19.9 C
Amsterdam

Beesten met Dion

Lody van de Kamp
Rabbijn en publicist

Lees meer

Precies heb ik het nooit bijgehouden. Maar als sjocheet – ritueel slachter van pluim-, klein- en grootvee voor de Joodse gemeenschap – zijn vele duizenden dieren door mijn handen gegaan. Allemaal volgens de regels van de Tora-wetgever, met vlijmscherpe en handgeslepen messen. De laatste koe met dezelfde nauwgezetheid als meer dan vijventwintig jaar daarvoor de eerste. Alles draaide om dierenwelzijn.


Het is 2011. In de Tweede Kamer debatteren de dames en heren over halal en koosjer slachten. Volgens PVV-parlementariër Dion Graus ben ik als sjocheet iemand die ‘dieren gruwelijk martelt’. Zijn collega Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) maakt ervan dat ik ‘de Nederlandse Dierenwelzijnsnormen overtreed’. Een derde lid van de Kamer, Martijn van Dam (PvdA), constateert dat ik mij met mijn werk voor de Joodse gemeenschap ‘buiten de eisen van het vermijden van onnodig dierenleed plaats’. En dan doet mevrouw Janneke Snijder van de VVD ook nog een vergelijkbare duit in datzelfde zakje.

Voor mij is de maat vol. Vijfentwintigjaar een respectabele functie vervullen na een opleiding van meer dan zes jaar en dan zo worden neergezet door enkele van onze volksvertegenwoordigers. Ik doe aangifte wegens belediging. Ik voel mij aangetast in mijn eer en goede naam.

Enkele dagen na de aangifte ligt er al een reactie van het arrondissementsparket op de mat. Er komt geen onderzoek of vervolging. De uitlatingen ‘maken deel uit van het maatschappelijk debat over het ritueel slachten’. En ‘de bewoordingen en de uitlatingen zijn in de politiek niet ongebruikelijk en passen in het debat’.


Ho! Als ik in Den Haag dus ergens op het Spui of op de Korte Poten loop en ik maak iemand uit voor dierenmartelaar, voor overschrijder van onze fatsoensnormen of weet ik veel voor wat, dan kan dat mogelijk best strafbaar zijn. Loop ik honderd meter verder en betreed ik die zaal van ons parlement met die mooie blauwe stoelen, dan kan ik niemand meer aantasten in zijn of haar eer of goede naam. Daar mag alles in het kader van het politieke debat.

Mag ik veronderstellen dat veel burgers in ons land dit, net als ik, niet meer kunnen volgen?

Zit ik op een bankje op het Plein pal voor het Haagse Binnenhof en ik roep heel hard dat de Heilige Boeken moeten worden verscheurd of dat religieuzen naar het buitenland moeten worden verbannen, dan loop ik kans dat de rechtbank mij uitnodigt om eens uit te leggen wat ik hiermee eigenlijk wil zeggen. Maar loop ik naar het spreekgestoelte in de Kamer, dan mag ik het nog veel bonter maken. Mijn woorden worden daar immers gezien als ‘niet ongebruikelijk en passend in het debat’.

Gaat de baas in een van de cafeetjes of restaurantjes rond het Binnenhof zich te buiten aan seksuele intimidatie van een medewerker – of nog erger: deze vergrijpt zich aan die medewerker – dan staat gegarandeerd binnen de kortst mogelijke tijd – terecht – de politie in de zaal.

Wie op het Binnenhof zelf te maken krijgt met seksueel of ander wangedrag kan beter de mond houden. Die conclusie trekken slachtoffers. Fractie- en Kamermedewerkers maakten melding van intimidatie of grensoverschrijdend gedrag door Kamerleden en andere medewerkers aan het Binnenhof. En daar kregen ze spijt van: hun klacht bleef ongehoord, de partijtop dacht vooral aan het imago, en vaak werden de slachtoffers, die in afhankelijkheidsposities zaten, zelf op een zijspoor gezet. En wanneer er wordt gevraagd hoe dat in vredesnaam mogelijk is, luidt het antwoord van de Kamervoorzitter: ‘Wij hebben geen instrumenten om hiertegen op te treden.’

Mag ik veronderstellen dat veel burgers in ons land dit, net als ik, niet meer kunnen volgen? Op straat, op school, op het werk, nergens mag er beledigd, gediscrimineerd of uitgesloten worden. Seksuele intimidatie is ten strengste verboden. Aanranding ook. Maar daar waar de wetgeving gemaakt wordt ‘hoort het erbij’ of ‘zijn er geen instrumenten om ertegen op te treden’. Wanneer we het hebben over de zegeningen van de democratie verzuchten we wel eens dat dit nu eenmaal het beste is dat we hebben. Als we zo doorgaan, zou dit wat wij democratie noemen wel eens het slechtste kunnen zijn dat wij hebben.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -