Niet afkomst, maar vrijheid, godsdienstvrijheid en openheid vormden de basis van ons land. Die idealen zouden weer centraal moeten staan, vindt Abdulhaq Compier.
Nederland begon als een moedig idee: vrijheid van godsdienst in weerwil van de brandstapels, verzet tegen onrechtvaardige belastingen en een onwaarschijnlijke opstand van zeven provincies in een rivierdelta tegen een wereldrijk. De ideologische oorsprong van Nederland had een internationaal karakter. De Nederlandse opstandelingen scandeerden vanaf de Beeldenstorm in 1566 tot het Leidens Ontzet in 1574 de leuze: ‘Liever Turks dan Paaps!’ als provocatieve vrijheidskreet. De geuzen drukten hiermee uit dat ze liever zouden leven onder de sultan, die vrijheid van godsdienst garandeerde, dan onder het rooms-katholieke rijk dat ketterij met geweld bestreed. De politieke steun voor de Opstand door het Ottomaanse Rijk hielp Willem van Oranje in zijn visie om Nederland een van de eerste Europese landen te maken met universele vrijheid van godsdienst, vastgelegd in de Unie van Utrecht van 1579. De moord op Willem van Oranje in 1584 maakte hem een martelaar voor dit Nederland, dat stond voor een idee.
De koloniale ontwikkeling in de hierop volgende Gouden Eeuw mag niet worden ontkend. De idealen die we op de Spaanse overheersing hadden veroverd, waren helaas nog niet zo ingebed in onze cultuur dat we andere volkeren dezelfde onderdrukking bespaarden. De kracht van de Gouden Eeuw zat in de vrijheid binnen Nederland, die de komst mogelijk maakte van vluchtelingen (onder meer uit Spanje, dat in 1609 door de katholieken etnisch werd gezuiverd van moslims en joden), die naast spannende filosofie ook nieuwe financiële mogelijkheden brachten aan de burgerij. Amsterdam groeide uit tot een mondiaal vrijdenkers- en handelsknooppunt.
In die zin was Nederland een staat, gebouwd op een idee, voordat de Verenigde Staten dat waren. Het vrije, gelijke en ondernemende karakter droeg bij aan de latere Verlichtingsidealen, die naast godsdienstvrijheid ook gelijkheid en de machtenscheiding tot politieke kernbegrippen maakten. Deze idealen werden de grondslag van de Amerikaanse Grondwet in 1787 en werden in 1848 ook verankerd in de onze. De concepten gelijkheid en machtenscheiding waren ook niet zonder invloed uit de islamitische wereld; gelijkheid was een uitgesproken islamitisch principe en de islamitische wereld kende een relatief autonoom rechtersambt en een seculiere wetgeving naast de religieuze. Verlichtingsdenkers als Locke, Montesquieu en Voltaire waren hiervan op de hoogte en spiegelden hun maatschappelijke idealen vaak aan wat zij wisten van de islamitische wereld.
Het vrije, gelijke en ondernemende karakter droeg bij aan de latere Verlichtingsidealen
Nederland als een staat gebaseerd op een idee is vandaag de dag uit zicht geraakt. Een deel van de Nederlandse bevolking lijkt deze gedachte te hebben verruild voor het verlangen naar een etnostaat: een land van ‘ons soort mensen’, waarin culturele gelijkvormigheid belangrijker wordt dan de ideeën die ooit het fundament waren van de natie. Nederland wordt in dit narratief steeds meer een pakket gewoonten, smaken en omgangsvormen dat moet worden geïmiteerd, in plaats van een idee dat wordt gedragen en een geschiedenis die nog steeds wordt geschreven.
Globalisering, migratie, woningdruk en verlies aan sociale samenhang roepen bij veel mensen een begrijpelijke behoefte aan zekerheid op. Wanneer deze onzekerheid wordt gekaapt door etnisch nationalisme, ontstaat de fictie dat afkomst veiliger is dan waarden: een filosofie van Blut und Boden. Terugkeren naar een mythische homogeniteit die historisch nooit heeft bestaan, zal ons paradoxaal genoeg leiden langs de weg van onvrijheid.
Politici die inspelen op nostalgie presenteren Nederland als een gezellig landje dat ooit af was en nu wordt binnengedrongen door duistere inbrekers. Terwijl de historische werkelijkheid eerder is dat Nederland groot werd doordat het onaf was: een open project dat mensen aantrok die wilden handelen, geloven, bouwen, denken en risico nemen.
Juist daarom moet Nederland weer als idee worden verwoord, beleefd en gevierd. Dat idee is niet leeg of vrijblijvend, maar is door een kleurrijk, historisch en internationaal proces verankerd in onze Grondwet. Omdat ook migrantengemeenschappen zich historisch en ideologisch kunnen identificeren met deze beginselen, is de Grondwet bij uitstek geschikt om eenheid te creëren in ons land. Net zoals in de Verenigde Staten ‘the Constitution’ het idee van de natie belichaamt, kan ook Nederland de Grondwet tot meer maken dan de rechtsstatelijke notitie die het nu is. Het kan de grondslag zijn van een verbindende identiteit die huidskleur, afkomst en sociale status overstijgt. Wanneer Nederland terugkeert naar zijn meest ambitieuze zelfbeeld, kunnen oude en nieuwe gemeenschappen met hart en ziel zeggen dat zij aan hetzelfde verhaal werken: aan Nederland als revolutionair idee.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

