Home Blog Pagina 805

Amstelveen: geen diversiteitsbeleid bij aanname gemeentepersoneel

0

De gemeente Amstelveen voert geen actief aannamebeleid om de diversiteit van het ambtenarenpersoneel te bevorderen en is dat ook niet van plan. Dat meldt het Amstelveens Nieuwsblad.

De raadsfracties van GroenLinks, D66, VVD, PvdA en de lokale partij Actief Voor Amstelveen hadden hier vragen over gesteld aan het stadsbestuur.

De partijen willen dat de gemeente meer aandacht geeft aan diversiteit, zowel qua geslacht als in leeftijd, etniciteit, geaardheid, fysieke conditie en opleiding. Amsterdam voert bijvoorbeeld wel zo’n diversiteitsbeleid in de werving en selectie van gemeenteambtenaren.

‘Wij willen dat niet, nog los van het feit dat dit wettelijk, zonder heel zwaarwegende redenen, niet is toegestaan,’ aldus het college. De coalitie in Amstelveen bestaat uit VVD, D66 en PvdA.

De Amstelveense college geeft verder aan dat het de bijna 900 gemeentelijke medewerkers niet monitort op het gebied van diversiteit. Desondanks heeft het college het gevoel dat de gemeente de laatste jaren al steeds diverser wordt.

Joden, moslims opgelet: er dreigt een nieuwe strijd om de slacht

0

Staatssecretaris Ad Ploeg gaf me een hand. ‘Zo, de zaak is geregeld. Jullie hoeven je geen zorgen meer te maken over het ritueel slachten, halal en koosjer, in ons land.’ De vrede tussen de islamitische en de joodse gemeenschap enerzijds en het toenmalige Ministerie van Landbouw en Visserij anderzijds was getekend. We spreken over vijfendertig jaar geleden.

Samen lopen de we trap af. Net voor de draaideur grijpt Ad Ploeg nog eenmaal mijn hand. ‘Lody, nu is het probleem weer van tafel. Maar, we zien elkaar vast weer. Over vijf jaar? Over tien jaar?’ Ik knik. En zo was het. Om de zoveel jaren zorgen de dierenwelzijnsorganisaties of de politiek ervoor dat halal en koosjer slachten weer op de agenda staan. Het meest heftig was 2011, toen de Tweede Kamer instemde met een totaalverbod. Een verbod dat overigens sneuvelde in de Eerste Kamer.

Nog net voor het einde van dit, toch voor velen al zo’n moeilijk jaar, is het weer raak. Nu niet in Nederland, maar er is reden tot zorg. Bij onze zuiderburen in Vlaanderen geldt sinds vorig jaar een verbod op onbedwelmd slachten.

Enkele weken geleden verklaarde de Advocaat Generaal van het Europese Hof van Justitie, Gerard Hogan, dat met dit verbod de grondrechten van gelovigen worden geschonden. Dus de ban moest weer van tafel. Maar dan, tot onze grote schrik, spreekt nu het Hof zelf zijn oordeel uit: het Vlaamse verbod is niet strijdig met de Europese regels voor godsdienstvrijheid. Enthousiast roept de Vlaamse minister van Dierenwelzijn dan ook ‘dat nu in héél Europa de deur openstaat voor een verbod op onverdoofd slachten’.

Wat hier in Nederland als gevolg van deze Europese uitspraak staat te gebeuren is nog onduidelijk. De Partij voor de Dieren was al bezig met een nieuw voorstel voor een verbod, maar had de behandeling in afwachting van dit vonnis van het Europese Hof stilgelegd. Fractievoorzitter Esther Ouwehand roept nu: ‘Dit is heel goed nieuws. Het oordeel van het Hof ligt helemaal in lijn met de uitgangspunten van ons wetsvoorstel. Nu staat het ons vrij om ook in Nederland een einde te maken aan het vreselijke lijden van dieren tijdens de onverdoofde slacht.’

Voor de islamitische en joodse gemeenschappen laten zulke reacties zien dat er nu ook onmiddellijk werk aan de winkel is. Onze gemeenschappen kunnen zich niet veroorloven niets te doen en af te wachten wat er gaat gebeuren. Integendeel. Met de les van negen jaar geleden nog vers in ons geheugen ligt er een essentieel belang in het gezamenlijke optreden, van iedereen met een persoonlijk religieus belang bij het handhaven van de mogelijkheid tot de rituele slacht.

Nu al moeten de belangenorganisaties van onze beide gemeenschappen rond de tafel gaan zitten om hun nieuwe plan en campagne op te gaan zetten. En dat plan omvat weer al die verschillende domeinen die in het geding kunnen zijn, zoals dierenwelzijn, godsdienstvrijheid, discriminatie, staatsrecht, sociale en maatschappelijke uitsluiting.

Eén de problemen die we in voorgaande momenten tegenkwamen was vaak de diversiteit tussen al die organisaties die de belangen van hun achterban behartigden. Soms konden de gezamenlijke tegenstanders van een slachtverbod vanwege hun andere verschillen niet samen door één deur. Toch moeten we samen proberen die situatie van toen deze keer te voorkomen. Want onze godsdienstvrijheid is in het geding.

Nu al moeten de belangenorganisaties van onze beide gemeenschappen rond de tafel gaan zitten

Er kunnen grote verschillen bestaan. Maar nu geldt één gemeenschappelijk belang, voor iedereen die halal of koosjer eet. De grondwettelijke vrijheid van godsdienst moet ons opnieuw garanderen dat moslims en joden vrij zijn om de handeling van het slachten volgen hun riten onbelemmerd uit te voeren.

We staan voor een zegenrijke uitdaging die in gemeenschappelijkheid, insh’Allah, beézrat Hasheem, met succes zal worden bekroond.

Europees Hof voor de Rechten van de Mens: Turkije moet Demirtas vrijlaten

0

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft voormalig HDP-leider Selahattin Demirtas onschuldig verklaard. De HDP is een pro-Koerdische oppositiepartij in het Turkse parlement.

Het hof ziet geen bewijs voor de beschuldiging dat Demirtas (foto) terrorisme zou aanjagen, volgens Erdogan via banden met de PKK. De PKK vecht voor Koerdische onafhankelijkheid in het zuidoosten van Turkije en staat in Turkije, de EU en de VS op de terreurlijst.

Demirtas zit al vier jaar in voorarrest in afwachting van een megaproces, waarna hij ruim 140 jaar cel aan zijn broek kan krijgen.

Hij moet onmiddellijk worden vrijgelaten, aldus het hof, dat zijn gevangenschap een dekmantel noemt om de vrijheid van debat nog meer in te perken. Zijn voorarrest gaf de Turkse bevolking een ‘gevaarlijke boodschap’, aldus het hof.

Turkije is niet gebonden aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens,  dus is het de vraag of het land zich hier iets van aantrekt. President Erdogan noemde Demirtas een maand geleden nog een terrorist die ‘het bloed van duizenden Koerden’ aan zijn handen heeft.

Gisteren is de 54-jarige HDP-politica Leyla Güven van de HDP tot 22 jaar gevangenisstraf veroordeeld. In juni dit jaar besloot het Turkse parlement haar al te royeren als parlementslid.

Güven werd bekend toen ze in 2018 – ze was nog parlementslid – in hongerstaking ging uit protest tegen de opsluiting van PKK-leider Abdullah Öcalan. Güvens voorbeeld werd door vele Koerden nagevolgd, ook in Nederland. Hierdoor beschouwden de Turkse autoriteiten haar als een terrorist die propaganda maakt voor de PKK.

Gisteren spande president Erdogan ook nog een rechtszaak aan tegen een parlementariër van de CHP, de grootste oppositiepartij. Parlementslid Özgür Özel noemde de Turkse president een ‘slecht excuus voor een dictator’ en een ‘Franco-wannabe’. De fascistische generaal Francisco Franco was van 1939 tot zijn dood in 1975 dictator van Spanje.

 

Moslims in actie tegen eenzame kerst

0

Het platform Kunst van het Samenleven heeft een kerstkaarten-actie gelanceerd. Hiermee hoopt het platform een lichtpuntje te bieden aan mensen die dit goed kunnen gebruiken.

Corona zorgt ervoor dat mensen niet naar hun familie kunnen of hun familie niet kunnen zien. Vooral voor mensen die al eenzaam zijn, wordt deze kerst misschien nog eenzamer. Om anderen te inspireren ook aan deze kerstkaartenactie mee te doen, kunnen deelnemers een foto maken en deze delen via #KunstvanhetSamenleven en #eenkleingebaar.

Het platform roept deelnemers op de actie zo veilig mogelijk te doen. Zoals: aanbellen en op 1,5 meter afstand toelichten waarom je die persoon een kaartje heb gestuurd. Je kunt ook je telefoonnummer op het kaartje schrijven met de opmerking dat mensen jou via WhatsApp kunnen (beeld)bellen.

‘Bij eerdere vergelijkbare acties heeft Platform Kunst van het Samenleven landelijk met 64 lokale partners uit 35 steden ruim 21.000 mensen in contact weten te brengen’, vertelt initiatiefneemster Saniye Calkin. ‘Dit om, zoals de naam het al zegt, de kunst van het samenleven te bevorderen. Omdat fysiek contact dit jaar niet mogelijk is, hebben wij gezocht naar alternatieve manieren om mensen dichterbij elkaar te kunnen brengen.’

Denk Rotterdam wil dat stadsbestuur moskeeën gaat subsidiëren

0

De Rotterdamse fractie van Denk wil dat het stadsbestuur moskeeën financieel ondersteunt, meldt Dagblad 010. Dankzij de coronacrisis zouden moskeeën in de stad met financiële tekorten kampen.

‘Sommige moskeeën zijn nog helemaal niet opengegaan, terwijl de kosten wel doorlopen en de inkomsten uit collectes daardoor achterblijven’, aldus Denk-raadslid Enis Ygit. ‘Een deel wordt wel gecompenseerd door onder meer Tikkie, maar niet alles.’

In zijn brief verwijst het Denk-raadslid naar een onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut. Hierin wordt geconcludeerd dat het zorgwerk van moskeeën, kerken en andere gebedshuizen in Rotterdam 200 miljoen euro waard is.

‘Zouden deze kerken en moskeeën nu wegvallen, dan kost het dus 200 miljoen euro om die hulp alsnog te leveren’, schrijft Ygit. Hij hoopt dat wethouder Bert Wijbenga (Samenleven, VVD) bereid is om de moskeeën te gaan subsidiëren.

Burgemeester Urk heeft twijfels bij coronavaccin

0

Burgemeester Cees van den Bos (SGP) van Urk twijfelt of hij de inwoners van het vissersdorp gaat oproepen om zich te laten vaccineren tegen corona. Hij gaat zich hierop bezinnen, vertelt hij in een interview met Binnenlands Bestuur.

‘Ik snap dat ik iets uitstraal als ik dat zou doen, maar zolang ik voor mijzelf geen standpunt heb ingenomen ga ik daar niet over communiceren’, aldus Van den Bos. ‘Het gaat je hele gezin aan. Zoiets beslis je niet op een achternamiddag.’

De vaccinatiegraad op het grotendeels orthodox-christelijke Urk is om religieuze redenen relatief laag. Veel Urkers willen zichzelf en hun kinderen niet vaccineren, omdat volgens hen God bepaalt of je ziek wordt of niet en niet een vaccin.

In het interview met Binnenlands Bestuur vertelt de burgemeester ook dat het landelijke vuurwerkverbod niet te handhaven is in het vissersdorp. Een week geleden schoten jongeren op Urk met vuurwerk richting medewerkers van een lokale coronatestbus.

Migrantenvrouwen maken inhaalslag op de Hollandse huisvrouw

0

Nederlandse vrouwen staan Europees gezien niet bekend om hun carrières en financiële onafhankelijkheid. Migrantenvrouwen in Nederland timmeren harder aan de weg, maar niet zonder slag of stoot.

De cijfers uit de nieuwe Emancipatiemonitor van het CBS en het SCP liegen er niet om. Het aantal ‘economisch zelfstandige vrouwen’ – zij verdienen minsten 990 euro per maand – zonder migratieachtergrond steeg verder naar 68 procent. Maar vrouwen met een migratieachtergrond lopen hen gestaag in. Marokkaans-Nederlandse vrouwen lopen vaker achter qua inkomen, maar de economische zelfstandigheid van de tweede generatie is al ruimschoots verdubbeld ten opzichte van de eerste generatie.

Als het gaat om het aantal uren dat vrouwen werken, is de autochtone vrouw minder geëmancipeerd dan andere vrouwen in dit land. Zij haalt wekelijks gemiddeld 28 uur, terwijl vrouwen met Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse en Aziatische (met uitzondering van Japanse en Indonesische) afkomst gemiddeld ruim 29 uur werken. Surinaams- en Antilliaans-Nederlandse vrouwen halen zelfs 31 uur. Turks- en Marokkaans-Nederlandse vrouwen werken nu nog gemiddeld minder, namelijk 27 en 28 uur. Wanneer we alleen kijken naar de tweede generatie, dan werken zij allebei ongeveer 29 uur per week.

Een terugkerende Nederlandse discussie is de wens van vrouwen om parttime te werken. Vrouwen zonder migratieachtergrond laten deze vaker in vervulling laten gaan. 68 procent van de vrouwen werkt liever deeltijd, om tijd te besteden aan andere dingen. Van de hoogopgeleide vrouwen met een Nederlandse achtergrond werkt 45 procent voltijds tien jaar nadat zij het onderwijs hebben verlaten, blijkt uit het Jaarrapport Integratie 2020 van het CBS. Onder hoogopgeleide vrouwen met een Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse migratieachtergrond ligt dit percentage op 55 tot 60.

De vrouwelijke werkweek is één van de graadmeters van emancipatie. Hoe kan het dat vrouwen met verschillende afkomst zo uiteen lopen? Helga de Valk, hoogleraar Migratie en de levensloop aan de Rijksuniversiteit Groningen, en directeur van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) verklaart: ‘De cultuur van het land van herkomst is één van de pijlers die de arbeidsparticipatie beïnvloedt. Dat is goed te zien bij vrouwen uit Suriname en de Antillen, waar de vrouw aan het hoofd staat van het gezin. Ook na de geboorte van kinderen is zij vaker de kostwinner.’

Niet zonder slag of stoot

De cijfers laten niet alleen een voorsprong zien onder migranten. De eerste generatie blijft achter: slechts 37 procent van de eerste generatie Marokkaans-Nederlandse vrouwen werkt en 44 procent van de Turks-Nederlandse vrouwen. ‘Veel van hen kwamen in de jaren zeventig naar Nederland voor gezinshereniging’, zegt De Valk. ‘Wanneer zij eerder een kind kregen dan een baan, dan werd het lastig om die werkachterstand later in te halen – als ze juridisch al móchten werken van de overheid. Ook Nederlandse vrouwen, of misschien wel juist Nederlandse vrouwen, stoppen met werken wanneer er kinderen komen.’

Het gezinsleven is niet de enige factor van belang. De Valk: ‘We hebben dit jaar allemaal gemerkt hoe moeilijk het is om stappen te zetten als je niet weet wat de toekomst brengt. Dat geldt ook voor vluchtelingen. Terwijl het juist belangrijk is om gelijk aan de slag te gaan als je hier komt.’

Nenita la Rose, voorzitter van de Nederlandse Vrouwen Raad, beaamt dit: ‘Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtten veel Europeanen naar Amerika. Daar kregen ze de kans om een bestaan op te bouwen. Dat is hier niet het geval, alleen al de taal leren wordt hen lastig gemaakt. De samenleving moet wel open staan om de eerste generatie een kans te geven.’

Kijkend naar de tweede generatie, die het stukken beter doet qua arbeidsparticipatie, blijken ook hier problemen te zitten die de vrouw zonder migratieachtergrond niet kent. Zo verschilt de werkloosheid behoorlijk van het vrouwelijk gemiddelde (2 procent), variërend van 5 procent (Surinaams) tot 8 procent (Turks). En bijna een kwart van de Surinaamse vrouwen, die vaak op kop lopen qua werk, krijgt een uitkering. Van alle Nederlandse vrouwen is zestien procent van een uitkering afhankelijk.

Het Jaarrapport Integratie 2020 laat zien dat een opleiding niet voor iedereen garantie biedt op werk. Na een jaar heeft 43 procent van de vrouwen met Surinaamse achtergrond nog geen betaald werk, terwijl dit percentage onder vrouwen met een Nederlandse achtergrond en hetzelfde diploma op slechts de helft daarvan ligt. Tien jaar na de opleiding hebben hoogopgeleide migranten significant minder vaak betaald werk, met een uitzondering voor Antilliaanse Nederlanders. Onder de eerste generatie voelt vier procent van de Marokkaans- en Surinaams-Nederlandse vrouwen zich zelfs ‘ontmoedigd’ in hun zoektocht naar werk.

‘Qua kansengelijkheid en inkomen hebben migrantenvrouwen een achterstand ten opzichte van Nederlandse vrouwen’

‘Het zijn twee stukjes van de puzzel’, zegt De Valk. ‘Ze werken veel uren of ze zijn werkloos. Voor een deel van hen is voltijds werk noodzakelijk om rond te komen. Misschien hebben ze ook lager betaalde banen. Dan is er nog discriminatie op de arbeidsmarkt, dat zich lastig laat onderzoeken, maar niet valt weg te wuiven.’

La Rose vertelt hier over: ‘Qua kansengelijkheid en inkomen hebben migrantenvrouwen een achterstand ten opzichte van Nederlandse vrouwen. Ik wil institutioneel racisme er eigenlijk niet bijhalen, maar je kunt er niet omheen.’

La Rose kwam zelf uit Suriname naar Nederland om te studeren en heeft ervaren hoe het er voor een Surinaamse vrouw aan toe gaat op de werkvloer: ‘Twintig jaar geleden werkte ik bij de gemeente Amsterdam als één van de weinige vrouwen in schaal 12. Eén van de hogere schalen, maar de mannen die ik leiding gaf verdienden meer dan ik. Nog steeds komen weinig migrantenvrouwen hoger dan schaal 10. Iemand met een andere naam moet al blij zijn als ze de eerste sollicitatieronde haalt. Daar valt een wereld te winnen.’

De mannelijke rol

Hebben mannen ook nog een rol in het emancipatieverhaal van al deze vrouwen? Uit onderzoek van het CBS in 2005 blijkt dat zij in ieder geval een afremmende werking kunnen hebben, bijvoorbeeld op Turks- en Marokkaans-Nederlandse vrouwen. Terwijl deze tweede generatie jonge vrouwen modernere opvattingen hebben op de rolverdeling dan niet-migrantenvrouwen, zijn het de Turks- en Marokkaans-Nederlandse mannen die geen voorstander zijn van het tweeverdienersmodel zodra er kinderen komen. Zowel de mannen als vrouwen vinden de vrouw geschikter om voor de kinderen te zorgen, waardoor de moeder waarschijnlijk met een dubbele last wordt opgezadeld, aldus het rapport.

La Rose kijkt hier niet zo zwart-wit naar: ‘Het onderscheid tussen Turkse en andere vrouwen is handig voor de statistieken, maar ik zie iets heel anders gebeuren. Kijk hoeveel Turkse en Marokkaanse meiden hun vleugels uitslaan. In de cultuursector, in de media, in praatgroepen en op tv. Alle vrouwen willen vooruitgang en zelfstandigheid, als ze maar de kans krijgen. Ze kunnen tegelijkertijd respect koesteren voor hun hun culturele opvoeding. Dat is een verrijking, ook als ze er dan voor kiezen om thuis te blijven.’

Ook De Valk wil het emancipatievraagstuk breder trekken. ‘Relevanter is dat de participatie van álle vrouwen omhoog gaat. Hoe zorgen we dat vrouwen blijven werken in de toekomst? Betere kinderopvang en naschoolse opvang maken het mogelijk om werk en kinderen te combineren, kijk maar naar Scandinavië. En uiteraard moeten we juridische obstakels wegnemen voor nieuwkomers om te werken.’

‘Kijk hoeveel Turkse en Marokkaanse meiden hun vleugels uitslaan. In de cultuursector, in de media, in praatgroepen en op tv’

En de Turks-Nederlandse mannen die hun vrouwen liever thuis zien zitten zodra er kinderen zijn, dan? De Valk onderzocht in haar proefschrift in 2006 jongeren tussen dertien en vijftien jaar en de verdeling van taken in het huishouden en betaald werk. Haar conclusie: niet-migrantenkinderen houden er vaak conservatievere denkbeelden op na dan kinderen van migranten.

‘Tijdens de jeugd zijn mensen het meest progressief. Toch wil het merendeel van de jongens later fulltime werken met een partner die de zorg voor de kinderen op zich neemt. De meisjes willen liever parttime werken en het huishouden deels zelf doen. Die kinderen in 2006 zijn de dertigers van nu.’

De autochtone vrouw

Gezien discriminatie, gezinsomstandigheden en obstakels van de inburgering, verwacht je een grotere achterstand op de arbeidsmarkt van migrantenvrouwen in Nederland. Wat zegt hun ontwikkeling over de Nederlandse, autochtone vrouw? Is zij het sukkeltje van de klas, ook in eigen land?

La Rose breekt een lans voor haar: ‘Als Nederlandse vrouwen een partner met een goede baan hebben, kunnen zij zich het eerder veroorloven om minder te werken. Dat kan een verklaring zijn voor deze cijfers. Maar laten we niet generaliseren. Veel Nederlandse vrouwen moeten bikkelen, zijn gescheiden en knopen de eindjes aan elkaar.’

De Valk nodigt iedereen wel uit om breder te kijken dan de Nederlandse gewoonten: ‘In andere landen is het gebruikelijker om meer te werken als vrouw. Integratie zou voor hen eerder betekenen dat ze hier minder moeten werken. Laten we onze Nederlandse bril eens afzetten. Het spectrum van onze levensloop kan zoveel breder zijn als je je laat inspireren door bijvoorbeeld de Surinaamse en Antilliaanse vrouwen, die vaak het hoofd zijn van het gezin.’

Afsluitend concludeert De Valk dat vrouwen met een migratieverleden vaak extra obstakels weten te overwinnen, van discriminatie tot regelgeving. Dat zegt iets over hun vasthoudendheid, stelt zij. ‘Zij zijn de rolmodellen voor een volgende generatie. Daar kunnen wij iets van leren.’

De kleinburgerlijke jaloezie van rechts Nederland

0

Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven probeerde onlangs de diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs te bevorderen, onder meer door een instituut in het leven te roepen en diversiteit te registeren. Dit stuitte op hevig verzet bij rechtse partijen. Zij gaven een duidelijke boodschap aan de minister: er komt geen registratie van afkomst en geen ‘barometer’ voor diversiteit in het hoger onderwijs.

Maar omgekeerd valt op dat in discussies over de criminaliteit gepleegd door personen met een migratieachtergrond plotseling allerlei cijfers opduiken. Niemand voert dan aan dat die cijfermatige detaillering moet stoppen. Rechtse partijen voeren elkaar met uitspraken over ‘allochtonen’ die oververtegenwoordigd zijn in de gevangenissen, in achterstandswijken en in de bijstand. Op grond van dergelijke cijfers baseren deze partijen hun oordeel dat de multiculturele samenleving is mislukt. En juist aan die boodschap heb ik geen boodschap.

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw blinkt de tweede generatie migranten uit in het hoger onderwijs. Maar dit succes wordt niet genoemd in de debatten over de multiculturele samenleving. Hoe zou dat nou komen, als er geen cijfers zijn over de behaalde successen? De afgelopen tien jaar is het aantal studenten van kleur in het hoger onderwijs exponentieel gegroeid. Deze toename is vooral te zien op de hogescholen en universiteiten in grote steden. Tegelijkertijd valt op dat zeer weinig hoogleraren, lectoren, docenten en onderzoekers van kleur zijn. Het succes van de tweede generatie heeft zich dus niet vertaald naar de academische werkvloer.

Abram de Swaan, de bekende Amsterdamse socioloog, wees jaren geleden op het verschijnsel ‘opwaartse jaloezie’. Dat is een groepsjaloezie waarbij sociale stijging van een minderbedeelde groep wordt getolereerd door de bevoordeelde groep. Maar deze ’tolerantie’ slaat om in afgunst wanneer de minderbedeelde groep de bevoordeelde groep overstijgt, zelfs al betekent dat geen verslechtering voor de positie van de bevoordeelde groep. Andermans vooruitgang wordt ervaren als de eigen achteruitgang.

De Swaan stelt dat een goede positie op zichzelf in de samenleving geen bevrediging brengt. Die bevrediging ontleent men aan het sociaal prestige van de sociale positie. Om in de woorden van De Swaan te spreken: ‘Prestigeverhoudingen zijn noodzakelijkerwijs verbonden met jaloerse verhoudingen, ze zijn altijd competitief en altijd conflictueus.’

De afgelopen tien jaar is het aantal studenten van kleur in het hoger onderwijs exponentieel gegroeid

Dat men de afkomst van gedetineerden bijhoudt leidt niet tot competitie en conflict, omdat het niet prestigieus is. Het wordt gebruikt in het debat om etnische groepen te vernederen en te degraderen.

Dat men gender wil bijhouden in bestuursfuncties leidde aanvankelijk wel tot competitie en conflict, maar we zijn op een punt beland dat de politiek verplicht is de emancipatie van vrouwen te bevorderen. Deze ontwikkeling is mede afgedwongen door vrouwen in bestuurlijke posities, ondersteund door een select gezelschap van mannen. Een Kamermeerderheid heeft geen problemen met de registratie van vrouwen in hogere functies en is zelfs bereid om een quotum in te stellen. Maar als het gaat om het registeren van etnische afkomst in het hoger onderwijs, om daarmee de diversiteit en de inclusie te bevorderen, dan is dat een probleem.

Anders dan bij de sociale stijging van (witte) vrouwen is de onwil om de emancipatie van etnische groepen te bevorderen op de politieke rechterflank sterk. Liefst van al zien de rechtse politieke partijen etnische minderheden een mindere plaats innemen. Dat levert hen politieke argumenten op om de immigratie zoveel mogelijk dicht te knijpen, om te klagen dat immigranten de samenleving belasten en om de superioriteit van boreaal Europa te onderstrepen. De behoefte om etnische groepen op hun plaats te wijzen is in dit deel van het politieke spectrum opvallend groot. De opvattingen van de rechtse partijen komen niet alleen voort uit wereldlijke ideologieën, maar vooral uit een kleinburgerlijke opwaartse jaloezie. Vraag het aan Abram de Swaan. Die wist het jaren geleden al.

Twijfel in islamitische wereld: is het coronavaccin wel halal?

0

Bij sommige moslims is twijfel ontstaan over de coronavaccins. Om ervoor te zorgen dat de vaccins veilig kunnen worden opgeslagen en vervoerd, wordt vaak gelatine gebruikt dat afkomstig is van varkens. Volgens de islamitische wet zijn varkens niet halal.

Er zijn bedrijven die gelatine-vrije vaccins produceren, maar op dit moment zijn zulke vaccins nog schaars. En dat is een probleem voor moslims en orthodoxe joden, die varkensproducten onrein vinden.

Volgens Salman Waqar van de Islamitische Medische Vereniging in Groot-Brittannië verschillen islamitische geleerden van mening over dit ethische vraagstuk, zo vertelt hij aan persbureau Associated Press.

De meerderheid vindt dat het gebruik van vaccins met varkensgelatine is toegestaan als hiermee een ‘erger kwaad’ kan worden voorkomen, zegt Harunor Rashid, epidemioloog aan de Universiteit van Sydney. Het is een ethische afweging. Ook orthodoxe joden komen tot een soortgelijke conclusie.

Toch zijn er ook islamitische geleerden die vaccins met varkensgelatine afwijzen. In 2018 besloot de Indonesische Raad van Geleerden dat de mazelen- en rubellavaccins haram zijn vanwege de gelatine. Religieuze leiders spoorden ouders aan hun kinderen niet te laten vaccineren, waardoor er een mazelenepidemie uitbrak. Later besloot de Raad van Geleerden dat het toegestaan is om kinderen te vaccineren. Toch is onder veel Indonesische moslims vaccinatie nog steeds een taboe.

In Maleisië en Pakistan wordt doorgaans hard opgetreden tegen vaccinatieweigeraars. In Maleisië krijgen weigerouders een boete of moeten ze de cel in. Pakistan heeft daadwerkelijk moslims in de gevangenis gegooid die weigerden om hun kinderen in te enten tegen polio.

Deskundigen vrezen dat er onder gewone moslims verzet zal zijn tegen verplichte vaccinaties. De Indonesische overheid vreest dit ook, en heeft daarom besloten de Raad van Geleerden te betrekken bij het inentingsproces, om op die manier een humanitaire ramp te voorkomen.

Rel in VK: uitgever weert boek over ‘cancel culture’ vanwege ‘islamofobie’

0

De Britse journaliste Julie Burchill houdt de gemoederen bezig in het Verenigd Koninkrijk. De uitgave van een boek van haar over ‘cancel culture’ is afgeblazen. Critici beschuldigen Burchill van ‘islamofobie’.

Burchill is een fel tegenstander van ‘cancel culture’. Ze ergert zich aan linkse ‘woke-brigades’ die volgens haar de vrijheid van meningsuiting beknotten en besloot er een boek over te schrijven: Welcome to the Woke Trials, dat in april 2021 uitgegeven zou worden door uitgever  Little, Brown and Company.

De Amerikaanse uitgeverij heeft Burchill vorige week laten vallen, omdat critici haar van moslimhaat en racisme hebben beschuldigd. Dit, nadat Burchill op Twitter kritische opmerkingen maakte over de leeftijd van een van de vrouwen van de profeet Mohammed.

Little, Brown and Company vindt dat Burchills ‘opmerkingen over de islam niet verdedigbaar zijn vanuit moreel of intellectueel oogpunt, dat ze een grens hebben overschreden met betrekking tot ras en religie, en dat haar boek nu onlosmakelijk verbonden is met die opvattingen.’

Op die beslissing klinkt nu veel kritiek. Zo verwijt journalist Jimmy Nicholls in een stuk van afgelopen weekend de uitgeverij ‘morele lafheid’: ‘Moslims moeten niet komen te verwachten dat kritiek op hun geloof of profeet boven elke kritiek verheven is.’

Journaliste Caitlin Logan heeft dan weer weinig medelijden met Burchill. Ze wijst erop dat ‘cancel culture’ een concept is dat zou worden misbruikt door door rechtse ‘provocateurs’ als Burchill, die verder al genoeg podium zouden krijgen. ‘De mensen die echt bedreigd worden, kunnen zich niet laten horen.’

Cancel culture wordt door mediaprofessor Richard Rogers omschreven als het belasteren en/of deplatformen van mensen met een ‘foute’ mening. In Nederland bijvoorbeeld ijverde twitteractivist en voormalig GroenLinks-strateeg Sybren Kooistra voor het ontslag van Arthur van Amerongen bij de Volkskrant, vanwege zijn ‘seksistische’ en ‘racistische’ columns. Ook riep Kooistra vanwege een soortgelijke ‘foute’ opmerking de redactie van Op1 op om presentatrice Fidan Ekiz te ontslaan.