0.5 C
Amsterdam

De aantrekkingskracht van Wakanda: ‘Het toont hoe Afrika hád kunnen zijn’

Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

Vanaf 9 november draait Wakanda Forever in de bioscopen, een sequel van Marvel-film Black Panther (2018). In deze eerste Hollywood-blockbuster met een (bijna) volledig zwarte cast stond Wakanda centraal, een hypermodern koninkrijk in een Afrika dat nooit is gekoloniseerd. Waarom raken zwarte mensen zo betoverd door Wakanda? En wat is de achterliggende filosofie van Wakanda, afrofuturisme, voor een stroming?


Sciencefiction-fan Leontine Vreeke kreeg ‘kippenvel’ toen ze Black Panther vier jaar geleden in de bioscoop zag. ‘Finally’, dacht ze toen ze de vrijwel zwarte cast aanschouwde. ‘Ik werd er echt heel emotioneel van. Black, black, black. Dankzij Black Panther voelde ik mij empowered.’

De film voelde uniek. ‘Wakanda is nooit gekoloniseerd. Wat betekent dit voor een zwarte cultuur? Dat is interessant om over na te denken. En die kostuums, die sierraden, dat háár. Je ziet je eigen cultuur terug op het scherm. De Afrikaanse sieraden in de film zie je ook in de Surinaamse en Ghanese cultuur. Black Panther was een feest der herkenning.’

Met haar dochter gaat ze in november naar Wakanda Forever. ‘Ik ben heel benieuwd naar dit vervolg. Helaas zonder Chadwick Boseman (de hoofdrolspeler van Black Panther, red.), want hij overleed in 2020 aan darmkanker.’

‘Als kind was ik al fan van het Black Panther-personage op televisie, in de Marvel-tekenfilms’, vertelt fantasy- en sciencefiction-schrijver Marc Frans. ‘Het was geweldig om hem op het witte doek te zien. Black Panther zorgt voor zwarte empowerment. Het is een hele energieke film, met goede filmmuziek ook. Maar de bonus is dat de hoofdpersoon een zwarte Marvel-held is.’

‘Wat ik zo mooi vond aan de film, was dat Black Panther een heel ander beeld van Afrika toonde’, zegt Wendy Carty, docente maatschappijleer aan een VMBO. ‘Afrika is niet langer het werelddeel van zielige kinderen met hongerbuikjes, maar een continent waar je trots op bent. Kinderen en tieners krijgen hierdoor zelfvertrouwen. Wakanda laat zien hoe het óók kan. Dat donkere mensen technologische dingen maken. Als je je hele leven lang, van generatie op generatie, hoort dat je een slaaf bent, dat je dom bent, dat je niets kunt, dan geeft dit je veel kracht. Films als Black Panter, Wakanda Forever en The Woman King (een net uitgebrachte film over de Agojie, een volledig vrouwelijke krijgerseenheid die het Afrikaanse koninkrijk Dahomey beschermde, red.) laten een heel ander, veel krachtiger beeld van Afrika zien.’

Ook mensenrechtenjurist Mpanzu Bamenga, een groot filmfan, prijst de ‘alternatieve werkelijkheid’ die Black Panther laat zien. ‘Wakanda is rijk aan grondstoffen, maar die worden door de Afrikanen zelf gebruikt. We kennen de geschiedenis dat Europa de grondstoffen uit Afrika haalde, waar de Afrikanen zelf niet van profiteerden. Wakanda laat zien wat Afrika had kunnen zijn. Tegelijkertijd combineert de film de Afrikaanse traditie met moderne technologie, wat zorgt voor een interessante alternatieve werkelijkheid die ons aan het denken zet. Zo kan het ook.’

Bamenga vindt de boodschap van Black Panther heel sterk. ‘De held en de schurk van het verhaal hebben allebei een groot verlies gekend. Hoe ga je hiermee om? Ga je wraak nemen en blijf je in het negatieve hangen? Of zet je het om in iets positiefs? Een zeer relevante les voor onze tijd.’

Wereld zonder slavernij en discriminatie

Black Panther is het bekendste product van afrofuturisme, een literaire, kunstzinnige en filosofische stroming die vorige eeuw ontstond in de Verenigde Staten. Een vooraanstaande expert op het gebied van afrofuturisme is Reynaldo Anderson, universiteit hoofddocent Afrikologie en Afro-Amerikaanse Studies aan de Temple University in Philadelphia. Anderson is een groot fan van sciencefiction. Vrienden noemden hem voor de grap ‘Mr. Anderson’ of ‘Neo’, naar Theo ‘Neo’ Anderson, de hoofdpersoon van de bekende sciencefiction-serie The Matrix die gespeeld werd door de witte acteur Keanu Reeves. ‘Maar nu doen ze dit niet meer, want tegenwoordig ben ik Dr. Anderson’, grapt hij.

Afrofuturisme wordt door Anderson omschreven als een ‘transnationale wereldbeschouwing, een raamwerk hoe Afrikaanse mensen zichzelf zien, in tijd en ruimte, en hen agency geeft: de vrijheid om te handelen.’ Afrofuturisme is niet gericht op Europa, op Europese concepten, ideeën en filosofieën, maar op Afrika. ‘Dat beïnvloedt onze kunst, onze strips. Afrofuturisme helpt ons te ontdekken hoe wij in de wereld zijn.’

De term ‘afrofuturisme’ is in 1993 gemunt door de witte schrijver en cultuurcriticus Mark Dery in zijn essay ‘Black to the future’, waarin hij schreef over zwarte sciencefiction-auteurs Samuel R. Delany, Greg Tate en Tricia Rose. Maar zwarte speculatieve fictie is al veel ouder, legt Anderson uit.

‘In de negentiende eeuw waren zwarte auteurs hier al mee bezig. Ze droomden over een wereld zonder slavernij, zonder raciale discriminatie.  Europese sciencefiction-literatuur was een antwoord op industrialisatie en nihilisme; zwarte sciencefiction daarentegen was een antwoord op racisme, op witte suprematie, en heeft dus een hele andere bron. Voor tot slaaf gemaakte Afro-Amerikanen was nadenken over vrijheid en revolutie al sciencefiction. Een eigen land voor zwarte mensen, waarover de zwarte predikant Sutton E. Griggs in 1899 schreef in zijn roman Imperium in Imperio (‘Rijk binnen een Rijk’, red.), was al helemaal te gek.’

‘Afrofuturisme is de hoge cultuur van de zwarte cultuur geworden’

Voordat Black Panther in de bioscopen draaide, bestond afrofuturisme in de muziek en in de literatuur, legt Anderson uit. Het gaat om ‘cosmic jazz’-artiesten Pharoah Sanders en Sun Ra, die in de iconografie op hun albums naar het Oude Egypte verwezen. ‘Ze kwamen met een alternatief discours, dat hun kunst en muziek beïnvloedde. Dit doorkruiste jazz en de tijd van de ruimtevaart. Tegelijkertijd kwam in deze tijd de televisie op, en kreeg de Afro-Amerikaanse cultuur een enorme impuls. Dit kwam allemaal samen in de zogenoemde Urban North (de stedelijke gebieden in het noorden van de Verenigde Staten, red.) waar zwarte sciencefiction-schrijvers hun werken publiceerden.’

Als voorbeelden van afrofuturistische literatuur noemt Anderson de roman The Man who cried I am (1967) van Johnny Williams, over een geheim plan van de CIA om zwarte mensen uit te roeien; Nova (1968) van Samuel R. Delany, over een multiculturele, multiraciale samenleving in de verre toekomst; en Kindred (1979), een roman over slavernij en tijdreizen van Octavia Butler, de belangrijkste vrouwelijke afrofuturistische schrijver.

Afrofuturisme als geschiedfilosofie

Vanaf begin jaren negentig houden ook wetenschappers zich bezig met het fenomeen afrofuturisme. Anderson vertelt dat hij als geek altijd al geïnteresseerd was in afrofuturisme, waaronder de boeken van Delany, maar tijdens het herschrijven van zijn proefschrift over de Amerikaanse Black Panther-partij raakte hij ook als wetenschapper geïnteresseerd in het fenomeen.

‘En toen kwamen de financiële crisis van 2008 en president Barack Obama’, vertelt Anderson. ‘Hij was de eerste zwarte president, maar zijn beleid viel tegen. Het kwam niet tot echte verandering. Het was daarom noodzakelijk om na te denken over een filosofisch alternatief voor het liberalisme dat de Democraten voorstaan, afrofuturisme als kritiek op de Amerikaanse democratie.’

Afrofurisme werd dus veel meer dan een kunststijl en sciencefictionliteratuur: het werd begin deze eeuw een filosofie voor Afro-Amerikaanse mensen, om op een eigen, Afrikaanse manier de wereld te beschouwen. In 2012 organiseerde Anderson met anderen een conferentie over afrofuturisme, die was gesponsord door UNESCO. Daarna volgden andere conferenties, en Andersons boek Afrofuturism 2.0. Anderson: ‘In dit boek kijk ik naar geschiedenis, naar kunst, naar wetenschap, naar alles. Afrofuturisme 2.0. is geschiedfilosofie. We willen op een andere manier naar het verleden en de toekomst kijken.’

Samen met geestverwanten richtte Anderson in 2015 de Black Speculative Arts Movement op, die ideeën en concepten van het afrofuturisme promoot, waaronder in de wetenschap en in de technologie, en streeft naar een inclusievere toekomst. ‘Afrofuturisme is de hoge cultuur van de zwarte cultuur geworden’, zegt Anderson trots.

Maar ondanks alle kritiek op Eurocentrisme en witte suprematie is afrofuturisme niet anti-Europees, benadrukt de wetenschapper. ‘Wel willen we een eigen wereldbeschouwing ontwikkelen, die onafhankelijk is, los staat van Europa.’


De westerse filosofie is volgens Anderson gebaseerd op het Oude Griekenland, op Plato en Aristoteles, op de rede. Afrofuturisme daarentegen laat zich onder meer inspireren door het Oude Egypte, en op het Egyptische filosofische principe van Maat, dat je naar eer en geweten handelt in zaken die familie, de gemeenschap, de natie, het milieu en de goden aangaan.

‘De negentiende-eeuwse Duitse filosoof Johann Gottfried von Herder, die het begrip nationalisme ontwikkelde, keek heel erg naar de Duitse context. Daar hebben wij Afrikanen weinig aan. In Afrika leven mensen in stammenverband. Wat ik wél interessant vind: vanuit Afrikaanse concepten nadenken over hoe de wereld er over driehonderd jaar uitziet. Denk daarbij ook aan een kolonie op Jupiter die dan wordt gesticht door Zuid-Afrika of Nigeria.’

Afrofuturisme is geen escapisme naar een mythische gouden eeuw, maar is juist optimistisch, benadrukt Anderson. ‘Afrofuturisme is de verwerping van afropessimisme, de overtuiging dat alles slecht gaat en wij Afrikanen altijd in de ellende blijven zitten. Het biedt een hoopgevend perspectief. Afrofuturisme is een utopisch toekomstbeeld, maar het is geen vlucht van de werkelijkheid. Je kunt het vergelijken met Vrijstad Christiania in Kopenhagen. Deze zelfverklaarde semionafhankelijke enclave in de Deense hoofdstad is een utopische gemeenschap, maar ook een alternatieve gemeenschap. De bewoners van deze stad ontvluchten de wereld niet.’

Inmiddels is afrofuturisme een wereldwijd verschijnsel geworden. De Franstalige, Portugeestalige en Spaanstalige wereld kennen hun eigen varianten van het afrofuturisme, en ook in Nederland timmeren schrijvers, kunstenaars en creators aan de weg.

Anderson: ‘Vergelijk afrofuturisme met hiphop. Dat begon ook in de Verenigde Staten, maar we kennen nu ook Franstalige en Nederlandse hiphop. 25 jaar geleden werd hiphop nog niet bestudeerd aan universiteiten, nu wel. Er zijn nu meer dan honderd Black Studies-programma’s aan Amerikaanse universiteiten. Afrofuturisme wordt straks een belangrijke afstudeerrichting. Er worden nu al proefschriften over geschreven, afrofuturisme wordt gebruikt in muziek en literatuur, in blockchain-technologie, enzovoort. Afrofuturisme is de toekomst.’

Afrofuturisme in Nederland

Hoe zit het met afrofuturisme in Nederland? Dé grote initiator van deze esthetische, literaire en filosofische beweging is schrijver en cultureel ondernemer Gerald Vreden. Niet zo lang geleden richtte hij samen met zijn broer Steven First Noble op, een Afro-Caribisch instituut voor kunst en cultuur, waarin ook plek is voor afrofuturisme.

‘Er is nu een groep zwarte schrijvers en kunstenaars in Nederland die zich bezighouden met afrofuturisme. Zij zijn echter nog niet georganiseerd’, vertelt Vreden. ‘Maar afrofuturisme gaat mainstream worden.’

Andersons slaat met zijn vergelijking tussen afrofuturisme en hiphop de spijker op de kop, vindt Vrede. ‘Kijk. ik was dansleraar, maar ik kon nergens aan de bak komen omdat mijn dansstijl, hiphop dus, toentertijd met agressieve mannen werd geassocieerd. Vervolgens maakte Run DMC hiphop mainstream met de hit ‘It’s Like That’. En nu wordt hiphop als dansstijl geaccepteerd. Dat gaat straks ook gebeuren met afrofuturisme. Zwarte artiesten gaan dit mainstream maken.’

‘Afrofuturisme geeft mensen hoop, trots, energie, een ander perspectief. En het is commercieel lonend’

Fantasy- en sciencefictionschrijver Marc Frans is een van de nieuwe zwarte creatievelingen. ‘Ik richt mij vooral op fantasy, maar de grens tussen beide genres is soms niet zo scherp. Wakanda is sciencefiction én fantasy.’ Ziet Frans zichzelf ook als een schrijver van ‘afrofantasy’? ‘Dat woord ben ik zelf nog niet tegengekomen’, antwoordt hij, ‘maar er zijn meerdere zwarte fantasyschrijvers zoals ik, en er zijn digitale communities voor zwarte sciencefiction- en fantasy-auteurs.’

Een kort verhaal van Frans is gepubliceerd in het Canadese blad Elegant Literature, een ander verhaal wacht nog op goedkeuring door een ander blad. Zijn grote inspiratie is Evan Winter, een Afro-Canadese schrijver wiens boek The rage of dragons in 2019 in de prijzen is gevallen. ‘Ik begon in 2019 met schrijven, toen Winters boek verscheen. Ik heb dat helemaal kapot geanalyseerd om het schrijverschap goed onder de knie te krijgen.’

Frans maakt gebruik van tradities en volksverhalen uit Suriname, zoals bijvoorbeeld de Winti-verhalen uit de Afro-Surinaamse mythologie. ‘Zo heb ik een short story geschreven over iemand die een hart heeft gekregen van een winti-geest.’ Maar hij kijkt breder dan Afrika, vertelt Frans.

‘Ik wil in mijn verhalen juist verschillende fantasy-tradities bij elkaar brengen. Weerwolven uit de Europese traditie, djinns uit de Midden-Oosterse traditie en lamia’s (ook wel bekend als mami wata’s, red.) uit Afrika. Zij zijn half vrouw, half slang en verscheuren mannen, net als de sirenen uit de Europese mythologie. Ook zijn de karakters in mijn verhalen zeer divers.’

Gerald Vreden legt nu ook de laatste hand aan een boek: His story of the world, l’histoire du monde. Daarin vertelt hij de wereldgeschiedenis vanuit Afrikaans en Caribisch perspectief.

‘De film Black Panther is een inspirerend verhaal, maar wel een fantasieverhaal. We moeten de echte verhalen en mythes uit Afrika en de Caribische wereld optekenen. Ook moeten we uit de slachtofferrol kruipen en voorbij de slavernij kijken. Afrofuturisme geeft mensen hoop, trots, energie, een ander perspectief. En het is commercieel lonend: Black Panther heeft miljoenen gemaakt. En dat komt omdat deze film een ander verhaal vertelt, óns verhaal. We moeten de mainstream niet nadoen, maar ervoor zorgen dat wij de mainstream worden. Alleen zo kunnen we de wereld herscheppen.’


Afrofuturisme inspireert niet alleen zwarte kunstenaars, schrijvers en filosofen, maar ook nieuwe futurismen.

Afrofuturisme moet onderscheiden worden van Africanfuturism (Afrikafuturisme) – een begrip uit 2019 gemunt door de Nigeriaans-Amerikaanse schrijfster Nnedi Okorafor –  dat exclusief gericht is op het Afrikaanse continent. Denk bijvoorbeeld aan de Nigeriaanse sciencefiction-film Ratnik uit 2020, of Okorafors roman Who fears death uit 2010.

Eerder dit jaar organiseerde Mipsterz, een internationaal collectief van progressieve moslimkunstenaars, de tentoonstelling Muslim Futurism. Geïnspireerd door het afrofuturisme wilden moslimkunstenaars ‘een bredere moslimtoekomst’ verbeelden, ‘vrij van de onderdrukking van vandaag, zich afspelend in een utopische toekomst van onze gezamenlijke schepping’. Moslimfuturisten ijveren voor gelijke rechten voor homo’s en transgenders en zijn tegen ‘westers imperialisme’ en de Israëlische nederzettingenpolitiek. 

Indigenous futurism (inheems futurisme) richt zich op de inheemse volkeren uit Noord- en Zuid-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en andere gebieden. Over dit fenomeen schreef Grace Dillon het boek Walking the clouds: An anthology of indigenous science fiction (2012).

Het begrip chicanafuturism (chicanfuturisme) is er ook nog. Dat is in 2004 bedacht door wetenschapper Catherine S. Ramirez. Het is een samentrekking van ‘chicana’, een vrouw of meisje van Mexicaanse afkomst, en futurisme. Chicanfuturisme onderzoekt het gebruik van sciencefiction en fantasierijke cultuurvormen om onderdrukkende systemen voor Mexicaanse vrouwen (in de Verenigde Staten) te bekritiseren en alternatieve toekomsten te verkennen. Chicanafuturisme is geworteld in Chicanafeminisme, een feminisme dat gericht is op Mexicaanse vrouwen, en is beïnvloed door het afrofuturisme, vooral door schrijfster Octavia Butler.                                                                                       

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -