Schrijver Herald van der Linde dook zeven jaar lang in het prekoloniale verleden van Indonesië. In Srivijaya beschrijft hij hoe een vergeten maritiem rijk vanuit Sumatra vierhonderd jaar lang de zeestraten van Zuidoost-Azië controleerde.
Wanneer Herald van der Linde terugkijkt op zijn leven, lijkt één keuze alles te hebben bepaald: zijn beslissing om voor zijn afstuderen naar Indonesië te gaan. Als economiestudent aan de Rijksuniversiteit Groningen vertrok hij begin jaren negentig naar het eilandenrijk om onderzoek te doen naar de centrale bank. Hij woonde een tijdlang bij een Indonesische familie, raakte verliefd op Indonesië en leerde de taal. Hoewel hij tegenwoordig in Hongkong woont, ligt zijn hart nog steeds in Indonesië.
Die langdurige betrokkenheid leidde zeven jaar geleden tot een ambitieus project. Van der Linde besloot twee populair-wetenschappelijke boeken te schrijven over de pre-islamitische geschiedenis van Indonesië, over de machtige rijken Srivijaya (zevende tot elfde eeuw) en Majapahit (1293-1527), die over grote delen van de archipel heersten.

‘Ik wilde weten waar Indonesië nou vandaan komt. Waarom staan hier overal tempels? Waarom zijn er inscripties in India, Cambodja en Vietnam die naar Java verwijzen?’ Het werd een jarenlange zoektocht, verspreid over Java, Sumatra en talloze vakanties waarin Van der Linde met zijn Indonesische vrouw vele, vele tempels en andere archeologische sites bezocht.
Het boek over het koninkrijk Majapahit, dat zijn machtsbasis had in Oost-Java, verscheen in 2024. Het kreeg een hele goede pers in Indonesië. ‘Mijn vrouw vertelde mij dat het geschiedenisonderwijs in Indonesië best saai is. Ik moest vooral een leuk verhaal schrijven, zo drukte ze mij op het hart. Daar heb ik mijn best voor gedaan. En nu heb ik ook een boek over dat andere rijk af, Srivijaya, dat zo’n 400 jaar heeft bestaan.’
Een vergeten wereldrijk
Majapahit is in Indonesië wijd en zijd bekend. Het was het rijk van de ambitieuze minister-president Gajah Mada, de olifantengeneraal, die in de veertiende eeuw voor het eerst bijna het gehele eilandenrijk verenigde onder één heerser. Het nationale motto van Indonesië, Bhinneka Tunggal Ika (eenheid in verscheidenheid), stamt ook uit deze tijd en is voor het eerst opgeschreven in een heldendicht van de veertiende-eeuwse hofdichter Mpu Tantular. Maar het belangrijkste geschrift van Majapahit is de Nagarakertagama van collega-hofdichter Mpu Prapanca, die de glorie van het rijk en zijn koning Hayam Wuruk bezong, die het werk van Gajah Mada afmaakte.
Srivijaya is toch veel minder bekend. ‘Eeuwenlang was het maritieme imperium op Sumatra zelfs vergeten, totdat de Franse onderzoeker George Cœdès het rijk in 1918 herontdekte. Hij had verschillende inscripties met elkaar verbonden en vermoedde dat de huidige stad Palembang op Sumatra de hoofdstad was van een groot rijk. Nederlandse archeologen en taalkundigen hebben daarna ook onderzoek gedaan naar Srivijaya. Inmiddels is er consensus’, vertelt Van der Linde. ‘Palembang was inderdaad het politieke centrum van het rijk, maar het noordelijker gelegen Jambi vormde het religieuze en intellectuele hart en het Maleisische schiereiland het industriële hart.’
In tegenstelling tot Majapahit heeft Srivijaya veel minder schriftelijke bronnen achtergelaten, op wat inscripties in steen na. ‘Dat maakt het onderzoek moeilijker’, zegt Van der Linde. ‘Sommige inscripties laten zien hoe het rijk hiërarchisch was opgebouwd, maar het blijft helaas bij fragmenten. Door te kijken hoe enigszins vergelijkbare Zuidoost-Aziatische rijken het deden – zoals het Khmerrijk in Cambodja en het Champarijk in Zuid-Vietnam – krijg je een beter beeld van hoe het gegaan zou kunnen zijn.’
Een belangrijke inscriptie van Srivijaya is die van een eed die een vroege heerser zijn vazallen liet afleggen, waarbij water over een steen werd gegoten en vervolgens werd gedronken. ‘De achterliggende gedachte van dit ritueel was magie: dat de lokale vorsten via magie aan de heerser van Srivijaya waren gebonden.’
Groene zeegodin
Die rituelen leven deels voort in Javaanse legendes, die Van der Linde ook als bron gebruikt. Een van die legendes is het verhaal van de koningin van de Zuidzee, Nyi Roro Kidul. Zij is een groene zeegodin die zeelieden beschermt of juist straft. Hotels aan de kust op Java hebben dikwijls een kamer vrij waar ze kan overnachten als ze daar zin in heeft. Een stukje folklore. Maar deze koningin is mogelijk gebaseerd op een godin die door het boeddhistische landrijk Mataram werd vereerd, dat in dezelfde tijd als Srivijaya in Midden-Java bestond. In Yogyakarta staat een oude tempel gewijd aan Tara — een boeddhistische godin die vaak groen wordt afgebeeld. ‘Die cultus is mogelijk ook verbonden met Srivijaya’, zegt Van der Linde. ‘Het laat zien hoe religieuze ideeën zich over de archipel bewogen.’
En dan zijn er nog de tempels. Het meest spectaculaire archeologische complex van Srivijaya ligt in Jambi op Sumatra. Het is een enorm gebied waar duizenden monniken moeten hebben gewoond en gestudeerd. Chinese monniken reisden erheen om Indiase Sanskriet teksten te vertalen. Arabische bronnen beschrijven een centrum van magie, wiskunde en religie. Op sommige inscripties verschijnt zelfs de oudste geschreven nul ter wereld. Het getal nul komt uit India, maar de eerst geschreven nul komt uit Indonesië.

Srivijaya was geen strak gecentraliseerd rijk, maar een confederatie van havens: een netwerk dat samenwerkte, handelde en rituelen deelde. ‘Eigenlijk lijkt het op het Indonesië van nu’, zegt Van der Linde. ‘Ook Indonesië is een archipel met verschillende eilanden en culturen, die toch een eenheid moeten vormen. Je ziet het idee van de statenbond bovendien terug in de Zuidoost-Aziatische samenwerkingsorganisatie ASEAN, die een stuk losser is georganiseerd dan de Europese Unie.’
Inval van het Chola-rijk
Het einde van Srivijaya kwam abrupt. Rond 1025 viel het Zuid-Indiase Chola-rijk Palembang en andere handelssteden van Srivijaya binnen. De Chola’s waren de dominante zeemacht in India en concurrenten van Srivijaya. Ze waren woedend omdat Srivijaya hen in China als vazallen van Palembang had afgeschilderd, waardoor de Chinese keizer hen hoge tarieven liet betalen. De Chola’s stuurden een grote oorlogsvloot naar Srivijaya. Ze brandden havens plat, namen een prinses en een gouden poort mee uit Palembang en lieten het rijk verzwakt achter. Jambi bleef als religieus centrum nog een paar eeuwen relevant, maar de politieke macht verschoof naar Java.
Daar was in de achtste en negende eeuw al een ander belangrijk centrum ontstaan, het eerder genoemde boeddhistische koninkrijk Mataram, niet te verwarren met het latere islamitische sultanaat Mataram. De regerende Sailendra-dynastie bouwde Borobudur, een tempel die fungeerde als een boeddhistische leerweg in steen. ‘De Sailendra’s hadden vermoedelijk banden met Srivijaya’, zegt Van der Linde. ‘Het verklaart waarom een boeddhistisch monument op een overwegend hindoeïstisch Java kon ontstaan.’

Van der Lindes eerste boek, over Majapahit, vond uiteindelijk een Engelse uitgever en werd een groot commercieel succes in Indonesië. De Indonesische onderminister van Cultuur belde hem twee jaar geleden persoonlijk op om zijn waardering uit te spreken. Ook hielp de minister hem om toegang te krijgen tot belangrijke archeologische locaties voor zijn boek over Srivijaya.
Komt er nog een Nederlandse vertaling? Van der Linde weet het niet. Hij merkt dat de Nederlandse belangstelling vooral gericht is op de koloniale periode en dan vooral het einde ervan. ‘Maar in Indonesië zelf is er nu juist veel interesse in de prekoloniale geschiedenis. Dit verleden wordt ook steeds meer een symbool van nationale trots. Zo heet het nieuwe Indonesische vliegdekschip Srivijaya’, vertelt Van der Linde. ‘Het was oorspronkelijk het Italiaanse vliegdekschip Garibaldi, maar kreeg een naam die verwees naar de oude controle over de zeestraten. Die naamkeuze laat zien hoe diep het rijk van Srivijaya nog in de nationale verbeelding zit.’
Ten slotte, staan er nog meer verhalen over de Indonesische geschiedenis op de planning, een boek over de beroemde prehistorische site Gunung Padang op Java bijvoorbeeld? ‘Dat is een leuk idee’, zegt Van der Linde. ‘Ik denk ook aan een geschiedenis van het islamitische rijk Mataram, dat rond 1600 over het grootste deel van Java heerste en het aan de stok kreeg met de Nederlanders onder Jan Pieterszoon Coen. Of ik ga historische fictie schrijven. Maar eerst nemen we even rust. Mijn vrouw wil nu weer normale vakanties, in plaats van weer een historische tempel te bekijken.’
Srivijaya, Herald van der Linde, Monsoon, 232 blz., 2026
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

