‘Turkse regering bekommert zich alleen om Ottomaans erfgoed’

Foto: AP
Archeologen hebben in Oost-Turkije vermoedelijk restanten ontdekt van het prehistorische koninkrijk Urartu. De Kanttekening sprak archeologen over het belang van deze vondsten en journalist Sinan Can over de weerbarstige opstelling van de Turkse regering als het gaat om de geschiedenis van niet-islamitische beschavingen.

In Oost-Turkije zijn onlangs twee belangrijke archeologische ontdekkingen gedaan. In het Van-meer zijn de overblijfselen ontdekt van een fort van vermoedelijk circa drieduizend jaar oud. Onderzoekers denken dat het een fort was van het koninkrijk Urartu (circa 850-585 voor Christus). Ook is in de buurt van de stad Erzurum een oude stad van Urartu ontdekt. Hoe moeten we deze archeologische ontdekkingen duiden en hoe gaat Turkije om met zijn verleden?

Spectaculaire ontdekkingen, nuchtere archeologen
In november meldden diverse Turkse media dat er in het Van-meer een fort was ontdekt, vermoedelijk van het oude koninkrijk Urartu. Aan lokale media vertelde Tahsin Ceylan, hoofd van het duikteam: ‘Het gerucht ging dat er misschien iets onder het water zou kunnen zijn, maar de meeste archeologen vertelden ons dat we niets zouden vinden.’ De Turkse archeologen luisterden echter naar de geruchten en ontdekten zo het fort. In de loop der eeuwen is het Van-meer groter geworden, waardoor het fort onder water is komen te liggen.

Begin vorige maand hebben archeologen nabij Erzurum bovendien een oude stad van Urartu gevonden. Deze ontdekking is mogelijk belangrijker, aangezien archeologen stuiten op grafkamers, tempels, nederzettingen en een watertunnel.

Nederlandse archeologen reageren nuchter op deze ontdekkingen. Zo laat professor Peter Akkermans, hoogleraar Archeologie van het Nabije Oosten aan de Universiteit Leiden, weten: ‘Uiteraard is het heel aardig dat er in de media aandacht is voor ons vakgebied, maar ik kan hier pas over meepraten als er over deze ontdekkingen in een wetenschappelijk tijdschrift is gepubliceerd. Wat de betekenis is van beide vondsten voor het archeologisch onderzoek naar Urartu? Dat weet ik echt nog niet.’

Jeroen Rensen, collectiebeheerder bij het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, wil wel iets meer kwijt dan dat: ‘We moeten wachten op wetenschappelijke publicaties. Wel is het natuurlijk heel leuk dat er twee archeologische ontdekkingen, vlak achter elkaar, aan Urartu worden gelinkt.’

Concurrent van Assyrië
Wat weten we nu van Urartu? ‘Niet heel veel’, is het antwoord van Rensen. Omdat Rensen enkele jaren geleden heeft deelgenomen aan een archeologische reis naar Oost-Turkije weet hij het één en ander over het oude koninkrijk, hoewel hij meteen aangeeft geen Urartu-expert te zijn. ‘Die hebben we niet in Nederland. Maar dat komt ook omdat er heel weinig over Urartu bekend is. De meeste bronnen die we hebben zijn Assyrische bronnen. Die gaan vooral over militaire zaken, want Assyrië en Urartu voerden veel oorlogen met elkaar. Het spijkerschrift van Urartu kunnen we gelukkig lezen dankzij een inscriptie, een soort steen van Rosetta waar dezelfde tekst in het Assyrisch en in de taal van Urartu staat. Maar heel veel teksten zijn er nog niet gevonden. Alleen inscripties van koningen, maar die gaan natuurlijk weer over veldslagen.’

Urartu blijft een mysterie. ‘We weten ook niet wie verantwoordelijk is voor de ondergang van het rijk begin zesde eeuw voor Christus. De Scythen? De Meden? We hebben helaas nog te weinig informatie. Alleen dat er in deze tijd veel forten zijn vernietigd. De Armeense beschaving, die zo’n tweehonderd jaar later opkwam, is een totaal andere dan die van Urartu. Maar waar de oorsprong van de Armeniërs ligt, dat weten we ook niet met zekerheid.’

Dat het archeologisch onderzoek naar Urartu zich vooral heeft geconcentreerd op de forten is volgens Rensen heel logisch. ‘Deze ruïnes springen het meest in het oog. De forten hebben opslagplaatsen voor water en graan. Ze hadden een belangrijke functie voor het omliggende land, maar hoe dat precies zat, dat weten we niet. Urartu kende ook steden, net als Assyrië en andere beschavingen uit die tijd, maar daar is nauwelijks nog onderzoek naar gedaan. Hopelijk leren we meer dankzij die ontdekking bij Erzurum.’

Niet-Ottomaans verleden
Documentairemaker en onderzoeksjournalist Sinan Can, onder meer bekend van zijn documentaires Bloedbroeders en In het spoor van IS, reageert kritisch. ‘De Turkse regering bekommert zich alleen om het Ottomaanse erfgoed. Dat wat de regering interesseert is echter maar een fractie van de archeologische beerput die Turkije is. Sowieso is de regering niet geïnteresseerd in archeologische sites in het oosten van het land waar vooral Koerden wonen, want vanwege het conflict in dat gebied komen er toch geen toeristen.’

Als voorbeeld noemt Can de slordige wijze waarop een Griekse tempel werd gerestaureerd. ‘Er moest nieuw marmer komen. Je zou verwachten dat ze dan de hulp inschakelen van specialisten uit Griekenland of Italië die veel ervaring met het restaureren van tempels hebben. Maar wat deed de regering? Ze schakelde een aannemer in die sanitair marmer gebruikte, marmer waar toiletpotten mee worden gemaakt.’

Een ander voorbeeld is de stad Hasankeyf (Aramees: Hesno d-Kifo) in Zuidoost-Turkije. Can: ‘De regering is bezig met de aanleg van de Ilisu-dam, waardoor dit prachtige historische stadje straks onder water zal komen te staan.’

En de recente archeologische ontdekkingen van Urartu? Zal de regering ook daar slecht mee omgaan? Can heeft weinig hoop. ‘Als ik geschiedenis of archeologie had gestudeerd, dan had mijn hart denk ik gebloed. Turkije gaat echt heel slecht met zijn verleden om.’

DELEN
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.