de kaak stellen en de politiek onder druk zetten. Begin jaren zeventig waren het nog kleine clubjes, maar in de jaren tachtig werd de beweging tegen apartheid door brede lagen van de Nederlandse bevolking gesteund.’
‘De vasthoudendheid van anti-apartheidsactivisten heeft echt geholpen’
Het Nederlandse publiek is nog niet zo pro-Palestina volgens mij, ondanks het feit dat er sinds 7 oktober 2023 zeer regelmatig anti-Israëldemonstraties plaatsvinden in ons land. Hoe komt dit?
‘De verschillen tussen Zuid-Afrika toen en Israël nu zijn toch best wel groot. In Zuid-Afrika had je de witte protestantse boeren, waar een deel van de Nederlandse samenleving sympathie voor had. De sympathie voor Israël is veel groter. Veel emotioneler ook. Dat heeft alles te maken met de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en het Nederlandse schuldgevoel over de Jodenvervolging. Daarnaast had het ANC veel meer sympathie toen dan Hamas nu. Ook het ANC gebruikte geweld, maar deed dit met mate. Voor Hamas bestaat er in Nederland nauwelijks sympathie, voor Fatah is er nog minder sympathie.’
Maar er zijn toch ook overeenkomsten tussen toen en nu?
‘Dan denk ik aan de manier hoe de Nederlandse regering diplomatie bedrijft. In de jaren tachtig was de regering tegen een boycot van Zuid-Afrika, maar een voorstander van stille diplomatie. Nu weigert onze minister van Buitenlandse Zaken zich uit te spreken tegen het beleid van de Israëlische regering, maar levert onze regering wel kritiek op Israël achter de schermen.’
Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis bewaart de archieven van Nederlandse anti-apartheidscomités. Ook heeft IISG veel informatie over hun strijd tegen apartheid online gezet, in het webdossier ‘Nederland tegen apartheid, 1948-1994’.
De dood van de ‘godfather’ van het extreemrechtse gedachtegoed in Frankrijk, Jean-Marie Le Pen, leidt tot veel reuring in Franse steden. Linkse tegenstanders gingen de straat op om de dood van de Holocaustontkenner te vieren, meldt nieuwsdienst AFP.
De centrumrechtse regering van Frankrijk noemde de vieringen ‘rond het graf’ van Le Pen, die 96 jaar oud werd, respectloos.
De oprichter van het Front National (FN) was openlijk racistisch en antisemitisch. Zo noemde hij de Holocaust slechts ‘een detail’ in de oorlog. Mede daarom wordt hij door honderden demonstranten in Franse steden uitgemaakt voor ‘fascist’.
Ze vierden zijn sterfdag, ‘een glorieuze dag’, met champagne, chansons en vuurwerk.
Uiteraard verzamelden Fransen zich ook rondom het monument van vrijheid, gelijkheid en broederschap, de slagzin van de Franse Revolutie, op de Place de la République in het centrum van Parijs.
Minister van Binnenlandse Zaken Bruno Retailleau vindt het allemaal onsmakelijk. ‘Niets, maar dan ook niets rechtvaardigt het dansen rondom een graf. De dood van een man, ook al is het een politieke tegenstander, zou ook terughoudendheid en waardigheid moeten genereren,’ schrijft hij op X. ‘Deze scènes van vieringen zijn ronduit schandalig.’
Mensen die zelf niet in Nederland geboren zijn, of waarvan de ouders in een ander land geboren zijn, leven vaker in de marge, concludeert CBS in een nieuw onderzoek naar sociale samenhang.
Sociaal contact, actief zijn in organisaties en betrokken zijn bij de politiek. Het zijn pijlers van sociale cohesie. Maar niet iedereen wil en kan meedoen. Welke groepen mensen dat zijn, beschrijft het Centraal Bureau voor Statistiek in een nieuw rapport, dat vandaag verscheen. Hierbij keek het naar het vertrouwen van mensen in elkaar en in instituties.
55-plussers, mensen met een lager inkomen en mensen alleen met basisonderwijs of een vmbo-diploma leven vaker sociaal in de marge dan jongeren, hogere inkomens en mbo’ers, hbo’ers en universitair geschoolden.
Mensen die zelf, net als hun ouders, in Nederland zijn geboren, bevinden zich minder vaak in de marge dan mensen die in Nederland zijn geboren met een of twee ouders die in Europa zijn geboren. Ook leven zij minder vaak in de marge vergeleken met mensen die zelf in een land buiten Europa zijn geboren, zo concludeert het rapport.
De CBS onderzocht niet waar deze verschillen vandaan komen. Wel noemt het aspecten die een rol kunnen spelen, zoals een slechte gezondheid, weinig geld of gebrek aan een sociaal netwerk. Ook kunnen personen slechte ervaringen hebben met instanties, bijvoorbeeld omdat zij onterecht als fraudeur zijn aangemerkt of omdat zij de brieven van instanties onvoldoende begrijpen, aldus CBS.
Het jaar 2025 begint pas echt op 20 januari, wanneer Donald Trump het roer overneemt als president van de VS. De gevolgen van deze machtswisseling zijn niet moeilijk te voorspellen: ze zullen de wereldorde en de grondbeginselen waarop Europese democratieën zijn gebouwd, verder versplinteren.
In mijn vorige column vestigde ik de aandacht op het belang van burgerparticipatie door de migrantenminderheden in Europa, in het bijzonder moslimgemeenschappen. Het is cruciaal dat zij hun stem verheffen tegen politiek extremisme dat door haat wordt geïnspireerd en geweld dat in naam van religie wordt gepleegd. Als belastingbetalers is hun houding van groot belang voor het opbouwen van een antifascistisch front, dat onvermijdelijk zal ontstaan als reactie op de opkomst van autoritarisme op het continent. De autochtone democraten, wiens herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog nog vers zijn, mogen hierin niet alleen worden gelaten.
De beslissende test zal liggen bij de traditionele centrumrechtse partijen in het Europese politieke spectrum. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog vormden zij samen met de sociaaldemocraten het machtigste politieke blok. Hoewel de sociaaldemocraten verzwakt zijn, blijft centrumrechts een invloedrijke kracht.
Tegenwoordig staan zij echter onder druk, zowel intern als extern. In Duitsland wordt de extreemrechtse partij AfD steeds zelfverzekerder en maakt zij zich op voor de komende verkiezingen. Ze zouden het succes van extreemrechts in Oostenrijk kunnen nadoen, waar president Alexander van der Bellen onlangs Herbert Kickl, de leider van de extreemrechtse Oostenrijkse Vrijheidspartij (FPÖ), de opdracht gaf om een nieuwe regering te vormen.
‘De Europese elite lijkt pas nu wakker te worden’
Ondertussen blijft de crisis in Frankrijk, met een uiterst fragiele regering, de extreemrechtse partij Rassemblement National in de kaart spelen, wat de bezorgdheid verder vergroot. Het Europa van vandaag lijkt steeds meer op dat van de jaren 1930.
En dan is er nog de opkomst van de Amerikaanse tech-oligarchen, die rond Trump hun krachten bundelen en vastbesloten zijn om het Europese politieke toneel te destabiliseren.
Een prominent figuur in deze ontwikkeling is Elon Musk, een van de rijkste mensen ter wereld. Hij sprak openlijk zijn steun uit voor de extreemrechtse AfD en gebruikte zijn platform X (voorheen Twitter) om een interview met Alice Weidel, leider van de partij, aan te kondigen. Hij viel ook de Britse premier Keir Starmer aan en eiste diens ontslag. Duitse, Noorse en Franse leiders reageerden scherp op zijn brutale bemoeienissen, maar Musk lijkt vastbesloten door te gaan.
Gewapend met agressief nativisme en een ‘ieder voor zich’-mentaliteit vormt de intrede van Amerikaanse oligarchen in het Europese politieke domein een directe bedreiging. Europa is al kwetsbaar door Russische gebiedsaanspraken, en nu wordt het ook geconfronteerd met een offensief van vijf superrijken die het continent willen beïnvloeden.
Drie van hen – Elon Musk, Peter Thiel en David Sacks – zijn openlijk actief voor de nieuwe Amerikaanse regering. Zij ondersteunen het Trump-Vance-team en zijn ervan overtuigd dat zij niet alleen financieel zullen floreren, maar ook inspraak zullen hebben in de vormgeving van een nieuwe wereldorde.
Deze oligarchen hebben al invloed op cruciale staatsautoriteiten. Musks SpaceX en Thiels Palantir (dat software ontwikkelt voor de CIA) laten zien hoe diep verweven ze zijn in de Amerikaanse ‘gevestigde orde’. Musk is door Trump aangesteld om de bureaucratische systemen te ‘herstructureren’, terwijl Sacks verantwoordelijk is voor het AI-beleid. Thiel financiert de gekozen vicepresident J.D. Vance.
Daarnaast hebben zij bondgenoten in Jeff Bezos en Mark Zuckerberg. Bezos gebruikt zijn invloed bij Washington Post om redactionele beslissingen te sturen, terwijl Zuckerberg openlijk afstand neemt van factcheckers op Facebook, Threads en Instagram.
Hoewel deze dreiging al lang zichtbaar is, lijkt de Europese elite pas nu wakker te worden. Het debat over deze oligarchen en hun invloed begint eindelijk op gang te komen.
Olof Ehrenkrona, een voormalig diplomaat en prominent figuur in de Zweedse centrumrechtse politiek, verwoordde het als volgt: ‘De (Amerikaanse) diepe staat wordt aangevuld door een machtige schaduwstaat, bevolkt door individuen zonder politieke of publieke verantwoordelijkheid. Het zijn revolutionairen die hun fortuin vergaarden binnen een institutioneel kader dat zij nu willen vernietigen. Ze zijn isolationistisch, maar eisen wereldwijde acceptatie voor hun zakelijke belangen.’
Volgens Ehrenkrona wordt Europa gevangen gehouden tussen Russisch reactionair imperialisme en Amerikaanse beïnvloedingscampagnes die gericht zijn op het ontmantelen van Europese samenwerking. Als tech-oligarchen zoals Musk, Thiel en Sacks extreemrechts in Europa steunen en centrumrechtse partijen verzwakken, loopt een vrij Europa ernstig gevaar.
‘De goede krachten in onze samenlevingen moeten worden gemobiliseerd om de slechte krachten te beteugelen’, concludeert hij. ‘Er rust een zware verantwoordelijkheid op het gematigde rechts in Europa.’
Als ambtenaar was Walter Palm decennialang betrokken bij het kabinetsbeleid voor minderheidsgroepen. Hij zag taboes doorbroken worden. Rond de eeuwwisseling erkende het tweede Paarse kabinet Nederland als immigratieland. Maar het was volgens hem het eerste kabinet-Rutte dat het minderhedenbeleid afschafte.
Walter Palm (1951) is een telg van de bekende Curaçaose muziekfamilie Palm. Hij heeft als dichter en schrijver inmiddels een groot oeuvre opgebouwd. Daarnaast is hij vanaf het prille begin in 1982 tot aan zijn pensionering in 2017 als ambtenaar nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling het Nederlandse minderhedenbeleid. Hij werkte onder elf van de zeventien kabinetten die Nederland kende sinds in 1981 een minister zich voor het eerst specifiek op minderhedenbeleid ging richten.
‘Behoud van eigen identiteit’
Palm begon op 1 augustus 1982 bij het ministerie van Binnenlandse Zaken op de Directie Coördinatie Minderhedenbeleid. Hij had daarvoor gewerkt als consulent anderstaligen in Twente, waar hij zich bezighield met tweetaligheid en taalprogramma’s voor het onderwijs. Palm vertelt: ‘De gezinshereniging was net begonnen en er waren veel uitdagingen rondom tweetaligheid. Mijn ervaring in het onderwijs op Curaçao, waar tweetaligheid de norm was, kwam goed van pas.’ Hij werkte op Binnenlandse Zaken onder leiding van Henk Molleman, die als Tweede Kamerlid (PvdA) in 1977 had aangedrongen op een betere coördinatie van het minderhedenbeleid. Toen Hans Wiegel in het eerste kabinet Van Agt minister van Binnenlandse Zaken werd, benoemde hij Molleman begin 1979 tot directeur minderhedenbeleid.
Een paar maanden nadat Palm was gaan werken bij het ministerie trad op 4 november 1982 het eerste kabinet Lubbers aan en was de VVD’er Koos Rietkerk minister van Binnenlandse Zaken. Het uitwerken van de Minderhedennota was de eerste grote klus waarbij Palm betrokken was. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) had in 1979 gepleit voor een beleid dat uitging van permanent verblijf van migranten. Dit resulteerde in de afschaffing van ‘behoud van eigen identiteit’ als beleidsdoel en introduceerde wederzijdse aanpassing en emancipatie als kernprincipes. In de Minderhedennota van september 1983 werden deze ideeën omgezet in concreet beleid, met nadruk op participatie en ruimte voor culturele diversiteit.
Walter Palm: ‘Integratie betekende toen vooral het minimaliseren van sociaaleconomische verschillen. Dat was de kern van het beleid. De drie pijlers waren wonen, weten en werken.’ Daarnaast werd onder Rietkerks leiding gestart met een overlegstructuur waarin minderheden een stem kregen. ‘Dat heette toen de Landelijke Advies- en Overlegstructuur. Efficiënt integratiebeleid draait niet alleen om kwaliteit, maar zeker ook om draagvlak. Je kunt mooie dingen roepen in een nota, maar zonder draagvlak onder de groepen waar het om gaat, gebeurt er niets.’
‘Historische stap naar inclusievere samenleving’
Na Koos Rietkerk volgden verschillende ministers met elk hun eigen prioriteiten. Palm licht er een paar ministers uit. ‘Cees van Dijk (CDA) was iemand met empathie en begrip voor religieuze gevoeligheden. Dat was cruciaal was tijdens de Rushdie-affaire in februari 1989.’ Destijds waren groepjes Nederlandse moslims de straat op gegaan om te pleiten voor een verbod van het boek De Duivelsverzen van Salman Rushdie, dat in hun ogen beledigend was. De Iraanse leider Khomeiny had een fatwa tegen Rushdie uitgesproken, die daarom vandaag de dag nog steeds bedreigd wordt.
Enkele demonstranten waren in februari 1989 met spandoeken gaan lopen, waarin werd geroepen om de dood van Rushdie. Walter Palm was aanwezig bij een overleg van Van Dijk met islamitische leiders: ‘De spanning was voelbaar. De minister begon het gesprek door te zeggen: ‘Ik begrijp jullie gevoelens.’ Hij vertelde dat hij een film als The Last Temptation of Christ ook als beledigend had ervaren voor zijn religieuze gevoelens. Daarmee wist hij de sfeer te ontdooien, waardoor er ruimte voor een constructief gesprek ontstond, waarin hij duidelijk kon maken dat je weliswaar mag oproepen een boek te verbieden, maar dat een oproep tot geweld of moord echt niet kan.’
Minister Ien Dales (PvdA) speelde volgens Palm een sleutelrol in de totstandkoming van de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Ed van Thijn (PvdA) loodste deze wet uiteindelijk door het parlement. ‘Dat was een historische stap naar een inclusievere samenleving,’ merkt Palm op.
Nederland immigratieland
In de jaren negentig verschoof het integratiebeleid naar individueel burgerschap, met veel nadruk op arbeid en onderwijs. Groepsgerichte subsidies werden afgebouwd. Met het eerste kabinet-Kok kreeg het minderhedenbeleid onder minister Hans Dijkstal (VVD) daarnaast een sterkere juridische basis. Palm: ‘Dat gebeurde vooral met de Wet Overleg Minderhedenbeleid (WOM) en de Wet Inburgering Nieuwkomers. Deze wetten waren essentieel.’
Met de WOM ontstond het Landelijk Overleg Minderheden (LOM), waarin acht koepelorganisaties van minderheidsgroepen participeerden. Dit was een versterking van de oude overlegstructuren. De organisaties in het LOM kregen niet alleen een rol in het vergroten van draagvlak en kanaliseren van gevoelens: ze kregen ook een actieve signaleringsfunctie. Palm: ‘Het nieuwe juridische kader, maar ook de eisen die we stelden aan representativiteit op basis van objectieve criteria, zoals deelname van vrouwen en jongeren, gaven de organisaties legitimiteit.’
In het tweede kabinet-Kok speelde Roger van Boxtel (D66) een cruciale rol. Palm: ‘Hij was de eerste die erkende dat Nederland de facto een immigratieland is. Van Boxtel brak met dat taboe. Daarnaast was hij als Kamerlid en later als minister betrokken bij de onthulling van het Slavernijmonument op 1 juli 2002. Hiermee was hij zijn tijd ver vooruit.’
‘Verdonk was echt betrokken. Ze ging met iedereen in gesprek’
Palm vertelt over de ingrijpende gevolgen van de aanslagen van 11 september 2001. ‘Het was een surrealistische tijd. Ik herinner me dat ik in de bibliotheek van het ministerie zat om de Algemene Politieke Beschouwingen voor te bereiden voor minister Van Boxtel, die op dat moment in Suriname zat in verband met de voorbereiding van de opening van het slavernijmonument. Toen zag ik de beelden van de aanslagen. In dezelfde tijd kwam Pim Fortuyn op, die al eerder had gepubliceerd over de islamisering van de samenleving. Vanaf dat moment stonden moslims volop in de schijnwerpers, vaak op een negatieve manier.’
IJzeren Rita
Na de moord op Pim Fortuyn kwamen de kabinetten Balkenende en werd het integratiebeleid aangescherpt. Er werd niet meer gesproken over tweezijdige aanpassing, maar over verplichte inburgering en aanpassing aan Nederlandse normen. Cultuur en religie werden als obstakels gezien.
Dit beleid kreeg vooral vorm onder Rita Verdonk (VVD). ‘Verdonk benadrukte sociaal-culturele thema’s zoals acceptatie van homoseksualiteit, man-vrouwverhoudingen, huiselijk geweld en genitale verminking.’ Het beeld dat van ‘IJzeren Rita’ vaak wordt neergezet vindt Palm te eenzijdig. ‘Verdonk was echt betrokken. Ze ging, in tegenstelling tot veel andere ministers, met iedereen in gesprek. Ze kwam naar bijeenkomsten, zelfs op zondagmiddagen, om het belang van gesprekken over deze onderwerpen te onderstrepen. Dat toonde haar commitment. Daarnaast lanceerde ze direct na de moord op Theo van Gogh het Breed Initiatief Maatschappelijke Binding, dat was toen belangrijk omdat het gericht was op het bevorderen van wederzijds begrip en het verkleinen van spanningen.’
Afschaffen minderhedenbeleid
Na Verdonk is er wat betreft Walter Palm nog maar één minister relevant geweest, dat was Piet Hein Donner. Deze CDA’er was in het eerste kabinet Rutte verantwoordelijk voor het afschaffen van het minderhedenbeleid, waaronder de overlegstructuur. Dit gebeurde onder druk van de PVV, gedoogpartner van het eerste kabinet Rutte.
‘Vrouwonvriendelijke en homovijandige uitingen binnen de islam worden wel geproblematiseerd, maar vergelijkbare uitingen binnen het christendom niet’
Na 2013 hadden de kabinetten volgens Palm geen cruciale instrumenten meer voor een effectief beleid. Hij benadrukt dat juist in complexe situaties, zoals rellen of maatschappelijke spanningen, een kanaal voor dialoog en signalering onmisbaar is. De gevolgen van dit gemis zijn volgens Palm duidelijk zichtbaar. ‘Neem de Toeslagenaffaire. Als het LOM nog had bestaan, hadden inspraakorganen tijdens overleggen tijdig aan de bel kunnen trekken en had een minister zoals Lodewijk Asscher signalen gekregen dat minderheden onevenredig hard werden getroffen. Dat had veel leed kunnen voorkomen.’
Ook tijdens de coronapandemie werd pijnlijk duidelijk hoe het ontbreken van deze structuren problemen verergerde. ‘Er was in minderhedengemeenschappen een enorm wantrouwen richting de overheid, bijvoorbeeld over vaccinaties. Het LOM had als brug kunnen fungeren om dat wantrouwen weg te nemen en draagvlak te creëren. In plaats daarvan zagen we gefragmenteerde en ineffectieve pogingen om mensen te bereiken. Staatssecretaris Nobel kan nu achter zijn bureau hard dingen roepen over integratie, maar als hij er met niemand over in gesprek kan, is hij een reus op lemen voeten.’
Palm benadrukt dat het gebrek aan duidelijke definities en instrumenten voor sociaal-culturele integratie een uitdaging vormt. ‘Er wordt gesproken over integratieproblemen. De sociaaleconomische integratie kun je prima definiëren, waarbij je ook belemmerende factoren als discriminatie moet meenemen. Maar bij culturele integratie gaat het vaak over vage waarden en is er snel sprake van selectieve verontwaardiging. Dan worden vrouwonvriendelijke en homovijandige uitingen binnen de islam wel geproblematiseerd en worden vergelijkbare uitingen binnen het christendom gebagatelliseerd. Of er wordt geschermd met begrippen als westerse waarden. Wat zijn dat? Is dat het kolonialisme, het slavernijverleden, de Holocaust? Zonder heldere definities is het moeilijk om effectief beleid te voeren.’
Zorgen over islamofobie
De laatste jaren heeft Palm zijn zorgen geuit over het ‘sluipend gif van de islamofobie’. In 2019 publiceerde hij een essay met deze titel en bij de vorming van het huidige kabinet waarschuwde hij op Republiek Allochtonië voor de mogelijkheid dat het kabinet met plannen zou kunnen komen om van Nederlandse moslims de Nederlandse nationaliteit in te trekken. Hoewel hij van huis uit katholiek is, vindt hij het van belang voor de godsdienstvrijheid van moslims op te komen. ‘Dat kreeg ik met paplepel ingegoten. Mijn vader leerde me dat grondrechten, zoals vrijheid van godsdienst en meningsuiting, altijd moeten worden beschermd. Maar we moeten ook begrijpen dat deze rechten soms met elkaar kunnen botsen. Dan is het des te belangrijker het gesprek aan te gaan. Dat is zo belangrijk voor effectief beleid. Het gaat uiteindelijk om menselijke verbinding. Dat begint met luisteren, echt luisteren, naar elkaar.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.