Excuses voor het verleden zijn altijd te laat

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Excuses voor politiek falen in een ver verleden: ze staan tegenwoordig steeds vaker op de agenda. Rutte deed dat in januari voor de Nederlandse nalatigheid bij de Jodenvervolging in ‘40-‘45. Willem-Alexander in maart voor de zogeheten politionele acties even later. Zijn Belgische collega Filip in juni voor Congo. Van Den Haag worden ze nu ook voor het slavernijverleden van anderhalve eeuw terug verlangd.

Daarbij maken de juridisch fijnbesnaarden steeds graag een onderscheid tussen excuses aanbieden en spijt betuigen, omdat aan het ene een prijskaartje van herstelbetalingen schijnt te hangen, en aan het andere niet. Voor betalen voelt zeker Den Haag weinig, zoals de moeizame vergoedingen aan de weduwe van Rawagede in Indonesië illustreerde. ‘Geen cent te veel’, om dat reclamespotje voor het iconische margarinemerk Zeeuws Meisje te citeren. Vanwege dat laatste krijgen excuses meteen ook iets gratuits.

Maar niet alleen om die reden krijgen ze inmiddels iets gratuits – dat is ook omdat ze, om echt betekenisvol te zijn, veel eerder gemaakt hadden moeten worden.

Zeker in het geval van eventuele herstelbetalingen wordt het ingewikkeld. Dat is bij de vermoorde Joden en de Javanen nog overzichtelijk, omdat daar nog kinderen in leven zijn. Maar bij de slaven van weleer zijn we al vele generaties verder, en het genealogisch ingewikkelde van de slavenmaatschappij was dat blanke slavenhouders ook op grote schaal zwarte slavinnen bezwangerden. De nakomelingen daarvan zijn dus zowel nazaat van de daders als van de slachtoffers.

Was die complexiteit niet mede een van de redenen dat Obama – weliswaar niet een van de krachtigste maar wel een van de verstandigste presidenten van de VS – bij zijn aantreden in 2008, over de toen in zwarte kring gekoesterde verwachtingen omtrent het snel ‘goedmaken’ van de geschiedenis verkondigde: het verleden is jammer? In dezelfde dagen dat Griekenland en Macedonië elkaar weer eens voor een VN-tribunaal in de haren vlogen over de vraag: van wie is Alexander de Grote eigenlijk – 2332 jaar na de dood van?

Het bekritiseren van de doden is makkelijker dan van de levenden, want de doden zeggen niets terug

Die excuses: ik ben er niet per se tegen, zo is het niet. En die van Rutte werden in Joodse kring ook zeker op prijs gesteld, nadat men er jaren vergeefs op had gewacht.

Maar juist dát maakt ze nu dus politiek tegelijk ook gratuit. Na zo lange tijd excuus aanbieden wordt namelijk makkelijk omdat de indertijd verantwoordelijken niet meer kunnen reageren en protesteren. Een minister die voor Nederlandse wandaden uit 1945 zijn excuses aanbiedt hoeft niet meer met zijn voorganger in debat, terwijl hij dat risico in pakweg 1970 nog wel had gelopen. Het bekritiseren van de doden is makkelijker dan van de levenden, want de doden zeggen niets terug. Dat is het tijdsverschil met die knieval van Willy Brandt in Warschau.

Het is niet toevallig dat Den Haag eerdere kansen voor excuses heeft laten lopen, omdat men zo’n confrontatie nog niet aandurfde. Beatrix mocht in 1995 van de VVD niet bij de vijftigjarige viering van de Indonesische onafhankelijkheid zijn, voormalig overloper Poncke Princen mocht Nederland niet binnen: doodsbang voor met geweld dreigende Oudindischgasten gingen de liberalen door de knieën.

En dan nu die gasten zelf dood zijn, plots heel nobel zelfkritiek etaleren? Waarbij de vraag rijst of de huidige politici bijvoorbeeld tijdens de bezetting werkelijk veel moediger en standvastiger zouden hebben geopereerd. Die vraag zou een toenmalige topambtenaar indien nog in leven nu vast zijn beter wetende opvolgers hebben gesteld. Wie ziet hoe men tegenwoordig al vanwege veel kleiner bestuurlijk ongemak – Brabantse bestuurders ten overstaan van agressieve boeren – snel door de knieën gaat en zich aan de vermeende tijdgeest aanpast om economische belangen te waarborgen, krijgt twijfels.

Wat daarom pas écht moedig zou zijn: excuses voor het Nederlandse falen in Srebrenica. Want de dáárvoor politiek en militair verantwoordelijken zijn deels nog in leven, en kunnen (en zullen dus ook) nog luidkeels protesteren. En oef!: die Dutchbatters, dat zijn kiezers – de weduwen van Srebrenica zijn dat niet. En kiezers, die stoot men, net als tijdens de Poncke Princenaffaire, liever niet voor het hoofd.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berchtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -