Van hoofdredacteur naar taxichauffeur

Foto: Abdulhamit Bilici (Ex-hoofdredacteur Zaman Turkije)
Abdülhamit Bilici was hoofdredacteur van de Turkse krant Zaman. Hij werd in maart 2016 ontslagen, nadat de Turkse regering besloot om de krant over te nemen. Bilici vluchtte daarop naar Amerika.

Enkele jaren geleden was Abdülhamit Bilici (49) een vooraanstaande Turkse journalist. Een goede bekende van Recep Tayyip Erdogan bovendien: Bilici heeft enkele exclusieve interviews met Erdogan op zijn naam staan en mocht meevliegen met zijn privévliegtuig. In maart 2016 werd zijn krant Zaman echter gelijkgeschakeld (gedwongen om zich aan te passen aan de opvattingen van het regime, red.) en moest Bilici zijn vaderland ontvluchten. Hij woont nu in Washington D.C., waar hij werkt als taxichauffeur om zijn gezin te onderhouden. ‘Dit is de prijs die ik betaald heb.’

Bilici is vijfentwintig jaar lang journalist geweest. Hij begon zijn carrière bij Zaman als correspondent, hij werkte van 1995 tot 1997 bij het nieuwsagentschap Aksiyon als redacteur, hij was van 1998 tot 2001 redacteur buitenland bij Zaman, van 2002 tot 2008 algemeen redacteur bij Zaman Daily en algemeen directeur van Cihan News Agency. Bilici eindigde zijn journalistieke carrière ten slotte als hoofdredacteur van de krant Zaman en als columnist bij enkele andere uitgaven van het concern Zaman. ‘De persvrijheid in Turkije heeft altijd onder druk gestaan. Toen Turkije nog geregeerd werd door de republikeinse volkspartij CHP werden kritische journalisten vermoord en belandden anderen in de gevangenis.’

In de beginjaren van Erdogans premierschap leek echter alles beter te gaan. Bilici kende hem ook persoonlijk: ‘Ik volgde in 1994 de campagne van Erdogan om burgemeester van Istanbul te worden en bezocht ook zijn politieke meetings. Erdogan deed dat namens de Welvaartspartij van de islamist Necmettin Erbakan. In 1998 werd deze antidemocratische partij echter verboden en werd Erdogan tot tien maanden gevangenisstraf veroordeeld. Toen hij in 1999 werd vrijgelaten beweerde Erdogan echter het licht te hebben gezien en democraat te zijn geworden. Veel seculiere Turken geloofden hem niet en ook ik had mijn twijfels. Pas toen Erdogan Turkije in democratische zin ging hervormen, met als doel om het land de EU binnen te loodsen, geloofde ik dat zijn politieke bekering oprecht was. Hij is echt veranderd, meende ik, een andere man geworden.’

Weemoed

Met weemoed denkt Bilici terug aan de gouden jaren, de periode 2003-2010. Het was de tijd waarin Zaman de politiek van Erdogan steunde en Bilici hem dikwijls interviewde voor de krant. ‘Hij deed exclusieve interviews met mij.’ Maar Erdogan bekeerde zich. Vanaf 2010 stokte het democratische hervormingsproces. Zaman was hier kritisch over, hoewel de krant zich nog niet oppositioneel opstelde. Dat veranderde na de Gezi-protesten van mei 2013. ‘Als Zaman stonden we aanvankelijk achter Erdogan en deden we ook mee aan het demoniseren van de Gezi-demonstranten. Dat is achteraf heel fout van ons geweest. Maar dankzij deze protesten kwamen we als krant tegenover de regering te staan. Ik maakte reportages over de protesten en deelde deze via mijn sociale media-accounts. Dat werd door het regime niet gewaardeerd. Ik had gehoopt dat Turkije, als een democratie in wasdom, de klachten van de demonstrerende jongeren serieus zou nemen. Maar de regering koos voor de confrontatie, zette traangas en waterkanonnen in. Er vielen doden. De schellen vielen mij van de ogen.’

Zaman kreeg het erg moeilijk: ‘In plaats van op Europa begon Turkije zich meer op het Midden-Oosten te oriënteren. Het Ottomaanse verleden (1299-1923, red.) werd verheerlijkt en Turkije begon steeds autoritairder te worden. Onze krant was het daar niet mee eens en stelde kritische vragen over corruptiepraktijken, waarvan Erdogan en zijn kliek werden beschuldigd. Op persconferenties reageerde Erdogan heel erg geprikkeld op de journalisten van Zaman, die zulke vragen stelden. Toen ze die vragen bleven stellen werden hun perskaarten afgepakt. Ook belde Erdogan de redactie soms woedend op, en eiste hij dat een kritische columnist zou worden ontslagen. Ook riep hij tijdens politieke bijeenkomsten zijn aanhangers op Zaman te boycotten. Ten slotte werden er tegen onze krant en tegen sommige journalisten van Zaman diverse rechtszaken gevoerd, met als doel om ons een toontje lager te laten zingen. Ik ben er trots op dat onze krant niet voor deze druk is bezweken. Veel andere kranten, die aanvankelijk onafhankelijk waren, bogen wel voor deze intimidatie en wezen kritische columnisten en journalisten de deur.’

Omdat Zaman weigerde zich te laten gelijkschakelen besloot het regime om met geweld in te grijpen. Bilici: ‘Erdogan gebruikte de nucleaire optie en stuurde duizend politieagenten op ons af.’ Op 4 maart 2016 werd de krant overgenomen door de regering, op basis van een omstreden rechterlijk bevel. Trouwe lezers van de krant, die wisten dat de politie zou komen om de krant over te nemen, hadden een menselijk schild om het hoofdkantoor gevormd. De politie wist echter met behulp van waterkanonnen de linie te doorbreken, maakte met geweld het hek open en bezette het gebouw. ‘Misschien heb je de beelden hiervan wel gezien. We hebben alles gefilmd en op internet gezet. De pen is machtiger dan het zwaard.’

Een dag later werd Bilici, op dat moment nog maar zeven maanden hoofdredacteur, ontslagen op staande voet. Hij werd vervangen door een marionet van de regering, die van Zaman een spreekbuis van het regime maakte. Redacteuren moesten zich óf aan zijn lijn conformeren óf opstappen. ‘Onze abonnees waardeerden dit niet. We hadden 700.000 lezers, maar hiervan bleven er slechts 5.000 over nadat onze krant was gelijkgeschakeld.’

De bezetting van Zaman vond enkele maanden voor de mislukte coup van 22 juli 2016 plaats. Het is nu nog steeds onduidelijk wie er achter deze coup zaten, maar het gevolg was dat Erdogan de gebeurtenissen met beide handen aangreep om zijn politieke tegenstanders genadeloos te vervolgen. ‘Zo’n tweehonderd kranten en andere media mochten niet meer verschijnen, ook voor het gelijkgeschakelde Zaman viel definitief het doek. Bovendien besloot het regime duizenden dissidenten op te pakken, die werden gelinkt aan de Gülenbeweging, die volgens Erdogan verantwoordelijk was voor de mislukte coup.’ Als Bilici zich op dat moment nog in Turkije bevond was hij, net als een aantal oud-collega’s, zeker achter de tralies beland. De voormalige hoofdredacteur van Zaman was echter zijn vaderland al ontvlucht. Via Europa kwam hij in de Verenigde Staten terecht, waar hij asiel heeft gekregen. Zijn gezin is nu ook bij hem.

Hoop

Bilici is naar eigen zeggen een ‘conservatieve, vrome moslim’, maar is tegelijkertijd voor democratie, persvrijheid, mensenrechten en de rechtsstaat. Hij vindt het belangrijk dat mensen voor de mensenrechten van anderen opkomen. ‘De Turkse oppositie is veel te verdeeld, er is te weinig solidariteit met anderen. We kunnen nauwelijks een vuist maken. Toch zijn er ook mooie dingen. Journalisten die sit-ins organiseerden voor collega’s die werden aangeklaagd door de regering. En voordat de regering besloot ons hoofdkantoor te bezetten heb ik een symposium belegd, om samen met andere journalisten over de persvrijheid in Turkije te praten. Ik heb ook de linkse journalist Can Dündar bezocht toen hij gevangen zat. Ik ben het niet in alles met hem eens, maar ik wilde wel solidair zijn.’

Uiteraard maakt Bilici zich ernstige zorgen over de toekomst Turkije, maar hij wil de hoop niet opgeven. ‘We leven nu in een donkere tijd, maar ik denk dat dit een uitzondering is. Al meer dan tweehonderd jaar is Turkije bezig om te moderniseren en te democratiseren. Turkse intellectuelen zijn hier al tweehonderd jaar mee bezig, we hebben als Turken een veel sterkere democratische traditie dan andere islamitische landen. We moeten niet bij de pakken neerzitten.’

Of Bilici over zijn levensverhaal nog een boek gaat maken? Wie weet. ‘Je bent niet de eerste die dit vraagt, hoor. Maar op dit moment heb ik het te druk en staat mijn hoofd er niet naar. Veel van mijn vrienden, zoals Mustafa Ünal, Emre Soncan, Faruk Akkan, Aysenur Parildak, Cüneyt Arat en prof. Mümtazer Türköne zitten nu in de gevangenis. Onder hen ook de 75-jarige journaliste Nazli Ilicak, die eind jaren ‘90 nog tegen Erdogans veroordeling heeft geprotesteerd, hoe ironisch. Mijn vrienden worden als criminelen behandeld. Maar dat zijn ze natuurlijk niet. Ik ken ze. Als ik aan ze denk doet dat pijn, daardoor lukt het mij niet om mij goed te focussen op het schrijven van een boek. Wel spreek ik op veel bijeenkomsten, georganiseerd door universiteiten en diverse platforms, waar ik mijn verhaal doe. Daarnaast heb ik nu ook gewoon een baan om mijn gezin te onderhouden. Ik werk als taxichauffeur en moet zo weer aan de slag. Natuurlijk hoop ik weer als journalist aan de slag te gaan, of een baan bij een universiteit te krijgen. Maar ik ben vooral blij dat ik vrij ben. Dat mijn gezin vrij is. Persvrijheid heeft een prijs. Dit is de prijs die ik betaald heb. Als ik ‘ja’ had gezegd tegen Erdogan, mij had laten gelijkschakelen, dan had ik nu een royaal inkomen gehad en was ik wellicht kind aan huis op zijn paleis. Toch ben ik blij dat ik dat niet heb gedaan. Ik heb nu misschien niet de meest ideale baan, maar ik ben tenminste niet mijn ziel kwijt.’

Maar als Bilici zich er straks tóch toe kan zetten om zijn verhaal op papier te zetten, hoe zal zijn boek er dan uitzien? ‘Als ik een boek schrijf, dan wil ik vertellen welke les je uit de recente Turkse geschiedenis kunt trekken. Dat corruptie en autoritarisme nauw met elkaar verweven zijn. Dat populistische leiders weinig op hebben met de persvrijheid en met de democratie. Hoe een democratie zomaar ten onder kan gaan. De oorlog tegen de democratie is trouwens – dat wil ik graag benadrukken – niet alleen een oorlog tegen de vrije pers, maar ook tegen de onafhankelijke rechtspraak en tegen het onderwijs. We moeten waakzaam zijn.’

Bilici vindt voorts dat westerse landen als Nederland, Duitsland en zijn nieuwe vaderland Amerika solidair moeten zijn met Turkse journalisten in de gevangenis en met andere politieke gevangenen. ‘Toen Turkije een Duitse journalist oppakte heeft Angela Merkel enorm veel druk op Erdogan uitgeoefend, met als gevolg dat deze journalist uiteindelijk werd vrijgelaten. Dat is natuurlijk heel mooi, maar waarom oefenen Duitsland, Nederland en de Verenigde Staten geen druk uit op Erdogan om de Turkse journalisten vrij te laten? Turkije is lid van de NAVO. Turkije moet worden aangesproken op de ernstige schendingen van mensenrechten. Maar dat gebeurt nu nauwelijks. Dat vind ik echt een gemiste kans.’

Ten slotte, zijn er nog journalisten die Bilici in deze duistere tijden weten te inspireren, zodat hij de moed heeft om vol te blijven houden? Bilici: ‘Degene die mij nu het meest inspireert is Nelson Mandela (1918-2013). Zijn autobiografie Long Walk to Freedom heb ik net uit. Hij heeft zevenentwintig jaar gevangen gezeten. Maar in plaats van zijn vijanden te haten heeft hij ze vergeven. Dat vergt moed. Ik zit ook niet vol haat. Zelfs niet tegenover Erdogan. Hij is een democraat geweest. Ik voel geen woede, maar verdriet over het feit dat hij de democratie daarna weer de rug heeft toegekeerd. Ik hou van mijn land Turkije. Ik hou van mijn stad Istanbul. Ik wil dat mijn land weer met een schone lei begint.’

DELEN
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.