20.8 C
Amsterdam

‘Meester, zijn dat van die mensen die alle moslimkinderen dood maken?’

Lody van de Kamp
Rabbijn en publicist.

Lees meer

Eindelijk is het weer zover, na voorbereidende lesjes en gesprekken over die oorlog, de Jodenvervolging, het onderduiken en de familie Frank: over een paar minuten mag onze klas naar binnen, het Anne Frankhuis in.


Ook de tienjarige Amir wacht met spanning. ‘Lody, achter welk raam zaten ze ondergedoken?’ vraagt hij.

Ik antwoord: ‘Dat raam kun je vanaf hier niet zien. Wij staan nu bij het voorhuis. De onderduikplek was in het Achterhuis.’

Amir knikt. ‘Ja, dat is ook zo.’

Ons gesprekje wordt onderbroken. Een jong echtpaar loopt op ons af en vraagt hoe het bij het Paleis op de Dam komt. Zoals zij mij aanspreken in het Ivriet, het modern-Hebreeuws, zo antwoord ik hen. Natuurlijk hebben ze mij aan mijn joodse ‘uniform’ – mijn keppeltje, mijn  baard – herkend en gaan ze ervan uit dat ik hun taal ken.

Amir kijkt belangstellend toe. ‘Lody, waar komen deze mensen vandaan?’

‘Uit Israël, ze spreken Ivriet’.

Amir trekt bleek weg en stapt meteen op de meester af. Zijn vinger wijst in de richting van de twee toeristen die nog net niet om de hoek zijn verdwenen.

‘Meester, daar. Die daar! Zijn dat van die mensen die alle moslimkinderen dood maken?’

De angst van Amir is voelbaar. Terwijl we het Achterhuis ingaan, zegt de meester: ‘Ja, Lody, hier ligt nog wat werk voor ons.’


Gewoon in ons Nederland. Een tienjarig knulletje, beheerst door angst voor loslopende ‘moordenaars van moslimkindertjes’ op een Amsterdamse gracht

En dan de andere kant, over hoe onveilig Joodse kinderen zich voelen binnen hun niet-Joodse schoolomgeving. Beste lezer, let wel: het onderzoek gaat over hoe onveilig zij zich voelen. Niet of zij in werkelijkheid ook onveilig zijn.

Yente doet haar verhaal. Ze nam eens een vriendin mee naar huis. Deze vriendin zag een mezoeza – een joods tekstkokertje – aan de deur hangen en heeft Yente daarna op school nooit meer aangekeken.

Yente: ‘Ik vroeg toen: ‘Wat is er aan de hand?’ Toen zei ze: ‘Jij bent Joods, ik wil niks met jou te maken hebben.’

Dat was voor Yente een vervelende ervaring. ‘Ik heb het inmiddels verwerkt, maar je draagt het altijd met je mee. Ik weet gewoon dat, waar ik ook kom, er kans is dat mensen mij anders behandelen.’

Anouk vertelt over haar angsten op de basisschool. Zij maakte daar een turbulente periode mee. ‘Mijn broertje en ik waren de enige Joodse kinderen op school. Daardoor werden wij vaak gepest. Ik herinner me nog dat we heel hard naar huis renden. Ik was bang dat ze wisten waar we woonden en vervelende dingen gingen doen.’

Gewoon in ons Nederland. Een tienjarig knulletje wordt beheerst door angst voor loslopende ‘moordenaars van moslimkindertjes’ op een Amsterdamse gracht. Een Joods meisje leeft met die angst dat haar op enig moment toch iets wordt aangedaan, omdat ze Joods is.

De meester zegt tegen mij: ‘Lody, hier ligt nog wat werk voor ons.’ Ja, inderdaad. Veel van die angsten – die lang niet altijd ontstaan door de werkelijkheid, maar veel meer door onterechte voostellingen van de waarheid – moeten en kunnen bestreden worden.

Het onderzoek doen naar en het opsommen van incidenten over moslimhaat en antisemitisme heeft een functie. Maar net als bij sommige medicijnen kan de bijwerking kwalijker zijn dan de kwaal zelf.

Doordat met name sommige belangenorganisaties, ongenuanceerde media en politieke stromingen iedere gebeurtenis uitgebreid in de belangstelling brengen, en door al die onderzoeken, wordt een angstcultuur gekweekt die mogelijk nog kwalijker is dan de haat waarover het gaat. Verkeerde beelden en uit hun context geplaatste gebeurtenissen scheppen angstbeelden bij de jonge Amirs en Anouks, die gemakkelijk ook weer omslaan in boosheid of, erger nog, in haat.

‘Hier ligt nog werk voor ons.’ En wat is dat werk, dan? Dat is het bij elkaar brengen van de Anouks, de Amirs en al die andere honderden kinderen die met dit soort angsten in de klas zitten. En hun over hun angsten laten praten. Zo komen ze erachter dat de wereld om ons heen helemaal niet zo gevaarlijk is als hen wordt voorgeschoteld.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -