‘Doe wat je leuk vindt’

Foto: Robby Kevlishvili
De Kanttekening spreekt ‘nieuwe’ Nederlanders die op weg zijn naar de top. Deze week: Georgische Nederlander Robby Kevlishvili (16).

Wat doe je?
‘Ik ben scholier, ik doe vwo op het Alfrink College in Zoetermeer. Ik hou van voetbal, maar de hoofdmoot is schaken. Ik ben de huidige jeugdkampioen onder twintig jaar. Het schaken slokt een behoorlijk groot deel van mijn tijd op. Ik probeer naast mijn huiswerk toch wel zo’n anderhalf tot twee uur per dag te besteden aan het bestuderen van schaakpartijen of het verbeteren van mijn openingsrepertoire. Dat haal ik uit boeken, maar ook op internet kun je heel goed uitzoeken wat de beste zetten zijn.’

Waar wil je heen?
‘De optie om als prof te gaan schaken zou kunnen. Maar sowieso wil ik een academische studie volgen, waarbij biologie, scheikunde of geneeskunde mijn voorkeur hebben. Als ik moet kiezen tussen schaken en school, kies ik voor schaken. Toen ik vier jaar was, leerde mijn vader mij de regels. Jarenlang speelde ik tegen hem, tot ik won. Eenmaal bij mijn huidige schaakclub, S.V. Promotie, kreeg ik les volgens de stappenmethode (klassieke lesmethode om kinderen te leren schaken, red.). Inmiddels speel ik ook bij de Rotterdamse club Pathena in de meestersklasse, de hoogste klasse op schaakgebied in Nederland.’

Heb je een kruiwagen?
‘Bij S.V. Promotie werd ik begeleid door Willem Broekman. Een paar jaar geleden zei hij dat zijn taak was volbracht, niet lang daarna emigreerde hij naar Spanje. Hij heeft veel voor me gedaan. Zo bracht hij me naar wedstrijden en toernooien. Nu ik een zogenaamde topstatus heb, krijg ik van het NOC/NSF een vergoeding om trainingen te betalen. Die trainingen krijg ik van twee bekende schakers, Loek van Wely en Jop Delamarre. Ik leer van hen hoe ik bepaalde stellingen op het bord kan doorrekenen om te kunnen voorspellen welke kant het op gaat. Ook heeft Delamarre me de kneepjes bijgebracht van het positiespel op het bord, zodat je altijd controle houdt en je tegenstander niets kan uitrichten. Natuurlijk hebben mijn ouders me ook geholpen. Zij betaalden alles en mijn vader hielp mij vaak, waar hij kon. Schaken is een dure hobby. Via een online campagne heb ik geld bij elkaar gesprokkeld om deel te kunnen nemen aan het jeugdwereldkampioenschap onder zestien. Eerder probeerde ik dat ook bij het jeugdwereldkampioenschap onder veertien, maar dat liep mis.’

Zijn er beren op de weg?
‘Ik ben nogal snel afgeleid. Tijdens partijen heb ik er geen last van. Het is vooral dat ik er tijdens de trainingen vooraf last van heb. Maar het gaat wel beter nu. Daarnaast kan ik best lui zijn. Daardoor besteed ik niet altijd genoeg tijd aan schaken. Soms kan het gewoon echt niet door school.’

Heb je tips?
‘Het allerbelangrijkste is: doe wat je leuk vindt. Daardoor zal je de gedrevenheid krijgen om er meer tijd in te steken. Bij mij begon dat al op jonge leeftijd. Mijn ouders komen uit Georgië, waar ook schaker Sopiko Guramishvil, de vrouw van de beste schaker van Nederland, Anish Giri, vandaan komt. Mijn vader leerde me al vroeg de regels. Als je dan op enig moment merkt dat je beter wordt en complimentjes krijgt van anderen, dan stimuleert dat wel. Het is altijd fijn om te horen dat je goed bezig bent.’

DELEN
Dennis l'Ami
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij.