Arameeërs vrezen vernietiging laatste sporen in Turkije

Foto: AP
De confiscatie van Aramese eigendommen in Mardin maakt Arameeërs in Nederland wanhopig over de toekomst van hun volk in Turkije.

Het bericht dat het Turkse regime in de provincie Mardin op grote schaal Aramese eigendommen confisqueert en ruim vijftig kerken en kloosters met bijbehorende grond overdraagt aan het Presidium voor Religieuze Zaken (Diyanet) heeft voor woedende reacties gezorgd, ook in Nederland. De Kanttekening sprak daarover twee prominente Aramese Nederlanders.

‘De afgelopen tien jaar is de situatie van Arameeërs in Turkije van slecht naar slechter gegaan. Hoewel ik een optimistisch mens ben, vrees ik dat het de komende jaren ook niet beter gaat worden’, zegt de voorzitter van de Aramese Beweging voor Mensenrechten, Aziz Beth Aho. Er wonen ongeveer vijfentwintig duizend Arameeërs in Turkije, de gemeenschap was ooit veel groter. ‘Arameeërs hebben in de loop der eeuwen veel ellende meegemaakt en daar lijkt geen eind aan te komen. Het lijkt alsof de genocide nog niet is beëindigd’, vertelt hij. ‘Genocide is niet alleen het vermoorden van mensen, we hebben nu te maken met een culturele genocide. Wat IS in Irak en Syrië doet, doet Turkije nu in Tur Abdin. Door het plunderen van erfgoed in Hesno d-Kifo (Turks: Hasankeyf) bijvoorbeeld of het onteigenen van kerken en gebouwen.’ Tur Abdin is een heuvelachtige regio in het zuidoosten van Turkije met grote historische, religieuze en culturele waarde voor Arameeërs.

Formeel zou er geen sprake zijn van het onteigenen van erfgoed, maar van eigendomsoverdracht naar aanleiding van bestuurlijke herindeling in Mardin. ‘Volgens de Turkse autoriteiten is dit conform de geldende wet- en regelgeving gebeurd en gaat het niet om confiscatie’, schreef minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken onlangs als antwoord op Kamervragen over de kwestie. De Diyanet-top ontkende intussen op 23 juni dat eigendommen zijn overgedragen aan Diyanet. Beth Aho noemde de antwoorden van Koenders ‘teleurstellend’ in een opiniestuk (31 juli 2017) in het Reformatorisch Dagblad. ‘In een regio die direct grenst aan het territorium van IS, waardoor oorlogshandelingen en doelbewuste vernietiging al zo veel eeuwenoud Aramees cultureel erfgoed is ontnomen en verloren gegaan, is de in onze ogen wederrechtelijke ‘eigendomsoverdracht’ volstrekt afkeurenswaardig. Die zou dan ook in de meest duidelijke bewoordingen door de Nederlandse regering en de EU veroordeeld moeten worden.’

Naast zijn onbegrip over de toon die de minister gebruikt naar aanleiding van de confiscatie, kan Beth Aho ook niet begrijpen dat het Turkse regime zo weinig empathie toont voor de christelijke minderheid die nu weer onder druk staat. ‘Ongelofelijk dat ze voor de verandering niet zeggen ‘wacht eens even mensen, de Arameeërs hebben al zo veel meegemaakt, we hebben ze al hun rechten afgepakt, we hebben ze niet eens de vrijheid gegeven om de eigen taal te leren’. Nee, ze doen er gewoon een schepje bovenop, door de paar duizend overgebleven Arameeërs te straffen en hun cultureel erfgoed te confisqueren. Het is een schande.’ Dat laatste is volgens Beth Aho niet alleen een aanval op Arameeërs, maar ook op de rijke en diverse cultuur van Turkije. ‘Ik zou me diep schamen als Turkse staat voor het leed dat Arameeërs wordt aangedaan, want zowel Arameeërs als hun erfgoed zijn een belangrijk onderdeel van Turkije en de geschiedenis van het land. Als je dat onteigent, onteigen je ook de historie van je eigen land. Turkije maakt een deel van zijn eigen cultuur kapot.’

De laatste ontwikkelingen rond Arameeërs in Turkije wordt met grote zorg gevolgd vanuit Nederland, waar duizenden Arameeërs leven. Het overgrote deel woont in Twente. ‘Mensen zijn woedend. Wat in Turkije gebeurt zorgt voor een bepaalde mate van haat onder de Arameeërs in Nederland richting Turkije. Het doet denken aan de genocide van 1915 en de gebeurtenissen in Irak en Syrië. Die komen allemaal wel erg dichtbij op deze wijze’, zegt Beth Aho. Hij hoort van veel familie en vrienden dat ze zich op dit moment erg onveilig voelen. ‘Ze worden bedreigd en geïntimideerd. Ze zijn eigenlijk vogelvrij verklaard.‘ Beth Aho roept Turken op om te protesteren tegen de onderdrukking van hun medeburgers. ‘Als moslims in Turkije niet opkomen voor de rechten van Arameeërs, maar ook bijvoorbeeld Armeniërs, komen zij vroeg of laat zelf aan de beurt. Dat zien we nu eigenlijk al gebeuren met Koerden en andere islamitische tegenstanders van het regime, zoals alevieten.’

Dihaber, een Koerdisch persbureau in Turkije, meldde onlangs dat veel Arameeërs in Turkije willen emigreren naar Europese landen. ‘Veel Arameeërs zijn Turkije al ontvlucht. Begin jaren tachtig woonden in Turkije ruim tachtigduizend Arameeërs. Velen van hen hebben niet uit vrije wil hun land verlaten, ze zijn door dit soort onmenselijke acties van het Turkse regime gedwongen om dat te doen’, zegt Beth Aho. De Arameeërs die zijn achtergebleven hebben er volgens hem écht voor gekozen om onder alle omstandigheden hun land niet op te geven. ‘Zij gaan liever dood dan dat ze moeten vluchten. De EU neemt geen vluchtelingen uit Turkije op, omdat het land zogenaamd veilig zou zijn.’

Ook de Aramees-Nederlandse Isa Kahraman, fractievoorzitter van het CDA in de gemeente Rijssen-Holten, benadrukt dat er nog maar weinig Arameeërs leven in Turkije. ‘Er wonen misschien meer Arameeërs in Enschede dan in Turkije.’ Degenen die daar nog zijn, leven volgens de CDA’er of heel anoniem in Istanbul of in kleine groepen in Midyat, een stad in Mardin. ‘De huidige situatie in Turkije is heel beangstigend. Het was voor christelijke minderheden nooit een veilige omgeving, dat is nu alleen maar erger geworden.’ Kahraman heeft zelf ook veel familie in Turkije. Hij adviseert ze al heel lang om naar Nederland te emigreren. ‘Telkens wanneer ik ze spreek vraag ik wat ze in Turkije te zoeken hebben. Ze zeggen dat ze emotioneel zijn verbonden met het gebied en niet willen emigreren onder druk van het regime. De sporen en geschiedenis van onze voorouders zijn diep geworteld in Turkije. Als we het land verlaten, dan hebben zij gewonnen.’ Ook Kahraman is diep geraakt door de confiscatie van Aramese eigendommen. ‘Het enige wat nog over is van Arameeërs in Turkije zijn de kerken en andere gebouwen. Dat is het enige wat nog iets zegt over ons verleden. Dat dreigt nu ook te verdwijnen door het beleid van het regime. Het lijkt wel alsof heel onze geschiedenis in het gebied wordt weggevaagd.’

Dat het onderwerp door Kamerleden onder de aandacht wordt gebracht stelt Kahraman op prijs, maar het lijkt hem niet reëel dat er door Europese druk iets gaat veranderen aan de situatie van Arameeërs in Turkije. ‘Het Turkse regime trekt zich er niets van aan. Ik heb niet het gevoel dat er wordt geluisterd. Dat is ook niet heel verrassend, gezien het feit dat Turkse Nederlanders het land niet uitkomen. Wat kan je dan tegen zo’n regime doen? Een regime dat alle tegenstanders, van leraren tot huisvrouwen, vastzet, zal zich ook niet bekommeren om de rechten van Arameeërs.’ Kahraman heeft zich nooit verbonden gevoeld met Turkije, het land waar hij is geboren. ‘Ik voel me meer verbonden met het gebied waar ik vandaan kom, toch word ik hier in Nederland wel gewoon geregistreerd als Turk. Ik had na zo veel ellende en bloedvergieten gehoopt dat alle mensen in de regio naast elkaar en met elkaar zouden kunnen leven, maar dat heeft blijkbaar meer tijd nodig. De moslims zelf zijn niet eens in staat om in vrede te leven in Turkije, kijk maar hoe hard de tegenstanders van het regime worden aangepakt.’ Mede daardoor gaat Kahraman al ruim acht jaar niet naar Turkije. ‘Hoewel ik heel voorzichtig ben op social media over president Erdogan en Turkije, zou ik me niet veilig voelen. Het regime is niet voorspelbaar, er kan ieder moment van alles gebeuren.’

De Aramese Federatie organiseert op zaterdag 30 september een paneldebat over de positie van Arameeërs in Turkije, Syrië en Irak. Gabriel Sawma, advocaat, professor in Midden-Oosten Studies aan de Fairleigh Dickinson University en adviseur van president Donald Trump, is onderdeel van het panel.

DELEN