‘Half wit, half zwart zijn is één van de grootste privileges die je kunt hebben’

Jaime Donata
Jaime Donata
Journalist gespecialiseerd in kunst & cultuur en politiek.

Lees meer

Filmmaakster Amanda van Hesteren maakte voor de VPRO de korte documentaire ‘Mama en ik: ja maar nee, nee maar ja’, die gaat over de vraag waarom zij en haar moeder anders tegen racisme aankijken. De Kanttekening sprak Van Hesteren – zwarte moeder, witte vader – over deze film, haar ervaringen met racisme en persoonlijke privileges. ‘Volgens mij zijn we eigenlijk heel goed op weg met z’n allen.’

Met welke verwachting begon je aan je documentaire ‘Mama en ik: ja maar nee, nee maar ja’?

‘Ik wilde eigenlijk eerst onderzoeken waarom donkere mensen in het algemeen niet zo snel aantrekkelijk gevonden worden. Alleen maar als je heel erg knap bent, of bekend en succesvol. Dus dat was de oorspronkelijke insteek. Maar toen ik hierover in gesprek ging met mijn moeder, kwam het uiteindelijk al snel uit op racisme en de vraag – haar vraag – of ikzelf niet meer aan de slag moest gaan met mijn ‘zwart-zijn’. Volgens mijn moeder ben ik een bounty die helemaal niks heeft met de black struggle. Ik zou mij te weinig inzetten voor de zwarte emancipatie. Ik was en ben het daar niet mee eens, maar ik vond het een leuke wending en besloot deze vraag in mijn documentaire centraal te stellen.’

Hoe kwam je bij het oorspronkelijke idee dat donkere mensen minder aantrekkelijk worden gevonden?

‘Een witte vriend van mij vertelde dat hij Naomi Campbell de mooiste vrouw op aarde vindt, maar dat als hij tussen een middelmatige witte of zwarte meid moest kiezen, hij voor het witte meisje zou gaan. Omdat het makkelijker is, maar ook vanuit een bepaald soort racisme dat te maken heeft met maatschappelijke status. Dat vond ik vet interessant. Ik snapte het ook wel. Naomi Campbell is dan een throphy. Ik herkende dat throphy-denken ook wel bij mijzelf. Ik val in de regel op machtige, ondeugende alfamannen, zij zijn voor mij een soort throphy. Voor mij maakt kleur eigenlijk niet uit. En daarmee was mijn aanvankelijke vraagstelling toch op een bepaalde manier wel beantwoord – en was het onderwerp ineens heel saai geworden. Het gesprek met mijn moeder daarover opende iets waar de film nu over gaat.’

Wat waren de reacties op je film?

‘Er zijn heel veel reacties op mijn film gekomen, nadat die online ging. Ik heb inmiddels veel zwarte vrouwen gesproken die, net zoals mijn moeder, ook een kind hebben met een witte man. Zij herkennen mijn standpunt over racisme ook in hun eigen kinderen. Ook zij merkten dat racisme een andere rol – soms bijna geen rol – speelt in de levens van kinderen uit een gemengde relatie. Maar er waren ook mensen die op mij afstapten, omdat ze echt niets snapten van mijn verhaal. Inmiddels heb ik alle kanten van het spectrum wel gehoord.’

Denk je dat het uitmaakt, dat iemand uit een gemengd gezin komt?

‘Ja, ik denk dat racisme en de manier waarop je daar last van hebt ook wel iets te maken heeft met de cultuur waarin je bent grootgebracht. Ken je de Nederlandse cultuur door en door vanuit je opvoeding? Dan kun je nog steeds gediscrimineerd worden, maar het maakt misschien wel iets uit voor de manier hoe je er mee omgaat.’

‘Zonde van mijn tijd en energie om mij continu bezig te houden met het eventuele racisme van anderen’

Ben je anders gaan denken over racisme – en wat je er wel of niet mee moet – na het maken van deze film?

‘Nee. Mijn moeder en ik kwamen tot de conclusie dat we fundamenteel van mening verschilden, we agreed to disagree. Ik ben tegen racisme en ik vind het ook goed dat er nu zo veel luide protestgeluiden zijn. Maar die manier is niet mijn manier. Ik doe het anders. Toevallig sprak ik hier gisteren nog over met mijn broertje. Hij staat niet open voor de mogelijkheid dat iets racisme is, vertelde hij. Dat herken ik bij mijzelf. Als ik een afwijzing krijg, dan zie ik het gewoon als een afwijzing. Jammer voor diegene – en ik zoek wel naar een andere manier om mijn doel te bereiken. Dat vind ik een mooiere houding. Het is echt zonde van mijn tijd en energie om mij continu bezig te houden met het eventuele racisme van anderen.’

Maar is dat ook niet een luxe, om zoiets te kunnen zeggen?

‘Ja. Ik heb gelukkig maar weinig ervaring met racisme. Waarschijnlijk ook omdat mijn moeder een hele veilige omgeving heeft gecreëerd voor mij. Maar ik ontken niet dat er racisme is. Toen ik een paar geleden met mijn vriendin Lara in New York was, raakte ik aan het daten met een zwarte jongen. Hij was heel leuk, maar ook erg gepijnigd door het racisme in Amerika. Hij was heel boos op de witte samenleving. Dat vond ik jammer, maar ik begreep het wel heel goed. Hij had drie jaar vastgezeten voor een winkeldiefstal in Macy’s, terwijl hij maar achttien dollar had gestolen. Omdat hij daar erg onder leed en ik niet, werkte onze relatie niet. Zijn zwartheid zat echt in de weg. Ondanks het feit dat ik zelf ook zwart ben. Ik vond het best erg en pijnlijk. Maar ik kon er niks mee. Niks aan te veranderen.’

Je moeder verwijt je een bounty te zijn. Maar als je de documentaire bekijkt krijg je niet de indruk dat je moeder jou en je broer heeft opgevoed in de black community. Klopt dat?

‘Nee, dat is een misverstand, maar ik begrijp wel dat je dat vraagt. Ik ben juist heel erg opgevoed in de zwarte community in Amsterdam-Zuidoost – en ook heel bewust gemaakt van racisme en zwarte emancipatie. Mijn neefjes en nichtjes van mijn moeders kant zijn nog steeds mijn beste buddies. En mijn vrienden zijn ook best gemixt, eigenlijk. Maar de zwarte familie van mijn moeder was en is gewoon heel succesvol. Dat maakt dat mijn ervaring met ‘zwart zijn’ misschien anders is. Kennis en kunde als uitweg voor racisme, met dat idee ben ik opgevoed. Dat komt ook terug in de film.

Is het mogelijk om jezelf als niet-witte man of vrouw te onttrekken aan een wereld waar racisme op allerlei vlakken evident is?

‘Ja. Maar ik denk niet dat studeren de enige manier is om hogerop te komen. Ik ben ook erg gefascineerd door Gee Patta – een jongen die eigenlijk Guillaume Schmidt heet – en een streetwear-imperium heeft opgebouwd. Hij heeft buiten de traditionele ‘witte’ wereld om zijn eigen succesverhaal geschreven. Dat vind ik heel tof. En hij is een goed voorbeeld voor jongeren. Dus dat wil ik ook laten zien.’

Wat zijn jouw persoonlijke privileges?

‘Ik denk dat half wit, half zwart zijn één van de grootste privileges is die je kunt hebben. Je kent dan beide werelden. Ik zie hele andere dingen dan mijn witte vrienden en ook hele andere dingen dan mijn vrienden die echt helemaal zwart zijn. Door die dubbele blik krijg je een andere soort vibe. Onlangs ben ik afgestudeerd aan de Sint-Lucas School of Arts in Brussel, aan de filmfaculteit. Daarvoor studeerde ik communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Ik ben blij dat ik gestudeerd heb, de academische wereld heb leren kennen, en daarnaast ook een gewone ramstudie heb gedaan – aan de meer intuïtieve Sint-Lucas School of Arts. Ik ken veel kunstenaars die bang zijn dat ze ergens toch iets hebben gemist, omdat ze niet aan een universiteit hebben gestudeerd.’

‘Volgens mij zijn we eigenlijk heel goed op weg met z’n allen’

Zag je, wat betreft diversiteit, grote verschillen tussen de UvA en de Sint-Lucas?

‘Nee. Op beide instellingen was ik een van de twee niet-witte eerstejaars. Maar bij een richting als architectuur, een richting met een iets hogere baangarantie, zie je wel meer diversiteit. Net zoals je op de UvA meer studenten van kleur rechten ziet doen.’

Wat ga je nu doen?

‘Ik zit sinds een week in Thailand en volg nu een cursus Muay Thai, dat is een soort kickboksen. Ik ga hierover ook een documentaire maken. Mijn broertje is fotomodel. Hij is nu ook hier, samen met zijn vrienden: jonge, mooie succesvolle jongens, ze zijn hier op reflectievakantie. Ze hebben veel geld en succes en hopen hier hun focus terug te vinden. Dat vind ik interessant en een leuk uitgangspunt voor een film. Verder weet ik nog niet wat ik hier ga doen. Ik kijk wel wat er op mijn pad komt, zoals altijd. Ik werk heel intuïtief. Dan komt er iets voorbij waar ik opgewonden van word, en ga ik daar zonder vooroordelen in. Daar komt meestal wel wat uit.’

Wat vind je van het Nederlandse filmwereldje? Wat is je grote droom? En wie zijn je voorbeelden?

‘Ik heb nu voor het eerst een film gemaakt, voor de televisie bij de VPRO. Een interessante ervaring. Hoe begeleid je een kijker in je verhaal? Op de academie ben je veel vrijer in je werk. Toch heb je als documentairemaker meer vrijheid dan als filmmaker. Bij fictie zie je veel stijltjes die je na een tijdje gaat herkennen. Niet erg hoor, maar ik vind het sowieso leuker om echte dingen te zien dan gespeelde scripts.’

Ten slotte: wat heeft Nederland nodig om uit het racismedebat te komen?

‘Volgens mij gaat het nu best wel goed, hoor. Wat ik merk is dat het urban-gevoel, het black-zijn, eigenlijk best wel cool gevonden wordt. Iedereen luistert naar rap en draagt straatkleding. Ik zie heel veel gemengde relaties. Volgens mij zijn we eigenlijk heel goed op weg met z’n allen. Daarom vind ik het op een bepaalde manier soms ook heel doorzichtig, al dat gedoe over black empowerment en vooral de calimero-toon van ‘Wij zijn ook belangrijk, hoor!’ Laat gewoon de succesverhalen zien, want die zijn er genoeg. Dan krijg je vanzelf een andere blik op mensen met een diverse achtergrond.’

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here