Islamitische scholen worden soms gezien als een teken dat moslims zich afzonderen van de rest van Nederland. In zijn nieuwe boek De islam hoort wél bij Nederland ziet schrijver en leerkracht Dirk Wanrooij (43) dat anders: zulke scholen kunnen moslims helpen een Nederlandse islamitische identiteit te ontwikkelen en hun plek in de samenleving te vinden.
Wanrooij groeide de eerste tien jaar van zijn leven op in Jemen en Pakistan, waar hij als kind al kennismaakte met de islam. Na zijn studies geschiedenis en Arabische taal en cultuur werkte hij bijna tien jaar als journalist in Egypte. Daar verdiepte hij zich verder in de islam en de politieke en maatschappelijke rol van religie in de Arabische wereld. Tijdens de Arabische Lente keerde Wanrooij terug naar Nederland. Hij besloot zijn carrière om te gooien en meldde zich aan als zij-instromer in het basisonderwijs.
De gemiddelde witte Nederlander zal zich misschien afvragen waarom je op een islamitische basisschool bent gaan werken. Wat trok je daarin aan?
‘Dat vind ik een gekke gedachte. Een meerderheid van ons onderwijs is bijzonder onderwijs, vooral christelijk. Dan is het heel gek als we islamitisch onderwijs als iets anders zien. Er zijn bijvoorbeeld maar weinig niet-moslims die solliciteren bij islamitische scholen. Kennelijk is er een barrière om daar aan de slag te gaan. Maar we werken allemaal met dezelfde landelijke richtlijnen van het basisonderwijs.’
Je schrijft dat je de verbinding wilde zoeken ‘als hoogopgeleide witte man met uitgesproken ideeën over diversiteit en de noodzaak van inclusieve instituties’. Welke rol zag je daarin voor jezelf?
‘Terwijl inclusiviteit in eerste instantie betekende dat je binnen een door wit gedomineerde omgeving kleur verwelkomt, heb ik inmiddels ingezien dat inclusiviteit ook betekent dat je instituties omarmt die niet wit gedomineerd zijn en bereid moet zijn om daar een minderheid te zijn. Dit wilde ik vanzelfsprekend maken.’
Was dat jouw rol, om de minderheid te zijn?
‘Nee, mijn rol was om leerkracht te zijn, al zette de dynamiek op school me wel aan het denken. Ik moest zelf ook een proces doormaken en kwam in eerste instantie binnen met opgetrokken wenkbrauwen.’
‘Ik heb veel geleerd over hoe het voor de islamitische minderheid is om in Nederland te leven’
Je was aanvankelijk terughoudend om op een islamitische basisschool aan de slag te gaan, zo schrijf je, omdat je elke vorm van religieus geïnspireerd onderwijs als een ‘anachronisme’ beschouwde, ‘in essentie polariserend en daarom waarschijnlijk ongewenst in de huidige tijd.’
Wat heeft jouw mening doen veranderen?
‘Ik dacht aanvankelijk dat we openbaar onderwijs nodig hadden waar iedereen bij elkaar zat. Ik kwam dus binnen met enige scepsis. Inmiddels heb ik de positieve aspecten ingezien. Ik heb veel geleerd over hoe het voor de islamitische minderheid is om in Nederland te leven en heb dit vergeleken met mijn ervaring. Die is wezenlijk anders dan die van hen. En van daaruit ben ik gaan inzien dat het voor hen belangrijk is om veilige plekken te hebben waar je niet als moslim wordt beoordeeld. Een plek waar wordt gewerkt aan een Nederlandse islamitische identiteit. Mijn boek is een verslag van die omslag.’
In hoeverre heeft het feit dat jij als niet-moslim daar tot de minderheid behoorde het je moeilijker gemaakt om tot de leerlingen door te dringen?
‘Ik ben uiteindelijk gewoon leerkracht. Als leerkracht heb ik geleerd dat het niet uitmaakt welk geloof de kinderen tegenover je hebben. Uiteindelijk gaat het om de vaardigheden om met een groep om te gaan en dat je hen als individu, maar ook als groep weet te raken. In die zin heeft dat het voor mij niet moeilijker gemaakt.’
Maar hoe was dat toen leerlingen koste wat kost wilden bidden, terwijl jij vanwege de tijd had besloten dat het gebed niet door kon gaan? Maakte het feit dat jij geen moslim was het niet moeilijker om tegen hun wens in te gaan?

‘Als leerkracht zijn er wel vaker momenten dat je botst met de groep. Dat hoort erbij. Je leert daarmee omgaan. Op een openbare school komt dat ook voor. Ik was op dat moment wel wat onzeker, omdat ik niet wist waar de grenzen lagen van wat kan of mag. Maar uiteindelijk is dat aan de leerkracht en speelt het religieuze aspect geen rol.’
De titel van je boek lijkt een reactie op het idee dat de islam niet bij Nederland zou horen. Klopt dat? Welk tegengeluid wil je met je boek laten horen?
‘Het is een reactie op een geluid dat veel te dominant is geweest de afgelopen vijfentwintig jaar, zoals dat van Wilders en de zijnen. Maar het is ook een stelling, eentje die heel logisch is voor mij. Natuurlijk hoort de islam bij Nederland, want er zijn een miljoen moslims in Nederland, vaak al generaties lang. En iedereen hoort erbij. Voor mij is dat heel voor de hand liggend. Blijkbaar is dit controversieel.
Ik zag een verschil tussen mijn ervaringen op school, in de omgang met kinderen, ouders en collega’s, en de manier waarop erover gesproken werd buiten de school. Toen ik vertelde waar ik werkte, werd bijvoorbeeld gevraagd of er ook Nederlands werd gesproken op de school. Maar dat is irrelevant, want natuurlijk wordt er Nederlands gesproken op een Nederlandse school. Uit dit soort vragen bleek dat men er heel weinig van wist. Het viel me ook op dat men het idee had dat islamitisch onderwijs niet bij Nederland past, of dat er een dreiging vanuit zou gaan. Dat beeld wilde ik bijstellen.’
Je schrijft dat je veel hebt geleerd over Nederlanders met een migratieachtergrond. Wat heb je tijdens je docentschap over de islam geleerd en wat zou je willen meegeven aan mensen die vinden dat de islam niet in Nederland thuishoort?
‘Dat ‘de islam’ eigenlijk niet bestaat, dat het heel divers is. Ik heb vooral van mensen geleerd, van collega’s. Dat zij moslim waren, dat was niet relevant. Maar ik heb wel goede dingen gezien van de islam, en dat zit met name in het gemeenschapsgevoel, de verbroedering en het vertrouwen in elkaar. Al zou ik dat niet direct als iets van de islam kunnen bestempelen. Ik heb wel gezien dat de islam veel handvatten biedt in het onderwijs. Onze school legde de focus op akhlaaq, of morele deugden. Dat was voor veel ouders een reden om te kiezen voor een islamitische basisschool, om slechte invloeden van buitenaf te weren. En net zo goed als allerlei [universele] methoden om gemeenschapsvorming of omgangsvormen in de klas te doceren, hebben islamitische leerkrachten een rijk naslagwerk dat zij kunnen inzetten. Daarmee brengen zij de leerlingen bij hoe zij zich dienen te gedragen binnen een gemeenschap. Aangezien de kinderen die verhalen al kennen, komt het écht binnen bij de leerlingen.’
Het aantal islamitische basisscholen groeide van twee eind jaren tachtig naar tweeëndertig in 2002 en tweeëntachtig in 2025. Je schrijft dat gemengde scholen daardoor op den duur witter worden. Is dat een teken dat de islamitische gemeenschap zich steeds meer terugtrekt, mede onder invloed van (extreem)rechts?
‘‘Terugtrekken’ vind ik een negatieve term, maar ik begrijp goed dat men een veilige omgeving zoekt voor kinderen, waar ze er niet op worden aangekeken dat ze moslim zijn. Ik vind het ook belangrijk dat deze omgeving geschapen wordt waarin wordt gewerkt aan een Nederlandse islamitische identiteit. Met het politieke klimaat in het achterhoofd zie ik daar een groeiend zelfvertrouwen in.’
‘Ik begrijp goed dat men een veilige omgeving zoekt’
Toch zouden mensen op rechts wellicht zeggen dat dit een teken is dat de integratie inderdaad mislukt is, omdat moslims zo hun eigen weg gaan.
‘Maar het merendeel van de scholen is toch christelijk? In onze geschiedenis heeft de verzuiling geleid tot emancipatie van verschillende groepen. Dus dan is het niet zo gek dat dit ook bij moslims gebeurt en dat de identiteit in een eigen tempo wordt gevormd. Ik vind het een loos argument om te zeggen dat dit een bewijs is dat de integratie mislukt is. Integendeel, want er wordt gebruikgemaakt van iets wat ontzettend Nederlands is, namelijk onderwijsvrijheid. Dat inzetten in een proces van emancipatie is iets echt Nederlands. Bovendien gebruiken ze methoden die alle andere kinderen op school krijgen.’
Wat zegt de institutionele discriminatie van islamitische personen en organisaties waarover je schrijft over de manier waarop in Nederland naar moslims wordt gekeken?
‘Tijdens mijn periode op de islamitische school heb ik gezien dat de mate van institutionele discriminatie de islamitische gemeenschap parten speelt. Hoewel er niet meteen over geklaagd wordt, is het wel continu aanwezig. Maar het verbaasde me dat toen Wilders de verkiezingen won, mensen niet verdrietig reageerden, maar gelaten. ‘Dit is het Nederland dat we al jaren kennen,’ hoorde ik ze dan zeggen. Die onderstroom werd door hen altijd al gevoeld, iets waar wij, witte Nederlanders, ons niet zo van bewust zijn.’
Wat wil je meegeven aan witte Nederlanders die negatief denken over de islam en moslims?
‘Wees niet bang. Ik vind dat we moeten stoppen met doen alsof het ons vreemd is, want dat is het niet. We moeten er maar aan wennen, dus vind maar een manier om ermee om te gaan. Een mooi voorbeeld vond ik toen mijn leerlingen, toen acht of negen jaar oud, midden in het centrum van Amsterdam hun ruimte opeisten door als klas spontaan een demonstratie te beginnen. De genocide in Gaza was in volle gang en we gingen met het openbaar vervoer op excursie naar het chique Leidseplein, een plek die geografisch dichtbij, maar gevoelsmatig erg ver weg is voor die leerlingen. Na een wat timide begin begon de klas toen ‘Free Palestine’ te roepen.
Dat was voor mij wel een bijzonder moment. Aanvankelijk had ik de neiging om hen te stoppen, om hen te beschermen tegen boze blikken van mensen op straat. Zij begonnen al te filmen met hun telefoons. Maar vervolgens drong het tot me door dat dit een belangrijk moment was voor die leerlingen en besefte ik dat ik het engagement van mijn leerlingen diende te omarmen in plaats van het weg te zetten als niet oprecht of als iets anders dan engagement. Dat liet mij ook zien dat zij de ruimte wilden opeisen en van zich wilden laten horen. Dat vond ik heel mooi. Hiermee zag ik dat mijn eigen ontwikkeling rond was.’
Dirk Wanrooij schreef eerder ‘Oproer’ (2015) en ‘Het Huis in de Wolken’ (2023). Op 4 september verschijnt ‘De islam hoort wél bij Nederland’ bij uitgeverij De Geus.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

