15.7 C
Amsterdam

Afghaanse Nederlanders in spanning: wat als de Westerse troepen weg zijn?

Kaja Bouman
Journalist gespecialiseerd in de multiculturele samenleving, het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Lees meer

Met het vertrek van de NAVO-troepen uit Afghanistan nam het geweld er de afgelopen tijd toe. Afghaanse Nederlanders vertellen aan de Kanttekening hoe zij kijken naar het einde van twintig jaar militaire interventie. 


De Taliban kondigde vorige week een staakt-het-vuren aan. De wapenstilstand zou woensdag of donderdag beginnen en drie dagen duren, zodat Afghanen in alle rust Eid ul Fitr, het Suikerfeest, konden vieren. Slechts enkele uren later ging er een bom af in de zuidelijke provincie Zabul.

Beeld: Niloufar Rahim

Het geweld in Afghanistan is toegenomen sinds NAVO-landen en de Verenigde Staten hebben aangekondigd het land te gaan verlaten voor 11 september. Ook Afghaanse Nederlanders maken zich zorgen over de toekomst van Afghanistan, waaronder de 34-jarige Niloufar Rahim. Ze vluchtte als kind met haar ouders naar Nederland, studeerde geneeskunde in Leiden en geeft nu medische trainingen aan studenten in Afghanistan.

Toen Niloufar het nieuws hoorde dat de troepen zouden vertrekken, was ze verbaasd: ‘Ik had niet verwacht dat ze echt weg zouden gaan.’ Maar opgelucht is ze wel. ‘Het is genoeg geweest. De militaire interventie heeft niet gewerkt. Het is nog steeds onveilig in Afghanistan, de Taliban heeft alleen maar meer macht gekregen en de economie is nog net zo verschrikkelijk.’

‘Het is genoeg geweest. De militaire interventie heeft niet gewerkt’

Volgens Niloufar waren de NAVO-landen te veel met hun eigen politieke doelen bezig. ‘Als ze het land en de mensen echt willen helpen, dan moet de internationale gemeenschap haar eigen belangen opzij zetten en investeren in de infrastructuur, de gezondheidszorg en het onderwijs.’

Zelf probeert ze haar steentje bij te dragen door trainingen te geven aan geneeskundestudenten. Voor de corona-uitbraak was Niloufar daarom nog regelmatig in Afghanistan te vinden.

‘We hadden een aantal jaren terug een project, waarbij we vanuit de universiteit Afghaanse medische studenten naar Nederland haalden. Toen kwam ik erachter dat deze studenten heel erg achterliepen wat betreft hun praktische kennis. Ze leren alleen uit boeken, maar oefenen de vaardigheden niet in het echt.’

Daarom besloot Niloufar met stichting KEIHAN een project op te zetten, waarbij Nederlandse docenten naar Afghanistan konden om de studenten te helpen met het opdoen van ervaring.

Sinds de toename van het geweld maakt Niloufar zich extra zorgen om haar studenten. ‘Er is op dit moment heel veel onzekerheid. We weten niet wat er gaat gebeuren als de troepen eenmaal weg zijn.’

In april stonden vredesbesprekingen in Istanbul gepland, maar die zijn voor onbepaalde tijd uitgesteld. ‘Ik hoop dat de vredesbesprekingen doorgaan’, zegt Niloufar. Het is juist nu belangrijk dat de Afghaanse regering en de Taliban met elkaar om de tafel gaan zitten.’

In de steek gelaten

Afghaanse Nederlander Weis Mateen voelt zich in de steek gelaten door de troepen. De inmiddels 24-jarige student kwam toen hij vier jaar oud was met zijn ouders en broer naar Nederland. ‘Zodra de troepen vertrekken gaat het daar een hel worden’, zegt Weis. ‘De Taliban zal mensen onder druk zetten om op hen te stemmen. Dan komen ze aan de macht en komt er een nog strengere wetgeving.’

Beeld: Weis Mateen

Met de hulp van de buitenlandse troepen was Weis niet altijd tevreden: ‘De Afghaanse regering is corrupt, maar omdat de Amerikanen de regering steunden kon de overheid zich beter organiseren tegen de troepen van de Taliban.’


In 2009 keerde Weis en zijn familie terug naar Afghanistan om zijn overleden moeder te begraven. Tijdens dit bezoek ontmoette Weis een jonge vrouw, met wie hij nu getrouwd is. Zijn vrouw woont nog in Afghanistan, waardoor Weis nu ook regelmatig op en neer reist en uit eerste hand ervaart hoe moeilijk het leven in Afghanistan is.

‘Veel kinderen leven daar op straat met hun families. Mensen zijn dakloos en hebben nauwelijks geld voor eten. Hier komen de aanslagen van de Taliban dan nog eens bij. In mei vorig jaar was er zelfs een aanslag op een kraamafdeling in een ziekenhuis. Een aanslag op baby’s, dat doe je toch niet?’

De armoede die Weis op straat aantrof motiveerde hem om een actie op te zetten. Met behulp van donaties regelt zijn vrouw tegenwoordig maaltijden en kleding voor arme Afghanen. Zelf heeft Weis nog een plan voor als hij na de coronapandemie weer naar Afghanistan kan: ‘Ik wil pakketten samenstellen met ballonnen en speelgoed voor kinderen, zodat zij ook een blije dag kunnen hebben.’

‘Met de Taliban ga je als het ware terug in de tijd, terug naar de onderdrukking’

Over de toekomst durft Weis weinig te zeggen. ‘Sommige mensen zeggen: laat de Taliban maar komen en laat deze corrupte overheid weggaan. En ja, ze hebben gelijk dat deze overheid corrupt is, maar er zijn ook Afghanen die liever deze regering dan de Taliban aan de macht zien. Met de Taliban ga je als het ware terug in de tijd, terug naar de onderdrukking.’

Regering even erg als Taliban

Publicist Sangar Paykhar (38) is net als Niloufar blij dat de buitenlandse troepen na twintig jaar uit Afghanistan weggaan. ‘Er is in de laatste twintig jaar veel misgegaan. Het idee was altijd dat de buitenlandse troepen Afghanistan zouden helpen door het opzetten van een democratisch regime, maar daar is weinig van terecht gekomen.’

Beeld: Sangar Paykhar

Het grootste probleem is volgens Sangar de steun aan de Afghaanse regering. ‘Door de Afghaanse overheid is de ongelijkheid toegenomen, de armoede, de criminaliteit, de corruptie. En dat is allemaal in stand gehouden door de aanwezigheid van buitenlandse troepen.’

‘De Taliban wordt altijd aangewezen als de grootste schurk, maar de regering is net zo erg. Iedereen die iets negatiefs zegt over de overheid belandt in de gevangenis of wordt vermoord.’

Sangar hoopt dat als de buitenlandse troepen weg zijn de Afghaanse regering en de Taliban met elkaar zullen onderhandelen voor een vredesregeling. ‘Maar wat ik hoop is natuurlijk niet hetzelfde als wat ik verwacht’, zegt Sangar. ‘Beide partijen zijn niet bereid om een compromis te sluiten, dus vrede blijft voorlopig uit.’

De internationale gemeenschap moet de Afghaanse regering onder druk zetten, vindt Sangar. Volgens hem heeft de regering ieder akkoord altijd tegengewerkt. Ook toen er in 2020 een overeenkomst werd getekend door de Verenigde Staten en de Taliban.

‘De regering deed er vervolgens alles aan om die deal te saboteren. Ze hebben gevangenen niet vrijgelaten en critici van de overheid kwamen bij zeer verdachte omstandigheden om het leven. Als de internationale gemeenschap de mensen in Afghanistan wil helpen, dan moeten ze de regering verantwoordelijk houden voor haar misdaden.’

Sangar: ‘Zolang dezelfde mensen aan de macht blijven, zal er geen vrede komen. Beide partijen hebben belang bij het doorgaan met vechten. De geldstroom richting de regering moet worden afgeknepen.’

Zelf is Sangar in de jaren negentig naar Nederland gevlucht. Tegenwoordig durft hij niet meer terug naar Afghanistan, vanwege zijn openlijke kritiek op de overheid. ‘Het is te gevaarlijk voor mij om terug te gaan. Dat vind ik heel moeilijk, ik ben emotioneel nog erg verbonden met Afghanistan.’

‘De Taliban wordt altijd aangewezen als de grootste schurk, maar de regering is net zo erg’

Sangar denkt dat de vrede nog ver weg is, maar gelooft ook dat het vechten niet voor altijd door kan blijven gaan. ‘Dit is ook een kans voor de Taliban’, legt hij uit. ‘Als ze zich nu niet constructief opstellen, zullen ze de erkenning die zij internationaal hebben geworven sinds hun overeenkomst met de Amerikanen verliezen.’

Volgens Sangar wordt er achter de schermen veel besproken over de vredesconferentie in Istanbul. ‘De vredesbespreking is belangrijk om dit hoofdstuk af te sluiten. Ik spreek nog dagelijks met mijn familie en vrienden in Afghanistan. Ik maak mij zorgen om hen. Het zou waarschijnlijk gezonder zijn als ik niet zo geobsedeerd was, maar ik vind het te belangrijk wat daar gebeurt.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -