‘De Turkse staat geeft impliciet het bevel tot martelen’

Foto: Upotudak. Mensenrechtenactivist en forensisch arts Sebnem Korur Fincanci (Istanbul, 1959) is voorzitter van de TIHV, een mensenrechtenorganisatie in Turkije die gevallen van marteling en andere mensenrechtenschendingen documenteert en slachtoffers helpt met rehabilitatie en juridische bijstand. Ze was betrokken bij de oprichting van de Turkse Forensische Artsen Associatie. Ze speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het Istanbul-protocol van de Verenigde Naties, een reeks richtlijnen voor het onderzoeken en documenteren van martelingen. In 2014 ontving ze de International Hrant Dink Award, omdat ze martelpraktijken in meerdere landen aan het licht bracht. Ze is columnist van het Turkse linkse dagblad Evrensel.
‘Alle groepen in Turkije die strijd voeren voor meer democratie hebben inmiddels heel goed begrepen wat de bedoeling was van het publiceren van beelden van martelingen: iedere Turk, ongeacht de politieke voorkeur, ideologie of culturele identiteit, kan zomaar de volgende zijn.’

Forensisch arts en mensenrechtenactivist Sebnem Korur Fincanci wordt bedreigd en geïntimideerd vanwege haar onderzoek naar mensenrechtenschendingen in Turkije. Ze is expert in het vaststellen van martelingen en het rehabiliteren van martelingsslachtoffers. Ze documenteert al decennia martelingen en andere mensenrechtenschendingen. Onlangs bewees ze dat Gokhan Acikkollu, een leraar die na de couppoging van 15-16 juli 2016 in Turkije werd vastgezet en zijn leven verloor in hechtenis, slachtoffer was van martelingen. Daarom werd ze geframed als terrorist en landverrader. ‘Mensen zoals ik worden ‘landverrader’ genoemd, vooral nu de staat er alles aan doet om een braaf en onderdanig volk te creëren.’ De Kanttekening sprak Fincanci.

De moderne geschiedenis van Turkije zit vol met mensenrechtenschendingen en hoewel de actoren veranderen blijven de schendingen een realiteit. Waar heeft dat mee te maken?
‘Ten eerste is in Turkije de perceptie van wat de staat precies is en wat de staat moet zijn heel verkapt. Het volk ziet de staat niet als een simpel organisatorisch apparaat, maar meer als een autoritair vaderfiguur die onbegrensd zijn gang mag gaan. Ze vinden dat de staat het recht heeft om de rechten van haar burgers te begrenzen, net als een vader dat met zijn kinderen mag doen. Sinds het Ottomaanse Rijk lijkt het voor velen daarom heel normaal dat een burger zonder mitsen en maren de staat gehoorzaamt. Wie zich daar niet in kan vinden, wie in opstand komt tegen deze vastgeroeste mentaliteit en dus verraad pleegt, wordt gestraft.’

Hoe kan de staat zo openlijk zijn gang gaan tegen andersdenkenden in Turkije, zonder dat daar enige consequenties aan zijn verbonden?
‘In Turkije heerst een sterke straffeloosheidscultuur. Hoezeer we ook veel martelingen hebben bewezen, is het resultaat vaak dat martelingen mede door de hulp van de rechterlijke macht worden verdoezeld. Vroeger was het zo dat de overheid zulke praktijken als mishandeling de boeken in deed gaan, om lagere straffen te kunnen geven aan leden van de veiligheidsdiensten. De wet had veel gaten waardoor dit ook mogelijk was. Maar nu hebben we in Turkije een veel betere en modernere wet als het gaat om mensenrechtenschendingen. We hebben daar jaren voor moeten strijden, maar uiteindelijk is het gelukt. Aan de wet ligt het dus niet. Het probleem is dat de mensen die de wet horen te respecteren en toepassen, dat nalaten. De rechterlijke macht in Turkije is medeplichtig aan de vele honderden mensenrechtenschendingen waar de veiligheidsdiensten zich schuldig aan hebben gemaakt. Veel zaken gaan snel de doofpot in. Maar ook organisatorische problemen spelen daarbij een rol.’

Wat voor organisatorische problemen?
‘Aanklagers in Turkije zijn bijvoorbeeld genoodzaakt samen te werken met de politiemacht tijdens zulke onderzoeken. Als een politieagent iemand martelt en de aanklager moet dat onderzoeken, dan ziet hij het als een onderzoek tegen zijn eigen mensen. Er is nauwelijks sprake van scheiding der machten in Turkije en als het gaat om de uitvoering van het recht, zie je dat maar al te duidelijk. Je kan niet verwachten dat de politie onderzoek doet naar martelingen, terwijl de politie zelf een vinger in de pap heeft. Daarom zien we steeds vaker dat een aanklager liever een zaak begint tegen mensen die gemarteld zijn dan tegen mensen die daar verantwoordelijk voor zijn. Zolang de staat medewerkers van de veiligheidsdiensten in bescherming neemt en hun ongestoord laat martelen, geven ze het signaal af dat ze door mogen gaan met wat ze doen. ‘Dit wordt dus van mij verwacht’, is het gevoel dat de politie en andere veiligheidsdiensten krijgen. De Turkse staat geeft impliciet het bevel tot martelen.’

Na de couppoging hebben mensenrechtenschendingen een piek bereikt in Turkije. De staat voelt daarbij nauwelijks de behoefte om de schendingen te verbergen. Het is alsof de staat juist wil dat iedereen het ziet.
‘Dat is helemaal waar. Ik zie parallellen tussen hoe de Verenigde Staten de misdaden in de Abu Ghraib-gevangenis en Guantanamo Bay hebben vertoond en hoe Turkije beelden rond liet gaan van gemartelde officieren en militairen na de mislukte coup. De bedoeling is dat een boodschap wordt gestuurd naar het volk. Doordat ze geconfrontreerd worden met zulke grove mensenrechtenschendingen leven mensen met het idee dat ze op een dag hetzelfde kunnen meemaken. Ze houden zich gedeisd, zelfs als het gaat om de meest basale en democratische rechten, blijven ze terughoudend. Juist daarom worden martelingen door ondemocratische besturen als een wapen gebruikt. Marteling is een methode om democratische gebruiken en praktijken binnen een samenleving te onderdrukken en elimineren.’

‘Een strijd tegen terroristen’, zo wordt onderdrukking van tegenstanders vaak genoemd door regeringen wereldwijd. Hebben ze een punt?
‘Vooral na 9/11 zijn we bijna overal doorgeschoten als het gaat om anti-terreur-maatregelen. Ook de strijd voor democratie van veel volkeren heeft daar enorm onder geleden. Eisen voor meer rechten zijn keihard neergeslagen met het excuus ‘we bestrijden terroristen’. Alle groepen in Turkije die strijd voeren voor meer democratie hebben inmiddels heel goed begrepen wat de bedoeling was van het publiceren van beelden van martelingen: iedere Turk, ongeacht de politieke voorkeur, ideologie of culturele identiteit, kan zomaar de volgende zijn. We maken in Turkije een zeer gevaarlijk tijdperk mee. Juist vandaag moeten we met z’n allen opkomen voor het recht op een eerlijke rechtsgang, zonder dat we ons laten tegenhouden door de identiteit van diegenen die worden berecht. Het probleem is dat we ons in een vicieuze cirkel bevinden. Mensen die zodanig bang worden gemaakt en buitenspel gezet door de staat, zijn niet of nauwelijks in staat om op te komen voor de rechten van anderen.’

U vindt dat ook het volk een verantwoordelijkheid heeft als het gaat om het voorkomen en bestrijden van mensenrechtenschendingen. In Turkije zien we nu juist dat veel mensen een oogje dichtknijpen of mensenrechtenschendingen zelfs toejuichen, omdat de slachtoffers mensen zijn met wie ze het niet eens zijn. Is er een manier om deze hysterie te doorbreken?
‘Alles wat we de afgelopen vijftien jaar onder de AKP hebben meegemaakt, toont ons tevens een uitweg en een manier om zulke praktijken achter ons te laten. De identiteit van onderdrukkers en slachtoffers verandert om de zoveel jaar in Turkije. Wie een tijdje geleden slachtoffer was kan een aantal jaar later zomaar zelf onderdrukker van tegenstanders worden. De gezichten, de actoren veranderen steeds, maar één ding blijft hetzelfde in Turkije: er zijn altijd slachtoffers. Bijna iedereen die aan de macht komt maakt zich schuldig aan machtsmisbruik, zo gaat dat in Turkije. Na zoveel pijn en ellende moet het Turkse volk eindelijk inzien dat dit niet zo door kan gaan. We moeten het volk ervan overtuigen dat ongecontroleerde en onbegrensde macht hoe dan ook zal leiden tot misdaden. De enige oplossing is dat het volk het heft in eigen handen neemt en als controlemechanisme optreedt tegenover de staat. Dat is een taak die we niet zomaar mogen weggeven, zeker nu niet.’

Erdogan-aanhangers riepen na de couppoging om de doodstraf voor alle ‘landverraders’. Erdogan zelf verklaarde dat de herinvoering van de doodstraf een mogelijkheid is. Hoe reageren dit soort mensen wanneer u zegt dat de rechten van alle burgers gerespecteerd moeten worden?
‘Ik zeg niet dat mensen die werkelijk achter de couppoging zitten daarmee weg moeten komen. Natuurlijk niet. Alle burgers, wie ze ook zijn, moeten berecht worden voor de misdaden die ze hebben gepleegd. Maar dan wel met inachtneming van de internationale regels en normen. Als wij daar niet in slagen vrees ik dat andere groepen, die zich nu zo veilig achten, sneller dan verwacht aan de beurt komen. Als niet iedereen veilig is in Turkije, dan zal niemand dat ooit helemaal zijn.’

U heeft bewezen dat Gokhan Acikkollu, een geschiedenisleraar die na de couppoging werd gearresteerd en in detentie zijn leven verloor, bezweek aan marteling. De autoriteiten hebben in plaats van de verantwoordelijkheid te nemen, u beschuldigd van terreurpropaganda namens de Hizmet-beweging, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de couppoging en is uitgeroepen tot een terroristische organisatie door het regime. Eerder bent u ook een propagandist van Dev-Sol (Revolutionair Volksbevrijdingsleger, een Turkse marxistisch-leninistische organisatie) genoemd, omdat u had bewezen dat een lid van die organisatie is gemarteld. Schrikt u daarvan?
‘Dat laat alleen maar zien hoe goed ik mijn werk doe en hoe belangrijk de positie is die ik heb ingenomen als het gaat om mensenrechten. Ik voer deze strijd al tientallen jaren en ben altijd in vrede geweest met mezelf. Het enige wat ik deed en doe is opkomen voor mensen in nood en menselijke waarden verdedigen. Dat was voor de AKP zo, dat is nu zo en dat zal hopelijk ook na de AKP zo blijven. Ik baseer me enkel op wetenschappelijke, onafhankelijke en objectieve methoden. Wanneer ik dan alsnog zulke verwijten naar mij toe geslingerd krijg, dan zeg ik: de dingen waar ze mij van beschuldigen kloppen niet, dus ik moet vooral blijven doorgaan.’

Martelingsslachtoffers zijn ook meestal officieel vijanden van de staat. Iedere hulp aan zulke mensen wordt dan automatisch gezien als steun aan de vijand. Is het voor een mensenrechtenverdediger in Turkije überhaupt mogelijk om zijn of haar werk te doen zonder de staat tegen zich te krijgen?
‘Het is moeilijk, maar niet onmogelijk. Mensen zoals ik worden ‘landverrader’ genoemd, vooral nu de staat er alles aan doet om een braaf en onderdanig volk te creëren. Maar wat hadden ze dan verwacht? Het is meer dan terecht dat mensen hun democratische rechten opeisen en een strijd voeren tegen de vergaande inperking van de vrijheden. Dat de staat zich daardoor bedreigd voelt, is het probleem van de staat. Checken of de staat de wet respecteert, mensenrechtenschendingen aan het licht brengen, de staat een spiegel voorhouden zodat ze kan zien hoe de situatie werkelijk is, ik beschouw dat als een plicht van iedereen.’

Er is een groep in Turkije die iedere periode, onder elke regering het slachtoffer is van mensenrechtenschendingen: de Koerden. Bestaat er nog een uitweg voor de Koerden, nu het nationalisme zo hevig heerst en zelfs het bekritiseren van de militaire operatie van het Turkse leger in Afrin niet wordt getolereerd?
‘Je moet je altijd inspannen en strijden voor je rechten en vrede, het komt nooit aanwaaien. Ook als het gaat om de rechten van de Koerden is die strijd nu belangrijker dan ooit. Het is onze taak om op te komen voor de onderdrukte, vernederde en gemarginaliseerde groepen. Wanneer zelfs maar één iemand benadeeld wordt, moet iedereen zich dat aantrekken. Als de Koerden worden onderdrukt, dan word ik ook onderdrukt, dat moet onze mentaliteit zijn. Als het huidige harde manier van regeren en onderdrukken doorgaat is de kans groot dat andere groepen de volgende slachtoffers worden van het systeem.’

U heeft de huidige situatie in Turkije ‘een tijdperk van fascisme’ genoemd. Wat voor fascistische elementen ziet u terug in het Turkije van Erdogan?
‘Eén van de belangrijkste kenmerken van fascisme is dat het alle controlemechanismen van de samenleving uitschakelt. De onderdrukking wordt dermate groot dat afwijkende geluiden niet meer hoorbaar zijn. Het enige dat telt is de wil van de leider. We zien dat nu heel duidelijk terug in de Turkse media. Ik heb het niet eens over kritische kranten die worden gesloten, journalisten die worden gearresteerd of vermoord. Ook van de mainstream media wordt ‘eensgezindheid’ verwacht en worden zelfs nuanceverschillen niet getolereerd. De eens zo actieve en levendige Turkse universiteiten zijn ook monddood gemaakt. Een ander kenmerk van fascistische regimes is perceptiemanagement. De Turkse staat doet aan perceptiemanagement om het volk in een bepaalde richting te mobiliseren. Op bijna alle vlakken is de greep van de staat zichtbaar waardoor mensen nauwelijks beweegruimte hebben. Turkije zit in een fascistisch tijdperk.’

Toch lees ik heel vaak dat u de hoop voor een betere toekomst niet heeft opgegeven. U denkt dat Turkije uiteindelijk de misdaden onder ogen gaat zien, dat mensen gezamenlijk verantwoordelijkheid gaan dragen voor het verleden en ze zich daarvoor gaan schamen. Komt er een tijd dat het Turkse volk spijt krijgt van wat er de afgelopen jaren is gebeurd met tegenstanders?
‘Absoluut. Zolang we de strijd blijven voeren voor rechtvaardigheid is dat onontkoombaar. Misschien zal het niet op korte termijn lukken, maar uiteindelijk zullen velen in Turkije tot de conclusie komen dat wat we de afgelopen jaren hebben meegemaakt niet door de beugel kon. Zonder onder druk gezet te worden, zonder te strijden en zonder te falen, zul je niets bereiken voor anderen. Het heeft decennia gekost voordat men in Argentinië, Chili en Guatemala de misdaden aan de kaak kon stellen. In Turkije zal wellicht ook eerst vijftig jaar moeten verstrijken voordat mensen gaan zeggen ‘wat hebben we in godsnaam gedaan’. Velen gaan zich diep schamen voor hun daden. Tot die tijd is het de taak van iedereen, maar vooral van mensenrechtenverdedigers, om de misdaden te documenteren en zichtbaar te maken voor het groter publiek. We moeten er alles aan doen om het volk ervan te weerhouden een partner in crime te worden van het regime. Zoals Hannah Arendt (1906-1975, red.) zei over de banaliteit van het kwaad: het is heel simpel om slecht te zijn. Zelfs als je alleen orders opvolgt, kan je het kwaad dienen. Handelen op bevel is dan ook geen excuus, ook niet voor Turken die vandaag schendingen begaan in opdracht van hun leiders.’

DELEN
Hüseyin Atasever
Journalist gespecialiseerd in Turkije, Midden-Oosten, islam en 'nieuwe' Nederlanders. Redacteur van de Kanttekening.