8.1 C
Amsterdam

‘Het bespreken van seksueel misbruik is taboe in de Marokkaanse cultuur’

Anne-Rose Hermer
Journalist gespecialiseerd in cultuur. Verslaggever.

Lees meer

Youssra Zouaghi-De Boer (31) werd in haar jeugd misbruikt door meerdere daders in de familie. Dit bespreekbaar maken, daarop rust nogal een taboe in het Marokkaanse milieu waar ze uit komt. Ze schreef er een boek over. ‘Mijn moeder is een dochter van de eerste generatie. Ze sprak nergens over en ze wist niet beter.’


‘Het is jouw schuld niet. Praat erover, ga hulp zoeken. Onverwerkt leed kan veel ellende veroorzaken.’ Dit zijn de waarschuwende woorden van Zouaghi-De Boer (31). Als jong meisje is ze seksueel misbruikt en daar schreef ze een boek over: Bevrijd van zwijgplicht.

Zouaghi-De Boer heeft haar verhaal opgeschreven om therapeutische redenen en om andere slachtoffers van seksueel misbruik te helpen. Ze vindt het pijnlijk als mensen denken dat haar boek een vorm van aandachttrekkerij is. Ze heeft juist erg getwijfeld of ze dit boek wel zou uitgeven. Toch heeft ze deze stap gezet. Wel zijn op aanraden van haar uitgever alle namen veranderd en koos ze voor zichzelf de naam ‘Afra’, wat geluk betekent.

In Bevrijd van zwijgplicht beschrijft ze de eerste jaren van een Marokkaans-Nederlands gezin in Almere met grote problemen. De moeder wordt op vijftienjarige leeftijd uitgehuwelijkt aan een zeer gewelddadige, aan heroïne verslaafde man. Nog geen jaar later wordt Afra geboren. Later komt daar nog een broertje bij, een lief jongetje dat meervoudig gehandicapt is. De vader verdwijnt  – gelukkig – algauw van het toneel, vanwege een gevangenisstraf in het buitenland. Een rustige tijd breekt aan, totdat de moeder in de problemen raakt en niet meer voor haar kinderen kan zorgen. Enige tijd woont Afra samen met haar broertje bij een vriend van haar moeder. Totdat haar vader vrij komt en zij en haar broertje bij hem gaan wonen. Dan breekt de hel pas echt los.

Haar vader maakt direct duidelijk dat vrouwen geen rechten hebben. Hij behandelt zijn dochter als sloof en verwaarloost haar. Ze is vaak te laat op school, omdat ze voor haar broertje moet zorgen. Regelmatig is er geen eten in huis.

Als ze in groep 3 zit, krijgt Afra van school een briefje mee, omdat ze niet fris ruikt en haar haren niet netjes zitten. Ze durft deze brief niet aan haar vader te geven, want ze is bang dat hij haar zal slaan. In groep 5 is er juf Sabrina, een juf die ze echt vertrouwt. Als ze op een dag thuis een zakje met poeder vindt, neemt ze het mee naar school. Juf Sabrina schrikt als ze de drugs ziet en zegt dat Afra dit thuis snel moet terugleggen, omdat haar vader anders vast heel boos wordt.

Seksueel misbruik 

Op achtjarige leeftijd wordt ze misbruikt door haar oom Youssef. Hoewel ze vreselijk bang voor haar vader is, besluit ze hem te vertellen wat is voorgevallen. Haar vader blijkt vooral bezorgd over haar eer, of ze nog maagd is. Hij lijkt zich minder druk te maken over het gedrag van zijn neef. Toch besluit hij om aangifte te doen.

‘Toen was hij voor heel even een beschermende vader’, vertelt Zouaghi-De Boer aan de Kanttekening. ‘De politie heeft met mijn oom gepraat, maar die ontkende alles. Daarmee was de zaak gesloten, ik heb hem daarna nooit meer gezien.’

Enige tijd later komt haar grootvader, die in Marokko woont, een tijdje op bezoek bij zijn zoon in Nederland. Eerst vindt Afra dat gezellig, totdat hij tot haar schrik met zijn hand in haar onderbroekje zit. Hij antwoordt dat alle opa’s dat doen. Ze vertelt het aan een tante, maar zij barst in woede uit:

‘Hoe durf je zo over mijn vader te praten!’ roept ze boos. ‘Maar het is echt waar,’ jammer ik. Ze wil het niet horen en geeft mij een klap in mijn gezicht. ‘Waag het niet dit aan iemand anders te vertellen. Je zegt niets, tegen niemand, hoor je me?’ roept ze vol nijd. Ze loopt weg en ik blijf verslagen in de badkamer achter.’

‘Misschien was alles anders gelopen als ik het als eerste aan iemand anders had verteld, bijvoorbeeld aan een docent op school’, zegt Zouaghi-De Boer. ‘Ik denk dat mijn tante schrok van wat ik zei en het niet wilde geloven.’

‘Ik heb mij afgevraagd of ik was misbruikt omdat ik Marokkaanse ben. Maar dat is niet zo. Incest komt in alle culturen voor’

Ze komt uit een omgeving waar niet over seks mocht worden gesproken. ‘Ook het bespreken van incest en seksueel misbruik is taboe in de Marokkaanse cultuur’, vertelt ze. ‘Ik heb mij af en toe afgevraagd of ik was misbruikt omdat ik Marokkaanse ben. Maar dat is niet zo. Incest komt in alle culturen voor.’

Afra gaat vervolgens weer bij haar moeder wonen. Als ze bijna twaalf is, wordt ze opnieuw slachtoffer van seksueel misbruik. Een kennis van haar moeder wil meer dan alleen Afra betasten. Terwijl haar moeder ‘s nachts ligt te slapen, moet Afra met hem naar beneden.


‘In ons nieuwe huis, waar nog altijd geen meubels staan, moet ik op de grond gaan liggen. Hij trekt mijn onderbroekje, gekocht op de kinderafdeling van de Hema, naar beneden.

‘Ik zit nu helemaal in je, hè,’ hijgt hij terwijl ik versteend op de vloer ligt. Ik ril en schaam me enorm.’

Het blijft niet bij deze ene verkrachting. Ze wordt regelmatig door hem verkracht. Afra voelt zich hierdoor vergeten en onzichtbaar.

‘Waarom heeft niemand door wat er gebeurt? Waarom redt niemand mij? Ik ben het niet waard om gered te worden, denk ik. En God dan, vraagt het stemmetje in mijn hoofd? Nou, God had al een hekel aan mij, maar nu natuurlijk al helemaal. Waarom zou hij een meisje dat haar maagdelijkheid kwijt is, willen redden?’

Uiteindelijk ontdekt haar moeder wat er aan de hand is. Ze wil verhaal halen bij de dader. ‘Ze had hem willen vermoorden, maar een vriendin houdt haar tegen’, vertelt Afra. Tot op de dag van vandaag is de relatie met haar moeder heel kwetsbaar. Over de verkrachtingen destijds is weinig gesproken. ‘Mijn moeder is een dochter van de eerste generatie. Ze sprak nergens over en ze wist niet beter.’

Jeugdzorg

Toen Zouaghi-De Boer nog bij haar vader woonde, kwamen er altijd twee vrouwen van Jeugdzorg over de vloer, in verband met haar gehandicapte broertje. Die afspraken waren altijd gepland, dus dan zorgde haar vader dat alles schoon was en dat er gekookt werd.

‘Diezelfde twee dames zijn een keer bij me op school geweest, maar ik durfde niets te zeggen uit angst voor klappen van mijn vader. Dus ik zei maar dat alles thuis in orde was. Als ze hadden beloofd dat ik niet meer thuis terug hoefde te zijn, dan had ik waarschijnlijk wel gepraat. Er is ook een keer iemand van Jeugdzorg onverwacht gekomen, toen mijn vader niet thuis was. Ik heb diegene toen binnengelaten. Ik was aan het koken, schoonmaken en voor mijn broertje aan het zorgen, net als altijd. Mijn vader was woest toen ik het later vertelde. Hij kon het zich niet permitteren dat mijn broertje en ik bij hem weggehaald zouden worden, want dan raakte hij zijn verblijfsvergunning kwijt.’

Toen Zouaghi-De Boer en haar broertje bij hun moeder gingen wonen, is hij met een Nederlandse vrouw getrouwd. Pas toen deze vrouw, als gevolg van zijn mishandelingen, in het ziekenhuis belandde, werd Jeugdzorg wakker geschud.

‘Ik snap niet dat politie en Jeugdzorg niet eerder hebben ingegrepen’, zegt ze. ‘Maar naar aanleiding van mijn boek heeft Jeugdzorg mij uitgenodigd voor een gesprek. Er wordt iemand gezocht die wil praten over wat is misgegaan. Ik heb nog niet besloten wat ik ga doen.’

De Boer-Zouaghi benadrukt dat haar boek geen verwijt richting Jeugdzorg is. Het gaat er haar om dit verhaal te vertellen, zodat andere slachtoffers van seksueel misbruik weten wat ze kunnen doen.

Inmiddels is ze getrouwd en heeft ze haar eerste kindje gekregen. Ze bleek aan post-traumatische stress te lijden. ‘Maar een flinke tijd therapie, yoga, steun van mijn onvolprezen partner, de liefde van mijn gezin én alles opschrijven, hebben mij de rust en kracht gebracht die ik nodig had.’

Het taboe op praten over seks heeft misbruik in de hand gewerkt, vindt ze. Daarom geeft ze aan haar kinderen mee dat niemand aan hen mag zitten – en andersom. ‘De allerbelangrijkste zaken die ik mijn kinderen wil geven zijn liefde, veiligheid, structuur en regelmaat. Dat zijn precies die zaken die ik zelf niet heb ervaren.’

Jeugdzorg wil niet reageren op deze zaak, die ruim twintig jaar oud is. ‘Jeugdzorg Nederland is een overkoepelende organisatie en niet het juiste adres voor dergelijke vragen.’ Deze vragen moeten worden gesteld aan de desbetreffende gemeente, maar die is inmiddels opgegaan in een andere gemeente. Een voorlichter vertelt dat de zaak lastig te achterhalen is. Bovendien viel alles wat met Jeugdzorg te maken had destijds rechtstreeks onder het Rijk en niet onder de gemeente.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -