9.3 C
Amsterdam

Suggesties over Marokkaanse invloed kunnen wantrouwen vergroten

Abderahmane Chrifi
Abderahmane Chrifi
Voorzitter van het Utrechts Platform voor Levensbeschouwing en Religie.

Lees meer

Het artikel Monitor Lange Arm Rabat waarschuwt Kamer voor groeiende Marokkaanse inmenging van 6 maart over vermeende Marokkaanse inmenging vraagt om een reactie, stelt Abderahmane Chrifi: ‘Ik ben in al die jaren nooit onder druk gezet of bedreigd.’

Aan de leden van de Tweede Kamer en betrokkenen bij het maatschappelijk debat,.

Met zorg heb ik kennisgenomen van het artikel waarin anonieme bronnen spreken over vermeende grootschalige inmenging van de Marokkaanse overheid in Nederland. Als iemand die zich al meer dan vijfentwintig jaar inzet voor dialoog, verbinding en wederzijds begrip tussen verschillende gemeenschappen, voel ik de verantwoordelijkheid om hierop op een zorgvuldige en verbindende manier te reageren.

Anonieme bronnen

Laat ik beginnen met te zeggen dat waakzaamheid rondom ongewenste buitenlandse beïnvloeding vanzelfsprekend belangrijk is in een democratische rechtsstaat. Transparantie en bescherming van onze vrijheden zijn waarden die wij allen delen. Tegelijkertijd vraagt dit onderwerp om uiterste zorgvuldigheid, juist omdat het direct raakt aan het vertrouwen tussen mensen, gemeenschappen en instituties.

De aantijgingen die in het artikel worden gedaan, zijn gebaseerd op anonieme bronnen en blijven daardoor moeilijk te verifiëren. Er wordt een beeld geschetst waarin Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond structureel onder druk zouden staan of zelfs bedreigd zouden worden door de Marokkaanse overheid. Vanuit mijn eigen ervaring herken ik mij hier niet in. In al mijn jaren van inzet voor dialoog en samenwerking – vaak juist in gevoelige en complexe contexten – ben ik nooit benaderd, onder druk gezet of bedreigd om een bepaalde richting te kiezen. Sterker nog, in al die jaren ben ik ook nooit mensen tegengekomen, noch heb ik van anderen gehoord, die dergelijke negatieve ervaringen hebben gehad zoals in het artikel wordt geschetst.

Wat mij in het bijzonder raakt, is de manier waarop initiatieven die juist gericht zijn op verbinding, zoals iftarbijeenkomsten tijdens de ramadan, in een verdacht daglicht worden geplaatst. Deze bijeenkomsten zijn in de praktijk momenten van ontmoeting, openheid en bruggenbouw, waar mensen van verschillende achtergronden elkaar vinden in respect en menselijkheid. Het framen van dergelijke initiatieven als mogelijke instrumenten van beïnvloeding doet geen recht aan de oprechte intenties van de vele vrijwilligers en organisatoren die zich hiervoor inzetten.

In een tijd waarin polarisatie al zichtbaar groeit, moeten we extra zorgvuldig zijn met woorden

Het is daarbij belangrijk om te benadrukken dat dergelijke iftarbijeenkomsten niet alleen door gemeenschappen zelf worden georganiseerd, maar juist ook door Nederlandse organisaties en instellingen. Zo organiseren onder andere politie, marechaussee en gemeenten regelmatig iftars om de verbinding met de samenleving te versterken, wederzijds vertrouwen op te bouwen en het gesprek met burgers aan te gaan. Dit onderstreept dat deze bijeenkomsten breed worden erkend als waardevolle momenten van ontmoeting en niet als instrumenten van beïnvloeding.

Daarnaast baart het mij zorgen dat ook het vertrouwen in Nederlandse gezagsdragers impliciet ter discussie wordt gesteld. Burgemeesters, wethouders en andere publieke functionarissen nemen regelmatig deel aan bijeenkomsten binnen diverse gemeenschappen, juist om de verbinding te versterken en betrokkenheid te tonen. Het suggereert een ongewenste en onterechte verdenking wanneer hun aanwezigheid wordt uitgelegd als mogelijke beïnvloeding of zelfs legitimatie van verborgen agenda’s.

Een dergelijk narratief draagt het risico in zich dat het wantrouwen tussen groepen in onze samenleving verder toeneemt. In een tijd waarin polarisatie al zichtbaar groeit, moeten we extra zorgvuldig zijn met woorden en aannames die mensen tegenover elkaar kunnen zetten.

Vriendschap sinds 1610

Daarbij is het goed om te beseffen dat de relatie tussen Nederland en Marokko geen recente ontwikkeling is, maar teruggaat tot meer dan vier eeuwen. Sinds het vriendschapsverdrag uit 1610 bestaan er diplomatieke en handelsrelaties tussen beide landen. Door de eeuwen heen hebben deze banden zich ontwikkeld tot een veelzijdige relatie, waarin economische, culturele en menselijke verbindingen centraal staan. Deze lange geschiedenis is geen bijzaak, maar een fundament dat juist uitnodigt tot wederzijds respect en zorgvuldigheid in het heden.

Dat betekent niet dat kritische vragen niet gesteld mogen worden – integendeel. Maar laten we die vragen baseren op verifieerbare feiten, open dialoog en wederzijds vertrouwen, en niet op aannames die moeilijk te toetsen zijn en die het risico dragen om hele gemeenschappen in een verdacht kader te plaatsen.

Mijn oproep is dan ook om het gesprek te blijven voeren op een manier die recht doet aan de complexiteit van onze samenleving, zonder groepen te stigmatiseren of bruggen af te breken die met veel inzet zijn gebouwd.

Laten we blijven investeren in wat ons samenbrengt: respect, openheid en de wil om elkaar te begrijpen.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -