9.1 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 224

‘Vrij Nederland moet weer kleur op de wangen krijgen’

0

Als nieuwe hoofdredacteur wil Sander Heijne Vrij Nederland weer tot moreel kompas maken. ‘Mijn ambitie is een nieuw verhaal voor progressief Nederland.’

De redactieruimte van Vrij Nederland huist sinds kort op de bovenste etage van debatcentrum Pakhuis de Zwijger. Een ruim lokaal met zeventien werkplekken, uitkijkend over de oostkant van Amsterdam. ‘Hiernaast is nog een ruimte, daar zoek ik nog een huurder voor’, wijst Sander Heijne (1982). Sinds april is hij hoofdredacteur van Vrij Nederland. Hij ziet het als zijn verantwoordelijkheid pal te staan voor journalistieke vrijheid, schreef hij kort na zijn aantreden tot zijn lezers.

Vrij Nederland is van oorsprong een verzetskrant. Opgericht in augustus 1940, een tijd waarin de nazi’s hier de baas waren’, zegt Heijne. ‘De hele eerste redactie is tijdens de oorlog gefusilleerd omdat ze een krant maakten waarin ze schreven wat geschreven moest worden.’

‘Ik zie een parallel met die tijd. De politiek van haat en onverdraagzaamheid is terug en richt zich vooral op minderheden. Op iedereen die een beetje afwijkt van de conservatieve, witte norm. Ik maak me daar grote zorgen over. Het is noodzakelijk dat Vrij Nederland met haar geschiedenis en traditie zich daarover duidelijk uitspreekt en benoemt wat gaande is.’

Heijne wil een stem geven aan mensen die we niet zo vaak horen in de publieke discussies. ‘Ik heb behoefte aan een grote schoonmaak van het maatschappelijk debat. Ik hoor voortdurend dezelfde geluiden en ideeën.’

In jullie colofon staan alleen maar witte mensen. Van de redacteuren bij Vrij Nederland heeft niemand een migratieachtergrond?

‘We zitten in een overgangsfase. We bouwen aan een nieuwe website en een nieuw team. Ik heb in april de leiding overgenomen. Binnenkort kondig ik een aantal nieuwe mensen aan. Daar zitten journalisten bij met een migratieachtergrond.’

Dat vind je belangrijk?

‘Ja, diversiteit is een verrijking. Ik wil dat we een afspiegeling van de bevolking zijn. Een titel als Vrij Nederland moet vanuit verschillende perspectieven naar de samenleving kijken. Een journalist die ik net aan de freelancepool heb toegevoegd en waarmee we hopelijk veel mooie stukken gaan maken, is Bo Hanna. Ken je hem? Hij heeft echt een heel ander perspectief op de samenleving dan ik; zijn achtergrond is koptisch-Egyptisch. Ik heb net ook een oudere witte man aangenomen, die hadden we ook niet meer.’

In de jaren negentig was Vrij Nederland een instituut. Daarna leek het bergafwaarts te gaan. Wat is er toen gebeurd?

‘Ik denk een paar dingen. Kranten gingen weekendbijlages maken. Ze werden concurrenten in de traditionele rol van bladen als Vrij Nederland en ook van Elsevier en HP/De Tijd voor duidingen en achtergronden bij het nieuws.

‘Daarnaast belandden we in een periode van ideologische eenheidsworst. Het neoliberalisme kwam op. We kregen een paarse coalitie. Alle politieke gezindten gingen min of meer dezelfde politiek uitdragen en voorstaan. Het was een tijd waarin iedereen in dezelfde ideologische fuik zat, namelijk dat ideologie voorbij was. Daarmee werd ook de positie van een blad als Vrij Nederland, dat voortkomt uit een zeer progressieve en vrijheidsminnende traditie, minder helder. Het werd steeds diffuser waar we voor stonden.’

In de jaren na de oorlog was dat wel duidelijk. Tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd tussen 1945 en 1949 koos Vrij Nederland de kant van Indonesië. Jullie zagen Nederlands-Indië als kolonisatie.

‘Ja, een krankzinnige oorlog. Dat zeg ik als kleinzoon van een officier die daar heeft gevochten. Niet omdat hij dat wilde, hij werd gestuurd. In een democratie volgen militairen de democratisch gekozen regering. Dus hij ging. Dat is een voorbeeld waarin je ziet dat goede mensen hele foute dingen kunnen doen als het systeem ze die kant op duwt.’

‘De Gaza-oorlog laat zien waarom je moet voorkomen dat extremisten de leiding krijgen’

Nu is de strijd in Gaza een grote oorlog. Hoe kijkt Vrij Nederland daarnaar? Beschouwen jullie Israël en de bezette gebieden ook als een koloniaal project?

‘Kijk, de oorlog in Indonesië destijds, de dekolonisatieoorlog, was overzichtelijk. Nederland was daar uitgejaagd en probeerde het te heroveren. Al was het voor de toenmalige redactie niet makkelijk om tegen die oorlog te zijn. De stemming in het land was dat we recht op Indië hadden.

‘Bij het Israëlisch-Palestijns conflict ligt het complexer. Ik ben ondubbelzinnig tegen de oorlog die Israël nu voert in Gaza. Als je mij vraagt: is er nu sprake van apartheid daar? Dan zeg ik ja, ik ben er geweest en denk dat dat zo is. Wat ik moeilijker vind, is dat mensen Israël een koloniaal project noemen. Want dat dwingt je de redenering af te maken.’

Tot welke slotsom zou je dan komen?

‘Als je Israël op gelijke hoogte stelt met het voormalige Nederlands-Indië, dan zeg je in feite dat Israël moet worden opgeheven. Dat is de consequentie van zo’n standpunt. Maar wat zijn de gevolgen hiervan voor Joodse mensen die daar geboren en getogen zijn? Je kunt onrecht niet bestrijden met onrecht. Daarom moet er een manier worden gevonden om vreedzaam met elkaar samen te leven en ieders mensenrechten te laten gelden.’

Hoe bericht Vrij Nederland over deze oorlog?

‘We schreven bijvoorbeeld over Dutch Scholars for Palestine. Nederlandse academici die bij hun universiteiten pleiten voor het doorsnijden van de banden met Israël. Dat hebben we vooral als journalistieke productie benaderd: wat speelt er op de universiteit, hoe zien die banden eruit, werken universiteiten mee? Op die manier dringen we niet één standpunt op. Ik wil onze lezers bouwstenen aanreiken om zelf na te denken.

‘Ik ben de hoofdredacteur, maar bepaal niet hoe er gedacht en geschreven wordt. Al is er wel een bandbreedte van meningen die wel of niet acceptabel zijn in Vrij Nederland. Een rode lijn.’

En die is?

‘Alles wat oproept tot het schenden van burgerrechten, mensenrechten, gaat te ver. Ik vind ook dat we ons heel duidelijk moeten uitspreken tegen politici en publieke figuren die oproepen tot onverdraagzaamheid en haat. Ik ben net zo fel gekant tegen mensen die oproepen tot het plegen van massamoorden in Palestijnse gebieden als tegen mensen die het onderscheid niet maken tussen vertegenwoordigers van de Israëlische staat en Joden. Dat is dezelfde denkwijze. Als je zo massaal bombardeert als Israël nu doet in Gaza, maak je geen onderscheid tussen strijders en burgers. Los van de vraag of het gerechtvaardigd is om daar oorlog te voeren, het is nooit gerechtvaardigd om burgers te bombarderen.

‘De Gaza-oorlog laat ook zien waarom je moet voorkomen dat extremisten de leiding krijgen over een gebied. Dit gebeurt als je de ander demoniseert en uitsluit. Als dan de één een heel machtig leger heeft en voortdurend wordt bewapend en de ander niet, is dit wat je krijgt. Maar stel dat we het omdraaien. Je ontwapent de Israëli’s en bewapent Hamas, dan worden de slachtofferrollen ook omgedraaid. Is dat wat we willen?’ 

Waar gaat Vrij Nederland met een nieuwe hoofdredacteur zich mee bezighouden?

‘Met de grenzen van onze vrijheid, vanuit een progressieve signatuur. Mijn grote zorg is dat onze vrije samenleving onder druk staat. Veel mensen durven online niet meer hun mening te uiten. Je wordt door medeburgers belaagd zodra je dat doet. In feite is dat al het einde van de vrije meningsuiting. Een enorm probleem. Als we kijken naar onze democratie: naar oud-minister Sigrid Kaag die zich terugtrok uit de politiek omdat ze te veel bedreigd werd. Als mensen die een mandaat hebben niet meer durven deelnemen aan verkiezingen vanwege hun persoonlijke veiligheid, dan ben je eigenlijk al geen vrije democratie meer.

‘Het klassieke linkse verhaal is dood. De meeste vooruitgang is geboekt in het verleden. Toen conservatieve en progressieve krachten bereid waren om samen verder te komen. De AOW, toegang tot de zorg, publiek onderwijs. Nu is links zo klein met zo weinig aantrekkingskracht, dat het überhaupt geen eisen kan stellen over welke kant het opgaat met het land. Daardoor heeft rechts vrij spel.

‘Links moet zichzelf opnieuw uitvinden. In de jaren zeventig maakte links zich hard voor de spreiding van geld, kennis, macht. Dat appelleerde bij veel mensen. We zijn al een behoorlijk eind met die spreiding. De meerderheid van de mensen bezit een koophuis en enig kapitaal. Dat succes is ook waarom links nu geen voet aan de grond krijgt. Veel mensen die vroeger links waren, stemmen nu rechts. Ze hebben het gevoel dat ze iets te verliezen hebben.’

Vroeger was Vrij Nederland echt een PvdA-blad. Bij welke partij horen jullie nu?

‘Mijn ambitie is dat wij een rol kunnen spelen bij het vinden van een nieuw verhaal voor progressief Nederland. Alle partijen zijn van harte welkom om bij ons te shoppen.’

Het valt me op dat je klimaat nog niet hebt genoemd.

‘Ik heb klimaatactivist Hannah Prins een column gegeven. Sociaal engagement en klimaat horen bij elkaar. Zie ook de fusie GroenLinks-PvdA. De grootste prijs voor klimaatschade wordt betaald door de kwetsbaarste mensen. Maar uiteindelijk heeft  iedereen er belang bij dat we de klimaatproblemen oplossen.’

Waarom is het zo moeilijk om zo’n links verhaal te vinden in een tijd dat welzijn en klimaat voor iedereen belangrijke thema’s zijn?

‘Ik denk dat er veel tegenwerking is vanuit bedrijven. De nieuwe topman van Shell heeft onlangs gezegd te willen stoppen met dat groene gedoe omdat ze gewoon meer geld verdienen door het oppompen van olie en gas. Er is ook al duizend keer gedocumenteerd hoe allerlei desinformatiecampagnes over het klimaat worden gefinancierd vanuit de fossiele industrie. Zolang dit soort krachten tegenwerken, is het blijkbaar heel moeilijk voor politieke partijen, die veel kleinere budgetten hebben, om het publiek mee te nemen in wat er moet veranderen.

‘Bij het Midden-Oosten, klimaatverandering, allerhande sociale ongelijkheid, gaat het uiteindelijk allemaal om macht. Die is op geen enkele manier gedemocratiseerd en ligt in de bestuurskamer en bij wat aandeelhouders. Vrij Nederland moet de macht gaan uitdagen met ideeën en informatie.’ 

‘Het is niet gelukt om nieuwe generaties aan ons te binden’

In de nieuwe editie staat een column over reclame, vertelt Heijne, ‘alle feiten zitten erin’. ‘Tachtig procent van de producten in de supermarkt is echt ongezond. Ze zijn allemaal met reclame aan de man gebracht. De column is een pleidooi om reclame te verbieden. Dat is ook nog grappig, want hoe zit het dan met adverteren in Vrij Nederland? Lastig, want we moeten wel kunnen bestaan.’ 

Je ziet ook meteen hoe complex het is, wil Heijne zeggen. ‘Ondanks de scherpe kritiek op het neoliberalisme, denken we nog op zo’n neoliberale manier. We vinden reclame heel normaal. Maar het is natuurlijk gek dat de pont hier in Amsterdam, die vaart op kosten van de gemeente, door bedrijven wordt gebruikt als reclamezuil.’

Aan het eind van het gesprek komt Heijne nog even terug op de vraag waarom Vrij Nederland een moeilijke periode doormaakte. ‘Het is niet gelukt om nieuwe generaties aan ons te binden, de millennials en Gen Z. Ik denk dat mijn voorgangers in de jaren negentig en jaren nul moeite hadden om te profileren waar Vrij Nederland voor staat. Toen ik op de middelbare school zat, was de Koude Oorlog net voorbij. We dachten dat de eeuwige vrede was aangebroken en we allemaal rijk zouden worden. Nu we dertig jaar verder zijn, wordt pas echt zichtbaar dat dat een sprookje was en wat er mis is met dat wereldbeeld. Klimaatverandering, oorlogen en de opkomst van extreemrechts in westerse democratieën.’

Vrij Nederland kan zich nu weer veel duidelijker positioneren in de traditie waarin we zijn opgericht. Niet als verzetskrant, want er is geen oorlog. Maar wel met de jaren zeventig en tachtig, toen ideologie een veel duidelijkere rol speelde. Wij moeten weer kleur op de wangen krijgen.’

Moord op meisje toont het morele verval van Turkije

0

‘In dit land mag je nooit een van deze vier dingen zijn: een vrouw, een kind, een boom of een zwerfdier…’ Deze woorden worden toegeschreven aan de grote Turkse romanschrijver Yaşar Kemal. Hij heeft absoluut een open wond geraakt, waaronder Turkije steeds meer lijdt. Alle vier zijn ze extreem kwetsbaar, omringd door geweld en een grote mate van straffeloosheid. Terwijl de bossen van Anatolië worden geplunderd door hebzuchtige mijnbouw- en bouwbedrijven, heeft een recente wet het mogelijk gemaakt dat zwerfhonden en -katten willekeurig worden uitgeroeid door gemeenten. Maatschappelijke organisaties, die toch al onderdrukt worden, voelen zich volkomen hulpeloos in hun verzet.

Het geweld – voornamelijk moorden – tegen kinderen en vrouwen is een hoofdstuk apart. De meest recente episode die deze malaise van de Turkse samenleving benadrukte, was het tragische lot van een achtjarig meisje, Narin Gülan, dat – na 19 dagen zoeken en een bizarre poging tot stilzwijgen in een dorp in de buurt van Diyarbakır – vermoord werd gevonden, achtergelaten in een zak bij een beekbedding.

Ze was op 21 augustus van huis vertrokken om een Korancursus bij te wonen, maar keerde daarna niet meer terug. Ze werd dezelfde avond als vermist opgegeven, en lokale en nationale reddingsteams, waaronder de politie, commando’s, speurhonden en onderwaterzoekteams, werden ingezet.

De toename van geweld tegen vrouwen en kinderen is geen nieuw fenomeen

Nu zijn er 24 mensen gearresteerd, onder wie haar moeder, vader, oom en het dorpshoofd (mukhtar). De familie en het dorp worden geassocieerd met de HUDA-PAR, een fundamentalistische Koerdische partij met banden met de Turkse Hezbollah, die in verband wordt gebracht met gruwelijke moorden op vrouwen en dissidenten in de jaren 1990.

Het incident bracht Turkije tot een kookpunt. De natie staat nog steeds op scherp, als een kruitvat, vanwege een crisis met meerdere lagen – economie, politiek en extreme polarisatie – die Turkije al jaren teistert. Zoals in elk land waarvan de fundamenten aan het instorten zijn, is deze laatste episode opnieuw een ernstig signaal, een symptoom van enorm moreel verval.

Narin is geen uitzondering. Volgens het Centrum voor de Rechten van het Kind (FISA) zijn 133 kinderen om het leven gekomen, niet alleen door moorden maar ook door huiselijk geweld. Kinderen zijn vaak getuige van gruwelijke daden en ‘lokale geheimen’, waardoor ze langdurige psychologische trauma’s oplopen. De kwetsbaarheid van deze slachtoffers, vooral meisjes, legt diepgewortelde problemen in de Turkse samenleving bloot met betrekking tot genderongelijkheid en de normalisering van geweld binnen het gezin.

De gevallen worden vaak in de doofpot gestopt door de lokale bevolking; bronnen die getuigen van seksueel misbruik of buitenechtelijke relaties worden met de dood bedreigd als ze met de autoriteiten praten.

De cijfers over seksueel misbruik van vorig jaar zijn beangstigend. In totaal liggen er 115 duizend dossiers op de planken van de gerechtsgebouwen en het aantal verdachten van dergelijke misdrijven is ongeveer 45 duizend.

Kinderen die ‘verdwijnen’ is een ander hoofdstuk waar weinigen over willen praten. Het Turkse bureau voor de statistiek (TUİK) is gestopt met het delen van gegevens hierover sinds 2016. Volgens de laatste gegevens, over een periode tussen 2008 en 2016, zijn in totaal 104.531 kinderen vermist in Turkije. We weten niet hoeveel kinderen er in de daaropvolgende acht jaar vermist zijn geraakt.

De moorden op vrouwen – samen met kinderen – zijn door de wetteloosheid en de toenemende heerschappij van de politieke islam bijna een norm geworden. Volgens het We Will Stop Femicide Platform, een organisatie die vrouwenmoorden en geweld tegen vrouwen in Turkije bijhoudt, werden in 2022 alleen al meer dan vierhonderd vrouwen vermoord. Veel van deze vrouwen werden vermoord door mannen die beweerden hen te ‘bezitten’ en geweld gebruikten als controlemiddel of wraak wanneer hun relatie eindigde.

De toename van geweld tegen vrouwen en kinderen is geen nieuw fenomeen. Het komt voort uit diepgewortelde gendernormen, patriarchaat en een gebrek aan verantwoordelijkheid. Dit heeft lang bijgedragen aan een omgeving waarin dergelijk geweld niet wordt gerapporteerd en daders ongestraft blijven.

Het rechtssysteem in Turkije wordt vaak bekritiseerd vanwege de mildheid tegenover daders. Lagere straffen voor goed gedrag en onvoldoende handhaving van straatverboden zorgen ervoor dat veel misbruikers vrijuit gaan of hun gewelddadige gedrag kunnen voortzetten met minimale gevolgen. Dit gebrek aan verantwoordelijkheid creëert een gevaarlijke omgeving waarin vrouwen en kinderen zich niet veilig kunnen voelen, zelfs niet nadat ze hun misbruikers hebben aangegeven.

De zaak-Narin onthult nog een andere malaise in de Turkse samenleving. Omdat het incident plaatsvond in een conservatieve, landelijke en Koerdische omgeving, vonden de seculiere en stedelijke segmenten van Turkije troost in het projecteren van hun frustratie over wat zij ‘feodale’ en ‘islamistische’ tradities noemen: het plegen (en in stilte toedekken) van dergelijke misdaden.

Maar vele andere soortgelijke incidenten laten zien dat het slachtofferen van kinderen en vrouwen een veel breder nationaal fenomeen is. Dit is duidelijk wat Yaşar Kemal bedoelde met zijn treffende verklaring.

Rapport: klimaatverandering gaat ook over onrechtvaardigheid

0

Klimaatverandering gaat niet alleen over de gevolgen voor onze planeet, maar ook over onrechtvaardigheid. De minst welvarende gemeenschappen ondervinden de grootste gevolgen van klimaatverandering, terwijl de meest welvarenden het meeste bijdragen aan de problemen.

Dit is een van de conclusies van de Aarde Commissie, een internationaal team van wetenschappers, in een nieuw rapport dat gisteren werd gepubliceerd in het tijdschrift Lancet Planetary Health. In dit rapport stelt de commissie dat het nog niet te laat is voor planeet Aarde. Een ‘radicale transformatie van de wereldwijde politiek, economie en maatschappij om een eerlijkere verdeling van hulpbronnen te garanderen, een snelle uitfasering van fossiele brandstoffen en de wijdverbreide adoptie van koolstofarme, duurzame technologieën en levensstijlen’ zou het tij kunnen keren.

‘Dit zou waarschijnlijk betekenen dat er grenzen moeten worden gesteld aan overmatige consumptie en dat belastingen moeten worden gebruikt om ongelijkheid aan te pakken en inkomsten te genereren voor investeringen in technologie en infrastructuur’, aldus de wetenschappers.

Het rapport is het resultaat van een ‘gedachtenexperiment’ uitgevoerd door een internationaal team van 65 natuur- en sociale wetenschappers, zoals the Guardian uitlegt, die uitgebreid aandacht besteden aan het onderzoek. Het doel van het onderzoek is te onderzoeken hoe 7,9 miljard mensen op aarde toegang kunnen hebben tot de benodigde hoeveelheden voedsel, water, energie, onderdak en transport.

In het rapport wordt een dagelijkse levensstandaard beschreven die voor iedereen haalbaar zou moeten zijn. Deze omvat 2500 calorieën aan voedsel, 100 liter water, 0,7 kWh elektriciteit, een woonoppervlak van 15 vierkante meter en jaarlijks 4500 km (2800 mijl) aan transport.

Basis nu al niet haalbaar

Maar deze basis is nu al niet haalbaar voor iedereen op aarde zonder de planetaire grenzen te overschrijden. De gevolgen van het overschrijden van deze grenzen zijn vooral zichtbaar in minder welvarende landen, zoals India, waar ongeveer 1 miljard mensen op aangetast land leven; Indonesië, waar 194 miljoen mensen worden blootgesteld aan onveilige stikstofniveaus; en Brazilië, waar 79 miljoen mensen worden blootgesteld aan onveilige en onrechtvaardige niveaus van luchtvervuiling.

De mensen die hier iets aan kunnen doen, behoren tot de 15 procent grootste uitstoters. Bovendien hebben mensen die prioriteit geven aan volksgezondheid, gelijkheid en democratie, doorgaans een lager consumptieniveau.

‘De grote verschillen kunnen worden gemaakt in steden en bij grote bedrijven, die doorgaans flexibeler zijn dan nationale overheden en minder afhankelijk zijn van gevestigde bedrijfsbelangen’, zo beschrijft het rapport.

Daarnaast legt het rapport de nadruk op het belang van gelijkheid. ‘Door te beperken wat mogelijk is voor sommige mensen, worden er mogelijkheden voor anderen gecreëerd.’

Diaspora draagt ruim 6 miljard euro bij aan Turkse economie

0

Turkse vakantiegangers hebben dit jaar met een recordaantal van 4,3 miljoen het moederland bezocht en meer dan 6 miljard euro uitgegeven in Turkije. De Turkse regering, die de laatste jaren economisch niet goed heeft gepresteerd, kan haar geluk niet op, meldt de nieuwssite Turkinfo.

Met name de toeristenindustrie zou profiteren van de komst van ‘buitenlandse deviezen’, aldus Turkinfo. ‘De bedrijvigheid rondom juweliers, restauranthouders en souvenirbedrijven nam toe.’

Dit is gunstig voor de kwakkelende Turkse economie, waar een euro momenteel 40 Turkse lira waard is en veel Turken moeite hebben om rond te komen. Een woordvoerder van de regerende AK-partij is daarom bijzonder tevreden met de komst van diaspora-Turken. ‘Ze spelen een sleutelrol bij de instroom van deviezen in de staatskas,’ zegt hij tegen Turkinfo.

‘Turken in het buitenland’ kozen dit jaar vaker voor de auto bij hun bezoek aan Turkije. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de stijgende prijs van vliegtickets. In de vakantieperiode kost een retourvlucht naar Turkije vanuit Nederland ongeveer 700 euro, waardoor het voor gezinnen met kinderen voordeliger is om twee of drie dagen met de auto te reizen.

Overplaatsen van overlastgevende asielzoeker is geen vrijheidsontneming

0

Een overlastgevende asielzoeker mag naar een handhavings- en toezichtlocatie (HTL) worden gebracht, zonder dat er sprake is van vrijheidsontneming. Dat oordeelde de Raad van State afgelopen vrijdag in twee rechtszaken.

Op woensdag 11 september deed de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in twee rechtszaken van asielzoekers die van mening waren dat hun vrijheid was ontnomen toen ze in een HTL geplaatst werden. Een van de asielzoekers was bovendien in een aparte kamer geplaatst, waar hij nog meer in zijn vrijheid werd beperkt. Maar ook daar was geen sprake van vrijheidsontneming, want er is een wezenlijk verschil tussen vrijheidsontneming en vrijheidsbeperking, zo oordeelde afdeling bestuursrechtspraak.

In de rechtszaken ging het om een Somalische en een Iraakse man die allebei ernstige overlast hadden veroorzaakt in een AZC. Hierbij ging het om vernieling van spullen, agressief gedrag en fysiek geweld tegen andere asielzoekers en medewerkers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA).

De mannen werden vanwege deze overlast overgeplaatst naar een HTL. Op deze locatie werd de Iraakse man opnieuw agressief. Hij werd daarom voor een periode van twee weken in een ROV-kamer geplaatst. ROV staat voor Regeling Onthouding Verstrekkingen. In deze ruimte zat hij alleen op zijn kamer, mocht hij niet in de andere ruimtes van de HTL komen en mocht hij niet deelnemen aan het dagprogramma.

‘Beide mannen vinden dat bij een overplaatsing naar een HTL sprake is van vrijheidsontneming, en niet van vrijheidsbeperking. Het verschil is relevant, omdat niemands vrijheid zomaar mag worden ontnomen. Daarom gelden voor vrijheidsontnemende maatregelen aanvullende waarborgen om de rechten van de persoon te beschermen,’ legt de Raad van State uit.

Maar van vrijheidsontneming was geen sprake, omdat asielzoekers de HTL vrijwillig hadden kunnen verlaten, oordeelde de Raad. ‘Dat is niet strafbaar en heeft ook geen gevolgen voor de opvang in de toekomst of voor de behandeling van de asielaanvraag.’

Hoe dit vrijwillige vertrek precies zou moeten verlopen, wordt niet duidelijk uit de uitspraak. Wel verwijst de Raad van State naar een eerder geval in 2022, waarbij een van de asielzoekers de HTL had verlaten met onbekende bestemming. Daarop was weliswaar zijn procedure gestopt, maar dit was omdat hij had verzuimd zijn vertrek te melden. Het ging dus niet om het verlaten van de HTL zelf, legt de instantie uit.

De vrijheidsbeperkende instellingen zijn eerder in het nieuws geweest. Hoewel ze door sommigen worden bekritiseerd omdat ze op detentiecentra zouden lijken, vinden anderen dat overlastgevers veel harder gestraft zouden moeten worden.

Joeri Pool (PVV): ‘Krijgsmacht herovert kazerne na kazerne op COA’

0

‘Voorzitter, de slag om de ruimte voor Defensie is begonnen’, zegt de kersverse PVV’er Joeri Pool triomfantelijk in de Tweede Kamer. ‘Na jaren van wanbeleid, waarbij onze kazernes werden omgetoverd tot AZC’s, keert het tij en herovert de Nederlandse krijgsmacht kazerne na kazerne op het COA.’ Hij prijst staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman (BBB) voor zijn beleid en noemt hem een ‘echt werkpaard’.

De staatssecretaris ontvangt het compliment met een glimlach. ‘Dankjewel’, zegt de voorzitter van de Tweede Kamer, Martin Bosma (PVV), die verder niet ingrijpt tijdens het verhaal van zijn partijgenoot. Ook niet als Pool de situatie voorstelt als een ware veldslag tegen asielzoekers. ‘Van de legerplaats Harskamp tot aan het Wallaartse Kreekamp, overal boeken onze militairen forse terreinwinst en worden de daar gelegerde asielzoekers de deur gewezen.’

Pool vraagt wanneer de kazernes weer operationeel kunnen worden. ‘Want, genoeg is genoeg’, aldus Pool. ‘De PVV heeft het altijd totaal onverantwoord gevonden dat onze soldaten de massa-immigratie moesten faciliteren.’

Op sociale media is er ophef over de uitspraken van Pool. ‘Deze man is volkomen knetter’, reageert Ginny Mooy. Journalist Frederike Geerdink bestempelt het zelfs als ‘nazi-taal’ en bekritiseert voorzitter Bosma, die zij extreemrechts noemt, omdat hij niet ingreep. ‘Hoe kan dit godverdomme bestaan? We zijn zo diep, diep kapot’, klaagt Geerdink.

Streven naar een gemeenschappelijke Nederlandse identiteit

0

Nederland staat op een kruispunt door snelle demografische veranderingen, die zowel kansen als risico’s bieden, vooral op het gebied van sociale cohesie en radicalisering. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek groeide de bevolking tussen 2011 en 2022 met 5,61 procent tot 17,59 miljoen. Het aandeel inwoners met een migratieachtergrond steeg van 20,58 procent naar 25,23 procent, terwijl het aantal autochtonen licht afnam. Als deze trend zich voortzet, zal in 2030 bijna 30 procent van de bevolking een migratieachtergrond hebben.

Hoewel diversiteit onze samenleving verrijkt, brengt het ook uitdagingen met zich mee. Snelle demografische verschuivingen kunnen, indien slecht beheerd, leiden tot spanningen en in extreme gevallen radicalisering. De groei van eerste-generatie-immigranten (39,02 procent) overtreft die van de tweede generatie (19,79 procent). Veel nieuwkomers komen uit landen met heel andere culturele, politieke en religieuze achtergronden, wat de kans op culturele botsingen en misverstanden vergroot.

Het probleem ligt echter niet bij de diversiteit zelf, maar bij hoe wij als samenleving ermee omgaan. De lichte daling van de autochtone bevolking (-0,58 procent in 11 jaar) kan bij sommigen angst oproepen voor vervanging of cultureel verlies. Extreemrechtse groepen spelen hier vaak op in, wat kan bijdragen aan wederzijds wantrouwen en radicalisering aan beide zijden.

In 2030 zal bijna 30 procent van de bevolking een migratieachtergrond hebben

De uitdaging is daarom om een gedeelde Nederlandse identiteit te bevorderen die diversiteit omarmt en de zorgen van alle bevolkingsgroepen serieus neemt. Dit is niet slechts een academische vraag, maar heeft grote gevolgen voor de sociale samenhang en nationale veiligheid. Er zijn verschillende stappen nodig om dit te bereiken. Ten eerste moeten er gerichte integratieprogramma’s komen, met aandacht voor taallessen, burgerschapsonderwijs en werkgelegenheid, vooral voor eerste-generatie-immigranten. Ten tweede zijn er initiatieven nodig die mensen uit verschillende achtergronden samenbrengen om barrières te doorbreken en wederzijds begrip te vergroten. Ten derde moeten economische ongelijkheden worden aangepakt, omdat radicalisering vaak gedijt in tijden van economische ontbering. Gelijke kansen op het gebied van onderwijs en werk zijn hierin essentieel. Ten vierde moeten we extremistische ideologieën in alle vormen bestrijden, van islamistisch extremisme tot extreemrechts nationalisme. Tot slot moeten we manieren vinden om diversiteit te vieren en tegelijkertijd gedeelde waarden te versterken, waarbij we respect tonen voor het diverse culturele erfgoed, maar ook vasthouden aan kernwaarden als democratie, gelijkheid en vrijheid.

De demografische veranderingen in Nederland zijn niet uniek. Heel Europa ervaart vergelijkbare verschuivingen. Hoe Nederland hiermee omgaat, zal niet alleen onze eigen toekomst bepalen, maar kan ook als voorbeeld dienen voor anderen. De weg vooruit is uitdagend, maar niet onoverkomelijk. Door de complexiteit van onze veranderende demografie te erkennen en proactieve stappen te ondernemen voor integratie en tegen radicalisering, kunnen we een sterker, hechter Nederland opbouwen dat kracht put uit diversiteit en tegelijkertijd trouw blijft aan zijn kernwaarden. Het alternatief – een gefragmenteerde samenleving die kwetsbaar is voor extremistische ideologieën – is geen optie. De keuzes die we nu maken, zullen de toekomst van Nederland voor generaties bepalen.

De e-bike accepteert de gegoede burgerij wel

0

Een paar maanden geleden schreef collega-columnist Abdelkader Benali een pleidooi voor de fatbike als ‘motor van de vooruitgang’. Het voertuig waar half Nederland op zit te kankeren, zou volgens Benali de mobiliteit van (moslim)jongeren in de wijk bevorderen in een almaar duurdere én segregerende stad als Amsterdam.

‘In mijn wijk word ik links en rechts ingehaald door Marokkaanse meisjes op opgevoerde fatbikes. De snelheid van het voertuig heeft ook hun brutaliteit opgevoerd. Soms worden ze achterna gezeten door een jongen op een fatbike. Soms worden ze achterna gezeten door een heel peloton fatbikes,’ noteerde hij toen.

Bijna was ik gevallen voor de lokroep van de fatbike. Na een dikke week van proefritjes en prijsvergelijken in bijna alle fietswinkels van Amsterdam-West, twijfelde ik nog steeds. Wat mijn keuze ook zou worden, het zou sowieso de duurste aankoop van mijn leven voor een vervoermiddel zijn. Tot dan toe fietste ik nog op het krot dat ik jaren geleden gratis van de gemeente had gekregen omdat ik een uitkering had. Dus ergens wilde ik ook helemaal geen geld uitgeven. Iemand die armoede heeft gekend, geeft niet zo snel geld uit.

Al helemaal niet als de prijzen voor gemotoriseerde fietsen beginnen vanaf 1000 euro. In dat opzicht zijn de uit China geïmporteerde fatbikes nog een ‘koopje’ te noemen. Het klassenverschil met rijkere mensen op de fietsbanen van Amsterdam wordt pas echt duidelijk als je je ogen laat vallen op e-bikes. Daar zijn elektrische fietsen van vijf à zes duizend euro tegenwoordig schering en inslag.

Ik fietste nog op het krot dat ik jaren geleden gratis van de gemeente had gekregen

Zo liep ik een fietswinkel in Zwanenburg binnen, en toen ik vertelde dat mijn budget maximaal 2000 euro was, kon de medewerker zijn glimlach niet bedwingen. ‘Die zijn hier helaas niet te vinden.’ Helaas my ass, dacht ik.

Dan toch maar een fatbike? De ‘goedkope’ spelbrekers in de klassenstrijd van fietsend Amsterdam, waardoor de afstand van de getto’s in Nieuw-West naar de stad aanzienlijk wordt verkort, maar je wel lelijk wordt aangekeken door de rest van Nederland?

Nee, uiteindelijk koos ik voor een e-bike, die wel wordt geaccepteerd door de gegoede burgerij. Ik moest wel even slikken toen het geld van mijn bankrekening werd afgeschreven, maar godallemachtig wat voelt het fijn om erop te scheuren over de grachten van mijn Mokum. De dagen van extra hard trappen bij elke helling, heuvel of met wind tegen zijn gelukkig voorbij.

Jarenlang heb ik een uur moeten bikkelen om aan de andere kant van de stad te komen. Op mijn twintigste en dertigste was dat nog niet echt een probleem, maar nu voel ik hem wel hoor. En ook de volgende dag nog.

Afgelopen weekend ging ik even langs bij al die punten in het Vondelpark die ik met mijn oude gemeentefiets aandeed en waar ik met krant in de hand de junkies van Amsterdam bekeek. Ze zijn er nog steeds, en in grotere getallen. Ze zoeken in prullenbakken naar lege flesjes. Een tafereel dat je tegenwoordig bijna overal in de stad kunt tegenkomen. Ze zijn afgegleden in een maatschappij die niet naar hen omkijkt.

Voorkomen is beter dan genezen. Misschien kan de gemeente Amsterdam weer fietsen weggeven aan mensen die het OV niet meer kunnen betalen voor woon-werkverkeer en ook daarin met de tijd meegaan. Waarom zou een e-bike alleen maar voor rijke mensen moeten zijn? Laat arme Amsterdammers ook genieten, subsidieer de e-bike voor de laagste inkomens!”

Kritische GroenLinks-PvdA-leden zien Hamas als ‘verzetsbeweging’

0

Kritische leden van GroenLinks-PvdA hebben een brief over de Gaza-oorlog geschreven en binnen de partij ter ondertekening aangeboden. Op sociale media heeft Tweede Kamerlid Kati Piri zich uitgesproken tegen de tekst, waarin ‘het bestaansrecht van Israël’ zou worden ontkend.

Ook is er ophef over de wijze waarop Hamas wordt gezien. In de brief Verbreek de stilte! Want zwijgen over onrecht maakt medeplichtig! willen de kritische leden dat Hamas wordt betrokken bij het vredesproces.

‘Het is hierbij van belang te onderkennen dat Hamas door Palestijnen en een groot deel van de wereld wordt beschouwd als een politieke verzetsbeweging met zowel een maatschappelijke als een gewapende tak’, schrijven zij. De partijleiding vindt dat ‘onacceptabel’ en noemt Hamas een ‘terreurorganisatie’.

De briefopstellers onderkennen dat Hamas zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden en benoemen de terreuraanval van 7 oktober als zodanig. Wel worden deze beschouwd als reactie op de ‘decennia-lange terreur van Israël’.

Nederland zou met een pro-Israëlische opstelling aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan. De leden verwijten de eigen partij stilte. ‘Dit nieuwe parlementaire jaar geeft GroenLinks-PvdA een unieke kans om met haar beleid inzake Israël en Palestina een nieuwe weg in te slaan. Een weg die wél voldoet aan de kernwaarden van onze partijen. Hieronder verstaan wij: gelijkheid, rechtvaardigheid, menselijke waardigheid, solidariteit en bevordering van het internationale recht (waaronder de mensenrechten).’

De partijtop neemt afstand van de brief, waarin het bestaansrecht van Israël zou worden ontkend. Dat staat niet expliciet in de tekst, maar er wordt wel geëist dat GroenLinks-PvdA zich moet verzetten tegen het ‘zionisme’ om de rechten van Palestijnen te beschermen en na te leven. ‘Zionisme is in tegenspraak met de kernwaarden van onze partij en tast daarmee de geloofwaardigheid van onze partij aan’, aldus de partijleden.

Gevluchte filmmakers krijgen weer een podium

0

De Buddy Film Foundation helpt gevluchte regisseurs en acteurs op weg in de filmindustrie. ‘We sturen niet zomaar iemand naar de set.’

In 2015 kwam er een grote stroom vluchtelingen op gang, onder andere uit Syrië. Mede hierdoor groeide bij Dewi Reijs, In-Soo Radstake en Dennis Overeem de wens om iets te doen voor de groep gevluchte filmprofessionals. Reijs: ‘Werken in de filmindustrie is geen hobby, maar echt een beroep waar je bewust voor kiest en waar je van houdt. Dat dringt niet altijd door tot de medewerkers van de betrokken instanties. Als je een beroep hebt en dit niet meer kunt uitoefenen, dan is de kans groot dat je, bijvoorbeeld, depressief wordt. Zeker bij een creatief beroep.’

Actrice uit Eritrea

Reijs, Radstake en Overeem richtten in 2017 de Buddy Film Foundation op. Inmiddels heeft de stichting een kantoor in Amsterdam en in Rotterdam. Een van de takken van de foundation is volgens Reijs te vergelijken met een uitzendbureau annex castingbureau. Wie een regisseur, crewlid of acteur nodig heeft, kan Buddy Film benaderen. Zakelijk directeur Shiko Boxman verdiende zijn (film)sporen onder andere bij Cinema Asia en Movies That Matter. Hij benadrukt dat hun deelnemers zo goed mogelijk beschermd worden. ‘We werken niet met zomaar iedereen. Een veilige werkomgeving is voor ons heel belangrijk.’

Reijs legt uit dat die veiligheid breed moet worden geïnterpreteerd. ‘Stel dat we het verzoek ontvangen voor een actrice uit Eritrea voor een rol die te maken heeft met oorlogsgeweld. Dan sturen wij niet zomaar iemand naar de set. We bespreken eerst met de actrice in kwestie of ze dit aankan, behoefte heeft aan begeleiding, of dat dit zou kunnen leiden tot herbeleving van wat ze eventueel zelf heeft meegemaakt. Als we ook maar éven denken dat het aannemen van deze rol tot een trauma-reactie kan leiden, dan gaan we daar heel voorzichtig mee om of kiezen we voor iemand anders. Het hangt er ook van af hoe lang iemand al weg is uit het thuisland en in hoeverre wat er is gebeurd al is verwerkt.’

Zowel Boxman als Reijs geven aan dat mensen tussen de twintig en dertig jaar sneller integreren dan bijvoorbeeld mensen vanaf vijftig jaar. Jongeren staan nu eenmaal anders in het leven en hebben veel meer behoefte aan sociale contacten met hun peers (gelijkgestemden) dan ouderen die al een gezinsleven hebben.

‘Mensen tussen de twintig en dertig jaar integreren sneller’

Wie denkt dat het alleen gaat om vluchtelingen uit westerse landen vergist zich zwaar. ‘De filmindustrie in Arabische landen is groot, net als in Azië’, benadrukt Shiko Boxman. ‘Denk maar aan Bollywood. Naast India heeft ook Nigeria een grote filmindustrie.’

Uit de samenstelling van het castingbestand blijkt hoe divers het aanbod van acteurs, actrices, regisseurs en crewleden is, inclusief grote Nederlandse namen. Er zijn veel mensen uit de (Nederlandse) filmindustrie die de Buddy Film Foundation een warm hart toe dragen. De werkzaamheden vallen uiteen in drie categorieën: de stichting zelf, casting en productie. In de toekomst wil de stichting ook eigen producties realiseren.


Leili Khodaei woont tien jaar in Nederland en is afkomstig uit Iran. Daar behaalde ze een diploma in wis- en natuurkunde, studeerde Perzische literatuur aan de universiteit en publiceerde meerdere dichtbundels in Iran, Azerbeidzjan, en via schrijversorganisatie PEN,  in Tsjechië. In Nederland volgde Khodaei verschillende opleidingen, waaronder filmregie aan de Nederlandse Academie voor Beeldcreatie.

‘Ik voel me altijd welkom bij deze stichting’

‘Het was mijn vierde jaar in Nederland en ik moest een film maken voor mijn afstuderen. Ik had geen netwerk of contacten in de filmwereld hier, terwijl andere studenten dat wel hadden. Dit probleem deelde ik met een van mijn docenten, Mirjam de With. Zij stelde me voor aan Dewi Reijs van Buddy Film Foundation. Het was een goed begin, want Dewi is heel vriendelijk, dichtbij en lief, en ik voel me altijd welkom bij deze stichting.’

Khodaei was enorm verrast door het bestaan van Buddy Film Foundation. ‘Ik wist niet dat zoiets bestond. Het is een multiculturele organisatie, waardoor je niet alleen nieuwe mensen ontmoet, maar ook nieuwe culturen leert kennen en een netwerk opbouwt binnen de filmwereld. Door mijn contacten via Buddy Film Foundation voelde ik me meer op mijn plek in plaats van helemaal alleen. Hoe moest ik financiële steun vinden om een film te maken? Ook dat leerde ik via de stichting. Ze helpen je een goed netwerk van professionele mensen op te bouwen voor je ideeën. De belangrijkste ondersteuning die ik via de stichting ondervind, is spiritueel. Empowerment, de kracht om door te gaan.’

Voor haar afstudeerproject maakte Khodaei een korte film, getiteld Tweede Kamer, over een dakloze vrouw in Amsterdam die in een hostel verblijft en een jonge Iraniër ontmoet. Voor het programma Tegenlicht van de VPRO maakte ze een korte documentaire over Seweta, de eerste Afghaanse vrouwelijke motorinstructeur.

Vrouwenrechten zijn een belangrijk thema voor Khodaei. Haar activisme richt zich vooral op jonge meisjes, soms onder de achttien jaar, die met toestemming van hun vader worden uitgehuwelijkt aan een familielid. Ook de lhbtiq+-gemeenschap heeft haar aandacht. Ze heeft verschillende interviews gegeven aan Voice of America over vrouwen(rechten) en de situatie daarover in Iran.


Kateryna Golovina is een make-up artiest uit Oekraïne. In maart 2022 verliet ze noodgedwongen haar land, na de Russische invasie. Eerst wist ze Polen te bereiken. Ze dacht dat de oorlog zo voorbij zou zijn, maar dat pakte anders uit. Golovina ging naar een vriend in Duitsland, waar ze op een probleem stuitte. ‘Ik kwam terecht in een kleine plaats en er werd amper Engels gesproken. Als ik ergens naartoe belde en vroeg of de persoon Engels sprak, werd er opgehangen. Een vriendin van me woont in Rotterdam. Ik was eerder in Nederland geweest en had er goede herinneringen aan. Mijn vriendin ging met vakantie en ik mocht zolang in haar woning blijven.’

‘Het gaat om veel meer dan geld verdienen’

Vanaf het moment dat ze in Nederland was, probeerde Golovina aan de slag te komen in haar eigen vak. ‘Ik houd me bezig met make-up, special effects, bodypainting en grime. Na mijn verblijf in Rotterdam kwam ik bij een gastgezin in Montfoort, vlak bij Utrecht. Zij hadden contacten met de filmwereld en adviseerde me om contact op te nemen met Buddy Film Foundation. Dennis Overeem nodigde me uit en ik moest mijn cv meenemen.’

Het werd een lang gesprek waarbij Golovina uitlegde dat ze het moeilijk vond om een netwerk op te bouwen. Daar kon Buddy Film Foundation haar bij helpen. ‘Een maand later ging de telefoon. Ik kreeg een aanbod om bij een evenement te werken. Dat deed ik al in mijn land van herkomst en dat vind ik zo leuk.’

Inmiddels is Golovina ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en krijgt ze steeds meer opdrachten. Buddy Film Foundation is wat haar betreft erg prettig gezelschap. ‘Het gaat om veel meer dan geld verdienen. Ze doen veel meer voor je dan dat.’


Farhad Vilkiji is regisseur en gespecialiseerd in historisch production design uit Iran. Sinds 2009 is hij in Nederland, waar hij in zijn vak kon blijven werken. Wel met moeite. ‘In het begin was ik soms jaloers op mensen die een netwerk hadden. Als je wordt gedwongen om je eigen land te verlaten, in je eentje, dan raak je makkelijk verdwaald in je nieuwe land. In 2009 was er helaas nog geen Buddy Film Foundation. Tijdens een evenement ontmoette ik Dennis Overeem, een van de oprichters. Kort daarna heb ik me bij hen aangesloten. Dankzij de stichting kreeg ik opdrachten, maar de organisatie zelf voelde als een tweede thuis. Welke vraag ik ook heb, ik kan bij hen terecht. Ze helpen me op allerlei manieren, ook wat betreft moral support. Dat apprecieer ik echt heel erg. Buddy Film Foundation brengt je dicht bij je doel. Via hen leer je hoe alles werkt in je nieuwe land. Hun bestaan is heel belangrijk.’

‘Je raakt makkelijk verdwaald in je nieuwe land’

Vilkiji is een druk bezet man. Hij was de production designer voor het tweede seizoen van de serie Sleepers, gemaakt voor Videoland, en hij heeft zijn eerste lange speelfilm afgeleverd, Dead of Night. Op zich vindt hij Nederland, met uitzondering van het weer, een fijn land. ‘Alleen is alles hier erg georganiseerd. Als kunstenaar krijg ik inspiratie van een beetje chaos,’ geeft hij toe. Of Buddy Film Foundation daarvoor kan zorgen? ‘Dát is iets te veel gevraagd’, antwoordt hij lachend.