‘Nederlandse godsbeleving is vaak rationeler’

Foto: Reuters
Waarom gaat iemand elke week naar een kerk, moskee of tempel? Wat zoekt of vindt hij of zij daar? De Kanttekening bezoekt diensten, missen en andere levensbeschouwelijke samenkomsten om daarachter te komen. Deze week: Gereja Kristen Indonesia Nederland.

Trots toont ouderling Elvin Leuhery de nieuwe kerk waar de gemeenschap zo’n vijftien jaar voor heeft gespaard. Naast een ruime zaal met een capaciteit van honderdtachtig personen op de begane grond heeft het pand ook een eerste verdieping voor Bijbel-studies en vergaderingen. Tijdens de rondleiding legt Leuhery uit dat de Indonesische protestantse gemeente in Amstelveen ongeveer tweehonderd leden kent. De Gereja Kristen Indonesia Nederland (GKIN) heeft naast Amstelveen ook afdelingen in onder andere Den Haag, Rotterdam, Dordrecht, Tilburg, Arnhem en Nijmegen. De diensten worden in het Nederlands gehouden met een Indonesische vertaling op een beamer of vice versa. De kerkgemeenschap is in 1985 opgericht door Indonesische migranten die zich minder thuis voelden bij de toenmalige Gereformeerde Kerken in Nederland en de Nederlandse Hervormde Kerk. ‘De Nederlandse godsbeleving is vaak rationeler en individualistischer’, volgens Leuhery. ‘Indonesiërs zijn daarentegen meer gevoelsmensen die meer waarde hechten aan het collectief. De Indonesische cultuur is wat zachter en de mensen zijn wat vriendelijker. Als het met een omweg gezegd kan worden, dan zeggen we het met een omweg.’ Ook hebben de kerkgangers van de GKIN vaak meer behoefte aan bijeenkomsten rondom de kerkdiensten. Zo worden er vaak kooroefeningen gehouden en is er een standaard nabespreking van de preek.

Speciale aandacht is er vooral voor de jeugd die is aangesloten bij de gemeenschap. Volgens de ouderling een logisch gevolg van de veranderende tijden. ‘Je merkt dat jongeren nog steeds op zoek zijn naar God, maar dat ze het geloof toch op een iets andere manier beleven.’ Leuhery wijst hierbij naar het succes van Hillsongs, de meest invloedrijke pinksterbeweging wereldwijd op dit moment. Deze zou jonge mensen het geloof pragmatischer aanbieden, verwoord in een taal die zij begrijpen. ‘Een aantal jongeren is in het verleden naar dat soort kerken gegaan omdat het zich niet helemaal thuis voelde bij hoe wij hier het geloof beleven’, vertelt de ouderling. Ondanks dit gegeven trekt de kerk nog steeds beduidend meer jeugd dan collega-kerken in de buurt. De aanwezige ouderling Joli Tanahatoe en haar man Jeffry Tanahatoe kunnen hierover meepraten. Zelf gaan ze namelijk naast de diensten van GKIN ook iedere zondag naar een kerk in Osdorp. ‘Wij zijn daar de jongste!’, vertelt de zestigjarige Jeffry.

De GKIN verschilt inhoudelijk weinig met andere Nederlandse hervormde of gereformeerde kerken. De liturgie staat centraal, God wordt om vergiffenis gevraagd en de ‘vermaning tot nieuwe levenswandel’ is een belangrijk terugkerend thema. ‘Als je jezelf door Christus gered voelt, dan hoort daar ook een verandering van je leven bij’, verklaart Leuhery. Een verschil met de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is wel dat er naast psalmen en gezangen ook andere liederen worden gezongen. Zo klinken er op zondag bij de GKIN Johannes de Heer-liederen, alsook Engelse hymnes en opwekkingsliederen. Deze muziek wordt hierbij ondersteund door het orgel, maar soms ook door een piano of andere muziekinstrumenten. Een gemiddelde dienst van de GKIN telt met zeven liederen bijna het dubbele aantal vergeleken met andere traditioneel- protestantse kerkdiensten. Toch gaat het in deze kerkgemeenschap er niet zo uitbundig aan toe als bij evangelische gemeenten. Geen geklap dus of gedans voorin de kerkzaal. ‘Het is nog steeds een eredienst in de protestantse traditie, dus niet een viering zoals bij de pinkstergemeente.’ Leuhery legt uit dat bij pinkstergemeenten de focus meer gericht is op de genade van God, die leidt tot deze vrolijke godsbeleving. Protestanten trachten volgens hem daarentegen zo volmaakt te leven, dat in sommige gevallen de genade van god te weinig belicht wordt. Overigens ziet de ouderling deze verschillen in het geloof niet als iets negatiefs. ‘Kijk, alle geloven zijn goed. Uiterst links of rechts, ik ken geen kerk die perfect is.’

Ook binnen de eigen protestantse familie wijkt de GKIN soms inhoudelijk af van de PKN. Zo blijkt de Indonesische gemeente op een aantal punten een stuk conservatiever. ‘Het meest controversiële verschil is dat binnen de PKN het homohuwelijk is toegestaan, bij ons niet. In dat opzicht volgen we meer de gereformeerde lijn.’ Leuhery plaatst zijn eigen kerk op dit standpunt dan ook tussen de PKN en de afgescheiden protestantse kerken buiten dit verband. Ondanks deze Bijbelse meningsverschillen tekende de GKIN tien jaar geleden wel een associatieverdrag met de PKN. Sindsdien erkennen beide instituten elkaars ambtsdragers en kunnen dominees preken in elkaars kerken. Zelf had de kerk overigens ook een afsplitsing in 2014, de Gereja Protestan Indonesia Nederland. Hoewel deze scheuring gevoelig ligt passen meningsverschillen volgens Leuhery tegelijkertijd ook binnen de protestantse traditie. ‘Een kerk is altijd bezig om zichzelf te vernieuwen en te zoeken hoe God in het complete plaatje blijft passen.’ Dubbel kerklidmaatschap is bij de GKIN toegestaan. Binnen de kerk mag verder openlijk worden geargumenteerd over verschillende geloofsinterpretaties. ‘Dat heeft ook puur te maken met die zoektocht van jongeren. Omdat ze steeds mondiger zijn moet je als kerk ook de discussie aandurven.’

Het aantal bezoekers van de GKIN is door de jaren heen vrij stabiel gebleven. Nieuwe aanwas voor de migrantenkerk ontstaat vooral door geboortes en huwelijken. ‘Ook hadden we een periode dat we veel Indonesische studenten hadden, maar nu niet meer. Vroeger konden ze hun hele studie afmaken in Nederland, nu kunnen ze hier alleen kort verblijven’, vertelt Leuhery. De ouderling merkt dat christelijke Indonesische studenten sindsdien vaker voor internationale kerken kiezen. Ook ‘verkaast’ de Indonesische gemeenschap in Nederland in rap tempo door gemengde huwelijken en de vernederlandste levensstijl van de derde en soms vierde generatie Nederlandse Indonesiërs. Leuhery schat in dat tachtig procent van de jongere bezoekers van de GKIN in Amstelveen geen Bahasa Indonesia meer spreekt. Toch hoopt en denkt Leuhery dat zijn kerk over tien jaar nog steeds bestaat in de huidige vorm. Volgens de ouderling worden er bovendien al twintig jaar vraagtekens gezet bij het bestaansrecht van een Indonesische protestantse kerk in Nederland. Een exodus heeft de afgelopen decennia echter niet plaatsgevonden bij de GKIN. Leuhery ziet de toekomst dan ook met vertrouwen tegemoet. ‘Een kerk is een plek waar God zich manifesteert en als God het wil bestaan we over vijftig jaar nog.’

DELEN
Freek de Swart
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij. Verslaggever.