Enkele samenwerkende moskeekoepels, die meer dan 250 moskeeën en islamitische organisaties vertegenwoordigen, maken zich ‘grote zorgen’ over ´eenzijdige berichtgeving in media en politiek´ en een ‘enorme druk om je uit te spreken voor Israël’. Ze denken dat islamofobie een rol speelt in wat zij ervaren als pro-Israëlische partijdigheid in Nederland. Zo meldt Nieuw Wij.
De moskeekoepels zien in de wijze waarop de burgemeester van Rotterdam werd verguisd, nadat hij geen Israëlische wilde ophijsen na de aanslagen van Hamas, een voorbeeld van anti-islamitische bevooroordeeldheid. ‘Over de beslissing van Aboutaleb werd heel anders gesproken dan over de beslissing van de burgemeester van Utrecht of Almere. Hoewel de uitkomst exact hetzelfde was. Het enige verschil is dat de burgemeester van Rotterdam een moslim is,’ schrijven de moskeekoepels in hun statement.
Een ander voorbeeld betreft de framing van pro-Palestijnse demonstraties als ‘impliciet gewelddadig’ en een vorm van ‘terreurverheerlijking’, terwijl pro-Israël demonstraties gezien worden als uitdrukking van gevoelens van verdriet en steun.
Bij de demonstratie in Amsterdam, waar de Kanttekening bij was, kwam dit ook aan de orde toen drie pro-Israëlische vliegtuigjes rondcirkelden met o.a. de provocerende tekst ‘Love Humus, not Hamas’. Demonstranten werden boos omdat ze als terrorist werden weggezet.
‘Aan deze dubbele maat liggen angst voor en haat jegens moslims ten grondslag’, zeggen de moskeekoepels. ‘Vanuit verschillende kanten en machtsposities wordt een enorme druk uitgeoefend om je vooral vóór Israël uit te spreken. Deze druk is op moslims nog vele malen groter,’ zo schrijven de koepels. ‘Zodra men de Nakba ter sprake brengt, de massamoorden op Palestijnen, de verdrijving, de kolonisatie en de bezetting, wordt men direct weggezet en afgeserveerd. De 75 jaar aan onrecht en verdrukking die het Palestijnse volk ervaart, blijft op deze manier structureel onderbelicht,’ aldus de moskeekoepels.
Abdullah II, de koning van Jordanië, zegt dat zijn land geen Palestijnse vluchtelingen wil opnemen en Egypte ook niet. Dit bericht internationaal persbureau Reuters.
De Jordaanse koning wil op deze manier voorkomen dat Israël op deze manier Jordanië, Egypte en de rest van de wereld voor een voldongen feit stelt en de etnische zuivering van Palestijnen accepteert.
Ook Egypte wil geen Palestijnse vluchtelingen opnemen. Een woordvoerder van de regering vertelt Financial Times dat Egypte Gaza graag wil helpen, maar geen grote aantallen vluchtelingen zal accepteren. ‘Je wil dat wij 1 miljoen vluchtelingen opnemen? Welnu, ik zal hen naar Europa sturen. Jullie komen zo op voor mensenrechten, je mag hen hebben.’
Israël voert nu al dagenlang aanvallen uit op de Gazastrook, uit wraak voor de bloedige aanval van Hamas op Israël op zaterdag 7 oktober. Er zijn duizenden mensen omgekomen, waaronder meer dan duizend kinderen. Gisteren verwoestte een raket een ziekenhuis, met honderden doden tot gevolg. Over de hele wereld demonstreerden moslims, om zo hun solidariteit met de Palestijnse zaak te betuigen.
En zo waan ik mij gevangen te zitten tussen twee dramatische gebeurtenissen
Anderhalve week geleden begon het drama van dit moment met die niet te beschrijven Hamas-slachting. Dat is ene kant.
En aan de andere kant? Op dit moment weten we nog steeds niet wanneer die honderdduizenden soldaten dat stukje Gaza, van waaruit deze keer alle ellende is gekomen, binnen gaan trekken voor een grondoffensief. Een fase in deze oorlog die nu aan die andere kant van de scheidslijn hoe dan ook nog heel veel meer menselijk leed en verdriet gaat veroorzaken.
Dit bekneld zitten tussen gebeurtenissen, tussen drama’s, tussen keuzes maken is een gegeven dat voor mij sinds jaar en dag verbonden is aan het betrokken zijn bij het fenomeen dat de Joodse staat Israël heet.
Die betrokkenheid ken ik zelf al vanaf heel jonge leeftijd. Van de driekwart eeuw die de staat Israël dit jaar oud is, heb ik verreweg de meeste jaren bewust meegemaakt. De eerste jaren als kind. De zionistische droom direct na de Holocaust. De mogelijkheid van een eigen stuk land waarop het de Jood na negentien eeuwen van ballingschap eindelijk was gegeven het moede hoofd neer te leggen.
Ik was nog maar acht jaar oud. Maar de beelden in 1956 van een wreed ontwaken uit die droom door de tweede oorlog die de jonge staat toen moest voeren met de omringende buurlanden staan mij nog heel helder voor de geest.
En nog maar tien jaren later, ik zat inmiddels midden in mijn rabbijnstudie, werd een nieuwe strijd gevoerd die voor de Joodse inwoners de geschiedenis inging als de Zesdaagse Oorlog. Voor de Arabisch-Palestijnse bewoners werden die oorlogsdagen ervaren als het directe vervolg op de Nakba, de catastrofe die voor hen ooit begonnen was toen de Joodse Staat werd opgericht.
Het duurde niet opnieuw een decennium. In 1973 zaten wij op de heiligste dag van het Joodse Jaar, de Grote Verzoendag, Jom Kippoer, zoals gebruikelijk de gehele dag in de synagoge. Tijdens de gebedsdienst sijpelden de berichten binnen dat er opnieuw sprake was van een enorme gewapende confrontatie tussen de buurlanden en ‘ons’ Israël.
Het einde van de oorlog zal daar moeten worden bedongen
Haarscherp herinner ik mij de beklemmende gevoelens die ik tijdens en na de drama’s van die Jom-Kippoeroorlog beleefde. Het waren gevoelens van machteloosheid. Wat gebeurt daar allemaal in Israël? Maar ook: wat komt er allemaal op mij af? Welke verantwoordelijkheden zouden voor mij als Jood, als aankomend rabbijn, nu zijn weggelegd? Het was de tijd van de trauma’s na de strijd, van vliegtuigkapingen, van aanslagen, van radeloosheid en onmacht. Angst, overal om mij heen.
Het dubbele echter is dat het tegelijkertijd ook een tijd van hoop op toch betere tijden en vertrouwen was. De Eeuwige gaat ooit die vrede stichten voor iedereen die heeft geleden onder de vreselijke conflicten.
In mijn kinderjaren was de Joodse Staat ooit als droom geboren. Vijfentwintig jaren later besefte ik dat de afwezigheid van vrede een realiteit was. Een realiteit die met het voortschrijden van het bestaan van Israël, te midden van voortdurend geweld en oorlog, blijft.
Met de gebeurtenissen van de afgelopen weken in het achterhoofd vraag ik me zelf nu opnieuw af waar ik eigenlijk sta. Tussen het leed van de een en het leed van de ander? Tussen het verdriet aan deze kant van de grens en het verdriet aan de andere kant? Of misschien wel de meest ingewikkelde van de dilemma’s, tussen rechten van de een en het gelijk van de ander? Leven met dillema’s kan verlammend werken. Gevangen zitten tussen conflicterende waarheden dwingt de mens soms tot een bijna onontkoombare passiviteit.
De ernst van de realiteit om mij heen behoedt mij echter, G’ddank, voor het toegeven aan het niets doen. Integendeel. De feitelijke strijd speelt zich af ver weg van ons veilige Nederland. Het einde van de oorlog zal daar moeten worden bedongen. Dat is iets wat wij hier niet kunnen. Maar hier wacht ons die andere taak.
Wat zich in Israël en Gaza afspeelt laat opnieuw diepe sporen achter in de samenleving hier in Nederland. Groepen worden tegenover elkaar geplaatst. Elementen van islamofobie en antisemitisme worden door het conflict zichtbaar in de openbare ruimte.
Er zijn veel mensen die beschouwen een pro-Israël manifestatie of een pro-Palestina evenement als een probaat middel om iets van actie te kunnen tonen. Tenminste dit. Daar kunnen ze hun verdriet, zorgen of boosheid kwijt.
Zelf geloof ik helemaal niet in deze eenzijdige bezigheden. Deze plaatsen meningen, visies en emoties tegenover elkaar. Zij geven slechts ruimte aan het groeien van gevoelens van animositeit ten opzichte van die ander.
Ikzelf heb de keuze gemaakt, al lang geleden, om juist die ander op te zoeken. Die ander die niet mijn keuzes deelt in het conflict, die zich verbonden en solidair voelt met hen aan de andere kant van de grens. En zo delen wij samen onze zorgen, leedwezen en pijn. Zonder dat hier, zover verwijderd van de plek waar het allemaal gebeurt, animositeit en vijandschap ontstaat.
De vredesbewegingen in Palestina en Israël zijn geminimaliseerd. Deze zo ontzettend belangrijke organisaties kunnen onder de huidige omstandigheden ter plekke hoegenaamd niets.
Wanneer wij, moslims, Joden en christenen, Palestijnen en Israëliërs, elkaar in deze duistere tijden vandaag blijven opzoeken en elkaar blijven vasthouden binnen de Nederlandse samenleving, dan is dat het fundament voor de vrede van morgen. En daar zouden mogelijk de vredesbewegingen ter plekke ook hun voordeel mee kunnen doen.
In de Amsterdamse Oranjekerk gaan vertegenwoordigers van verschillende religieuze organisaties in gesprek over koranontheiligingen en moslimhaat. ‘Er is nog te weinig zichtbare solidariteit rondom deze vorm van discriminatie.’
Wat is een passende en effectieve reactie op het verscheuren of verbranden van de Koran? Hoe kunnen fundamentele vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst, het beste worden gewaarborgd? Over die vragen organiseert het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie een bijeenkomst in de Amsterdamse Oranjekerk. De aanwezigen op deze zondagmiddag 15 oktober hebben verschillende achtergronden. Deze bijeenkomst vindt plaats in het kader van de Europese Dag tegen Islamofobie.
Martijn de Koning van de Nijmeegse Radboud Universiteit beklimt het preekgestoelte in de kerk en opent de bijeenkomst met een inleiding waarin hij acties als koranverbrandingen betitelt als ‘spektakelactivisme’. Dit zijn volgens hem vormen van protest die niet alleen met inhoud, maar ook met visuele en auditieve vormen een situatie creëren waar derden bijna noodzakelijkerwijs op moeten reageren. Door middel van een spektakel wordt geprobeerd een controverse te scheppen.
Spektakelactivisten richten zich volgens De Koning op de kernsymbolen van de tegenstander. In geval van moslims gaat het dan bijvoorbeeld om het onteren van de Koran, de profeet Mohammed en de hoofddoek. Vervolgens gaan de spektakelactivisten achterover zitten, wachten ze op een overreactie van de groep die geprovoceerd wordt, in dit geval moslims, en concluderen ze: ‘Zie je wel, moslims vormen een gevaar voor de vrijheid van meningsuiting’.
Handjevol
In Nederland gaat het om acties van Pegida Nederland – opgericht door Edwin Wagensveld. Deze organisatie claimt zelf 400 leden te hebben, maar weet nooit meer dan een handjevol mensen op de been brengen. Wagensveld wil volgens de Koning niet alleen moslims provoceren, maar richt zich ook op de overheid en de politieke elite die niks doen tegen ‘de islamisering’ van de Nederlandse samenleving.
De reacties van Nederlandse moslims op de acties van Pegida variëren volgens De Koning van niets doen, verbaal protesteren tot pogingen ondernemen om dit soort uitingen te laten verbieden. Zo heeft de moskeekoepel K7 een toolkit voor gemeenten ontwikkeld als hulpmiddel om met dit soort acties om te gaan. Volgens de K7 heeft de overheid de verplichting de vrijheid van godsdienst te beschermen. Zij denken dat het, onder andere op basis van uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), mogelijk is om koranverbrandingen te beschouwen als haatuitingen en deze te verbieden ter bescherming van ‘de religieuze vrede’.
Martijn de Koning houdt zijn verhaal in de Oranjekerk in Amsterdam.
De Koning vertelt dat het, volgens de juristen die hij heeft geraadpleegd, nog niet betekent dat dit soort Koranonteringen verboden kunnen worden. Wel kan het bijvoorbeeld verboden worden om voor de ingang van een moskee een koran te verscheuren of te verbranden omdat dan de toegang tot de moskee in het geding is.
De Koning sluit af met de constatering dat het weliswaar lastig is om te reageren op Koranonteringen, maar dat het wel belangrijk is om het te doen omdat je dit gedrag ook niet wil normaliseren.
Hierna volgt een debat onder leiding van Naima Ajouaau, teamleider Sociale Basis Amsterdam Oost en gemeenteraadslid voor de PvdA in Dijk en Waard.
Mustafa Hamarcu, voorzitter van Milli Görüs Noord-Nederland, geeft aan zich te herkennen in de inleiding van Martijn de Koning: ‘Het gaat om het zorgvuldig afwegen van woorden en acties. Eigenlijk doe je het nooit goed. De vraag is steeds: gaan we kabaal maken omdat er ruim een miljoen Nederlanders worden gekrenkt door een klein groepje extremisten of laten we het lopen? Vanzelfsprekend ben ik voor de vrijheid van meningsuiting, maar ik vraag me ook af wat de reactie van de overheid zou zijn geweest als een gekleurde man als ik aankondigde een thora of een bijbel voor de Israëlische ambassade te willen verbranden.’
Martijn van Laar, prediker van de Amsterdamse Elthethokerk, is het eens met Hamarcu: ‘Je kunt het nooit goed doen. Mijn eerste reactie zou zijn: niet reageren, maar dan riskeer je dat dit soort acties salonfähig worden. Dat gebeurt in feite ook al. Het is krachtig wanneer anderen reageren dan degenen die pijn wordt gedaan. Wanneer wij als niet-moslims bijvoorbeeld zeggen ‘je gaat te ver’.’ Hij vertelt dat moslims in Egypte in 2017 om een bedreigde kerk gingen staan. ‘Dat was inspirerend. Ik werkte destijds nog in Rotterdam en daar zijn we toen als christenen om de El Salammoskee gaan staan. Door letterlijk om de moskee te gaan staan, spraken we onze steun uit. Het is altijd fijn als mensen voor je opkomen – en het liefst in het openbaar.’
Keppeltje
Simon Cohen is van Dialoog Joods Nederland en was tot een maand geleden voorzitter van ‘de Coalitie Rotterdam voor Mekaar’. Hij heeft er alle begrip voor dat het door moslims als uiterst kwetsend wordt ervaren wanneer een koran verscheurd of verbrand wordt. Hij pleit voor respect voor elkaars religieuze symbolen en wijst erop dat er inmiddels heel veel joden zijn die niet meer de vrijheid voelen om met een keppeltje lopen.
Cohen gelooft in dialoog en samenwerking door netwerkorganisaties om spanningen te voorkomen, zoals dat in Rotterdam gebeurt en landelijk in het Overlegorgaan Joden Christenen en Moslims (OJCM). In landelijke en regionale organen zitten volgens hem Joden en christenen die veel voor moslims opkomen.
‘Het is krachtig wanneer anderen reageren dan degenen die pijn wordt gedaan’
Roemer van Oordt, onderzoeker en medeorganisator van het debat, reageert dat er weliswaar zowel landelijk als lokaal sprake is van solidariteit, maar dat dit te weinig in de openbaarheid gebeurt. Voor het bredere publiek is dit amper zichtbaar. ‘Er kan juist op dit punt meer samengewerkt worden – zoals in het kader van de discussies over ritueel slachten is gebeurd’, aldus Van Oordt.
Heinrich Heine
Iemand van het Amsterdamse Veiligheidspact tegen Discriminatie vindt het schandalig dat het verbranden van heilige boeken niet wettelijk verboden is. ‘Het is een vorm van haatzaaien en opruiing’, zegt hij. ‘Ik pleit voor een campagne om het te verbieden.’ Hij citeert de schrijver Heinrich Heine die in het toneelstuk Almansor (1821) schreef: ‘Waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen.’
Mustafa Hamarcu van Milli Görüs reageert hierop door te stellen dat partijen in de Tweede Kamer kunnen bekijken welke wetgeving nodig is om alle grondwettelijke vrijheden, waaronder de vrijheid van godsdienst, beter te beschermen. ‘Het gaat om een maatschappelijk probleem, om het tegengaan van polarisatie.’
Abdou Menebhi van het organiserende Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie vindt dat de moskeeën te stil zijn als het gaat om islamofobie. Tegelijkertijd vindt hij dat niet enkel moskeeën stelling moeten nemen. ‘Dat moeten ook niet-moslims doen, seculieren, mensen van andere religies.’ Hij legt de bal bij de overheid die alle burgers moet beschermen. Menebhi vervolgt: ‘We moeten straks stemmen op partijen die het voor alle burgers opnemen en dus ook duidelijke standpunten hebben over het tegengaan van islamofobie.’ Er is volgens hem in de Tweede Kamer, maar ook in de partijprogramma’s nog te weinig aandacht voor deze vorm van discriminatie. Menebhi roept de Tweede Kamer op om vaart te maken met een wetsvoorstel van GroenLinks en ChristenUnie om hate speech zwaarder te bestraffen.
Een medewerkster van een antidiscriminatievoorziening stelt dat het melden van moslimdiscriminatie bij de meldpunten een effectieve methode is om islamofobie te agenderen. ‘Dat gebeurt nu te weinig. Wanneer er vaker gemeld wordt, komt het meer in beeld, en wordt er meer prioriteit gegeven aan beleidsvorming’, zegt ze.
Dagvoorzitter Naima Ajouaau sluit de gemoedelijk verlopen bijeenkomst in stijl af met de oproep om vaker over onze eigen schaduw te stappen en in het publieke domein hand in hand te staan en voor elkaar op te komen.
De concurrentie op een plek bij populaire studies aan de universiteit is moordend, maar voor studenten met migratieachtergrond is de kans op toelating nog kleiner, meldt Trouw.
Studies als geneeskunde, psychologie of verloskunde (ook lucht- en ruimtevaarttechniek, biomedische wetenschappen en bedrijfskunde) zijn zo populair dat er niet voor iedere student een opleidingsplek is. Daarom is er een strenge selectieprocedure, waarbij wordt gekeken naar cijferlijsten, kennistoetsen en cv´s.
Uit onderzoek onder alle 47 Nederlandse bacheloropleidingen die een numerus fixus (selectie aan de poort) hanteren, blijkt dat studenten met een migratieachtergrond ‘beduidend minder vaak door de selectie komen’, meldt Trouw.
Het onderzoek wijst op een ‘oververtegenwoordiging’ van studenten zonder migratieachtergrond in het algemeen. Studenten met bepaalde migratieachtergronden, zoals Turks of Marokkaans, Surinaams, Caribisch-Nederlands of Indonesisch, zijn ondervertegenwoordigd bij de meeste opleidingen.
Toch bewijst dit, volgens het rapport, niet een causaal verband tussen migratieachtergrond en ondervertegenwoordiging in academische opleidingen. Bij sommige zorggerelateerde ‘clusters’, hadden aanvragers met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Caribische of Indonesische migratieachtergrond een hogere kans, en in één cluster hadden aanvragers met een ‘overige migratieachtergrond’ een hogere kans dan aanvragers zonder migratieachtergrond.
Het Centrum Informatie Documentatie Israël (CIDI) laat sinds gister op elektronische billboards langs de snelweg foto’s van ontvoerde Israëlische kinderen zien. Het CIDI wil naar eigen zeggen het Nederlandse volk bewust maken van de noodzaak van Israëls operatie in Gaza.
Op 7 oktober drongen zo’n 1.500 Hamas-strijders vanuit de Gazastrook Israël binnen. Ze vielen Israëlische burgers aan, waarbij 1.300 doden vielen, en ontvoerden zo’n 200 mensen, waaronder oude mensen en kinderen.
In de media is de laatste dagen steeds meer kritiek op de tegenaanval van Israël op de Gazastrook. Hierbij zijn al meer 2.300 mensen omgekomen, volgens cijfers van eergisteren, en worden huizen, scholen en ziekenhuizen in puin gelegd. Ook zijn er grote zorgen over het verwachte grondoffensief van het Israëlische leger, het afsluiten van het gebied van water, gas en elektriciteit en de gevolgen hiervan voor de burgerbevolking van Gaza.
Voor het CIDI moet het Nederlandse publiek er daarom aan herinnerd worden wie – volgens de organisatie – de echte slachtoffers zijn: de Israëliërs die op 7 oktober door Hamas werden aangevallen en de 200 die door Hamas werden ontvoerd.
Het CIDI schrijft: ‘Omdat dit aspect van de huidige oorlog steeds meer ondergesneeuwd raakt in de Nederlandse media, die hun blik nu vooral op Gaza gericht hebben staan, vond het CIDI het nodig om deze actie te starten; om op die manier het Nederlandse volk bewust te maken van de noodzaak van Israëls operatie in Gaza.’
De actie heet #BringThemHome. Het CIDI hoopt dat de ontvoerde kinderen weer naar hun families in Israël kunnen terugkeren.
Terwijl de spanningen en zorgen in Gaza voortdurend toenemen – na de aanval van Hamas op Israël en vóór de invasie van Israël – ligt de internationale focus op twee topprioriteiten voor beide partijen in het uiterst bloedige conflict: het redden van burgerlevens en het bereiken van een staakt-het-vuren.
Voor beide doelstellingen zijn de ogen gericht op drie regionale actoren – Egypte, Turkije en Qatar. Veel internationale leiders, waaronder de Amerikaanse president Biden, lijken zich steeds meer zorgen te maken over de onvoorspelbare gevolgen van een massale Israëlische operatie om Gaza geheel of gedeeltelijk over te nemen.
De Turkse president Recep Tayyip Erdogan, die bekend staat als een ‘vriend’ van Hamas, slaat nu een toon aan die we niet van hem gewend zijn. Hij herhaalde onlangs wat hij in juli vorig jaar over het onderwerp had gezegd: ‘Het vestigen van een onafhankelijke Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad binnen de grenzen van 1967, gebaseerd op de maatstaven van de Verenigde Naties, is essentieel voor de vrede en stabiliteit van onze hele regio.’
Erdogan richt zijn felle retoriek op de Verenigde Staten, wier recente militaire manoeuvres voor de kust van Israël hij scherp bekritiseerde. ‘Wat hebben jullie daar te zoeken?’ Ondertussen geeft Ankara voortdurend signalen af dat het bereid is te bemiddelen voor de vrijlating van gijzelaars die Hamas in Gaza vasthoudt en voor een eventueel staakt-het-vuren.
Onlangs voegde Annalena Baerbock, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, zich bij degenen die hopen dat Turkije of Egypte bemiddelt. In Turkije staan dergelijke oproepen ook op de agenda, inclusief van vertegenwoordigers van de kleine en angstige Joodse gemeenschap in Istanbul.
Maar is Erdogans Turkije acceptabel als bemiddelaar? Er zijn twee grote bezwaren. Ten eerste de relaties met Hamas, die door Israël, Frankrijk en de Verenigde Staten als ‘veel te innig’ worden beschouwd. Ten tweede de Turkse aanvallen op de door Koerden gedomineerde Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) in Noord-Syrië, die door het Westen gesteund worden vanwege de oorlog tegen IS.
Ankara verleende het Turkse staatsburgerschap aan minstens twaalf hooggeplaatste Hamasleiders
Turkije is een van de weinige landen die Hamas geen terroristische organisatie noemt. Integendeel, Turkije heeft de banden met Hamas juist geïntensiveerd. In 2012 opende Hamas kantoren in Istanbul als onderdeel van een reeks strategische stappen. Dit wekte verder argwaan in Israël, waarmee de betrekkingen al ernstig waren verslechterd vanwege een Israëlische aanval in 2010 op een scheepskonvooi dat onderweg was naar Gaza.
In 2021 beweerde het Jerusalem Center for Public Affairs in een rapport dat het Istanbulse hoofdkantoor van Hamas niet alleen honderden terreuraanvallen tegen Israëli’s heeft gecoördineerd, maar ook miljoenen dollars heeft witgewassen.
Ook verleende Ankara het Turkse staatsburgerschap aan minstens twaalf hooggeplaatste Hamas-figuren en was de Turkse regering van plan dit ook aan andere leden te verlenen, zo meldde de Britse krant the Telegraph.
‘Erdogan onderhoudt warme banden met topfunctionarissen van Hamas, waaronder Ismail Haniyeh en Saleh al Arouri, twee van de vermoedelijke breinen achter de recente aanslagen’, schreef Sinan Ciddi, een vooraanstaande Turkije-expert verbonden aan een Amerikaanse denktank. En in 2015 was Khaled Mashal, medeoprichter en oud-voorzitter van Hamas, eregast en spreker op een bijeenkomst van Erdogans AK-partij in Konya.
In Israël en ook in het Amerikaanse Congres gaan nu stemmen op Erdogan om tekst en uitleg te vragen over zijn betrekkingen met Hamas. Ze eisen dat hij de kantoren van Hamas sluit en de Turkse paspoorten van Hamas-leiders intrekt. Het is de vraag of Erdogan hiertoe bereid is, en zo niet, hoe Ankara dan wel als bemiddelaar kan worden geaccepteerd.
Een tweede hindernis zijn de betrekkingen van Turkije met de Koerden, die net als de Palestijnen ook geen eigen staat hebben. Erdogan beschouwt Hamas niet als een terreurorganisatie, maar de gewapende tak van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) wel, vanwege hun banden met de Koerdische Arbeiderspartij PKK. Erdogan beschuldigt Zweden van het herbergen van terroristen en blokkeert daarom het NAVO-lidmaatschap van dit Scandinavische land, tot grote irritatie van de VS.
De situatie verslechterde verder toen Turkije, naar aanleiding van een recente terreuraanslag in Ankara, de aanvallen op SDF-gebieden in Noord-Syrië intensiveerde, met burgerdoden en schade aan infrastructuur tot gevolg. Een Turkse drone-aanval in de buurt van een Amerikaanse basis leidde tot een reactie van de VS. Biden besloot – met een ongebruikelijk presidentieel decreet – de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in het gebied te verlengen. Kennelijk beschouwt de Amerikaanse regering de voortdurende Turkse acties als een strategische zet om de SDF volledig uit Syrië te verdrijven. Beleid dat de zegen krijgt van Rusland en Iran.
Dit verklaart ook waarom de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Anthony Blinken Turkije oversloeg toen hij een reeks landen in het Midden-Oosten bezocht. De betrekkingen tussen de VS en Turkije liggen nu op een historisch dieptepunt. Gezien deze giftige situatie is het aannemelijk dat Biden niet akkoord gaat met Erdogan als bemiddelaar in het Gaza-moeras. De verwachting is dat Egypte deze rol op zich gaat nemen.
Leden en sympathisanten van GroenLinks-PvdA organiseren een solidariteitsactie voor Kauthar Bouchallikht, die opnieuw slachtoffer is geworden van een haatcampagne.
Afgelopen zaterdag maakte politica Kauthar Bouchallikht via Instagram bekend dat ze zich terugtrekt als kandidaat-Kamerlid voor GroenLinks-PvdA. Ze staat op plek 17. Het GroenLinks-Kamerlid kan echter niet meer van de gezamenlijke lijst worden gehaald, omdat de lijsten al officieel zijn ingediend. Kiezers kunnen dus ook nog steeds op haar stemmen..
Bouchallikht kwam tot haar besluit omdat ze het oneens is met het standpunt van GroenLinks-PvdA over de oorlog tussen Hamas en Israel. De eenzijdige, scherpe veroordeling van Hamas door de partij, doet volgens haar te weinig recht aan de context van onderdrukking en bezetting door Israël.
Bouchallikht was eind 2020, toen GroenLinks bekend maakte haar op de lijst te zetten, slachtoffer van een islamofobe haatcampagne. De studentenbond waar ze actief voor was, Femyso, zou gelieerd zijn aan de Moslimbroederschap. Ook werd Bouchallikht aangevallen omdat ze een hoofddoek draagt.
Die heftige kritiek kreeg ze nu weer. Voor sommige GroenLinks-PvdA-sympathisanten een reden om de jonge politica een hart onder de riem te steken met een online actie, die is opgezet door GroenLinks-politica Sabine Schrawachter, oud-voorzitter van de jongerenbeweging van GroenLinks. Sympathisanten van Kauthar Bouchallikht kunnen digitale stickers delen met de tekst ‘Hoop boven haat’, gevolgd door een bedankje.
Een groep christelijke theologen doet een oproep naar ‘christelijk Nederland’. Ze willen dat christenen zich uitspreken tegen het ‘excessieve, genocidale geweld van Israël in de Gazastrook’. Ook is er een ‘mars’ gekoppeld aan de oproep. Ze lopen vanochtend in Den Haag van de Tweede Kamer naar het Internationaal Strafhof (ICC).
Een van de theologen is Julia Tebbe. Zij is actief voor het oecumenisch begeleidingsprogramma (EAPPI) in Palestina en Israël namens de vredesorganisatie PAX.
Wat is deze actie?
Tebbe: ‘Vandaag komen de Europese leiders bijeen vanwege verslechterde situatie in Israël en Palestina. Als christelijk collectief zeggen wij ‘geen genocide in Gaza’. Wij roepen mensen op in actie te komen tegen de dreigende etnische zuivering die nu in Gaza plaatsvindt. De Nederlandse regering en de Tweede Kamer moeten verantwoordelijkheid nemen en zich uitspreken wanneer deze misdaden tegen de menselijkheid worden gepleegd.’
Wat kan de Nederlandse regering doen?
Tebbe: ‘Wij vinden dat de Nederlandse regering te weinig actie onderneemt om ten eerste de staat Israël aan te spreken op haar daden. Ze doen te weinig om een genocide in Gaza te voorkomen. Met deze actie hopen we dat er een gesprek op gang komt, dat de Nederlandse politiek een stevige vuist maakt tegen de misdaden die de Israëlische staat op de mensen van Gaza pleegt. Er moet politieke druk uitgeoefend worden voor een staakt-het-vuren. De Nederlandse overheid moet zich realiseren dat ze medeplichtig zullen zijn aan deze misdaden tegen de menselijkheid wanneer ze hiertegen geen actie ondernemen.’
Jullie zijn een christelijk collectief en waarom is het voor jou als christen belangrijk om dit te doen?
Tebbe: ‘Het is belangrijk ook om voorop te stellen dat iedereen zich kan aansluiten bij dit collectief, of je nou christelijk bent of niet. De meesten hebben inderdaad een theologische achtergrond. Ik niet, ik ben politicoloog met een specialisme in de Arabische politiek. Ik doe hier vooral aan mee omdat ik tegen onrecht en onderdrukking, en voor vrede ben.’
Op welke gronden benoemen jullie de situatie in Gaza een genocide?
Tebbe: ‘We zijn ons ervan bewust dat het gevoelig ligt en met deze oproep vergeten we natuurlijk niet het geweld dat Hamas tegen Israëlische burgers heeft gepleegd en het leed dat daarbij gepaard is. Dat gezegd hebbende, kunnen we niet onbenoemd laten dat de acties van de staat Israël nu wijzen op een genocide. Vele organisaties waaronder de Jewish Voice for Peace en Defense for Children Palestine waarschuwen voor een dreigende genocide. Ze wijzen op de intensiteit van de aanvallen van het Israëlische leger en het doelbewust in grote aantallen vermoorden van Palestijnen in Gaza.’
Met welk oog doen ze dat volgens jullie?
Tebbe: ‘Een miljoen Gazanen werd bevolen hun huis te verlaten en naar het zuiden te gaan zonder dat ze überhaupt de garantie kregen om weer terug te keren. Israël heeft totaal geen oog voor mensen die zich überhaupt niet kunnen verplaatsen. Het geweld is disproportioneel. Zelfs de wegen die mensen tijdens het staak-het-vuren konden gebruiken om te vluchten waren niet meer veilig.’
Dat Israël mensen de kans gaf om te vluchten, al duurde het maar heel kort, wijst er toch op dat er geen genocide plaatsvindt?
Tebbe: ‘Israël bombardeert woonwijken, waar honderden burgerslachtoffers vallen. Deze collectieve afstraffing voor de daden van Hamas is genocidaal. Bovendien worden deze daden ook door het taalgebruik van Israëlische politici en leiders gelegitimeerd. Er is sprake van dehumanisering. De president van Israël, Yitzhak Herzog, zei dat alle Gazanen verantwoordelijk zijn voor het geweld van Hamas. De Israëlische minister van Defensie vergelijkt Palestijnen met ‘human animals’. Een ander lid van de Knesset, van de Likud partij, Ariel Kellner,roept op tot een herhaling van de Nakba [de deportatie van 800.000 Palestijnen in 1948, die gepaard ging met massamoorden]. Het is allemaal taal die aanzet tot geweld.’
Zo’n vijftienduizend demonstranten verzamelden zich zondag op de Dam in Amsterdam. ‘ Ik wil de mensen die lijden een hart onder de riem steken.’
In tram 13 van Amsterdam Nieuw-West naar de Dam stapt bij elke halte wel een Palestina-demonstrant binnen. Ze zijn te herkennen aan de Palestijnse sjaals (keffiyehs) en opgevouwen vlaggen op stokken die ze mee hebben. De toeristen met rolkoffers kijken er met grote ogen naar. Er zijn nog geen leuzen te horen. Wel wordt al druk gebeld met vrienden die ook naar de Dam gaan. ‘Waar ben je precies’, vraagt een jongen, nadat hij naar de Instagramposts van vrienden heeft gekeken. Voor de rest zijn er gespannen blikken van veel jonge Palestina-demonstranten.
De ontlading is er al direct bij het uitstappen. De vlaggen en sjaals gaan demonstratief omhoog.
‘Ik ben hier om Palestina te steunen, maar ik ben hier ook tegen de ontkenning in het Westen van wat er al jaren met de Palestijnen gebeurt’, zegt een twintiger. Hij is een student uit Jordanië, en heeft eveneens een keffiyeh op en een donkere zonnebril die nonchalant op de punt van zijn neus rust, waardoor zijn ogen zichtbaar zijn. ‘Israël zegt dat ze tegen terrorisme zijn maar dan halen ze uit met dezelfde terreur, maar dan tien keer erger.’
Beeld: de Kanttekening
Er zijn duizenden mensen op de demonstratie afgekomen. NOS schat dat het er zo’n vijftienduizend waren. De Dam stroomt snel vol. Voor de Nieuwe Kerk staat de twintiger even stil en kijkt naar de aanzwellende mensenmassa. Op de vraag of hij eerder zulke aantallen heeft gezien, reageert hij gelaten. ’Misschien zijn deze aantallen in Nederland bijzonder, maar wij zijn aan deze situatie van oorlog en protesten gewend geraakt.’ Hij zegt het alsof het een rituele dans betreft. ‘Helaas gebeurt dit nu om de twee à drie jaar, in de laatste 15 jaar. Palestijnen worden om de zoveel jaar platgebombardeerd. En elke keer lijkt het een stukje erger te worden. En dan zijn er weer protesten. Toch moest ik hier gewoon zijn. Uit solidariteit’
Ietsje centraler op de Dam wil ook Hani met me praten. Hij komt oorspronkelijk uit Palestina, maar woont in Engeland. Hij was toevallig in Amsterdam op vakantie. ‘Ook al beseffen we dat ons samenzijn hier weinig verschil maakt voor de mensen daar, hetgeen pijn doet, moest ik hier vandaag zijn. Ik wil de mensen die lijden een hart onder de riem steken.’
‘Genoeg is genoeg. Geef het land terug en bevrijd de Palestijnen’
Hani is al een paar keer eerder in Amsterdam geweest. ‘Maar ik heb nog nooit zo’n grote Palestinademonstratie gezien hier. Het is goed om onze telefoons en sociale media-accounts vandaag goed te gebruiken, want wat hier gezegd wordt is de waarheid, en die is anders dan westerse media ons willen doen geloven. Ze suggereren dat het alleen maar over Hamas gaat. Het grote probleem van geweld ligt niet bij de Palestijnen, dat ligt bij Israël,’ zegt Hani, die daarna door zijn vrienden de menigte in wordt gesleurd.
Op het podium zijn de speeches al begonnen. Veel demonstranten zijn goed voorbereid. Dus met bordjes, spandoeken of karton met eigen, vaak Engelstalige teksten. ‘You don’t have to be a muslim to stand with Palestine, you have to be a human’, draagt een vrouw op een protestbord. En op de achterkant staat: ‘From shore to shore a free Palestine we’ll restore.’ En op een groot spandoek staat de tekst ‘Palestinian voices will be heard.’
Er zijn traditioneel veel moslims bij zulke pro-Palestina demonstraties aanwezig. Dus hier en daar wappert er ook een Turkse, Marokkaanse of Syrische vlag. Maar het aantal aanwezige witte Nederlanders valt ook op. Waaronder de veteraan Fred van Waarden, die nog in de jaren tachtig heeft gediend bij de Nederlandse VN-missie in Libanon. ‘Ik ben erg bang voor wat er staat te gebeuren in Gaza’, zegt hij. ‘Er worden natuurlijk constant bombardementen uitgevoerd door Israël. Maar dat gebeurt nu op een schaal die ik nog niet eerder zag in dit conflict. Het is echt van een andere grootte.’
Ook een moslimfamilie uit Zaandam wilde er vandaag bij zijn. De kleinste onder hen zegt dat hij geld wil geven aan de kinderen ‘die daar niks’ meer hebben. ‘Zo hoeven ze zich ook niet om geld zorgen te maken’, zegt de jongeman.
Max de Ploeg (links) Beeld: de Kanttekening
Programmamaker en docent Max de Ploeg loopt met een Palestina-vlag voorbij. Hij is al bij veel Palestina-demonstraties geweest. ‘Die van vandaag is wel vrij groot’, zegt hij. ‘Ik moet de betekenis van deze demonstratie nog laten bezinken. Er zijn al vaker grote solidariteitsdemonstraties geweest. Ik merk gewoon, zelfs na al die jaren, dat er vanuit de institutionele wereld nog steeds eenzijdig de kant van Israël gekozen wordt. En het lijkt alleen maar erger te worden.’
Van het vertrek van politica Kauthar Bouchallikht – die zich terugtrok als kandidaat-Kamerlid van GroenLinks-PvdA vanwege de haars inziens te pro-Israëlische koers van de partijen – was hij nog niet op de hoogte. ‘Als ze is vertrokken omdat Verenigd Links zich te eenzijdig opstelt in het Israëlisch-Palestijnse conflict, dan vind ik dat een goede zaak’, zegt hij. ‘Als je links bent en je neemt hier geen duidelijke stelling, dan ben je volgens mij ook niet echt links.’
Ook de Amsterdammer Abdel el Bacha is uit solidariteit met het Palestijnse volk gekomen, vertelt hij. Maar vooral ook als protest tegen de ‘hypocrisie’ die er volgens hem heerst in de politiek en ‘het narratief ‘van de media. ‘Er zijn dubbele standaarden in de media’, legt hij uit. ‘Ik begrijp heel goed dat Kauthar niet meer op de kieslijst wil staan bij Verenigd Links. Ze voelt zich niet gesteund. Ikzelf, met een links hart, heb die steun voor het Palestijnse perspectief ook erg gemist. Misschien kan ze nu haar verhaal wel doen. En dat is best schrijnend voor een politieke partij die zichzelf links noemt en voor emancipatie zou zijn.’
Adbdel el Bacha voelt zich emotioneel sterk betrokken bij het Israëlisch-Palestijnse conflict. ‘Er zijn natuurlijk een heleboel conflicten op de wereld. Ik wil niet zeggen dat andere conflicten niet belangrijk zijn. Maar hier komt die dubbele standaard in het Westen, die overduidelijk pro-Israëlisch is ondanks alle mensenrechtenschendingen, heel sterk naar voren. En dat ligt mij dwars. Wat Hamas heeft gedaan, is verschrikkelijk. Maar de context van decennialange onderdrukking van de Palestijnen moeten we absoluut niet vergeten,’ aldus El Bacha.
Inmiddels is het zo druk op de Dam dat iedereen weer moet inschikken. De vrouwen met het spandoek (‘Palestinian voices will be heard’) komen pal voor ondergetekende te staan. Een van hen is Aischa. Waarom kiest ze juist voor deze woorden?
‘De sociale media zijn nu bezig met shadow banning [posts van gebruikers zijn dan niet zichtbaar voor andere gebruikers] op Instagram’, zegt ze. Volgens Aischa kunnen mensen in het Westen zo niet echt zien wat er plaatsvindt. ‘Wat in Gaza gebeurt is genocide, dat is etnische zuivering, de waarheid moet onmiddellijk gehoord worden’, zegt ze.
Maar is de term genocide wel terecht, ook met het oog op wat de Joden in de Tweede Wereldoorlog is overkomen? ‘Ja, als je nu met antisemitisme aan komt zetten om ons de mond te snoeren, dan sta je echt aan de verkeerde kant van de geschiedenis.’
Beeld: de Kanttekening
Als je pro-Palestina bent, betekent dat niet dat je antisemitisch bent, aldus Aischa. ‘Het is zonneklaar dat het hier om een genocide gaat. De Palestijnen worden al meer dan 75 jaar onderdrukt door Israël. Genoeg is genoeg. Geef het land terug en bevrijd de Palestijnen.’
Maar moet je het daarom ook genocide noemen? ‘Ja, de grootste misdaad die tegen een volk kan worden gepleegd, die vindt nu plaats tegen de Palestijnen,’ zegt ze.
Even later cirkelen er drie vliegtuigjes met pro-Israëlische boodschappen hoog in de lucht over de Dam. Daarop staan de vredesboodschappen ‘Shalom Salaam’ en ‘Make Falafel, Not War’ en de provocerende tekst ‘Love Humus, not Hamas’. Demonstranten zijn woedend omdat ze als terrorist worden weggezet. ‘Jullie zijn zelf terroristen’, roept iemand boos. ‘Nazi kolonisten’, roept een ander. Er is veel onrust en boegeroep te horen, vanwege de rondcirkelende vliegtuigjes.
‘Jullie zijn zelf terroristen’
Niet veel later begint het te regenen en verschijnen de paraplu’s. De mensenmassa komt in beweging. Tot aan het Westerpark wordt hard in het Arabisch gescandeerd. Maar ook de Engelstalige leuzen ‘From the river to the sea, Palestine will be free’ en ‘Free Free Palestine’ zijn veelvuldig te horen.
Gedurende mars vallen de bordjes met genocide- én Holocaust-vergelijkingen op. ‘Who is the Anne Frank now?’, staat er op een. ‘Stop Genocide, Free Palestine’, heeft een jonge vrouw geschreven op een bord. Ook worden overal stickers geplakt in vergelijkbare bewoordingen. ‘Alweer pleegt Israël oorlogsmisdaden. Een genocide ligt op de loer’, staat er op een sticker. Met daaronder een afsluitend verwijt aan Nederland: ‘Blijf vooral toekijken!’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.