Home Blog Pagina 1000

Effectbejag en symboolpolitiek

0

Er komen verkiezingen aan, dus is het politieke debat-seizoen weer aangebroken. Het politieke debat, een rituele dans rond uitgekauwde thema’s, stokpaardjes, clichés en one-liners. Het politieke debat als podium voor schaamteloze persoonsverheerlijking en effectbejag door alleen in te zetten op thema’s waarmee maximale politieke winst en maximale media-aandacht te behalen valt. Het politieke debat waar de kwaadheid van de burger op sociale media de agenda bepaalt en door politici feilloos wordt vertaald in populistische sentimenten.

Zo was er het debat in Amsterdam in februari, waar FvD-leider Thierry Baudet alle ruimte kreeg zijn racistische denkbeelden te ventileren en zijn tegenstanders eenvoudigweg overschreeuwde. Hij maakte er een beschamende show van door de inmiddels afgetreden nummer twee op de Amsterdamse FvD-lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen, Yernaz Ramautarsing, op het toneel te roepen. Ramautarsing kwam op hoge toon verhaal halen naar aanleiding van de kritiek op zijn racistische uitspraken over IQ-verschillen tussen volkeren.

Dan was er de uitzending van De nieuwe maan begin maart waarin de anti-islamitische waakhond van Leefbaar Rotterdam, Tanya Hoogwerf, in debat ging met de plaatselijke lijsttrekker Stephan van Baarle van Denk. Nou ja, debat, het was vooral door elkaar schreeuwen, waarbij de doorgaans welbespraakte en ervaren gespreksleider Nadia Moussaid nauwelijks tussenkwam. Gelukkig waren er in het tweede deel van het programma een aantal verstandige dames die de twee Rotterdamse politici terechtwezen.

En dan was er in de Arminius-kerk in Rotterdam een paar dagen later het onvermijdelijke islamdebat. Waar zouden we zijn zonder een islamdebat op gezette tijden? Ook dit was een tenenkrommende vertoning, vooral omdat het debat niets van doen had met de islam. Van links tot rechts werd ‘de islam’ gebruikt als stoplap, als een containerbegrip om een heel scala aan werkelijke en denkbeeldige problemen te benoemen.

Dat zijn allemaal zaken waarvan je zou kunnen beweren dat het voornamelijk om rechtse en populistische stemmingmakerij gaat. Laat ze lekker in hun sop gaarkoken denk je dan. Maar toen was er het bericht over de problemen met de linkse samenwerking in Rotterdam. Even de feiten. Ruim een maand geleden sloten PvdA, GroenLinks, SP en de door de islam geïnspireerde partij Nida een links verbond. Op basis van een puntenprogramma zouden de lokale afdelingen van deze partijen een samenwerking aangaan om zo een tegenwicht te bieden aan de populistische pogingen bevolkingsgroepen uit elkaar te drijven. Let wel, het ging hier om een lokaal initiatief gericht op de bevolking van Rotterdam op basis van strikt lokale punten, niets meer en niets minder. Het ging er niet om de vier partijen in elkaar op te laten gaan.

Het zag ernaar uit dat deze samenwerking wel eens extra zetels zou kunnen opleveren. Maar toen dook er een tweet op van Nida uit 2014 waarin de partij Israël vergeleek met IS, toen nog heel actief. Aanleiding was de aanval op Gaza door het Israëlische leger waarbij aan Palestijnse zijde ruim tweeduizend doden vielen, onder wie veel kinderen. Ordinaire terreur dus, net als de praktijken van IS, maar zoals gebruikelijk keken de vrienden van Israël in het Westen de andere kant op. Het ging immers om ‘gerechtvaardigde zelfverdediging’ door Israël. En wie daar kritiek op heeft, wordt zoals gebruikelijk door Israël en zijn bondgenoten uitgemaakt voor antisemitisch.

De gewraakte tweet van Nida was geen diepgaande analyse, dat kan ook niet in een tweet, maar was bedoeld om het meten met twee maten aan de kaak te stellen en verontwaardiging te laten horen over het zionistische geweld in Gaza.

Nu bijna vier jaar later wordt de partij met deze tweet om de oren geslagen. Of partijleider Nourdin el-Ouali nog steeds achter die tweet staat. En of die niet kan worden ingetrokken. Aanvankelijk gaven de lijsttrekkers van de overige drie partijen van het links verbond geen krimp. Er was gemor bij Lodewijk Asscher (PvdA) en Lilian Marijnissen (SP) verklaarde dat voor haar het links verbond niet had gehoeven want ‘de SP vindt de scheiding van kerk en staat heel belangrijk’. Huh? Waar gaat dat nu weer over?

Maar het was Jesse Klaver van GroenLinks die met een oekaze vanuit Den Haag op de proppen kwam en zijn Rotterdamse lijsttrekker de opdracht gaf de stekker uit het verbond te trekken. Waarom? Omdat het ongepast is om Israël met IS te vergelijken. Kennelijk had de propagandamachine van de Israël-lobby, daarbij geholpen door het CIDI en de politieke vrienden van Benjamin Netanyahu, haar werk gedaan.

Diep en diep triest dat niemand van de journalistiek zich afvroeg of die vergelijking tussen IS en Israël misschien niet heel terecht is. Diep en diep triest dat zelfs Klaver aan effectbejag doet en is gezwicht voor de lange arm van Jeruzalem.

De humor van Pim F.

0

Het was dan wel vakantie, maar in de media is het nooit vakantie. Dus werd ik tijdens mijn vrije week gebeld door de redactie van het televisieprogramma De nieuwe maan. In het kader van de gemeenteraadsverkiezingen organiseerden ze een minidebat tussen Tanya Hoogwerf van Leefbaar Rotterdam en Stephan van Baarle van Denk. Na het debat wilden ze drie niet-politici commentaar laten geven. Of ik wilde komen.

Ik geef graag mijn mening, maar zo vlak voor een uitzending heb ik meestal spijt. Dit keer was het extra spannend, omdat Denk en Leefbaar lijnrecht tegenover elkaar staan en elkaar agressief bevechten. Het zou er vast hard aan toegaan.

Er waren van beide partijen aanhangers meegekomen, de sfeer was niet zodanig dat ik me helemaal op mijn gemak voelde. Waarom had ik in vredesnaam toegezegd.

Eerst zou er gedebatteerd worden, daarna kwamen de ‘commentatoren’ – een Rotterdamse kunstenares, een columniste/filosofe die in Trouw publiceert en ik.

Over het debat kan ik kort zijn: dat was geen debat. De gespreksleidster, Nadia Moussaid, kweet zich goed van haar taak, maar er was geen redden aan. De posities waren al ingenomen, de achterban moest bediend worden, en dan heb je geen ruimte in je hoofd meer vrij om ook nog eens te luisteren.

Toen kwamen wij, de commentatoren. ‘Dit was geen debat, dit was elkaar vliegen afvangen. Jullie wentelen je alle twee in de slachtofferrol’, dat was mijn mening. ‘Daar heb ik last van. Want wat mijn kinderen ervan opvangen zorgt ervoor dat ze ook in die slachtofferrol gaan zitten. Jullie moeten allebei leren dealen met deze maatschappij waarin mijn kinderen zijn, en blijven. Mijn kinderen zijn de toekomst en daar moeten we mee leren omgaan.’ Ik kreeg nog applaus ook.

Hoogwerf betichtte me van ‘vooringenomenheid’. Ik weet niet hoe ik mijn mening anders had kunnen formuleren. Het was een reactie op wat ik gehoord had. Dus wat ze daar precies mee bedoelde weet ik niet.

Na de opname dronk ik nog een kopje thee. Het publiek en de aanhangers van de twee partijen liepen door elkaar, allebei trots op hoe ze hun partij hadden gerepresenteerd. Beide kanten waren goed herkenbaar. Denk bracht vooral in pak geklede mannen mee, gewichtig – zowel figuurlijk als vaak letterlijk – met glimmend zwart haar en al dan niet een (zweem van een) baard. De aanhang van Leefbaar kenmerkte zich door een meer volkse uitstraling, maar er waren ook wat jongeren met strak kapsel bij, allen oer-Hollands. Ik bedoel dus blank.

Zo en groupe vond ik ze vrij onbenaderbaar, maar een vriendin die met mij mee was raakte in gesprek met een van de mannen van Leefbaar. Een oudere man, halflang grijs krullend haar, doorleefd gezicht, fors postuur. We hadden hier een ware aanhanger van Pim te pakken, de charismatische vermoorde politicus voor wie hij ook een soort onbetaalde lijfwacht was geweest. ‘Als ik daarbij was geweest’, op het mediapark bedoelde hij, ‘dan was het niet gebeurd’. Ik wil bijna schrijven dat er een traan in zijn ooghoek pinkte, maar laat ik niet overdrijven.

‘Ik ben niet van Leefbaar, hoor’, zei mijn vriendin. Maar dat gaf niks. ‘We hoeven niet allemaal hetzelfde te denken’, zei de man vergoeilijkend. Dat klonk heel verzoenend na het ruzieachtige debat. Hij vertelde hoe hij Pim miste, want Pim had fantastische humor. Toen vertelde hij een mop die Pim hem ooit vertelde toen ze samen in de lift stonden, een mop niet geschikt voor reproductie in deze column. Had een leerling die grap gemaakt, dan had ik hem/haar eruit gestuurd. Maar we zaten hier niet in de klas, dus we luisterden en knikten.

Ik was eigenlijk een beetje moedeloos geworden van dit ‘debat’ waar partijen niet naar elkaar luisterden en geen stap dichterbij elkaar kwamen. Maar om positief te eindigen: ik realiseerde me naar aanleiding van deze avond ook dat we het in mijn klas nog niet zo slecht doen. Alles waar die politici het over hadden is voor ons dagelijkse kost. Alleen is het streven bij ons om naar elkaar te luisteren en om met argumenten te komen. En humor hebben we beslist, maar godzijdank niet de humor van Pim.

‘Achter deze strijd zit een enge censuurdrift’

0
‘De tegenstanders streven naar een soort culturele apartheid’, zegt journalist Carel Brendel over de recente actie voor een verbod op indianen- en cowboyfeesten.

Evenementenpodium TivoliVredenburg in Utrecht maakte onlangs bekend geen kinderfeesten met cowboys en indianen meer te willen organiseren, nadat publicist Anousha Nzume en de extreem-linkse actiegroep De Grauwe Eeuw dat bestempelden als racistisch. Door rechtse politieke partijen, het CDA voorop, en op social media werd daar verontwaardigd op gereageerd.

Hoe moeten we deze ophef duiden? De Kanttekening sprak erover met politici Simion Blom en Anne Adema, journalist Carel Brendel, hoogleraar Jan Willem Duyvendak en activist Inge Pierre.

Simion Blom (29), gemeenteraadslid namens GroenLinks in Amsterdam, vertelt dat de discussie over het indianenfeestje en Redface (de indianenvariant op Blackface) in Nederland nog niet eerder is gevoerd. Niettemin is hij van mening dat onze samenleving best ‘cultureel sensitiever’ mag zijn. ‘Een indianenfeestje lijkt onschuldig, maar tijdens het kolonialisme zijn inheemse indianen in Amerika onderdrukt en vermoord.’ Blom vindt het ‘moedig’ dat Tivoli met deze gevoeligheden rekening wil houden.

Die mening staat haaks op die van Anne Adema (27), kandidaat-gemeenteraadslid namens het CDA in Kampen. ‘Het is een kinderfeest. Met carnaval lopen er allemaal volwassen mannen in het zuiden van het land verkleed als uiteenlopende personages. Ik weet niet wanneer we met elkaar hebben afgesproken dat Nederland één grote safe space geworden is. Nog even en er komt een verbod op Lucky Luke.’ Volgens Adema gaat de discussie eigenlijk niet over etnische tegenstellingen, maar om de antithese tussen Amsterdam en de provincie. ‘Het is een grachtengordeldiscussie die is geadopteerd door de linkse media, GroenLinks en een deel van de PvdA. Je zult meer donkere mensen in de provincie treffen die geen moeite hebben met Zwarte Piet of een indianenfeestje dan witte bakfietsmannen bij GroenLinks Amsterdam.’

Onderzoeksjournalist en blogger Carel Brendel (68), auteur van het geruchtmakende boek Het verraad van links, is het roerend met Adema eens. ‘We hebben het over een gezellige verkleedpartij voor kinderen die waarschijnlijk geen enkele racistische of kolonialistische bijgedachte hebben.’ Brendel vindt identity politics hypocriet, omdat meestal alleen blanken racisme worden verweten. ‘In werkelijkheid bestaat er ook racisme van Marokkanen tegen zwarten en Turken, racisme van Surinamers tussen hindoes en creolen, enzovoorts.’ Door zo compromisloos te zijn heeft identity politics volgens Brendel totalitaire trekken gekregen. ‘Achter deze strijd zit een enge censuurdrift. Straks worden alle western films of alle volksfeesten met ‘beledigende’ verkleedpartijen verboden. De tegenstanders streven naar een soort culturele apartheid.’

Hoogleraar Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam Jan Willem Duyvendak (59) ziet dat anders. Hij vindt net als Blom dat onze samenleving sensitiever om moet gaan met identiteitsgevoelige kwesties, ook als er (nog) geen ophef over is. ‘Je hebt geen activisten nodig om maatschappelijke kwesties te problematiseren. Je kunt ook zelf de analyse maken of iets wel of niet racistisch is.’ Het valt de hoogleraar op dat veel voor- en tegenstanders van de indianendiscussie geen dialoog wensen. ‘De actiegroep eist een heleboel dingen en dreigt met geweld, het kabinet vindt de discussie te idioot om het erover te hebben.’ Een vergelijking met het verleden dringt zich op. ‘Zestig jaar geleden, tijdens de verzuiling, waren de ideologische verschillen in ons land enorm, maar werden de tegenstellingen gepacificeerd door de elites. De ideologische verschillen zijn nu veel kleiner, maar de elites slaan elkaar op de kop. De omgekeerde situatie.’

Wat vindt Duyvendak van de door Adema geschetste tegenstelling tussen Amsterdam en de provincie? ‘De wereld buiten de Randstad is ook enorm veranderd na de jaren zestig. Tradities veranderen. Het beeld dat in de provincie de tijd heeft stilgestaan klopt niet.’ Als voorbeeld noemt hij het homohuwelijk. ‘Twintig jaar geleden waren het CDA en ook veel VVD’ers tegen het homohuwelijk, maar nu wordt het als een Nederlandse traditie gezien. Rechtse partijen omarmen de progressieve verworvenheden van links, wel een beetje laat, en gebruiken dat om zich tegen nieuwkomers, vooral tegen moslims, af te zetten. De ideologische verschillen tussen links en rechts zijn in Nederland helemaal niet zo groot. Daarin lijken we totaal niet op de Verenigde Staten, waar de Republikeinen wel een conservatieve culturele agenda hebben. Rechts Nederland vindt vooral dat de ontwikkelingen te snel gaan. Daarom verzetten het CDA en de VVD zich tegen genderneutrale toiletten. Wellicht zullen ze dat over twintig jaar vol vuur verdedigen als Nederlandse traditie.’

Duyvendak laakt het eenzijdig veroordelen van identity politics. ‘Als minderheden ergens kritiek op hebben, dan wordt dat door rechts meteen veroordeeld als identiteitspolitiek. Dat is onterecht. De meerderheidscultuur doet evenzo aan identiteitspolitiek. Al eeuwenlang zelfs. Maar als linkse activisten zich tegen heteronormativiteit of Zwarte Piet verzetten, wordt dat plots veroordeeld als identiteitspolitiek.’

Activist Inge Pierre (48) is verbonden aan de stichting Kaikoesie, die zich inzet voor inheemse indianen uit Suriname. Ze hekelt de stereotyperingen van indianen. ‘Je wordt tot een onnozel iemand gebombardeerd. Indianen zeggen geen ugh en wonen niet in een wigwam. Het is extra pijnlijk, omdat wij door de witte Europeanen zijn verdreven en deels uitgemoord. We zijn nog maar met weinig mensen. Door die clichés wordt ons ingeprent dat we overwonnen zijn. Onze bijdragen aan de wereldeconomie, denk aan maïs en tomaten, worden weggelaten. Het is goed dat de clichés worden aangepakt. We willen kinderen hun plezier niet ontnemen, maar we willen ook dat kinderen onderwezen worden over hoe indianen werkelijk leven.’

Land van identiteitspolitiek

0

Mijn ouders zijn een paar weken op vakantie in Florida. Ze genieten vooral van de zon, het zwembad en de shopping malls. Natuurlijk volgen ze ook het lokale nieuws (Trump, Trump en nog meer Trump), maar de Nederlandse waan van de dag proberen ze zo veel mogelijk achter zich te laten. Toch blijven ook zij allebei journalisten, waardoor ze tijdens onze FaceTime-gesprekken steevast vragen ‘hoe het hier gaat’. Daarmee doelen ze níet op de ijskoude wind van vorige week, want ik ken ze langer dan vandaag.

Ons laatste FaceTime-gesprek ging ongeveer als volgt. Ik vertelde vrolijk dat er de afgelopen weken niet zo veel is gebeurd in Nederland. Men vindt het jammer dat we maar twee dagen op natuurijs hebben kunnen schaatsen en dat er ook dit jaar weer geen Elfstedentocht inzit. Daarnaast deelde ik mee dat het halve land is geveld door griep, de Olympische sporters zijn gehuldigd en de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen op gang zijn gekomen.

Oh ja, daarover gesproken…Yernaz Ramautarsing, de nummer twee op de Amsterdamse lijst van het Forum voor Democratie, heeft zich teruggetrokken. Mijn moeder had daar zijdelings al iets van meegekregen. ‘Want hij had iets onaardigs gezegd over homoseksuelen, toch?’ ‘Nou, eigenlijk had hij juist iets aardigs gezegd, maar dat maakte het nog erger’, hoorde ik mezelf zeggen. ‘In een WhatsApp-groep had hij geschreven dat homorechten de samenleving dommer hebben gemaakt, omdat volgens hem homo’s een relatief hoger IQ hebben en de hele samenleving dommer wordt omdat zij zich niet voortplanten.’ Nu ik het voor het eerst hardop zeg klinkt het nog vreemder dan dat ik het al vond.

Wacht even. En er was nog meer nieuws uit de Stopera. Het Amsterdamse gemeenteraadslid Sofyan Mbarki (PvdA) diende een initiatiefvoorstel in om nieuwe straatnamen naar migranten te vernoemen, zodat er bij ‘de naamgeving rekening wordt gehouden met een betere afspiegeling van de diversiteit van Amsterdam’. Sommige reacties daarop vond ik doodeng. Enkele voorbeelden: ‘Ga-weg’, ‘Minder Minder Minder-weg’, ‘Knal-plein’,’ IS-laan’, ‘Mohammed Bouyeri-plein’ en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Verder was er ook veel gedoe rondom de Oostvaardersplassen. Ruim duizend ‘dierenliefhebbers’ demonstreerden tegen het dreigende voedseltekort voor de grote grazers konikpaarden, edelherten en heckrunderen. Een aantal activisten had zelfs spandoeken meegenomen met de slogan ‘concentratiekamp Oostvaardersplassen’, inclusief een tekening van beesten in kampuniform achter een dikke heg van prikkeldraad.

En wisten mijn ouders al dat de Utrechtse popzaal TivoliVredenburg geen kinderfeesten meer houdt met het thema ‘cowboys en indianen’, omdat er aangifte was gedaan door actiegroep De Grauwe Eeuw over de ‘racistische stereotypering’ van het evenement?

Oh, ik was bijna vergeten dat vijf Tweede Kamerleden met Turkse roots bedreigd worden door Erdogan-aanhangers, omdat ze door de Erdogan-krant Sabah zijn uitgemaakt voor ‘landverraders’ en ‘bastaards’. Hun partijen (VVD, SP en GroenLinks) erkenden tijdens een stemming namelijk de massamoord op Armeniërs als een genocide.

‘Nou, dat was het wel weer hoor. Niets om je zorgen over te maken. Geniet van de vakantie en veel plezier met het kijken naar de uitreiking van de Oscars.’

Nadat ik ophing was ik een stuk minder zorgeloos dan voor ons FaceTime-gesprek. Soms kun je pas zien hoe idioot het allemaal is als je wat afstand neemt. De enige conclusie: volgens mij zijn we de weg een beetje kwijt met die hele identiteitspolitiek in Nederland. Ik verlang naar het moment dat we ons écht alleen bezighouden met een mogelijke Elfstedentocht of Olympische sporters. Maar eerlijk gezegd vrees ik dat die dag nog lang op zich zal laten wachten.

We zullen sterven in de cel

1
Journalist en schrijver Ahmet Altan (68), een prominente criticus van het Erdogan-regime en voormalig hoofdredacteur van het door het regime gesloten dagblad Taraf, zit een levenslange gevangenisstraf uit in Turkije. Hij wordt onder meer beschuldigd van betrokkenheid bij de couppoging van 15-16 juli 2016 en de Gülen-beweging, die door het regime verantwoordelijk wordt gehouden voor de couppoging en is uitgeroepen tot een terroristische organisatie. Tienduizenden anderen, onder wie journalisten, rechters, aanklagers, advocaten, ondernemers, huisvrouwen, docenten, politici en activisten, zijn op basis van dezelfde beschuldigingen vastgezet na de couppoging. Onder hen is ook Ahmet Altans broer, schrijver en academicus Mehmet Altan. Ahmet Altan schreef dit artikel over zijn proces en gevangenschap, over fictie en realiteit, in zijn cel in de Silivri-gevangenis in Istanbul.

GASTCOLUMN | DOOR: AHMET ALTAN

Ze zitten op een twee meter hoge bank. Ze dragen zwarte toga’s met rode kragen. Binnen enkele uren besluiten ze over mijn lot. Ik kijk naar hen. Ze hebben hun dasjes losgemaakt, uit verveling. De rechterarm van de rechter-president in het midden hangt als nat wasgoed over de tafel. Hij speelt met zijn vingers. Hij heeft een lang, smal gezicht en zijn ogen gaan schuil achter gezwollen, half geloken oogleden. Af en toe kijkt hij op zijn mobieltje om zijn berichten te lezen.

Wanneer één van mijn medebeklaagden zegt dat hij binnenkort een bypassoperatie moet ondergaan, trekt de rechter-president de microfoon naar zich toe en spreekt met mechanische stem. ‘Volgens het ziekenhuis zijn er geen omstandigheden die uw verblijf in de gevangenis belemmeren.’ Terwijl advocaten de meest cruciale zaken bespreken, beveelt zijn mechanische stem. ‘Jullie hebben twee minuten. Hou het kort.’ Ik denk aan wat Elias Canetti (1905-1994, schrijver, winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur in 1981, red.) over zulke mensen zei. ‘Veilig zijn, in vrede en weelde leven en luisteren naar iemands pleidooi waarvan je besloten hebt het te negeren, bestaat er iets vuiler dan dat?’

Terwijl de beklaagden en hun advocaten spreken, zakt de dikke schele rechter rechts van de rechter-president achterover in zijn stoel en kijkt naar het plafond. De glimlach die over zijn gezicht wandelt suggereert dat hij dagdroomt. Als hij niet lijkt te dagdromen, leunt zijn hoofd op zijn hand en slaapt hij. De rechter aan de linkerkant is druk bezig met de computer voor hem en is voortdurend iets aan het lezen.

Rond het middaguur zeggen ze dat ze zich terugtrekken voor beraad. We zijn omringd door politieagenten. Ze dragen Robocop-achtige pakken met zwarte buikschilden en kniebeschermers. Een politieagent neemt elk van ons bij de arm en voert ons tussen twee rijen bewakers door de smalle trappen af. Ze stoppen ons in een betegelde cel met ijzeren tralies. We zijn met vijf man. De zesde beklaagde, een vrouw, is elders ondergebracht.

Het Hooggerechtshof had het bewijs tegen ons bestudeerd en besloten dat ‘niemand op basis van zulk bewijs gearresteerd kan worden’. De journalisten die met ons terechtstaan zijn daardoor optimistisch. Ik ben dat niet.

We ijsberen nerveus door de cel. De minuten verstrijken, dan weer sneller, dan weer trager, afhankelijk van het tempo van onze gesprekken. Als de tijd vertraagt, voelen we de wonden in ons binnenste opengaan. We verbergen dat voor elkaar. De minuten die voorbij kruipen terwijl je in de cel wacht of je levenslange gevangenisstraf krijgt zijn een marteling. Beschaamd ontdek ik flitsen van hoop en dromen onder mijn pessimisme. Wie van binnen bevriest kan de hoop en haar warme gloed niet laten varen. Ik dagdroom in de cel: ik verlaat de gevangenis, haal diep adem, de eerste omhelzing, de woorden van vreugde, de geur van blijdschap en de weidse lucht boven.

Terwijl ik droom beslissen drie mannen met uit verveling losgeknoopte dasjes over mijn lot. Misschien hebben ze al besloten. Ik herinner me plots een passage uit mijn boek Als de wond van een zwaard dat zich afspeelt in de laatste dagen van het Ottomaanse Rijk. Eén van mijn personages is gearresteerd en wacht in een kamer op zijn vonnis. Ik schreef over hem: ‘De kloof tussen het moment dat iemands lotsbestemming verandert en het moment dat die persoon zich dat realiseert, was voor hem het meest tragische en beangstigende in het leven. De toekomst ontvouwde zich, maar die persoon bleef wachten op een andere toekomst met andere verwachtingen en dromen zonder zich te realiseren dat de toekomst al besloten was. De onwetendheid gedurende dat wachten was verschrikkelijk en voor hem de grootste zwakte van de mensheid’.

Ik herinner me die woorden en huiver. Ik beleef nu wat ik in dat boek schreef. Jaren geleden, toen ik rondwaarde in die onbestemde, raadselachtige en wazige schemerzone waar literatuur en leven samenvallen, ontmoette ik mijn lotsbestemming, maar herkende haar niet. Net als mijn hoofdpersoon ben ik nu gearresteerd. Ik wacht op de beslissing die mijn toekomst bepaalt. Mijn leven volgt mijn boek. Wat schreef ik nog meer dat zal uitkomen? Ik voel dat ik meegesleept word in een maalstroom waarin mijn leven en mijn fictie met elkaar verstrikt raken, waarin werkelijkheid en het geschrevene elkaar nabootsen. Welke toekomst koos ik voor mijn hoofdpersoon? Wat was zijn lot?

Plotseling hoor ik de laarzen van de agenten. ‘Kom’, zegt een stem. ‘Het vonnis is geveld.’ Opeens weet ik het weer. Mijn hoofdpersoon werd veroordeeld, dat was het lot dat ik voor hem koos. Ik weet dat ik ook veroordeeld word. De agenten nemen ons mee naar boven. We betreden de rechtszaal en gaan zitten. De rechters komen binnen en trekken de zwarte toga’s aan die ze op hun stoelen hadden achtergelaten. De rechter-president, met zijn achter gezwollen oogleden verscholen ogen, leest het vonnis voor. ‘Levenslang zonder kans op vervroegde vrijlating.’

We zullen de rest van ons leven in een cel van drie bij drie slijten. We worden één uur per dag naar buiten gebracht om het zonlicht te zien. We zullen nooit gratie krijgen. We zullen sterven in een gevangeniscel. Dat is het vonnis. Ik steek mijn handen uit. Ze handboeien me. Nooit meer zal ik de wereld zien. Nooit zal ik een lucht zien die niet omlijst is door de muren van een binnenplaats.

Ik ga naar Hades, ik loop de duisternis binnen als een god die zijn eigen lotsbestemming schreef. Mijn hoofdpersoon en ik verdwijnen samen in de duisternis.

Dit artikel is vertaald vanuit het Engels door Mark van Harreveld. Het is eerder gepubliceerd in The New York Times.

‘Wij zijn een zwarte partij’

1
‘Twee of drie zetels voor Ubuntu in Rotterdam zou een politieke aardverschuiving betekenen.’

De nieuwe politieke partij Ubuntu Connected Front doet in Amsterdam en Rotterdam mee aan de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart. Net als Bij1, Nida en Denk richt Ubuntu zich in het bijzonder op etnische minderheden. Wat wil Ubuntu veranderen in Nederland? Waarin onderscheidt Ubuntu zich van de andere migrantenpartijen? Maakt Ubuntu kans om in de gemeenteraad te komen? De Kanttekening vroeg het aan de twee lijsttrekkers van de partij en experts.

Lijsttrekkers
Iwan Leeuwin, een volle neef van Bij1-lijsttrekker Sylvana Simons, is de oprichter van Ubuntu. Hij is de lijsttrekker van de partij in Amsterdam. Hij zat voor GroenLinks in de bestuurscommissie van Amsterdam-Zuidoost, maar stapte in juli 2015 uit de fractie en ging zelfstandig verder. Ubuntu is geïnspireerd door de Ubuntu-filosofie van Nelson Mandela (1918-2013).

‘Het gaat om eenheid, menswaardigheid en rechtvaardigheid. Mandela zei dat als je mensen niet meer racistisch bejegent, niet meer onheus behandelt, dan zullen ze de beste prestaties leveren. Wij hebben genoeg in onze mars, maar krijgen de ruimte niet’, vertelt Leeuwin. Hij voelt zich niet thuis bij andere partijen. ‘Ze noemen in hun verkiezingsprogramma Afrika niet eens. Denk is onze bondgenoot, omdat deze partij ook wil dat er meer aandacht komt voor het slavernijverleden, maar op Denk-lijsten staan zwarte mensen niet op verkiesbare plekken.’ En Bij1 dan? Leeuwin: ‘Surinaamse mannen hebben Simons gesteund, maar op de Bij1-lijst staan geen Surinaamse mannen. Het zijn vooral vrouwen. Surinaamse mannen willen een herkenbare lijst. Maar we zijn er voor iedereen, ook voor Turken, Marokkanen en witte mensen.’

Foto: Iwan Leeuwin

Simao Miguel, lijsttrekker van Ubuntu in Rotterdam, vult aan. ‘Bij1 richt zich feitelijk op twee zaken, racisme en LGBT-rechten. Wij zijn een zwarte partij, qua huidskleur, maar wij hebben ook een eigen filosofie. We beperken ons niet alleen tot identiteit en afkomst.’

Het onderscheidende van Ubuntu is dat het verkiezingsprogramma is gebaseerd op de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Nederland houdt zich daar volgens Leeuwin niet altijd goed aan. ‘Ons land lijkt welvarend, maar veel mensen vallen tussen wal en schip. Jongeren krijgen geen stageplek of baan en kinderen krijgen een te laag studieadvies.’

Miguel beaamt dat. ‘Nederland houdt zich niet aan het VN-kinderrechtenverdrag. Kinderen moeten gevrijwaard worden van racisme, maar worden elk jaar geconfronteerd met Zwarte Piet. Eigenlijk zouden politici daarop moeten reageren, maar dat laten ze aan de samenleving over.’ Volgens Leeuwin moet Amsterdam daarom het goede voorbeeld geven. ‘De Nederlandse overheid luistert naar onze stad. Amsterdam stelt punten aan de orde die door de rest van het land worden nagevolgd, zoals de Zwarte Piet-discussie. Dat moeten we vervolgens ook wettelijk opleggen.’

In Amsterdam en Rotterdam doet de partij mee aan de gemeenteraadsverkiezingen en aan de verkiezingen van bestuurscommissies in enkele stadsdelen. Ook in andere steden zijn Ubuntu-vrijwilligers actief. De ambitie van Leeuwin en Miguel is om uit te groeien tot een landelijke partij. Wat zijn de verwachtingen voor 21 maart? Leeuwin wil niet op de zaken vooruit lopen, maar Miguel durft concreet zijn ambities te noemen. ‘Met zes zetels kunnen we echt doen wat we willen. Maar met twee of drie zetels zijn we ook heel blij.’

Experts
Tot zover de lijsttrekkers. Wat vinden experts van Ubuntu? Floris Vermeulen, hoofddocent Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en voormalig directeur van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies, denkt dat Ubuntu, Bij1 stemmen kan kosten, met name in Amsterdam-Zuidoost. ‘Bij1 komt op voor minderheden in het algemeen, Ubuntu richt zich toch echt vooral op zwarte kiezers. Iwan Leeuwin heeft een groot netwerk en kan dit inschakelen voor zijn campagne.’ Gaat Ubuntu ook zetels halen? ‘Nee, maar ze zorgen er wel voor dat Bij1 minder groot wordt.’ Volgens Vermeulen zorgt de deelname van Ubuntu aan de verkiezingen er wel voor dat de politieke betrokkenheid van zwarte Nederlanders wordt vergroot. ‘De opkomstpercentages onder Surinamers zijn ontzettend laag in Amsterdam, zo’n vijfentwintig procent van de kiezers gaat naar de stembus. Door partijen als Bij1 en ook Ubuntu voelt men zich wel gerepresenteerd.’

Opiniepeiler Aziz el-Kaddouri, eigenaar van EtnoBarometer, onderschrijft deze analyse grotendeels. ‘De opkomst onder zwarte Nederlanders is echt ontzettend laag, twintig tot vijfentwintig procent stemt. Onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders ligt de opkomst wat hoger, op zo’n dertig procent, wat ook nog veel te laag is. Daarom verwacht ik geen wonderen. Twee of drie zetels voor Ubuntu in Rotterdam zou een politieke aardverschuiving betekenen.’ Maar dat betekent toch wel dat deze partijen een enorme potentie hebben? ‘Als je het goed aanpakt is er een groot kiezerspotentieel. Het hangt van de stad af. In Rotterdam kunnen Turkse en Marokkaanse Nederlanders vier tot zes zetels halen en zwarte Nederlanders zelfs tien zetels, maar dat is voor de lange termijn.’

Chris Dorsman, columnist voor de nieuws- en opiniewebsite Jalta, noemt de opkomst van migrantenpartijen ‘historisch’. ‘De linkse partijen hebben te weinig voor de Nederlanders van kleur gedaan. Bij de PvdA bijvoorbeeld stonden wel zwarte mensen op de lijst en soms werden ze verkozen, maar ze hebben nooit een prominente positie bekleed. Ze waren er om ‘stemvee’ binnen te halen. Van minderheden wordt verwacht dat ze integreren, maar echte interesse in deze mensen is er feitelijk nooit geweest. Er heerst ook bij links een zoek-het-maar-uit-mentaliteit, terwijl mensen soms een zetje nodig hebben.’ Toch is Dorsman geen voorstander van minderheidspartijen. ‘Omdat daardoor de samenleving wordt versplinterd’, stelt hij. ‘De gevestigde partijen moeten deze minderheden weer bij hun zaak betrekken. Er moet meer inclusie zijn. Dat is beter, want grote partijen hebben meer invloed en kunnen meer voor minderheden betekenen.’

Onzichtbaar vrij

0

De afgelopen weken zagen wij hoe, dankzij de interventie van de Volkskrant, de politieke carrières van twee merkwaardige politici genadeloos sneuvelden. Zowel Halbe Zijlstra (VVD) als Yernaz Ramautarsing (FvD) moesten de politiek verlaten nadat drie journalisten van de Volkskrant (Natalie Righton, Hassan Bahara, Annieke Kranenberg) door hun grootdoenerij en dommige uitspraken prikten. De val van beide rechtse politici laat zien dat wij in dit land een vrije pers hebben die het waard is om voor te vechten.

Eerst terug bij af; de ontsporing van Zijlstra en Ramautarsing. Zijlstra loog over een ontmoeting met Vladimir Poetin die nooit plaats had gevonden. Daarnaast legde hij de Russische president woorden in de mond. Ramautarsing, die namens het FvD kandidaat-gemeenteraadslid in Amsterdam was, verdedigde bij herhaling, schaamteloos, het verband tussen IQ en ras. Deze en andere uitspraken deed de jonge Amsterdammer in een besloten WhatsApp-groep, genaamd ‘polariserende politici’, voor jongeren die politiek actief zijn. Ramautarsing beweerde in de appgroep ook dat homorechten de samenleving dommer maken. Naar eigen zeggen speelde hij ‘advocaat van de duivel’.

Zijlstra zat op het hoogtepunt van zijn politieke ambt. Na een rijke carrière in het bedrijfsleven diende hij respectievelijk als gemeenteraadslid, staatssecretaris en parlementslid (fractievoorzitter). Het ministerie van Buitenlandse Zaken was een beloning voor zijn jarenlang dienst aan de VVD en politieke vriendschap aan premier Mark Rutte. Tegenover deze rijke ervaring van Zijlstra is Ramautarsing juist een groentje. De dertigjarige Surinaamse Nederlander heeft een CV om van te huilen. Op politiek en professioneel niveau is hij waar Zijlstra twintig jaar geleden was.

Ondanks dit verschil in ervaring wisten de journalisten van de Volkskrant met hun gedegen onderzoek en scherpe pennen zowel Ramautarsing als Zijlstra in hun leugens en domme uitspraken te ontmaskeren. Ik kon in beide gevallen niet anders dan dankbaar zijn voor het feit dat wij in een land wonen waar journalisten zonder angst hun werk mogen doen om het morele gezag van onze leiders te controleren.

Want hoe anders is het in landen waar de vrije pers een ongeoorloofd privilege is. Turkije, Congo, Mexico, Ethiopië, de lijst is te lang. Op basis van verschillende data over persvrijheid scoren deze landen heel laag op de persvrijheidranglijsten, zoals die van Reporters Zonder Grenzen, terwijl Nederland op al deze lijsten in de top vijf staat. In dit land kunnen journalisten de politieke carrières van ontspoorde politici doen laten sneuvelen. In de genoemde onvrije landen sneuvelen juist journalistieke carrières. In het ergste geval is het de journalist zelf die sneuvelt.

Dat laatste overkwam bijvoorbeeld Jan Kuciak. De zeventwintigjarige Slowaakse journalist die voor de nieuws- en opiniewebsite aktuality.sk werkte. Hij werd vorige maand samen met zijn vriendin in zijn eigen appartement vermoord. Volgens een Canadese collega onderzocht Kuciak de banden tussen de Italiaanse maffia en de Slowaakse politiek. Kuciak is niet de enige. Elk jaar worden journalisten door machtige mannen, zowel binnen als buiten de politiek, van het leven beroofd.

Persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting zijn onontbeerlijk voor een open en democratische rechtsstaat. Toch staan wij vaak niet stil bij hoe bijzonder deze vrijheden zijn. Daarom moeten wij vaker over de grens kijken. Dat laat ons inzien dat de vrijheden die wij hebben niet vanzelfsprekend zijn. Wie niet bewust van zijn of haar verworvenheid is, weet niet wat hij of zij moet koesteren en waarvoor hij of zij moet vechten. Wie niet bewust is van de eigen verworvenheid, weet niet wat gekoesterd moet worden en waarvoor gevochten moet worden. Persvrijheid is geen abstractie, het is een goed dat we moeten koesteren. En als het afwezig is, dan moet er voor gevochten worden.

Kaag had geen hoofddoek moeten dragen

3

In hoeverre moeten Nederlandse vertegenwoordigers elders rekening houden met de zeden ter plekke, als die botsen met de eigen? Die vraag rees recent op bij het bezoek van tijdelijk minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag aan Teheran, waar zij met een hoofddoek verscheen. Nu Rutte, in dat opzicht een onverbeterlijke recidivist, ten derde male een mannelijke partijgenoot zonder enige levenservaring voorbij Zevenaar als haar opvolger heeft aangewezen, zal die pijnlijke vraag zich overigens voorlopig niet opnieuw voordoen.

Wat de kwestie zo pijnlijk maakt is dat juist recent tal van Iraanse vrouwen tegen de verplichte hoofddoekdracht in opstand zijn gekomen. Sommigen hunner hebben die zelfs, in hun strijd voor zelfbeschikkingsrecht, demonstratief in het openbaar afgeworpen, daarbij strafrechtelijke vervolging riskerend. Zij zullen de aanpassingsbereidheid van Kaag aan de regels van hun onderdrukkers, als een klap in hun gezicht hebben ervaren, waar zij juist van Europese vrouwen steun verwachten. Het feit dat hun verzet tegen de rigide religieuze normen die de ayatollahs aan de Iraanse samenleving opleggen op groeiende steun kan rekenen, ontkracht namelijk het gangbare argument: dring niet je eigen normen aan een andere samenleving op.

Dat argument zou nog valide kunnen zijn, indien die andere samenleving inderdaad collectief andere normen huldigt en de consequenties daarvan op democratische wijze in regels heeft vastgelegd. Dat is echter in Iran niet het geval, daar is de bevolking van hogerhand de mogelijkheid ontnomen om zich daarover uit te spreken. Weliswaar worden er verkiezingen gehouden die – anders dan in Poetins Rusland, laat staan in Sisi’s Egypte – relatief eerlijk verlopen en waarvan de uitkomst niet al van tevoren al vaststaat. Maar er vindt wel een voorselectie van de kandidaten door het geestelijk leiderschap plaats. De kandidaten moeten aan bepaalde islamitische eisen voldoen. Bovendien – en dat is eveneens eigen aan de theocratie die Iran is – is het in tal van morele zaken niet aan gekozen politici om daarover te beslissen. Bepaalde regels gelden als ‘van God gegeven’ en daaronder valt voor orthodoxe moslims ook de hoofddoek voor vrouwen. Die moet, als garantie voor hun eerbaarheid, in de publieke ruimte ten allen tijde gedragen worden.

Ook twee andere veelvuldig gehanteerde argumenten gaan daarmee ten aanzien van de hoofddoek in Iran niet onverkort op. Ten eerste dat je je toch ook in een kerk anders kleedt. Welke toerist stuit in een Zuid-Europees land niet regelmatig op bordjes dat gepaste dracht – door middel van bedekte armen en benen – gewenst is? Er is echter een belangrijk verschil tussen een particulier godshuis en de publieke openbare weg. Scheiding van kerk en staat, weet u wel.

Ten tweede dat ook orthodoxe christenen en joden er buiten de privésfeer rigide kledingvoorschriften op nahouden, vooral voor vrouwen. Dus waar zeuren we over? Dat klopt. Alleen kunnen zij naleving hooguit in eigen kring via sociale druk afdwingen. Er is geen wet die andersdenkenden tot aanpassing aan hun religieuze normen verplicht. Ook niet in Staphorst of in andere gemeentes waar zij in de meerderheid zijn. Misschien dat sommige zwaar-gereformeerden dat diep in hun hart wel zouden willen – fundamentalisten van élke slag menen al snel dat de rigide leefregels van hun God voor iedereen geldigheid moet bezitten – alleen zijn zij daartoe dan niet in staat.

Dus blijft de vraag, moet je op diplomatieke missies altijd de ander behagen en daarbij je eígen waarden wegmoffelen? Eén veelgeprezen voorganger van Kaag, Max van der Stoel, deed dat in elk geval niet. In de jaren zeventig ambtshalve in het toenmalige Oostblok op bezoek, ging hij ook demonstratief bij dissidenten langs. Nee, dat werd door de communistische machthebbers inderdaad niet erg op prijs gesteld. En ja, het maakte de relaties vast wat stroever en het zakendoen – nu een belangrijk motief voor veel missies naar het olierijke Midden-Oosten – vast ook wat moeizamer. Ons bedrijfsleven stelt het opkomen voor westerse vrijheidsprincipes dan ook niet zo erg op prijs. Maar Iran heeft, in het licht van de Amerikaans-Israëlisch kernwapenhysterie, Europa economisch misschien nog harder nodig dan omgekeerd, dus Europa hoeft voor verwerpelijke opvattingen niet meteen op de knieën. Dat ging Van der Stoel indertijd ook niet.

Nu zullen velen zeggen vormt een onbedekt hoofd een essentieel mensenrecht? Bij de Oost-Europese dissidenten ging het toch om wezenlijke zaken als de vrijheid van meningsuiting, nu in Iran slechts om een lapje stof? Zo zien die opstandige Iraanse vrouwen dat echter niet. En met reden. Juist omdat hun patriarchale tegenstanders zo aan die verplichting van het hoofddoekdragen hechten. Dat lapje stof moet de vrouwen hun religieus voorgeschreven onderdanige plaats in de samenleving wijzen en mag daarom nadrukkelijk géén vrije keuze zijn. Om die reden geeft ook het wèl dragen ervan door Kaag, bedoeld of onbedoeld, de politieke boodschap af: jullie vrijheid als vrouw is ondergeschikt aan ons handelsbelang.

‘Antisemitisme wordt gedownplayed’

1
Wereldwijd neemt (gewelddadig) antisemitisme toe. De Kanttekening sprak daarover experts. ‘Kritiek op de staat Israël mag uiteraard, maar antisemitisme is toch echt van een andere orde.’

De Anti-Defamation League (ADL), die zich bezighoudt met het monitoren en bestrijden van antisemitisme, maakte vorige week bekend dat in het eerste jaar onder president Donald Trump het aantal antisemitische incidenten met 57 procent toenam. In het eerste kwartaal van 2017 was er zelfs een toename van 86 procent, de hoogste stijging ooit gemeten. Over heel 2016 piekte het aantal incidenten al met 34 procent. Het mag geen toeval heten dat de meeste incidenten plaatsvinden in staten met een grote Joodse gemeenschap: Californië  (211 incidenten), New York (199), New Jersey (157), Florida (137) en Massachusetts (125). De directeur van de ADL, Jonathan Greenblatt, merkte bij de cijfers op: ‘We hebben meer leiders nodig hebben die zich uitspreken tegen deze kanker van haat.’ En: ‘Er is op alle niveau’s meer actie nodig om antisemitisme tegen te gaan.’

In maart vorig jaar zei de directeur van de anti-terrorisme-organisatie Intelligence Project, Heidi Beirich, tegen de nieuws- en opiniewebsite Salon dat de stijging van het aantal antisemitische incidenten onder meer te wijten is aan Trump. ‘Vanaf de eerste dag van zijn campagne maakte hij immigranten belachelijk en zei hij dat Mexicanen verkrachters zijn. Daarna ging hij door met xenofobe uitspraken, het gebruiken van antisemitische beelden en anti-vrouwelijke opmerkingen.’

Europa
In Europa is de trend anders, maar niet minder zorgwekkend. ‘In het jaar na de terroristische aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs emigreerden bijna achtduizend Joden vanuit Frankrijk naar Israël. In de laatste vijf jaar is het aantal ongeveer twee maal verdubbeld. Hoewel we in Frankrijk een afname zien in het totale aantal antisemitische incidenten, is er tegelijkertijd een toename in de categorie ernstige gevallen, van 77 naar 97. Dit gaat om geweld’, zegt Paul van der Bas, die verbonden is aan het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI).

In Nederland lijkt er vooralsnog geen Joodse exodus gaande. ‘Het is eerder zo dat per saldo meer mensen uit Israël zich hier vestigen’, weet politicoloog Ewoud Butter, die onderzoek doet naar radicalisering en diversiteit. ‘Misschien omdat men daar toch niet kan aarden of geen baan kan vinden, dat is niet altijd even duidelijk.’

Prioriteiten
Dat zegt echter niet alles over antisemitische incidenten. ‘Er is sprake van ondermelding van antisemitische incidenten. Dat kan aan meerdere dingen liggen, er is bijvoorbeeld weinig vertrouwen dat de politie er iets mee doet. Slechts van één op de acht gevallen van discriminatie wordt aangifte gedaan. Een tweede mogelijke oorzaak is onderbezetting bij de politie. Of nog simpeler, er wordt niet genoeg belang aan gehecht. Er is een berg aangiftes van antisemitisme waar waarschijnlijk niets mee gedaan wordt’, legt Butter uit.

Butter: ‘Er is sowieso iets raars aan de hand met de manier waarop dit soort gevallen wordt geregistreerd in Nederland. Voorheen viel bijna alles onder antisemitisme. Hakenkruizen die op een moskee in Enschede werden gekalkt verdwenen op die manier in de boeken. Nu is daar een scheiding in aangebracht. Je ziet overigens dat na iedere aanslag door een moslim het aantal anti-islam-incidenten stijgt. Dat gebeurt ook met meldingen van antisemitisme als er in Israël of de Palestijnse gebieden iets is gebeurd.’

Betwiste cijfers
Onlangs zijn de cijfers bekendgemaakt van een onderzoek in opdracht van de Duitse regering naar de angst voor antisemitisme door asielzoekers. Er is slechts een lichte stijging te zien in het aantal incidenten die gericht zijn tegen Joodse Duitsers sinds het uitbreken van de oorlog in Syrië in 2011. Over de afgelopen decennia bekeken komt ruim vijfennegentig procent van de strafbare feiten op het conto van rechts-extremistische daders. Minder dan vier procent wordt door migranten gepleegd. Of daarbij dezelfde dynamiek speelt als in Nederland wordt overigens niet duidelijk.

Die Duitse cijfers zijn niet onomstreden. Zo zeggen verschillende Joodse organisaties in Duitsland zich niet te herkennen in het beeld. ‘Uit een Europees onderzoek bijvoorbeeld komen andere uitkomsten. Als de vraag wordt gesteld aan de slachtoffers wie zij herkenden als dader, ligt het percentage moslims vele malen hoger’, zegt Van der Bas. ‘Politieke correctheid kan hierbij een rol spelen’, vermoedt hij. ‘In Duitsland wordt, door de erfenis van de oorlog, bij antisemitisme al snel een link gelegd met extreem-rechts. Zo wordt het vervolgens dan ook geregistreerd. Wij zetten dus nadrukkelijk twijfels bij die cijfers, die waarschijnlijk een vertekend beeld geven.’

Van der Bas pleit voor duidelijk grenzen voor wat antisemitisme is. ‘Nu wordt er vaak een verband gelegd met de situatie tussen Israël en de Palestijnen. Kritiek op de staat Israël mag uiteraard, maar antisemitisme is toch echt van een andere orde. Er wordt van alles door elkaar gehaald’, aldus Van der Bas. ‘Tegelijkertijd wordt antisemitisme regelmatig gedownplayed.’ Hij noemt het voorbeeld van een Joodse vrouw die van een balkon werd gegooid in Parijs. De dader riep volgens getuigen Allahoe akbar. ‘Pas na het aantreden van president Emmanuel Macron werd serieus onderzoek naar gedaan.’

Voor een duidelijker onderscheid tussen antisemitisme en legitieme kritiek op Israël heeft Brussel alle EU-lidstaten aanbevolen om de werkdefinitie antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance over te nemen, wat door Duitsland inmiddels is gedaan.

Antisemitisme van de straat naar de politiek
Extreem-rechts antisemitisme op straat is één ding. Wat als extreem-rechts in de regering zit? Onlangs weigerde de Joodse organisatie Israelitische Kultusgemeinde (IKG) in Wenen samen met ministers van de Freiheitliche Partei Österreichs (FPÖ) een Holocaust-herdenking te bezoeken. Aanleiding was een incident tijdens een avond van de extreem-rechtse studentenvereniging Burschenschaft Germania, waar anti-Joodse liederen werden gezongen. Eén van de woordvoerders van studentenvereniging is een FPÖ-politicus.

‘De huidige politieke situatie, met een extreem-rechtse, populistische partij in de regering heeft een erg negatief effect op met name de overgebleven Holocaust-overlevers. Het brengt onvergetelijke herinneringen terug’, laat Raimund Fastenbauer, woordvoerder van de IKG, weten. Het probleem met de FPÖ is volgens hem het feit dat de partij wordt gecontroleerd door extreem-rechtse broederschappen. ‘De FPÖ heeft een erg onduidelijke relatie met haar verleden, om het mild uit te drukken. De broederschappen zijn de grootste bron van een antisemitische, Germaans-nationalistische ideologie vanaf 1890, toen Joodse leden niet meer welkom waren.’ ‘Concreet acuut gevaar’ ziet hij nu even niet, ‘maar reden om achterover te leunen is dat niet’. ‘Antisemitisme komt anno 2018 in Europa uit extreem-linkse, extreem-rechtse én islamitische hoek.’

De recente ontwikkelingen heeft het Agentschap voor Fundamentele Rechten van de Europese Unie (FRA) ertoe gebracht dit jaar een groot onderzoek te starten naar antisemitisme. ‘Dat geeft Joden in Europa de kans hun zorgen te delen en beleidsmakers waardevolle feedback te geven, zodat die weten wat er moet gebeuren’, aldus de directeur van het FRA, Michael O’Flaherty.

‘Ik vrees voor een nieuwe genocide in Turkije’

1
‘Het is verontrustend dat een groot deel van de Turkse bevolking al ruim een eeuw ervan overtuigd is dat de Armeense genocide noodzakelijk en terecht was.’

Hayko Bagdat, de bekendste Armeense journalist van Turkije, vluchtte na de couppoging van 15-16 juli 2016 naar Duitsland vanwege de heksenjacht van het Recep Tayyip Erdogan-regime op critici. Bagdat is een felle tegenstander van het regime. Hij wordt beschuldigd van lidmaatschap van de Hizmet-beweging, onder meer omdat hij werkte voor (inmiddels door het regime gesloten) media die gelieerd waren aan de beweging. Het regime houdt Hizmet verantwoordelijk voor de couppoging en heeft haar uitgeroepen tot een terroristische organisatie. Bagdat ontkent dat hij gelieerd is of was aan de beweging. Hij omschrijft zichzelfs als ‘revolutionair-links’ (extreem-links). In Duitsland begon hij een nieuw leven, maar ook daar voelt hij zich niet helemaal veilig. Zijn publieke optredens doet hij met een kogelwerend vest en als iemand hem wil ontmoeten kan dat pas na goedkeuring van zijn beveiligingsteam. De Kanttekening sprak Bagdat, onder meer over de recente erkenning van de Armeense genocide door de Tweede Kamer en mensenrechtenschendingen in Turkije.

In Nederland was er de afgelopen weken veel discussie over de erkenning van de Armeense genocide. Hoe kijk jij daarnaar?
‘Het is ten eerste van belang om een diagnose te stellen. De Turkse staat is sinds 1915 een moorddadige staat. Als ik dat zeg haal ik de woede van boze Turken op de hals, alsof ik ze allemaal moordenaars noem. Mijn vrouw is Turks, ik heb het niet over het volk als geheel, maar over een politieke beweging. Daarom noem ik ook specifiek Erdogan een moordenaar, niet alle andere Turken. De staat heeft circa anderhalf miljoen Armeniërs, onder wie vrouwen en kinderen, vermoord. In Anatolië is een heel volk, een beschaving, een cultuur uitgeroeid. Een groot deel van het Turkse volk was daar op de één of andere manier bij betrokken. Turkse pasja’s, Koerdische stammen en rijke families in Istanbul kregen een aandeel van de oorlogsbuit of zelfs een groot deel van de bezittingen van de Armeniërs. Het is verontrustend dat een groot deel van de Turkse bevolking er al ruim een eeuw van overtuigd is dat de Armeense genocide noodzakelijk en terecht was.’

Dat velen het niet als genocide willen erkennen is bekend, maar geloof je ook dat de moord op honderdduizenden Armeniërs door een groot deel van het Turkse volk wordt goedgepraat?
‘We bevinden ons al meer dan honderd jaar in deze ellende. Omdat de Turkse staat erin is geslaagd het volk te overtuigen van het eigen gelijk als het gaat om de moorden die ze heeft gepleegd, lopen de moordenaars nog steeds vrij rond. De staat kan ieder moment weer bepaalde groepen mensen vermoorden, terwijl het volk weer zal denken dat dat nodig en terecht is. Turkije is immers een land waar na de moord op de Armeense journalist Hrant Dink (1954-2007, red.), honderden mensen tijdens een voetbalwedstrijd op de tribune witte mutsen droegen (staat symbool voor de moordenaar van Dink, omdat hij dat droeg tijdens de moord, red.) en ‘wij zijn allemaal Ogun Samast’ (de moordenaar van Dink, red.) scandeerden.’

Is de Turkse staat nog steeds in staat om op grote schaal mensen ten vermoorden?
‘De advocaten van Nuriye en Semih (linkse activisten die in hongerstaking gingen nadat ze door het regime per decreet werden ontslagen en opgepakt, red.) hebben per toeval dossiers naar buiten gebracht die vonden in het gerechtshof Caglayan in Istanbul. In die dossiers staan dat vier vrouwelijke Hizmet-sympathisanten ernstige verwondingen hadden aan hun dikke darm. Ze zijn hoogstwaarschijnlijk verkracht met een wapenstok. Weet jij wat dat betekent? De bendes die tijdens de Armeense genocide Armeense vrouwen hebben verkracht: soortgelijke bendes zijn nog steeds springlevend in Turkije. Het enige verschil is dat ze het nu hebben gemunt op regeringskritische moslima’s met hoofddoek. Daarom herhaal ik zo vaak de kreet ‘de moordenaar loopt vrij rond in Turkije’. Groepen in Turkije die de moorden en martelingen van de staat hebben vergoelijkt of een oogje hebben dichtgeknepen, betalen daar nu een zware prijs voor. Hebben die groepen nu begrepen hoe de staat mensen kan vermoorden en op de meest verschrikkelijke manieren over de schreef kan gaan?’

Ook Hizmet-sympathisanten hebben nu de donkere kant van de staat aan den levenden lijve ondervonden.
‘Ik hou er niet van om ‘zie je wel’ te zeggen tegen mensen die een catastrofe meemaken. Het is ook niet dat ik telkens gelijk wil hebben. Ik wil gewoon dat andere groepen niet meemaken wat het Armeense volk heeft meegemaakt. Ik zeg deze dingen al meer dan tien jaar, ik ben er niet gisteren mee begonnen. Ik zei dit ook in uitzendingen van de aan Hizmet gelieerde televisiezenders, toen alles nog koek en ei was tussen Hizmet en de AKP (Erdogans partij, red.). Het punt is dat de moordenaar al meer dan honderd jaar bezig is met moorden en dat steeds verschillende groepen aan de beurt komen. Hizmet-sympathisanten dachten nooit dat de staat zich tegen hen zou keren, omdat ze zichzelf als ‘kinderen’ van de staat zagen. Maar dat waren de circa anderhalf miljoen vermoorde Armeniërs ook. Zij waren ook aanwezig in het staatsapparaat, er was zelfs een Armeens-Ottomaanse minister van Buitenlandse Zaken. Toch zijn ze afgeslacht.’

Je ziet dus parallellen tussen toen en nu?
‘Ik vraag aan mijn vrienden die nu pas de terreurdaden van de staat hebben ontdekt: zie je hoe mensen gedemoniseerd worden? Hoe je naam of identiteit als scheldwoord wordt gebruikt? Hoe de staat heel simpel een excuus kan vinden om duizenden mensen ‘op de brandstapel te gooien’? De slachtoffers van vandaag begrijpen mij en de Armeniërs beter nu ze zien tot welke gruweldaden Turkije in staat is. Ik krijg nu ook veel telefoontjes van Hizmet-sympathisanten. Ik probeer hun zo veel mogelijk te helpen. Het is oneervol om naar de achtergrond of identiteit van een slachtoffer te kijken. Wat ik nu doe, is voor mij ook een bedankje aan de moslims die een deel van mijn voorouders meer dan honderd jaar geleden hebben gered van de dood. Ik zeg ook dat er vandaag geen ‘Armeens probleem’ meer is in Turkije. Om een heel simpele reden, er zijn namelijk maar zo’n vijftigduizend Armeniërs over in het land. De problemen van de LGBT-gemeenschap in het land zijn groter, er worden regelmatig transgendersekswerkers vermoord.’

In een tweet waarschuw jij dat de misdaden zich kunnen herhalen als we daar niet snel iets aan doen. Waar ben je vooral bang voor?
‘Ik vrees moordpartijen, massaslachtingen, een genocide of burgeroorlog in Turkije. Moge God ons daarvoor behoeden. Ook de aanval van het Turkse leger op Afrin is zorgwekkend. Het verzet in Afrin kan net zo eindigen als het verzet eerder in het zuidoosten van Turkije, waar Koerden zijn vermoord. Veel Koerden uit Afrin zullen mogelijk gedwongen worden te vertrekken richting gebieden waar IS de macht heeft. De Koerden in Afrin hebben niet eens één kogel geschoten richting Turkije, maar het Turkse leger heeft het gebied toch bezet, alleen maar om de Koerdische autonomieambities de kop in te drukken. Als er een massaslachting plaatsvindt in Afrin, zal er ook geen Koerd meer overblijven in Turkije. Meer dan honderdvijftigduizend militanten van SADAT (Erdogans privéleger, red.) staan klaar voor oorlog. Maffiabaas Sedat Peker (vertrouweling van Erdogan, red.) is er klaar voor. Een burgeroorlog staat op het punt los te barsten in Turkije. Turkije gaat in volle vaart die kant op.’

Dink zei in één van zijn laatste interviews dat het voor hem weinig zou uitmaken als westerse landen de genocide zouden erkennen. De Turken en de Armeniërs moesten het volgens hem zelf oplossen. Hoe denk jij daarover?
‘Bijna tien jaar geleden heb ik tijdens een bijeenkomst van het Abant Platformu (een bijeenkomst georganiseerd door Hizmet, red.) het volgende gezegd: binnenkort is het 24 april en gaan alle Turkse kranten en televisiezenders zich richten op hoe de Verenigde Staten of Europa de Armeense genocide definiëren. Als Barack Obama het woord genocide gebruikt wordt Turkije pissig. Mijn advies destijds aan alle kranten was om op de voorpagina enkel al-Fatiha (het gebed dat moslims onder andere uitspreken wanneer iemand dood is, red.) te schrijven. Misschien kan dat de pijn van de Armeniërs verzachten en een opening betekenen voor de oplossing van het probleem. Dit probleem zal niet worden opgelost door de dingen die westerse landen zeggen of doen, maar door de affectie en empathie dat het Turkse volk zal moeten tonen voor de vermoorde Armeniërs. Wanneer ze voor deze mensen een eervol graf bouwen. Wanneer ze met respect zullen buigen voor de gevallenen. Wanneer ze volgens hun eigen religieuze tradities gebeden uitspreken. Mijn oplossing is dus heel simpel. Noem een moordenaar ook een moordenaar, geef de slachtoffers de rechten die ze verdienen en gun de slachtoffers een fatsoenlijke begraafplaats. Daarna mag iedereen zijn weg gaan, wie dan nog wil haten, mag dat doen, maar wie elkaar wil omhelzen en terug wil keren naar Turkije, zal ook daar de kans voor moeten krijgen.’

Is er onenigheid tussen de Armeniërs in Turkije en de Armeense diaspora in het buitenland over hoe het probleem aangepakt moet worden?
‘De Armeniërs in de Verenigde Staten en Europa zijn ook maar mensen uit bijvoorbeeld Sivas of Malatya (Turkse provincies, red.). Ook zij weten ruim een eeuw na de genocide nog steeds niet waar hun voorouders zijn begraven. Het is begrijpelijk dat ze er alles aan doen om deze kwestie overal aan te kaarten en op de agenda te zetten. De Armeniërs in Turkije, daarentegen, zijn in mijn ogen oorlogsgevangenen. De Armeense bestuurders, pastoors en andere leiders zijn niet vrij om te zeggen of te doen wat ze willen. Ik heb me daar niet door laten tegenhouden, ik heb alsnog alles gezegd wat er gezegd moest worden. Armeniërs zoals Hrant Dink, Garo Paylan en Rober Koptas hebben dat ook gedaan. Maar er werd en wordt niet geluisterd, sterker nog, je kan vermoord worden om zulke uitspraken.’

Hoe lang moeten Turken en Armeniërs nog wachten op verzoening?
‘Soms denk ik nog tweeduizend jaar. Mensen rouwen nog steeds om de moord op Abel, de zoon van Adam, en de moord op Hoessein, de kleinzoon van Mohammed. Pijn zal op deze wereld nooit helemaal verdwijnen, het maximale dat we kunnen doen is het bieden van troost. En Armeniërs kunnen alleen getroost worden door de Turkse bevolking. De Turkse staat heeft er echter voor gekozen om de doden te beledigen, leugens te verspreiden en de moordenaars te belonen. Ik woonde met een heleboel Armeense families pal naast de Talat Pasa-basisschool in Istanbul (vernoemd naar Talat Pasja, 1872 -1921, één van de leiders van de nationalistische Jonge Turken en één van de aanstichters van de Armeense genocide, red.). De staat vereert moordenaars van Armeniërs door straten, scholen en andere dingen naar hen te vernoemen. Tegelijk hebben ze het over hoe barmhartig en rechtvaardig de islam en moslims zijn. Ik geloof dat veruit de meeste moslims in Turkije leugenaars zijn.’

Kan het feit dat verschillende groepen in Turkije één voor één kennismaken met de harde hand van de staat ook niet een lichtpuntje betekenen, voor een toekomst waar mensen met verschillende achtergronden elkaar beter begrijpen?
‘In Turkije is zowel het slachtoffer als de dader overdreven hartstochtelijk. Daarom is het heel lastig om daar een antwoord op te geven. Wat moet ik zeggen tegen de meer dan tachtig miljoen mensen in Turkije die van mening zijn dat wanneer de staat een moord pleegt daar wel een verdomd goede reden voor zal zijn? Er zijn miljoenen die denken dat de moord op Berkin Elvan (alevitische tiener die tijdens de Gezi-protesten tegen het Erdogan-regime werd geraakt door een traangasgranaat van de politie, in coma raakte en overleed, red.) een moord in het belang van het Turkse volk is. Dat door de straten sleuren van het dode lichaam van Haci Birlik (een Koerdische activist die in 2015 door de veiligheidsdiensten werd vermoord, red.) in het belang van het Turkse volk is, evenals het vastzetten van journalisten zoals Ahmet Sik en politici zoals Selahattin Demirtas. Rechtse, conservatieve politiek, nationalisme, het verheerlijken van de staat en militarisme, dat soort zaken zijn daar verantwoordelijk voor.’

Wat moet er dan gebeuren?
‘Om te beginnen moeten veel Turken hun wereldbeeld radicaal omgooien. Ze moeten vooral niet rechts zijn. De rechtse ideologie heeft alleen maar ellende gebracht. Erdogan is op dat vlak niet anders dan Donald Trump of andere rechtse politici. Het verheerlijken van doden door middel van martelaarschap heeft voor heel de rechtse wereld eenzelfde symbolische betekenis en waarde. Rechtse bewegingen zijn als het ware overal ter wereld broeders van elkaar. Ik zeg het heel open en eerlijk: als je rechts bent, verschil je in mijn ogen niet veel van Erdogan. Verder roep ik alle slachtoffers op om samen één vuist te vormen. Deze mensen zullen elkaar beter begrijpen. Een Koerd die zijn zoon heeft verloren aan de Koerdische zaak zal een Hizmet-sympathisant die is gemarteld, veel makkelijker begrijpen en omhelzen. Sluit je aan bij de Zaterdag Moeders, die al jaren demonstreren voor hun ontvoerde en vermoorde kinderen. Steun de LGBT-gemeenschap. Alleen als we elkaar steunen en helpen zal er echt iets veranderen in Turkije.’