Vredesactivisten demonstreren morgen op het Malieveld tegen de Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op Iran. ‘Of een regime change nodig is? Dat is enkel en alleen aan Iraanse burgers.’
De oorlog tegen Iran duurt inmiddels bijna een maand en heeft volgens het Iraanse ministerie van Volksgezondheid al meer dan 1900 levens geëist. Het Nederlandse kabinet, gevormd door de coalitie van D66, CDA en VVD, is verdeeld over de oorlog en komt met een weinigzeggend compromis: Nederland geeft geen politieke steun, maar toont wel ‘begrip’ voor de aanvallen op Iran.
Bij vredesactivisten bestaat daar geen enkel begrip voor. Zij veroordelen het oorlogsgeweld scherp. De Kanttekening sprak met twee organisatoren van het protest op het Malieveld: filosoof Martijntje Smits en activist Ahmet Daskapan.
Waarom organiseren jullie dit protest?
Daskapan: ‘De oorlog tegen Iran staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een bredere geopolitieke strategie waarin de VS en Israël proberen de wereldorde naar hun hand te zetten. Wat hier gebeurt, is een directe schending van de soevereiniteit van Iran en van het fundamentele recht van volkeren om hun eigen toekomst te bepalen. Dit is geen conflict dat draait om democratie of mensenrechten, maar een oorlog die wordt gedreven door strategische belangen, controle over grondstoffen en geopolitieke dominantie.
We zien hier hetzelfde patroon als in de afgelopen decennia in Irak, Libië en Syrië: landen die onder het mom van vrijheid en democratie zijn verwoest. Het resultaat was geen democratie, maar chaos, instabiliteit en menselijk leed. Met Iran dreigt opnieuw zo’n scenario, maar dit keer met een veel grotere kans op escalatie, omdat Iran militair en regionaal een veel sterkere positie heeft.’
Smits: ‘Wij roepen onze regering dringend op om alles te doen om deze oorlog te stoppen en te delegitimeren, geen militaire of andere steun te verlenen, en zich volledig in te zetten voor de-escalatie, bescherming van burgers en vrede. Deze oproep vind ik noodzakelijk en urgent, omdat ik denk dat deze illegale en ontwrichtende oorlog ons allemaal in grote onveiligheid brengt en de welvaart van velen in gevaar brengt.
‘Wij roepen onze regering dringend op om alles te doen om deze oorlog te stoppen’
De regering heeft nu begrip getoond voor de aanvallers. Daarmee ondermijnt zij het internationale recht, met als directe consequentie dat ook onze veiligheid ernstig in gevaar komt. Bovendien maakt de regering zich zo medeplichtig aan deze oorlog. Staten hebben immers ook de plicht om ernstige schendingen van artikel 2.4 van het VN-Handvest (dat een aanval door staten verbiedt) af te keuren.’
Denken jullie dat een protest deze oorlog kan stoppen?
Daskapan: ‘Een enkele demonstratie zal een oorlog inderdaad niet stoppen. Maar de geschiedenis leert ons dat oorlogen niet alleen op het slagveld worden beslist, maar ook door politieke druk en maatschappelijke weerstand. Zonder druk van onderop verandert er niets. Aanhoudend verzet, georganiseerd en consequent, kan wel degelijk een verschil maken. Het dwingt regeringen positie te kiezen, het doorbreekt de legitimiteit van oorlogspolitiek en het maakt zichtbaar dat er een alternatief geluid bestaat. Elk protest, hoe klein ook, is onderdeel van een groter geheel.’
Smits: ‘Ook ik denk niet dat de oorlog direct kan worden gestopt, maar wel dat dit de lafhartige positie van onze regering kan veranderen en, via die weg, de onverstandige houding van de EU. De regering moet, en kan, onmiddellijk ophouden met haar medeplichtigheid, die blijkt uit haar “begrip”.
De regering mag in staat worden geacht het belang hiervan – al was het maar uit eigenbelang: de Nederlandse veiligheid en welvaart – in te zien en de eigen positie nu te veranderen. Zoals ook EU-partner Spanje heeft laten zien door zich expliciet uit te spreken tegen deze oorlog en de schending van het internationale recht.’
Maar zetten jullie ons kabinet hiermee niet te kijk in tijden van oorlog? Ze hebben eenmaal een kant gekozen en dan moeten alle neuzen dezelfde kant op wijzen, toch?
Daskapan: ‘Het is niet de demonstrant die Nederland te kijk zet, het is de regering zelf. Door zich kritiekloos te scharen achter de geopolitieke lijn van de VS en Israël verzaakt het kabinet zijn verantwoordelijkheid om op te komen voor internationaal recht en vrede. In plaats van een onafhankelijke positie in te nemen, kiest Nederland voor volgzaamheid. Dat staat in schril contrast met landen die wél de moed tonen om zich uit te spreken tegen escalatie, zoals we bijvoorbeeld zien bij Sánchez in Spanje.’
‘In plaats van een onafhankelijke positie in te nemen, kiest Nederland voor volgzaamheid’
Smits: ‘Het kabinet heeft zichzelf te kijk gezet. Het had zich kunnen presenteren als een sterke, onafhankelijke kracht met een overkoepelende visie op vrede, veiligheid en rechtvaardigheid voor Nederland en voor de wereld. In plaats daarvan is het gekropen voor de rogue states die deze illegale oorlog zijn begonnen. De Spaanse premier Sánchez heeft laten zien dat het zelfs voor een Europese staat mogelijk is zich zelfstandig uit te spreken en verantwoordelijkheid te tonen, voor Spanje en voor de geopolitieke veiligheidsorde. Vermoedelijk is de Nederlandse regering bevreesd geweest voor repercussies vanuit NAVO-bondgenoot de VS. Maar zij heeft daarbij verzaakt een afweging te maken, zowel in moreel opzicht als in termen van de Nederlandse en Europese belangen.’
Is het dan geen tijd voor een regime change in Iran?
Daskapan: ‘Het discours van regime change is een terugkerend instrument van imperialistische politiek. Het wordt gebruikt als morele rechtvaardiging voor interventies die in werkelijkheid draaien om macht, invloed en economische belangen. We hebben gezien wat regime change in de praktijk betekent. Irak, Libië en Syrië zijn geen succesverhalen van bevrijding, maar voorbeelden van ontwrichting, burgeroorlog en langdurige instabiliteit. Het idee dat externe machten democratie kunnen opleggen via bombardementen en sancties is historisch weerlegd. Iran telt ongeveer 90 miljoen inwoners, met een eigen geschiedenis, politieke dynamiek en maatschappelijke ontwikkeling. Het is aan het Iraanse volk zelf om te bepalen of en hoe hun politieke systeem verandert. Dat proces kan niet van buitenaf worden opgelegd zonder de principes van zelfbeschikking en soevereiniteit te schenden.’
‘Irak, Libië en Syrië zijn geen succesverhalen van bevrijding’
Smits: ‘Ik wil graag ten eerste opmerken dat in de media de indruk is gewekt dat regime change het doel van deze oorlog is, maar dat is, voor zover mij bekend, niet wat officieel gesteld is door de aanvallers VS en Israël. Ten tweede heeft het begrip regime een negatieve bijklank heeft en verraadt daarmee al partijdigheid.
Ook ik heb vernomen van de repressie door de Iraanse regering jegens haar burgers, en ik keur in principe alle repressie van overheidswege af, ook in Nederland en in andere staten. Toch kan overheidsrepressie door staten nóóit een legitieme reden vormen om dat land aan te vallen. Zie artikel 2.4 van het VN-Handvest. Dit doel rechtvaardigt dus ook nooit het gebruik van oorlogsgeweld.
Voor een soevereine staat is het hoe dan ook aan de eigen burgers om de repressie te stoppen en de regeringsvorm te veranderen. Dat dit ook kan, laat bijvoorbeeld de Fluwelen Revolutie in de DDR zien. Of het nodig is, daarover laat ik mij niet uit: dat is enkel en alleen aan Iraanse burgers. Desgewenst steun ik hen graag bij hun protest tegen de repressie en hun roep om hervormingen, maar nogmaals: op geen enkele manier rechtvaardigt die roep buitenlands geweld. Die gedachte dat buitenlands ingrijpen gerechtvaardigd zou zijn, berust volgens mij op een paternalistische, misschien zelfs koloniale manier van denken.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

