Minister Sjoerd Sjoerdsma reisde onlangs naar China om de economische banden te versterken. Voor Oeigoeren roept dat de vraag op hoe Nederland handel kan blijven drijven en tegelijk voor mensenrechten kan opkomen, schrijft Asiye Uyghur.
Toen Sjoerd Sjoerdsma enkele jaren geleden door China werd gesanctioneerd vanwege zijn steun aan de Oeigoeren, gold hij in Beijing als een ongewenste politicus. Dat juist hij onlangs als minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking naar China reisde, zegt uiteindelijk minder over Sjoerdsma dan over Nederland.
Voor een open handelsland is zo’n bezoek op zichzelf niet opmerkelijk. China blijft, ondanks de verslechterde geopolitieke verhoudingen, een van de belangrijkste economische partners van Nederland. In een tijd van mondiale onzekerheid, verstoorde toeleveringsketens en toenemende concurrentie tussen de Verenigde Staten en China is het onderhouden van economische relaties geen luxe, maar een noodzaak. Toch roept deze handelsmissie een fundamentele vraag op. Niet óf Nederland zaken moet doen met China, maar hoe het dat doet zonder de waarden uit het oog te verliezen waarop zijn buitenlandse beleid en internationale reputatie decennialang zijn gebouwd.
Ieder officieel bezoek aan Beijing door veel Oeigoeren met bijzondere aandacht gevolgd
Die spanning is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Nederland presenteert zich internationaal graag als verdediger van de rechtsstaat, mensenrechten en de internationale rechtsorde. Tegelijkertijd is China uitgegroeid tot een economische grootmacht waarmee het op tal van terreinen nauw verweven is. De discussie gaat daarom allang niet meer alleen over handel, maar over de vraag hoe een democratische rechtsstaat economische belangen kan beschermen zonder politiek afhankelijk te worden van een autoritaire staat.
Nergens wordt dat duidelijker dan bij ASML. Wat ooit vooral een Nederlands economisch succesverhaal was, is inmiddels uitgegroeid tot een geopolitiek dossier. De export van geavanceerde chipmachines is niet langer uitsluitend een zakelijke beslissing, maar onderdeel van een bredere discussie over nationale veiligheid, technologische voorsprong en strategische autonomie. Hetzelfde geldt voor de debatten over kennisveiligheid, Chinese investeringen en kritieke infrastructuur. Vrijwel iedere economische beslissing ten aanzien van China heeft tegenwoordig ook een politieke dimensie.
Tegen die achtergrond krijgt de reis van Sjoerdsma een bijzondere betekenis. Niet omdat één minister het Nederlandse China-beleid bepaalt, maar omdat zijn politieke loopbaan de veranderende positie van Nederland weerspiegelt. Als Kamerlid sprak hij zich nadrukkelijk uit over de vervolging van de Oeigoeren en behoorde hij tot de initiatiefnemers van de motie waarmee de Tweede Kamer oordeelde dat sprake was van genocide. Beijing reageerde met sancties. Vandaag vertegenwoordigt dezelfde politicus als minister ook de economische belangen van Nederland.
Voor de Oeigoerse gemeenschap is deze spanning geen abstracte beleidsvraag. Wij leven al jaren met de gevolgen van de Chinese repressie. Familieleden zijn verdwenen, het contact met dierbaren is verbroken en een groot deel van onze cultuur en identiteit staat onder zware druk. Terwijl Nederland spreekt over economische samenwerking, leven duizenden Oeigoeren in Europa dagelijks met de wetenschap dat hun familie in China geen vrijheid van meningsuiting, religie of culturele expressie meer kent.
Nederland heeft zich de afgelopen jaren internationaal duidelijk uitgesproken over de situatie van de Oeigoeren. De Tweede Kamer erkende het geweld tegen de Oeigoeren als genocide, terwijl opeenvolgende kabinetten zich herhaaldelijk uitspraken tegen dwangarbeid, willekeurige detentie en de ernstige mensenrechtensituatie in de Oeigoerse regio. Die consistente opstelling heeft Nederland internationaal geloofwaardigheid en respect opgeleverd.
Daarom wordt ieder officieel bezoek aan Beijing door veel Oeigoeren met bijzondere aandacht gevolgd. Niet omdat wij verwachten dat handelsrelaties zullen verdwijnen, maar omdat wij hopen dat economische samenwerking nooit los komt te staan van fundamentele mensenrechten.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

