De zwaar bevochten WK-kwalificatie van Turkije (na 24 jaar doen de Turken weer mee) lijkt de multiculturele sfeer binnen het diverse Turkse voetbalteam te bevorderen. Onder aanvoering van de Turks-Koerdische speler Zeki Çelik deden Turkse voetballers een poging om de Koerdische halay te dansen. Dat lukte nog niet helemaal.
Şemmame Buke is een beroemd halaynummer dat al lange tijd is ingeburgerd op vele Turkse trouwfeesten. Het is een uiting van liefde voor een ‘geparfumeerde bruid’, uitgevoerd met duizelingwekkend enthousiasme in cirkels tijdens bruiloften. In die zin zou het geen nieuws mogen zijn dat Turkse voetballers op deze manier pret hebben.
Maar dat is buiten het stevig verankerde Turkse nationalisme gerekend. Dat het pro-Koerdische parlementslid van DEM, Salih Gergerlioglu, na de kwalificatie van Turkije hier een bericht aan wijdt op sociale media, is dan ook geen toeval. ‘De spelers van het Turkse nationale team hebben samen een Koerdisch lied gezongen. Heel mooie beelden…’, schrijft hij, waarna miljoenen Turkse trolls op voorspelbaar nationalistische wijze reageren.
‘Wanneer Merih (de Turkse speler die bij het EK de fascistische Grijze Wolvengroet maakte en daarvoor door de UEFA werd geschorst, red.) “Ik sterf voor mijn Turkije” zingt, wordt dat racisme en fascisme genoemd, maar als Şemmame wordt gezongen, zijn het ineens “heel mooie beelden”, hè Salih :)’, reageert bijvoorbeeld Furkan Yaman op cynische toon.
Een ander reageert als volgt: ‘Jullie denken alleen maar in termen van verdeeldheid. Al jarenlang zijn Turken en Koerden broeders op deze grond; wat jullie het “Koerdische probleem” noemen, noemen wij een terrorismeprobleem. Als je op zoek bent naar discriminatie, kijk dan naar het beleid dat de VS in de jaren zestig voerde tegenover zwarte mensen.’
Turkije speelt tijdens het omstreden WK in Amerika tegen Australië, Paraguay en Amerika. Turks-Nederlandse liefhebbers moeten vroeg op om deze wedstrijden te zien. De laatste poulewedstrijd tegen Amerika begint om 04.00 uur Nederlandse tijd.
Abderahmane Chrifi schrijft dat er geen bewijs is voor intimidatie of inmenging door de Marokkaanse overheid in Nederland, maar volgens Ahmad Aynan en Yuba El Ghadioui van mediakanalen Riftime en Rif Focus is dat onjuist.
Het opiniestuk van de heer Chrifi over Marokkaanse invloed in Nederland is goed bedoeld, maar mist een belangrijk punt. Chrifi, van het Utrechtse platform voor Levensbeschouwing en Religie, suggereert dat de kritiek gebaseerd is op anonieme bronnen en dat er geen bewijs is voor intimidatie of inmenging. Dit klopt niet.
Op 25 maart 2026 publiceerde Elseviereen artikel waarin vier mensen openlijk, met naam, beroep en leeftijd, hun ervaringen en zorgen delen over de Marokkaanse inmenging in Nederland. Hun ervaringen en zorgen duiden op deze inmenging en zijn gecontroleerd door de journalist Gerben van der Aa, onder meer met aangiftes en andere bewijsstukken. De denktank Monitor Lange Arm Rabat wordt in het artikel ook genoemd, maar staat los van de vier geïnterviewde mensen; hun informatie vormt slechts één onderdeel van een veel breder, openbaar en verifieerbaar beeld. Het artikel leidde vorige week tot Kamervragen, wat aangeeft dat de waarheid misschien hard aankwam bij de heer Chrifi, maar tegelijkertijd onderstreept dat zorgvuldigheid en verificatie van informatie essentieel zijn.
Chrifi benadrukt de positieve rol van dialoog, samenwerking en verbinding met Marokko. Dat juichen wij toe. Niemand is tegen samenwerking. Tegelijkertijd moeten we het misbruik van die samenwerking als lange arm van Rabat blijven adresseren en bestrijden. Dat betekent dat we niet wegkijken wanneer mensen in de diaspora aangeven dat zij zich onder druk gezet voelen of bang zijn om kritiek te uiten.
Journalisten en Riffijnse activisten
Er zijn talrijke voorbeelden van intimidatie en druk. Zo worden journalisten en (online) Riffijnse activisten, zoals Yuba El Ghadioui, al jarenlang geïntimideerd en gevolgd. In het Elsevier-artikel worden concrete voorbeelden genoemd, onderzocht en onderbouwd met documenten. Wereldwijd is bekend dat Riffijnse activisten in de diaspora zijn gevlucht, evenals Hirak-activisten in de Rif, die gevangenisstraffen van 11 tot 20 jaar hebben gekregen. Dit is geen mythe; het belemmert mensen daadwerkelijk om hun mening vrij te uiten.
De centrale vraag die door Chrifi beantwoord dient te worden is: waarom is de angst onder veel Riffijnse en Marokkaans-Nederlanders en diasporaleden zo groot dat zij zich niet durven uit te spreken, uit vrees dat zij de Rif of Marokko niet meer kunnen bezoeken? En is het toeval dat veel invloedrijke Riffijnse en Marokkaans-Nederlandse personen zich niet uitspreken over Marokko, maar wel — terecht — over andere onveilige regimes?
Kan Chrifi onderbouwen dat Marokko investeert in het onderhouden van banden met de diaspora, bijvoorbeeld door hen actief en strategisch te benaderen, te faciliteren of aan zich te binden, zonder mogelijk effect dat zij zich niet negatief uitlaten over het regime? En is het werkelijk onopgemerkt gebleven dat invloedrijke personen, zoals Aboutaleb en andere Riffijnse en Marokkaans-Nederlanders met invloed en een podium, regelmatig worden uitgenodigd door bijvoorbeeld Marokkaanse consulaten en ambassades, contacten onderhouden en deelnemen aan bijeenkomsten, waarbij de vraag rijst in hoeverre dit bijdraagt aan het beperken van kritische uitingen?
De eerste generatie Riffijnen in Nederland accepteerde de druk en zweeg, uit angst, analfabetisme of een gebrek aan middelen om zich te verzetten. Wij praten terug en hebben er genoeg van om weg te kijken, ons te laten beïnvloeden of intimideren. Wij trekken aan de bel, spreken ons uit en doen dat beschaafd via democratische, transparante middelen, zoals media en journalistiek, die vervolgens Kamervragen oproepen. Het erkennen van deze uitdagingen betekent niet dat we tegen dialoog zijn; het betekent dat we kritisch, open en eerlijk willen zijn over wat er speelt.
De invloed van Marokko reikt ver: van beïnvloeding van moskeeën en infiltraties tot propaganda en het inzetten van hoogopgeleide Riffijnse en Marokkaanse Nederlanders in functies met invloed, zodat zij zich niet negatief uitspreken over Marokko.
Het debat over buitenlandse invloed kan en moet plaatsvinden op basis van open, transparante en verifieerbare informatie en zonder dat mensen bang hoeven te zijn om zich uit te spreken. De tijden van zwijgen en accepteren zijn voorbij.
Intimidatie en dreiging
Voorbeelden van mensen die ervaring hebben met intimidatie of dreiging:
Naam: Ahmed Bourkiz
• Achtergrond: Riffijnse afkomst, Belgisch paspoort
• Gebeurtenis: Aangehouden bij aankomst in Nador; veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf omdat hij vrijlating eiste voor zijn ontvoerde broers. Ahmed had ook een eigen Facebookpagina met nieuws over de Hirak-beweging in Europa.
• Gevolg: Vier jaar gevangenisstraf
• Datum/jaar: 2025/2026
Naam: Yuba El Ghadioui
• Achtergrond: Yuba El Ghadioui is een politieke activist van Riffijnse afkomst. Hij staat bekend om zijn kritische houding tegenover de Marokkaanse staat en de Marokkaanse koning. Wekelijks verzorgt hij live-uitzendingen via YouTube, Facebook en TikTok, waarin hij spreekt in de Riffijnse taal. Zijn uitzendingen trekken gemiddeld rond de vierduizend kijkers per week, maar het werkelijke aantal ligt hoger omdat Marokko zijn livestreams regelmatig blokkeert of censureert. Zijn website Riftime bereikte in maart 2026 ongeveer 2,5 miljoen bezoekers; statistieken zijn opvraagbaar. Zijn kijkers en volgers wonen in de Rif, Duitsland, Nederland, Spanje, Frankrijk en België.
• Gebeurtenissen: El Ghadioui is meerdere keren doelwit geweest van mediacampagnes waarin hij werd bedreigd en neergezet als ‘vijand van de islam’. Daarnaast ervaart hij intimidatie en wordt hij gevolgd. De Duitse autoriteiten zijn hierbij betrokken en bieden ondersteuning vanwege zorgen om zijn veiligheid.
• Gevolg: Sinds 2015 is hij niet meer teruggekeerd naar zijn geboorteplaats, uit vrees voor arrestatie.
• Periode: De situatie speelt sinds 2015 en duurt voort.
Naam: Ahmed Aynan
• Achtergrond: Riffijnse afkomst, woont in Nederland, politiek actief
• Gebeurtenis: Risico op arrestatie bij terugkeer
• Gevolg: Sinds 2017 niet teruggekeerd naar geboorteplaats
• Datum/jaar: sinds 2017
Naam: Ali Aarrass
• Achtergrond: Belgisch-Riffijnse activist, slachtoffer van uitlevering en langdurige detentie in Marokko na uitlevering door Spanje
• Gebeurtenis: Gearresteerd in 2008 in Melilla, vervolgens in 2010 uitgeleverd aan Marokko, waar hij volgens diverse mensenrechtenorganisaties werd gefolterd en na een oneerlijk proces tot 12 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld
• Gevolg: Jarenlange gevangenschap, ernstige psychische en fysieke gevolgen van detentie en foltering
• Datum/jaar: arrestatie 2008, uitlevering 2010, vrijlating 2020
Twee Marokkaanse spionnen zijn in 2024 en 2025 in Düsseldorf opgepakt en veroordeeld voor spionage in verband met het doorspelen van informatie over twee leden van de Hirak-beweging die in Duitsland wonen.
Tijdens een bezoek aan zijn Turkse collega Akin Gürlek heeft justitieminister David van Weel in Ankara een verzoek gekregen om ‘Turkse terroristen’ uit te leveren. Het gaat onder meer om de voortvluchtige Musa Asoglu van een extreemlinkse organisatie. Ook wil Gürlek dat 217 gülenisten en 8 PKK-leden worden uitgeleverd. Dat meldt de regeringsgezinde website Ensonhaber.
Volgens Gürlek zou Asoglu betrokken zijn geweest bij de moord op de openbare aanklager Mehmet Selim Kiraz in 2015.
De ontmoeting tussen Van Weel en Gürlek vond plaats in de context van toenemende spanningen op het wereldtoneel en een uitbreiding van de samenwerking op het gebied van veiligheid. Later dit jaar vindt in Turkije ook een NAVO-top plaats.
Gürlek legde tijdens de ontmoeting ook de nadruk op de Turks-Nederlandse betrekkingen, die teruggaan tot de beginjaren van de Nederlandse Republiek, en op het feit dat er in Nederland naar schatting 500.000 Turkse Nederlanders wonen.
‘In een tijd waarin mondiale en regionale risico’s toenemen, hechten wij belang aan het versterken van de dialoog en samenwerking met ons bondgenoot Nederland’, aldus Gürlek.
Daaronder verstaat de Turkse staat ook een gezamenlijk front tegen ‘terroristen’. In Nederland staan de PKK en de DHKP-C, waartoe Musa Asoglu behoort, op de terreurlijst, maar gülenisten niet. Of Nederland aan het uitleveringsverzoek zal voldoen, is niet bekend.
Van Weel maakte er ook geen woorden aan vuil in zijn reflectie op het bezoek. ‘Goed bezoek gehad aan onze belangrijke partner Turkije. Met de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie heb ik afspraken gemaakt voor verdere samenwerking op gebied van terrorismebestrijding en de aanpak van ondermijning. Ook goed om Hakan Fidan (Min BZ) weer te zien,’ aldus Van Weel op X.
Nederland heeft uitleveringen van ’terrorismeverdachten’ tot nu toe afgehouden omdat er in Turkije geen sprake is van eerlijke rechtsvervolging. Vooral na de mislukte couppoging in 2016 werden veel oppositiegroepen met weinig bewijs gevangengezet.
In een opiniestuk in NRC schrijft journalist Jan van der Putten dat de oorlogen van Israël niet alleen gaan om het behoud van macht door premier Benjamin Netanyahu, maar ook om uitbreiding van grondgebied.
Volgens hem gebruikt Netanyahu de conflicten om zijn regering overeind te houden en tegelijk te werken aan een groter Israël. De premier zou de bestaande staat willen uitbreiden met de Westelijke Jordaanoever, Gaza, het zuiden van Libanon en het zuiden van Syrië, aldus de journalist in NRC.
‘Het gedroomde land zou zich veel verder moeten uitstrekken dan van de rivier tot de zee. Idealiter zou het moeten reiken van de ene rivier tot de andere: van de Nijl tot de Eufraat’, schrijft hij.
Van der Putten stelt dat de oorlog in Gaza tegen Hamas geen duidelijk einde kent en dat er nog dagelijks Palestijnse burgers omkomen. Tegelijk wijst hij op toenemend geweld op de Westelijke Jordaanoever en plannen om dit gebied, dat Israël ‘Judea en Samaria’ noemt, te annexeren. In Iran zou het doel volgens hem vooral zijn om chaos te veroorzaken, zodat Israël de sterkste macht in de regio kan worden.
Een jaar of 15 geleden schreef ik een wekelijkse column in het AD. De dag voor mijn deadline las ik een stuk in de krant over een man die zijn vrouw voor de ogen van hun kinderen had doodgeslagen met een honkbalknuppel. Buren en bekenden omschreven de man en de vrouw in het artikel als het perfecte stel: een goede baan, een mooi huis, actief in de buurt. Hoe kon het zo misgaan? En hoe lang zou dit al hebben gespeeld?
Het artikel raakte bij mij een gevoelige snaar. Want ook bij mij thuis was het ooit een stuk minder gezellig dan mijn glimlach deed vermoeden. Ik besloot mijn column er die week aan te wijden. Behalve aan een goede vriendin had ik nog nooit iemand verteld over wat er zich achter mijn voordeur had afgespeeld. Vrienden, collega’s, zelfs mijn familie wisten het niet. Ook al had ik die onveilige relatie allang achter me gelaten, toch voelde het spannend om erover te schrijven. Wat zouden mensen ervan vinden? Gelukkig kreeg ik vooral veel steun. Veel lezers vertelden me dat ze ook huiselijk geweld hadden meegemaakt, zelf of in hun omgeving. Sommigen hadden er nog nooit met iemand over durven spreken.
Deze week las ik de indrukwekkende biografie van Gisèle Pelicot, die deze maand zeer terecht een Four Freedoms Award ontvangt. Pelicot kwam er na jaren achter stelselmatig te zijn gedrogeerd en verkracht door haar echtgenoot en tientallen wildvreemde mannen. Van haar zijn de woorden: ‘De schaamte moet van kant wisselen.’ Want waarom zouden vrouwen zich moeten schamen voor het geweld dat hun is aangedaan?
Niet degene die het is overkomen, maar degene die het geweld heeft gepleegd, moet zich schamen. Dat is de essentie van Pelicots aangrijpende relaas. In plaats van een rechtszaak achter gesloten deuren besloot ze pers en publiek te laten meekijken. Niet alleen met de rechtszaak, maar ook met de schokkende video’s die haar man jarenlang van het seksueel geweld had gemaakt. De groep vrouwen die haar bij de rechtbank kwam steunen, werd naarmate de rechtszaak vorderde steeds groter. ‘Het was mijn rechtszaak, maar ook die van hen’, zou Pelicot daar later over zeggen. Alle geïdentificeerde daders werden stuk voor stuk veroordeeld. Eén van hen kreeg in het door hem aangetekende hoger beroep zelfs een hogere straf. En al die tijd zat Gisèle Pelicot moedig in de rechtszaal. Met geheven hoofd.
Gemiddeld gaan er 33 geweldsincidenten aan vooraf voordat slachtoffers de politie inschakelen
Gisèle Pelicot is geen slachtoffer, maar een overlever. Dat geldt voor veel mensen die te maken krijgen met ernstig fysiek, psychisch of seksueel geweld. Hun veerkracht is vaak verrassend groot. Toch hoor ik geregeld van ervaringsdeskundigen dat ze zichzelf verwijten maken. ‘Je laat je toch niet slaan? Waarom bleef je bij een man die je mishandelde?’ Ook al weten ze best dat hun niets te verwijten valt, toch zit de schaamte diep.
Gemiddeld gaan er 33 geweldsincidenten aan vooraf voordat slachtoffers de politie inschakelen, zo bleek uit Amsterdams onderzoek. Als ze al hulp durven in te schakelen. Want het aantal gevallen van geweld dat zich werkelijk afspeelt achter de voordeur is waarschijnlijk vele malen hoger dan het aantal gevallen dat uiteindelijk gemeld wordt. Soms is hulp vragen te spannend. Soms is de schaamte simpelweg te groot.
Statistisch is de kans best groot dat er iemand in uw netwerk thuis niet veilig is. Elke acht dagen sterft er in ons land één vrouw aan femicide, en gemiddeld groeit minstens één kind per klas op in een onveilig gezin. Maar wat kunt u doen als u zich zorgen maakt om iemand die u kent? Ook dan komt die schaamte vaak weer om de hoek kijken. Want waarom zou u zich bemoeien met iemands privézaken? Wat als er helemaal niets aan de hand blijkt te zijn?
Ik weet in alle eerlijkheid niet wat ik had gedaan als mijn buren of collega’s mij destijds hadden gevraagd of het wel goed met me ging. Maar ik weet wel dat ik wou dat ze het hadden geprobeerd. Mocht u zelf twijfelen wat u kunt doen, vraag dan om advies. Kijk bijvoorbeeld eens op www.ikvermoedhuiselijkgeweld.nl of neem contact op met Veilig Thuis (0800-2000). Kijk niet weg, maar kom in actie. Want ook hier is het de hoogste tijd dat de schaamte van kant wisselt.
Progressief Nederland (voorheen GroenLinks-PvdA) stemt donderdag tegen het Europese migratiepact in de Tweede Kamer. Hoewel de partij het pact in principe steunt, verzet zij zich tegen de Nederlandse uitwerking ervan.
De partij heeft vooral moeite met het feit dat gezinnen met kinderen in detentie geplaatst kunnen worden wanneer zij geen verblijfsvergunning krijgen. Een amendement van Lisa Westerveld om dit te verbieden werd verworpen, net als andere voorstellen van PRO om het beleid humaner te maken.
Donderdag 2 april vindt de eindstemming plaats over het Europese migratiepact, dat medio juni moet ingaan. Hoewel dit pact op Europees niveau is geformaliseerd, is het nu aan lidstaten om dit om te zetten naar nationaal beleid. Hiervoor is een wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 nodig.
Over de exacte invulling van deze wijzigingen wordt sinds het begin van het jaar hevig gediscussieerd. Waar rechtse partijen het pact niet ver genoeg vinden gaan, wijzen linkse partijen op het gebrek aan een humane benadering. Maar weinig politici behaalden succes om hun stempel op het nieuwe beleid te drukken. Alleen de motie van JA21 die oproept om directeuren van azc’s de bevoegdheid te geven om bewoners te verplichten cursussen te volgen, heeft het gehaald.
Het EU-migratiepact moet leiden tot strengere controles aan de buitengrenzen van de EU, snellere procedures om te bepalen wie mag blijven, meer mogelijkheden om migranten zonder verblijfsrecht terug te sturen en, in de Nederlandse uitwerking, de mogelijkheid tot detentie van uitgeprocedeerde gezinnen, inclusief kinderen.
Over dit laatste maakt de asielminister zich geen zorgen. Gezinnen met kinderen zouden over het algemeen geplaatst worden in reguliere asielzoekerscentra, ook na afwijzing, zo reageerde hij op de motie van PRO.
Museum Maluku geeft met de privéfoto’s van Molukse Nederlanders een veelzijdig beeld van de geschiedenis.
In het Museum Maluku in Den Haag hangt sinds kort een hele expositieruimte vol foto’s die tot voor kort niemand ooit had gezien. Bezoekers schreven er met stift hun herinneringen bij. Namen, plekken, anekdotes, soms maar één woord. ‘De opening van onze fototentoonstelling op 20 maart was een groot succes’, vertelt directeur Henry Timisela. ‘Die lege wanden zijn nu gevuld. Mensen voelen zich vrij om hun verhaal achter te laten. Dat is precies wat we willen.’
De foto’s komen uit koffers, dozen en zelfs oude Albert Heijn-tassen die Molukse families jarenlang bewaarden. Sommige negatieven lagen twaalf jaar in containers, nadat het museum ooit moest verhuizen. ‘Toen ik directeur werd, was het een enorme puzzel om alles weer bij elkaar te krijgen’, zegt Timisela. ‘We zijn nu bezig met uitpakken, registreren, titels beschrijven. En dankzij een samenwerking met de KB Nationale Bibliotheek kunnen we veel foto’s eindelijk digitaliseren.’
Het resultaat is een collectie die blijft groeien: beelden uit Indonesië, maar vooral foto’s vanaf 1951, toen de eerste Molukse KNIL-militairen en hun families naar Nederland kwamen. Niet alleen persoonlijke foto’s, maar ook beelden van kerkopeningen, buurtfeesten, demonstraties en bruiloften. ‘We willen met deze tentoonstelling iets teruggeven aan de gemeenschap’, zegt Timisela. ‘Dankzij bezoekers weten we nu van veel foto’s welke mensen erop staan. Dat helpt ons enorm. En bovendien betrekt het de Molukse gemeenschap actief bij het museum.’
Hutkoffers
Het Museum Maluku ontstond in de jaren tachtig, als onderdeel van het minderhedenbeleid dat volgde op de beruchte Molukse treinkapingen. Er kwam ook een banenplan voor werkloze Molukse jongeren. ‘Mensen brachten hutkoffers mee waarmee hun ouders naar Nederland kwamen’, vertelt Timisela. ‘Met KNIL-uniformen, foto’s en andere documenten. Dat materiaal vormt nu de kern van onze collectie.’
Maar de geschiedenis van de Molukse gemeenschap in Nederland is breder dan de bekende hoofdstukken: de aankomst in 1951, het verblijf in Westerbork, beter bekend als Schattenberg, en andere voormalige concentratiekampen, de treinkapingen en de strijd voor een onafhankelijke Republiek Zuid-Molukken, de RMS. Timisela benadrukt dat vooral de ‘anderhalve generatie’ — kinderen die in 1951 arriveerden en nu tachtig of negentig zijn — te weinig aandacht krijgt. ‘Hun verhaal is ondergesneeuwd. Eerst was er aandacht voor de KNIL-generatie en voor de tweede generatie, waarvan sommigen radicaliseerden in de jaren zeventig. Maar de generatie die in de jaren zestig volwassen werd en ging studeren, is bijna vergeten. Dat is niet goed, omdat we een compleet verhaal willen brengen.’
Van Molukse wijken naar een verspreide gemeenschap
Ooit waren veel Molukse wijken exclusief voor Molukse gezinnen, op basis van afspraken met Nederlandse gemeenten. ‘Dat is nu niet meer van deze tijd, vinden veel gemeenten. Maar die afspraken zijn destijds wel gemaakt.’ Plaatsen als Bovensmilde, Hoogkerk (gemeente Groningen, red.) en Capelle aan den IJssel waren decennialang herkenbare Molukse enclaves.
Tegenwoordig woont de derde generatie overal: in Almere, Rotterdam, Groningen enzovoort. Toch keren sommige jongeren terug naar de oude Molukse wijken. ‘Mensen zoeken naar een gevoel dat ergens anders niet te vinden is’, zegt Timisela. ‘Het heeft te maken met identiteit.’
‘Molukse jongeren in Nederland komen via social media nu veel gemakkelijker in contact met hun leeftijdsgenoten op de Molukken’
Hoewel de meeste Molukkers protestants-christelijk zijn, bestaat er ook een kleine Molukse moslimgemeenschap. ‘Die mensen waren zelfs de eerste moslimgemeenschap in Nederland na de Tweede Wereldoorlog’, vertelt Timisela. ‘De eerste moskee met een minaret in Nederland stond in Friesland en was Moluks.’
In 2000 leidde een bloedig religieus conflict tussen christenen en moslims op de Molukken tot spanningen, maar in Nederland bleef de gemeenschap opvallend eensgezind. ‘Hier zeiden de christelijke en islamitische Molukkers: “Wij zijn Moluks, punt.” Op de Molukken zelf proberen ze de wonden te helen. Christenen en moslims helpen elkaar bij de bouw van een moskee of een kerk.’
‘Ik ben geen Indonesiër, ik ben Moluks’
De steun voor de RMS, de Republiek der Zuid-Molukken, is de afgelopen jaren afgenomen, zegt Timisela. ‘Van oorsprong ging het om het ideaal van een onafhankelijke Republiek Zuid-Molukken, los van Indonesië. Nu is de RMS vooral een identiteitssymbool geworden. Mensen zeggen: “Ik ben geen Indonesiër, ik ben Moluks.”’
Foto uit de collectie van Museum Maluku
Voor de oudere generaties blijft de RMS een emotioneel anker, een herinnering aan hun ouders die hun idealen meenamen naar Nederland. Maar onder jongere generaties verschuift de aandacht. ‘Veel jongeren zetten zich nu in voor mensenrechten op de Molukken. Ze verzetten zich tegen massale ontbossing op de eilanden en tegen de armoede en ongelijkheid. Ze zijn betrokken, maar niet per se via de RMS. Interessant is ook dat Molukse jongeren in Nederland via social media nu veel gemakkelijker in contact komen met hun leeftijdsgenoten op de Molukken.’
Het verhaal van binnenuit
Wat Timisela het belangrijkst vindt, is dat het museum een plek is waar Molukkers zelf hun geschiedenis vertellen. Niet van bovenaf, niet door buitenstaanders, maar door de gemeenschap. ‘We zijn een gemeenschapsmuseum’, zegt hij. ‘Het verhaal moet van binnenuit komen. In onze eigen woorden.’
De foto’s aan de wand, ooit verstopt in koffers en containers, vormen nu een levend archief. Een gedeeld geheugen dat zich blijft uitbreiden, elke keer dat iemand een naam herkent, een herinnering opschrijft of een vergeten negatief inlevert.
‘Het is onze geschiedenis’, zegt Timisela. ‘En die vertellen we samen.’
Het was gisteren groot feest in de Schilderswijk in Den Haag. Nederlanders van Turkse komaf juichten en toeterden voor Turkije, dat Kosovo met 1-0 versloeg in de Kosovaarse hoofdstad Pristina, meldt Regio15.
De Turkse vreugde was groot, mede omdat het land na 24 jaar weer op het hoogste podium van het wereldvoetbal staat. Tegelijk is ook dit WK, net als dat in Qatar in 2022, omstreden. Het toernooi wordt gespeeld in de Verenigde Staten, dat oorlog voert tegen Iran. Iran laat weten dat het gewoon meedoet met het WK. ‘We boycotten de Verenigde Staten, niet het WK’, aldus de Iraanse bondsvoorzitter Mehdi Taj tegen NOS.
De uitzinnige Turken in de Schilderswijk hadden daar geen boodschap aan. De laatste keer dat Turkije op een WK speelde, was in 2002. Toen waren de meeste feestvierders nog niet eens geboren. Turkije werd destijds derde. Hakan Sükür scoorde toen het snelste doelpunt ooit op een WK, na 11 seconden. Dat record staat nog steeds.
Gisteren was het overigens niet alleen feest voor Turken. Ook Bosniërs, die een groot voetballand als Italië na strafschoppen versloegen, en Irakezen en Congolezen plaatsten zich voor het grootste WK ooit, met 48 deelnemende landen.
De Turkse autoriteiten hebben opnieuw een seculiere burgemeester van een grote stad opgepakt op basis van beschuldigingen van corruptie. Dit keer gaat het om burgemeester Mustafa Bozbey van de vierde stad van Turkije, Bursa, zo meldt RTL Nieuws.
Bozbey is niet de enige burgemeester van de oppositiepartij CHP die achter de tralies verdwijnt. De belangrijkste is de burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoglu, de enige serieuze tegenkandidaat van Erdogan bij de presidentsverkiezingen in 2028. Hij werd vorig jaar maart opgepakt en zit nog steeds vast.
Erdogan rekent langzaam maar zeker af met de seculiere oppositie, die tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2024 als grootste partij uit de bus kwam. Sindsdien zijn er talloze CHP-burgemeesters, hun medewerkers, maar ook journalisten die daarover berichten, opgepakt. Ze worden allemaal van corruptie verdacht en ervan beschuldigd lid te zijn van een ‘criminele organisatie’.
Tegen Imamoglu eist het Turkse OM zelfs een gevangenisstraf van meer dan 2000 jaar, op basis van 142 aanklachten. Interessant is dat geen enkele politicus van regeringspartij AKP van corruptie wordt verdacht, terwijl daar sinds 2002 ook genoeg dossiers over zijn verzameld.
Turkish Minutemeldt dat sinds 31 maart 2024 (de verkiezingswinst van de seculiere partij) in al 85 gemeenten waar de CHP won, het bestuur weer onder controle van vertrouwelingen van Erdogan is gekomen. Dat gebeurt via een ‘curator’, die ‘uit staatswege’ (lees: de AKP) wordt aangesteld.
Voor Europa is 12 april de dag van erop of eronder. Dan worden in Hongarije verkiezingen gehouden voor het parlement en staat de macht van Victor Orbán op het spel. De man die al 16 jaar regeringsleider is en met afstand de grootste kwelgeest is van de Europese Unie. Hij is de man die de Europese eenheid in de weg staat. Hij is daar trots op, want hij, de redder, schildert de EU af als een vijand die samen met Zelensky zijn land groot kwaad wil berokkenen, door het arme vaderland in de oorlog te slepen en goedkope olie uit Rusland afhandig te maken. De EU en Oekraïne zijn volgens Poetins vriend Victor de duivels, die de soevereiniteit en veiligheid van Hongarije in gevaar brengen.
‘Ik of Zelensky!’, brult Orbán de kiezers toe.
Omdat hij in de peilingen achterloopt op zijn rivaal Peter Magyar, doet hij er alles aan om het voor te stellen alsof Hongarije zijn ondergang tegemoet gaat als hij niet gekozen wordt. Zonder hem gaat het volk koude winters tegemoet of moet zich blauw betalen voor olie uit Kroatië, terwijl de jongens naar het Oekraïense front worden afgevoerd door wrede Brusselse bureaucraten.
Russische geheime dienst
Volgens oppositiekringen heeft Orbán zelf de Russische geheime dienst gevraagd een onlinecampagne te voeren om hem te helpen. The Washington Post onthult dat de Russische dienst SVR al gekomen is met het plan om een nepaanslag op Orbán uit te voeren, omdat een aanslag ook Trump zo heerlijk geholpen heeft. ‘Operatie Gamechanger’ was het Russische plan getiteld. Op die manier zouden de staatsmedia — er zijn nauwelijks andere — de aandacht effectief kunnen afleiden van de beroerde economische situatie in het land en de vele corruptieschandalen.
Oppositieleider Peter Magyar daarentegen hoeft niet te overdrijven. Nu is weer door diezelfde The Washington Post aan het licht gebracht dat de Hongaarse minister van buitenlandse zaken Szijjártó al jaren de pauzes van de vergaderingen van de Europese Raad benut om de Russische minister Lavrov heet van de naald op de hoogte te brengen. Inmiddels heeft de minister dit toegegeven, hij zou het hebben gedaan omdat het ‘in het kader van diplomatie altijd goed is om met de andere kant te praten’. Magyar heeft Szijjártó met reden ‘een verrader van Hongarije’ genoemd.
Gematigd conservatief
De advocaat Peter Magyar (Peter Hongaar) is eigenlijk een gematigd conservatieve man, lijkt mij. Hij was tot enkele jaren terug nog lid van Fidesz, de partij van Orbán. Hij was afkomstig uit de heersende klasse en vertegenwoordigde zijn land als diplomaat in Brussel. Omdat hij anders dacht over de EU en afschuw toonde van de corruptie, heeft hij de Tisza-partij opgericht, de partij ‘Voor Respect en Vrijheid’.
Bij de Europese verkiezingen van 2024 kreeg zijn partij zomaar ineens 31 procent van de stemmen, een percentage waar de gangbare oppositie alleen maar van kon dromen. Die oppositie was niet populair en daarom heeft Magyar zich opgesteld als ‘derde weg’, als de kandidaat die noch bij de regering, noch bij de oppositie hoort. Maar het gevolg is wel dat door de vele stemmen die deze tactiek opleverde, hij toch echt wel dé oppositie geworden is. Iets wat Orbán zelf benadrukt door hem verdacht te maken als ‘knecht van Zelensky en stroman van de EU’.
Zal het Magyar lukken om Orbán deze keer te verslaan?
Het succes van de Gay Pride van vorig jaar in Boedapest maakte al duidelijk dat de stemming in de hoofdstad zich tegen de regering keert, die de parade wilde verbieden. De vraag is alleen of die stemming zich nu ook over het platteland heeft verspreid; dat is tot nu toe het onneembare bolwerk van Orbán geweest.
Bloed onder de nagels vandaan
Het is zeker waar dat de EU uit zijn dak gaat als Magyar echt zou winnen. Door zijn vijandige opstelling, door zich te scharen aan de kant van Poetin en Trump, breekt Orbán de eenheid van Europa. Zijn veto over de lening van 90 miljard aan Oekraïne is tartend. De EU heeft er lang aan gewerkt, iedereen is vóór, maar omdat meneer Orbán als enige van de 27 staatsleiders tegenstemt, gaat het niet door.
Tenzij Orbán de verkiezingen verliest.
Orbáns argument is dat Oekraïne de levering van Russische olie blokkeert. Maar de olie uit Kroatië heeft de gewone marktprijs en is zonder meer een goed alternatief voor de Russische olie die door de nu kapotte Droezjba-pijplijn heeft gestroomd. Orbán blaast de blokkade van de Droezjba-olie nu op om een mooiklinkend voorwendsel te hebben om aan de Russische olie vast te houden en Poetin ter wille te blijven.
Orbán haalt de EU het bloed onder de nagels vandaan en die zal zeker radicale stappen zetten om Hongarije buitenspel te zetten in het geval hij de verkiezingen toch wint. Die radicale stappen zijn niet gemakkelijk, omdat artikel 7 van het EU-verdrag weliswaar mogelijk maakt dat een land het stemrecht kan worden ontzegd, maar dan moet dat voorstel wel vrijwel algemeen worden ondersteund. En nu zijn bijvoorbeeld Fico van Slowakije en ook Meloni, van Italië, nog tegen.
En toch zal dat op de een of andere manier moeten gebeuren. Hongarije is onder Orbán een openlijke voorpost van Rusland en extreemrechts. Zojuist is er weer de beruchte CPAC-conferentie gehouden, een jaarlijkse gewoonte. Politici als Wilders, Le Pen, Weidel, en via video Trump zelve spraken daar hel en verdoemenis uit over de EU en betuigden sympathie aan Poetin. Trump roept op om op Orbán te stemmen, ondanks zijn drukke beslommeringen in Iran neemt hij daar graag even de tijd voor.
Zal het Magyar lukken om Orbán deze keer te verslaan? Uit peilingen blijkt al maanden dat hij gemiddeld een procent of 5 op de potentaat voorligt, maar ik ben er niet gerust op. Orbán kan met behulp van al zijn media — die een monopoliepositie over de informatie hebben — en ook met de hulp van Rusland flink stemming maken. Bovendien zal hij grote bevolkingsgroepen de komende weken wat extra geld toestoppen: omkoping met geld van de EU wellicht.
En er is een nieuw schandaal aan het licht gekomen. De verkiezingswaarnemers van de OVSE (de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) zullen worden geleid door een Russin, Daria Boyarskaya, die als tolk voor Poetin heeft opgetreden en familieleden in de Russische overheid heeft. Zal de kritiek daarop alsnog tot verandering leiden? Ik betwijfel het, maar alles is mogelijk.
Voor het eerst is er een serieuze kans dat het lukt Orbán uit zijn chanteurshol te verdrijven. Lukt het, dan wordt Europa een eenheid. Lukt het niet, dan zal de EU revolutionair te werk moeten gaan, want de verenigde Staten van Europa zijn als toekomstige politieke formatie onmisbaar om te ontsnappen uit de tang van Poetin en Trump.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.