12.3 C
Amsterdam

Uitgeprocedeerd op straat in coronatijd: ‘Kunnen letterlijk geen kant op’

Pieter Verbeek
Journalist.

Lees meer

Nu de lockdown inclusief avondklok weer is verlengd, betekent dat extra problemen voor asielzoekers die op straat komen te staan nadat ze zijn uitgeprocedeerd. Terugreizen naar het eigen land is lastig door allerlei reisbelemmeringen. En opvang is moeilijk te vinden. Was er in de eerste lockdown nog coulance voor deze groep, nu is het weer business as usual: wie is afgewezen moet weg.


Toen corona zich een jaar geleden aandiende, liet het Centraal Opvang Asielzoekers (COA) afgewezen asielzoekers tijdens de lockdown in de asielzoekerscentra (azc’s) blijven. Daar was ook plek voor, omdat er door reisbeperkingen nauwelijks nog asielzoekers het land binnenkwamen. Samen met de meeste andere coronamaatregelen werd deze coulanceregeling vorig jaar zomer weer opgeheven. Sindsdien moeten afgewezen asielzoekers de azc’s verlaten. De gedachte van dit beleid is dat als we uitgeprocedeerde asielzoekers voorzieningen blijven geven, ze nooit weggaan uit Nederland.

Het is onduidelijk hoeveel van deze afgewezen asielzoekers op straat terecht zijn gekomen. Uit cijfers van het COA blijkt in ieder geval dat in het coronajaar 2020 ruim 1.200 asielzoekers de azc’s moesten verlaten nadat ze waren uitgeprocedeerd. Het gaat vooral om mensen uit landen als Moldavië, Iran, Azerbeidzjan, Eritrea en Irak. Driehonderd van hen moesten gedwongen worden de centra te verlaten.

De laatste maanden neemt het aantal afgewezen asielzoekers op straat weer behoorlijk toe, signaleert Vluchtelingenwerk. Volgens de hulporganisatie komt dat omdat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de afgelopen maanden achterstanden aan het wegwerken is, nu de vluchtelingenstromen kleiner zijn geworden. Na de coronacoulance is het aantal asielzoekers dat uit azc’s moet vertrekken weer op het oude niveau.

En toen kwam afgelopen najaar de tweede lockdown. Met de avondklok mochten uitgeprocedeerde asielzoekers als uitzondering aankloppen bij gemeentelijke noodopvang, normaal bedoeld voor daklozen en verslaafden. Maar omdat door coronamaatregelen het aantal opvangplekken in die opvangcentra een stuk minder was geworden, ontstonden er tekorten. Sommige gemeenten moesten zelfs daklozen wegsturen, omdat de opvang vol raakte met afgewezen asielzoekers.

Buiten de samenleving 

Nu het nieuwe voorjaar voor de deur staat en de lockdown voorlopig van kracht blijft maken de hulporganisaties zich grote zorgen. ‘Door de reisbeperkingen zijn er allerlei obstakels om terug te vliegen naar het land van herkomst of van aankomst’, legt Evita Bloemheuvel uit, woordvoerder van Vluchtelingenwerk. ‘Waar moeten deze mensen naartoe? Dat is niet duidelijk en er ligt ook geen plan voor. Mensen gaan rondzwerven op straat, kunnen zich niet goed aan de coronamaatregelen houden, en kunnen letterlijk geen kant op. Het risico wordt daardoor groter dat ze verdwijnen in de illegaliteit. Het is heel schrijnend waar ze dan terecht kunnen komen. Daarom vragen wij ervoor om de coronacoulance opnieuw in te stellen. Extra noodopvanglocaties zijn niet overal aanwezig.’

Ook de stichting Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt (LOS) pleit voor het opnieuw invoeren van de coulanceregeling. ‘Het is momenteel veel moeilijker om te zoeken naar een plek om te slapen’, stelt coördinator Rian Ederveen. ‘De asielzoekers proberen meerdere plekken, waar ze dan eerst weer door een intake heen moeten. Als ze gewoon in de azc’s kunnen blijven is er minder beweging. Anders verplaats je toch een beetje het probleem tussen de ene en andere opvangplek. Het advies blijft om zo veel mogelijk thuis te blijven. Zolang dit van kracht is moeten afgewezen asielzoekers zo veel mogelijk in de azc’s blijven.’

Maar de kans is klein dat dit gebeurt. Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Ankie Broekers-Knol (VVD) was duidelijk in haar laatste Kamerbrief. Ze wil niet opnieuw de coulanceregeling laten gelden. De reden daarvoor is dat ten opzichte van een jaar geleden ‘de processen in de asielketen’ als vitaal zijn bestempeld. Werkzaamheden van bijvoorbeeld het COA en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) vinden, voor zover nodig in aangepaste vorm, doorgang. De staatssecretaris benadrukt verder dat het uitgangspunt van het kabinet blijft dat asielzoekers recht op opvang hebben tijdens hun asielprocedure en beroepsfase. Wie is afgewezen kan doorstromen naar onderdaklocaties van het COA of zelfstandig vertrekken.

Maar hiervoor ontbreekt het aan goede voorlichting, stelt Bloemheuvel van Vluchtelingenwerk. ‘Vaak liggen de azc’s op afgelegen plekken. Als je ergens in een klein dorpje in Friesland letterlijk op straat wordt gezet, waar moet je dan heen? Asielzoekers zonder papieren is altijd een gevoelig onderwerp geweest, maar ze nu op straat zetten, terwijl je weet dat ze niet makkelijk terug kunnen reizen naar hun land, is schrijnend. Wij vinden dat er bij het beëindigen van de opvang altijd moet worden nagedacht over andere oplossingen. Het is nooit een oplossing om iemand op straat te zetten. Er moet altijd een vangnet zijn voor iedereen, ongeacht de verblijfsstatus. Zeker in tijden van corona.’

Het vangnet wordt echter steeds kleiner. Er ligt een instructie van het ministerie om de noodopvang per 1 april weer af te gaan bouwen. Vooralsnog is vanwege de stijgende coronacijfers niet duidelijk in hoeverre dat daadwerkelijk gebeurt.

‘Het is zorgelijk dat de corona-opvang op elk moment kan sluiten’, zegt Margreet Jenezon. Zij is van de stichting STIL, die zich inzet voor mensen zonder verblijfsvergunning in Utrecht. ‘Zoiets zou redelijk rampzalig zijn. Dan komen ook echt kwetsbare mensen op straat, zoals hele jonge mensen. Wij, en andere organisaties, zoals kerkelijke netwerken, vangen regelmatig mensen op in particuliere opvang. Dit doen we als ze nergens anders terecht kunnen. Het gaat vooral om vrouwen en kinderen. Er is echter niet genoeg capaciteit om iedereen op te vangen.’


Vergeleken met illegale arbeidsmigranten, die vaak nog zwart werken, komen uitgeprocedeerde asielzoekers helemaal buiten de samenleving te staan, zegt Ederveen van LOS. ‘De zelfredzaamheid ontbreekt. Ze hebben geen recht op opvang, geen middelen en geen sociaal vangnet.’

‘Als je ergens in een klein dorpje in Friesland letterlijk op straat wordt gezet, waar moet je dan heen?’

Ook in Rotterdam is de vraag voor hulp vanuit de groep afgewezen asielzoekers in coronatijd gegroeid, signaleert Katja van Nimwegen van stichting Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt (ROS). ‘Het is niet zo dat er nu meer asielzoekers bij ons aankloppen. Maar normaal zie je dat ze meer een eigen netwerk hebben opgebouwd, bij mensen waar ze terecht kunnen.’

Van oudsher is Rotterdam een echte migratiestad, vertelt Van Nimwegen. ‘Veel migranten die hier komen kunnen daarom rekenen op hulp uit hun eigen gemeenschap. Maar dit is moeilijker geworden door de coronamaatregelen. Voorheen wist je bij sommigen, als ze onze opvang verlieten, dat ze niet op straat terecht kwamen, maar bij kennissen of familie onderdak kregen. Nu kan dat echter vaak niet. De afhankelijkheid is daardoor groter.’

Zeker Zuid-Amerikanen hebben vaak sterke hulp-netwerken, vertelt ze. ‘Ik heb net een vrouw uit Venezuela gesproken die hier is afgewezen na een asielprocedure. Ze had de afgelopen twee jaar nog geen woord Nederlands kunnen leren, omdat ze nog helemaal geen zwart werk had gehad.’

Leven op straat

Juist dankzij die netwerken – denk aan kennissen, vrienden, hulporganisaties, kerken en particulieren – kunnen afgewezen asielzoekers in Nederland overleven. Sommigen leven dankzij die hulp al tientallen jaren in Nederland, los van de maatschappij en nog steeds hopend op asiel.

De dertigjarige Adam Adriss uit Soedan ontvluchtte zijn land vanwege de oorlog. In 2011 kwam hij in Nederland om asiel aan te vragen. Eindelijk is zijn asielaanvraag gehonoreerd, maar de afgelopen tien jaar heeft hij illegaal op meerdere plekken in Nederland gezeten. Terug naar Soedan was nooit een optie.

Adriss verbleef in asielzoekerscentra, een tentenkamp in Ter Apel, maar ook op allerlei slaapplekken buiten, zoals in parken. ‘Het leven op straat is erg moeilijk’, vertelt hij in inmiddels goed Nederlands. ‘Soms sliep ik buiten, soms bij vrienden die ik kende van het azc. Het was moeilijk om aan eten en drinken te komen.’

Uiteindelijk sloot hij zich aan in Amsterdam bij een groep afgewezen asielzoekers die zich We Are Here noemden. ‘We hadden allemaal geen werk, geen studie, we konden niks doen. Gelukkig waren er veel Nederlandse mensen die ons wilden helpen met opvang, eten en drinken. We hebben zeven jaar in kraakpanden gewoond. Tot 2018. Toen stond ik weer op straat en sliep ik regelmatig in het Oosterpark of het Vondelpark.’

Momenteel werkt hij bij de organisatie Between Borders Amsterdam. Daar zet hij zich in voor andere ongedocumenteerden. ‘Door Covid zie ik weer grotere groepen in het Vondelpark en het Nelson Mandelapark. We helpen hen en brengen ze eten. Dat zou de regering ook moeten doen. Er is weinig menselijks aan het beleid in Nederland. Ik zie nog steeds vluchtelingen slapen in het park, terwijl er duizenden hotels leeg staan. Help eerst de mensen voordat je ze terugstuurt. Het gaat om menselijkheid. We zijn allemaal mensen, allemaal gelijk. We moeten elkaar ondersteunen.’

‘Er is weinig menselijks aan het beleid in Nederland. Ik zie nog steeds vluchtelingen slapen in het park’

Een andere Soedanees, die al ruim tien jaar in Nederland probeert asiel te krijgen, is de 39-jarige Ali. Zijn achternaam wil hij liever niet geven. Na tien jaar rondzwerven in Nederland is het hem nog niet gelukt om een verblijfsvergunning te krijgen. Sinds zijn aankomst in Nederland heeft hij in verschillende asielzoekerscentra gezeten.

Toen hij werd afgewezen wilde de ambassade niet meewerken aan de terugkeer naar zijn land. En dat terwijl hij vanwege zijn PTSS ook medicijnen en psychische hulp nodig had. Het was het begin van een lange reis langs azc’s, opvanghuizen, detentiecentra en de straat. De afgelopen maanden kan hij vaak terecht bij daklozenopvang en bij het Leger des Heils in Amsterdam. ‘Maar ik vind het vervelend om tussen drugsverslaafden en alcoholisten te slapen. Daar voel ik me niet altijd veilig. Ook slaap ik nog steeds wel eens buiten in het park.’

Op dit moment is Ali bezig met een nieuwe aanvraag. Als vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk helpt hij om andere Soedanezen zonder papieren bij te staan. ‘Ik wil ook gezond en veilig kunnen leven en kennismaken met de maatschappij. Als je uitgeprocedeerd bent kan niemand je helpen. Ik ken een andere man uit Soedan die hier twintig jaar in Nederland heeft geleefd zonder papieren. Dit jaar is hij overleden. Zo wil ik niet eindigen.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -