8.1 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 241

De beste blessures moeten nog komen

De Iraans-Nederlandse dichter Amir Afrassiabi (1934-2021) laat een fraai oeuvre na als dichter, schrijver, vertaler, kunstenaar en architect. In 1986 kwam hij als vluchteling naar Nederland. Op dat moment was hij in Iran al een gepubliceerd auteur. Onlangs werd de bundel Als je komt kom je gisteren gepresenteerd. Daar was het tijdens zijn leven niet meer van gekomen, maar de voorbereidingen waren gaande. 

Afrassiabi maakte jarenlang deel uit van de Groep Poëtisch Rotterdam. Bij de presentatie in Verhalenhuis Belvédère in de Rotterdamse wijk Katendrecht waren verschillende leden van deze dichtersgroep aanwezig en droegen werk voor uit de bundel. Afrassiabi haalde zijn inspiratie vaak uit het gewone leven. Iets wat hij in de tram meemaakte, een praatje met de buurvrouw, maar ook het nieuws. Bijvoorbeeld het gedicht ter nagedachtenis aan de elf slachtoffers van de brand bij een detentiecentrum op Schiphol. De titels van zijn gedichten zijn soms veelzeggend, zoals God neemt een dagje vrij. Of de uitspraak De beste blessures moeten nog komen. Een van de sprekers vond dit heel toepasselijk in verband met het EK-voetbal. 

Babak Afrassiabi, de zoon van Amir, liet weten dat hij bezig is met de publicatie van de laatste gedichten van zijn vader in het Farsi, de taal die in Iran wordt gesproken. Zelf droeg hij het gedicht Als je komt kom je gisteren in het Farsi voor. Later werd het in het Nederlands ten gehore gebracht. Het is uit 2020, een jaar voor zijn overlijden. 

Amir Afrassiabi stierf onverwacht aan de gevolgen van een val. Op dat moment verbleef hij in zijn geboortestad Isfahan. Kon hij wel veilig terug naar Iran zonder dat hij als politiek vluchteling in problemen kwam? ‘De strengheid van het regime in Iran kent golfbewegingen. Bij een milde sfeer kon mijn vader terugkeren, maar in een zeer strenge periode was het beter van niet’, legt zijn zoon Babak uit. 

Zijn vader kon niet onvoorwaardelijk terug. De laatste jaren van zijn leven pendelde hij heen en weer tussen Nederland en Isfahan.  

Toegankelijke schrijfstijl

Afrassiabi studeerde architectuur in zowel Teheran als Londen. In Nederland kreeg hij de functie van stedenbouwkundige en was docent aan de TU in Delft. 

In de jaren vijftig werden er werken van hem gepubliceerd in Perzisch-talige tijdschriften. Het ging om verhalen, essays en ook gedichten. In Nederland verscheen zijn eerste dichtbundel in 2005, getiteld Ballingschap. Diverse aanwezigen geven onafhankelijk van elkaar aan dat Amir heimwee had en vooral veel mensen miste die hij had moeten achterlaten. Uitgever Albana Shala van Carabela Books, bij wie de postume bundel is verschenen, legt het als volgt uit. ‘Hij was veel bezig met de mensen die afwezig waren. Dichters creëren graag een droomwereld. In zijn droomwereld was iedereen weer bij elkaar.’ 

Dit komt heel goed naar voren in het gedicht Voor degenen die er niet zijn

Degenen die er niet zijn

Zijn er niet-het wit

Papier is zwijgzaam

Vaarwel is het huis nalaten

Aan spinnen en kevers

Je verlangt naar een plaats

Die niet meer jouw plaats is

En wellicht nooit is geweest

 

De berglucht

In de grove stem van vader

 

Slok na slok

Slurpte hij de avond

Uit zijn glazen beker

 

De geraniumpot op de veranda

Waar moeder haar gebeden zei

 

Laag voor laag

Stapelde zij de dag op

In haar houten kast

 

Jij kon hier zijn

Toch ben je er niet

En het buurmeisje wacht

Nog steeds op het witte paard. 

Volgens een van de sprekers wordt zijn stijl gekenmerkt door eenvoud en toegankelijkheid. Er werd driftig geknikt in de zaal. Het was qua omvang geen groot gezelschap, maar de aanwezigen waren zeer betrokkene en vol lof over Amir en zijn omvangrijke werk. Aan de bundel als je komt kom je gisteren heeft hij zelf nog kunnen werken, samen met Gerard van Hameren.

Vertalingen

Afrassiabi heeft het werk van Nederlandse dichters in het Farsi vertaald om zo hun werk te kunnen introduceren in dit taalgebied. Het gaat onder andere om Judith Herzberg, Eva Gerlach, Martinus Nijhoff en Gerrit Kouwenaar. Andersom vertaalde hij gedichten van Forough Farrokhzadi, de belangrijkste Perzische dichter van de 20ste eeuw, naar het Nederlands. 

Voor Afrassiabi zelf was Hafiz een zeer belangrijke dichter. Er ging geen dag voorbij of hij las iets van hem. Maar het werk vertalen? Dát was een ander verhaal. Een aanwezige weet dat Afrassiabi nooit tevreden was over de vertalingen van het werk van Hafiz. Het was het altijd nét niet. Te houterig, niet melodisch genoeg, te dit en te dat. Toch heeft een van de leden van de Groep Poëtisch Rotterdam het gewaagd om een vertaling voor te lezen, ook al hoopt hij dat de dichter het hiermee eens zou zijn. Afrassiabi geniet veel respect bij andere dichters. 

Khorsad Dadbeh

De boekpresentatie ademde niet alleen Afrassiabi uit. Zijn land van herkomst was op een bepaalde manier aanwezig, mede dankzij de muziek die werd verzorgd door de van oorsprong Iraanse Khorsad Dadbeh. Ze kende Amir niet, maar ze vindt het wel heel mooi om aanwezig te mogen zijn. 

Khorsad is geen onbekende in multiculturele Verhalenhuis Belvédère, ook omdat Rotterdam haar thuisbasis is. Zelf komt ze uit Teheran, maar haar voorouders kwamen uit Isfahan. Net als Amir. ‘In Isfahan is heel veel aandacht voor kunst en cultuur. Isfahan valt te vergelijken met wat Florence voor Italië betekent.’

De nog jonge Khorsad volgde een opleiding aan het conservatorium in Teheran. Ze bespeelt de Iraanse tar, de setar en de tanbour, het instrument waarmee ze tijdens de boekpresentatie twee keer optrad. Ze speelt vaak samen met haar broer. De muziek komt op buitenstaanders een beetje triest over. Er spreekt kracht uit, maar ook verdriet. ‘Iedereen heeft zijn eigen interpretatie,’ vindt Khorsad. ‘De instrumenten horen bij onze cultuur en zijn meer dan 5.000 jaar oud. In Iran wordt veel muziek gemaakt in familiekring. Daar leer je vaak een instrument bespelen. Mijn grootvader speelde setar en hij werd mijn meester. Er zijn in Iran namelijk maar drie conservatoria. Daarom is het fijn als je in de eigen sfeer kunt leren om een instrument te bespelen. Ik kan niet zonder muziek.’

Haar volgende optreden is in Zweden. 

Een veelzijdig mens

‘Afrassiabi was een vriendelijke man die, als hij kon, je probeerde te helpen. Hij was beslist sociaal bewogen. Als dichter zou ik hem willen vergelijken met Rutger Kopland’, vertelt een van de gasten. 

Volgens uitgeefster Albana Shala was vrijheid heel belangrijk voor Afrassiabi, net als schoonheid. ‘Amir omringde zich graag met allerlei vormen van schoonheid zoals kunst, mooie mensen en cultuur. De hokjesgeest was niet aan hem besteed. Zijn vertalingen hadden het doel om mensen bij elkaar te brengen. Hij was een verbinder, ook als het om literatuur ging, en creëerde graag. Dat hoort uiteindelijk bij een architect.’

N.B. Carabela Books is een onafhankelijke uitgeverij waarbij dichters hun werk kunnen publiceren in een andere taal dan het Nederlands als dat wenselijk is. 

Zona Franca

De boekpresentatie werd georganiseerd door Carabela Books, de Groep Poëtisch Rotterdam, Verhalenhuis Belvédère en de Stichting Zona Franca. ‘We proberen met Zona Franca om de culturele diversiteit in Rotterdam qua kunst en cultuur zichtbaar te houden door het organiseren van exposities, festivals en poëzieavonden. We staan open voor alle culturen,’ vertelt Juan Heinsohn Huala, een bekende Rotterdamse dichter met Chileense roots die ook actief is bij de Groep Poëtisch Rotterdam. Zo kende hij Afrassiabi. ‘Hij hechtte erg aan kwaliteit en las ontzettend veel poëzie. Zijn kennis over poëzie was groot. Afrassiabi was een inspiratie voor ons. Hij wordt gemist en laat een enorme leegte achter.’

In de bundel staat een gedicht over Juan, Half in Nederland. 

Waar vinden we een thuis

Om onze dwalende liefde

Een kop koffie aan te bieden

 

Juan zegt: ‘Mijn kinderen zijn hier opgegroeid’

En vouwt zijn handen open

 

Hij heeft de misdaad van Pinochet

Aan zijn vader nog niet vergeven

 

Jij gaat naar bed en ik ben net wakker

Maak een koffieafspraak in het luchtledige

Mensenrechtenorganisaties: Israël ondersteunt aanvallen op hulpkonvooien Gaza

0

Extreemrechtse Israëlische groeperingen die hulpkonvooien voor noodlijdende Gazanen aanvallen, worden in sommige gevallen door de Israëlische regering ondersteund. Ook ontvingen ze meer dan 200.000 dollar aan steun van Amerikaanse en Israëlische donoren. Zo meldt de Arabische nieuwssite Middle East Eye.

Het geld voor organisaties als Mother’s March, Torat Lechima en Tzav 9 dat door de Amerikaanse regering is aangemerkt als extremistische organisatie, komt binnen via crowdfunding in Amerika en Israël. Donoren kunnen deze bijdragen zelfs als aftrekpost opvoeren bij de jaarlijkse belastingaangifte, schrijft Associated Press.

Het stimuleren van financiële ondersteuning aan deze groepen via belastingvoordelen is in tegenspraak met verklaringen van de Amerikaanse regering voor het geven van hulp aan Palestijnen. ‘Kun je wel spreken van hulp als je aan de ene kant hulp belooft en aan de andere kant acties van zulke groeperingen stimuleert’, zegt Tania Hary, directeur van de Israëlische non-profit organisatie Gisha.

Volgens mensenrechtenorganisaties, waaronder de Israëlische organisatie B’tselem zou de Israëlische regering de aanvallen op hulpconvooien door de vingers zien en heimelijk steunen. Zo vond in mei een aanval voor de ogen van Israëlische soldaten plaats. De soldaten zouden niet hebben ingegrepen.

Amnesty protesteert tegen hoofddoekverbod Franse olympiërs

0

Amnesty International laakt Frankrijk als gastland van de Olympische Spelen in Parijs voor het discrimineren van Franse moslima’s die een hoofddoek dragen. Zij mogen niet met hijab voor hun land opkomen, terwijl deelnemers van andere landen dat wel mogen. ‘Zij mag meedoen, zij niet’, staat op een Instagramflyer van de mensenrechtenorganisatie.

Het verbod op de hoofddoek tijdens de Spelen zorgt voor commotie onder Franse moslima’s. ‘Ik wil dat vrouwen zich kunnen kleden zoals ze willen’, zegt volleyballer Assma tegen Amnesty International. Ze mag, omdat ze een hijab draagt, niet meedoen met de wedstrijden. Het is volgens haar niet alleen een ‘moslimkwestie’, maar een ‘kwestie van menselijkheid’.

De discriminatie van vrouwen met een hoofddoek is extra pijnlijk, omdat Frankrijk heeft beloofd om dit jaar de eerste ‘gendergelijke Olympische Spelen’ te organiseren. Hoewel het totale aantal deelnemers voor het eerst uit 50 procent mannen en 50 procent vrouwen bestaat, is deze vorm van ‘gendergelijkheid’ toch uitsluitend voor Franse moslima’s met een hoofddoek.

Dat komt door de strikte scheiding van kerk en staat in Frankrijk, ook wel laïcité genoemd. De hoofddoek en andere ‘religieuze symbolen’ zouden niet thuishoren in het openbare leven.

Gerben van V. handelde mogelijk uit islamofobe motieven

0

Vorige week werd de 25-jarige Marokkaans-Nederlandse Hamza el Baghdadi voor de deur van zijn woning in het Noord-Brabantse dorp Stampersgat doodgeschoten. De verdachte is de 55-jarige Gerben van V. die mogelijk handelde uit islamofobe motieven.

Op social media heeft Gerben van V. uitspraken gedaan over moslims, de islam en Palestina, die islamofoob en racistisch zijn. Zo beschuldigt hij moslims van pedofilie, noemt hij vrouwen met een hoofddoek ‘een toonbeeld van achterlijkheid’ en noemt hij de Israëlische moord op de zus van Hamas-leider Ismail Haniyeh en andere familieleden ‘een goede start’, bericht de website Boevennieuws. Daarnaast heeft Van V. veel interesse in vuurwapens uit de Tweede Wereldoorlog en heeft daar bovendien twee boeken over geschreven.

1 en 1 = 2 denken veel moslims in Nederland. Volgens het Al-Andalus Instituut, een stichting die voor moslimrechten opkomt, is de dood van Hamza el Baghdadi een ‘racistische moord’ en zwijgen de Nederlandse media daar bewust over. Ook voormalig GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi spreekt zich uit op Instagram. Hij roept iedereen met meer informatie over de zaak om zich te melden.

Spreek Turkse namen op z’n Turks uit

0

Op omroep Human zag ik het heerlijke tv-programma Het Filosofisch Kwintet. Dit jaar wordt het voor het eerst gepresenteerd door Arnon Grunberg, die wijlen Clairy Polak is opgevolgd. Ik raakte echter versteend bij de laatste uitzending, tijdens een kort intermezzo tussen Grunberg en zijn Turks-Nederlandse gast, hoogleraar International Governance Kutsal Yesilkagit, over de achternaam van de laatste. Yesilkagit wil dat die naam ‘zo Nederlands mogelijk’ uitgesproken wordt. Dus niet Yeshielkeayut, zoals de Turken het uitspreken. Maar Yesilkagit met een s in plaats van een sh, een i in plaats van een ie, en een harde g in plaats van een stomme g. Yeeeesilkaaagit, dus.

De dialooog tussen Grunberg en Yesilkagit was als volgt:

‘Kutsal (dit sprak Grunberg overigens gelukkig wel op zijn Turks uit, dus als Koetsal) je zei net voordat we met de uitzending begonnen dat jouw achternaam zo Nederlands mogelijk moet worden uitgesproken. Is deze emancipatoire reflex of beweging ook een manier om van buiten naar binnen te gaan? Of zoek ik daar te veel achter nu?’

Yesilkagit: ‘Ja, nee… (Dit is inderdaad heel Nederlands, een antwoord beginnen met een bevestiging én een ontkenning) Ik ben van Turkse afkomst, maar (waarom maar, dit klinkt bijna als een verontschuldiging) ben in Nederland geboren. Mijn kinderen zijn Nederlands, mijn echtgenoot is Nederlands. Ik volg een beetje het voorbeeld van de Hugenoten. (Normaal zou ik hierover niet vallen maar omdat uitspraak het onderwerp in kwestie is, moet ik dit toch even kwijt: Yesilkagit sprak Hugenoten uit als Heegenoten. Maar Hugenoten moet op zijn Nederlands met de meest Turkse u ever. Hügenoten dus, als in tüter). Op een gegeven moment worden die namen vernederlandst en daarom spreek ik mijn naam ook niet meer uit op z’n Turks. Dat is voor mensen te volgen (zegt Yesilkagit een beetje onduidelijk en binnensmonds. Dat doe ik trouwens ook wel eens als ik onnavolgbare gedachtespinsels afsteek).

Tijdens het EK merkte ik dat NOS-commentatoren de namen van Franse voetballers wel op zijn Frans uitspreken

Grunberg kijkt hem gebiologeerd aan en concludeert: ‘En daarmee ben je eigenlijk opgehouden vreemdeling te zijn, zonder dat je dat al ooit was hè?’

Yesilkagit erkent in het vervolg van zijn antwoord dat hij ergens altijd toch een vreemdeling zal blijven. Maar dit was voor mij in ieder geval wel het meest vervreemdende tv-moment van het seizoen. De worsteling van een professor met zijn Turkse achternaam, die zulke beslommeringen achterwege laat bij zijn voornaam. Is dat volledig te begrijpen of juist superhypocriet? Het zou heiligschennis zijn trouwens. Kutsal betekent letterlijk heilig in het Turks. En Yesilkagit, groenpapier, by the way.

Ik vind het fascinerend dat de Turkse of Nederlandse uitspraak van Turkse namen het integratiedebat heeft bereikt. Opgroeiend in Nederland is mijn achternaam altijd op zijn Nederlands uitgesproken: Balsik. Terwijl het Balchek moet zijn, fonetisch. Daar kan je de scherpslijper over uithangen, maar het leven is al moeilijk genoeg, dacht ik. Totdat ik verlamd raakte door Yesilkagit bij Het Filosofisch Kwintet. Integratie zit kennelijk in de details.

Tijdens het EK merkte ik bovendien dat NOS-commentatoren de namen van Franse voetballers wel op zijn Frans uitspreken. RTL maakte jaren geleden zelfs een item over de juiste uitspraak van Thierry Baudet. Dus in weerwil van Yesilkagit ga ik nu een nationaal namendebat aanzwengelen. Spreek Turkse namen op zijn Turks uit! Of verander je naam in Heilig Groenpapier meneer Yesilkagit, dan ben je meteen van het hele gezeik af. Toch?

Of is dat wensdenken? Ben ik ineens wel een Nederlander als mijn naam ‘zo Nederlands mogelijk’ wordt uitgesproken? Of is die sparteling bij het juist uitspreken van namen juist een teken van integratie? Wie zijn best doet groeit naar elkaar toe, denk ik. Als een witte Nederlander na zestig jaar Turkse arbeidsmigratie nog steeds een Turkse naam verkeerd uitspreekt,  is juist hij te lui om te integreren.

Frankrijk: miljardair koopt media op en vervangt redacties

0

Rassemblement National van Marine Le Pen werd niet de grootste partij in het Franse parlement, maar groeide wel van 88 naar 143 zetels in de Assemblée Nationale. Deze overwinning is mede te danken aan de conservatief-katholieke miljardair Vincent Bolloré, die op grote schaal media opkoopt en redacties vervangt.

Het vlaggenschip van het media-imperium van Bolleré is de televisiezender CNews. De best bekeken Franse nieuwszender is te vergelijken met het Amerikaanse Fox, en komt met suggestief nieuws over migranten, moslims en ‘woke’-activisten. Alles wat de vooroordelen van de rechtse onderbuik maar bevestigt.

De extreemrechtse politicus Éric Zemmour die een stuk extremer is dan Le Pen, dankte zijn landelijke bekendheid aan CNews, waar hij minderjarige migranten wegzette als ‘dieven, moordenaars en verkrachters’. Zemmour deed vorig jaar – tevergeefs – een gooi naar het presidentschap.

De Franse politicoloog Jean-Yves Camus stelt dat Bolleré eerst het discours wil veranderen, voordat de partijen die deze ideeën propageren de macht kunnen grijpen. Mediahistoricus Alexis Lévrier beaamt dit. De verkiezingswinst van Rassemblement National zou zelfs het doel zijn waarvoor de aartsconservatieve Bolleré zijn imperium heeft gesticht.

Maar Bolleré bedreigt ook de onafhankelijkheid van de media. Hij koopt kranten, zenders en andere platformen op, vervangt alle medewerkers die hij lastig vindt en zet er dan mensen neer die zijn ideeën promoten. Nadat de mediatycoon Journal du Dimanche (Zondagkrant) had opgekocht werd Geoffroy Lejeune de nieuwe hoofdredacteur. Hij kwam van het ultrarechtse, islamofobe weekblad Valeurs Actuelles. De rest van de redactie van Journal du Dimanche vreesde verrechtsing van het blad en stapte op.

In 2021 heeft een commissie van de Franse senaat een onderzoek gedaan naar het gevaar van mediaconcentratie, waarbij Bolleré meerdere keren werd verhoord. De verhoren hebben – tot dusver – nog geen grote gevolgen gekregen, aldus de Belgische krant de Morgen.

Waarom deze conflicten geen aandacht krijgen

0

Negen maanden lang berichten de media dagelijks over de humanitaire ramp in Gaza. Terecht natuurlijk, maar waarom krijgen andere conflictgebieden nauwelijks aandacht? 

De Israëlische agressie tegen Gaza en de massamoord op meer dan 38.000, en misschien wel meer dan 186.000 Palestijnen is verschrikkelijk. Tegelijkertijd zijn er een heleboel conflicten in de wereld die nu nauwelijks aandacht krijgen. In dit artikel staan we bij vier van deze conflicten stil: in Congo, Kashmir, de Rif en de Oeigoeren. Wat is daar precies aan de hand? En waarom horen we er nauwelijks over in het nieuws?  

Congo: complex conflict

Laten we met Congo beginnen. In 2022 is M23 met een offensief begonnen. Deze rebellenbeweging houdt nu, hoogstwaarschijnlijk met Rwandese militaire steun, grote delen van Oost-Congo bezet. Veel mensen zijn vanwege dit conflict en eerdere conflicten in Congo op de vlucht geslagen, met als gevolg dat er de meeste vluchtelingen ter wereld wonen. 

Dorp in Congo. Beeld: Pixabay

Maar waarom die geringe aandacht? Congo ligt ver weg en er zijn – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de oorlog in Oekraïne en de oorlog in Gaza – niet direct westerse belangen mee gemoeid. Daarnaast is het conflict in het reusachtige Afrikaanse land ook nog eens zeer complex, legt Congo-deskundige Hans Hoebeke uit, die verbonden is aan het Egmont instituut. ‘Congo is een zeer verdeeld land, met 250 etnische groepen. Er bestaan geen nationale politieke partijen. Die zijn per volk georganiseerd, een erfenis van de koloniale tijd. In het land zijn veel verschillende rebellenbewegingen actief, of actief geweest. In de oostelijke regio’s Noord- en Zuid-Kivu alleen al gaat het om meer dan 120 rebellenbewegingen.

‘Wat de situatie in Congo nóg ingewikkelder maakt is de bemoeienis van de Verenigde Staten, de Europese Unie en China met het conflict. China steunt Congo en is de belangrijkste klant van mineralen uit Katanga. De VS probeerden tot een Congolees-Rwandese dialoog te komen, maar nadat die mislukte namen de Amerikanen een krachtige kritische positie in tegen Rwandese acties op Congolees grondgebied. De EU op haar beurt steunt het Congolese leger, maar heeft tegelijkertijd een handelsakkoord met Rwanda gesloten en steunt de militaire operaties van Rwanda in Mozambique tegen islamitische rebellen. 

De oorlog van M23 die nu wordt uitgevochten in Congo is volgens Hoebeke de derde fase van het conflict, dat in 1997 begon. In mei dat jaar werd dictator Mobutu Sese Seko verdreven door rebellenleider Laurent Désiré Kabila, die gesteund werd door Rwanda, Burundi en Oeganda. Een jaar later brak er een nieuwe oorlog uit, de Tweede Congo-oorlog omdat de nieuwe president Kabila het vertrek van alle buitenlandse troepen eiste. Rwanda, Burundi en Oeganda steunden daarop een nieuwe rebellenbeweging in Oost-Congo en veroverden een groot gebied. Het leek er even op dat Kabila ten val zou komen, maar toen grepen Zimbabwe, Namibië en Angola in, waardoor Congo kon standhouden. Na de moord op Kabila in 2001 kwam zijn zoon Joseph Kabila aan de macht, die op vrede aanstuurde. De Tweede Congo-oorlog werd in 2003 officieel beëindigd, maar lokale conflicten sleepten zich voort, vooral in de grensregio’s in het noordoosten van Congo. Door oorlog en ziekten zijn volgens schattingen meer dan vijf miljoen mensen omgekomen.

‘Het is nodig dat journalisten zich meer in het land en in de regio verdiepen’

De M23-opstand van nu is feitelijk de tweede M23-opstand. De eerste vond in 2012-2013 plaats en mislukte. De M23-rebellen hebben deze keer wel succes. De vrees bestaat dat het conflict verandert in een grote regionale oorlog, net als in 1997. ‘De escalatie van deze oorlog is nog niet heel ver gevorderd, maar kan wel plaatsvinden’, zegt Hoebeke. ‘Echter, de-escalatie is ook mogelijk. Onlangs zijn er meerdere Zuid-Afrikaanse vredessoldaten in Congo gedood. Er komt een moment dat dit politieke gevolgen gaat hebben.’  

Het is een goede zaak als media meer over Congo berichten, zeker met het oog op de ernstige mensenrechtenschendingen die in het land hebben plaatsgevonden en nu nog steeds plaatsvinden. Maar daarvoor is het nodig dat journalisten zich meer in het land en in de regio verdiepen, zich goed inlezen en hierover inzichtelijke en overzichtelijke verhalen vertellen, aldus Hoebeke. 

Kashmir: aansluiting bij Pakistan of onafhankelijkheid?

Een ander gebied waar we nauwelijks iets over horen is Kashmir. Sinds 1947 wordt het grootste gedeelte van de regio Kashmir bezet door India, terwijl een kleiner deel – Azad Kashmir en Gilgit-Baltistan – onder Pakistan valt. Ten slotte bezet China 15 procent van de regio, maar dat gebied bestaat voornamelijk uit onbewoonde bergtoppen. De overgrote meerderheid van de Kashmiri is moslim. De Indiase deelstaat Jammu en Kashmir is ook de enige deelstaat waar moslims in de meerderheid zijn. India en Pakistan hebben drie oorlogen om Kashmir gevochten: de oorlog van 1947, de oorlog van 1965 en de Kargil-oorlog van 1999. Daarnaast voeren nationalistische en jihadistische strijdgroepen uit Kashmir al tientallen jaren een guerrillaoorlog tegen de Indiase bezetters.

Jammu en Kashmir. Beeld: Pixabay

De situatie in Jammu en Kashmir is sinds 2019 enorm verslechterd. In augustus dat jaar besloot de Indiase regering onder leiding van de hindoe-nationalistische premier Narendra Modi om de speciale status van Jammu en Kashmir in te trekken en de staat van beleg af te kondigen. Een maand later arresteerden de Indiase autoriteiten bijna 4.000 mensen, waaronder twee voormalige eerste ministers en honderden politici. Ook kwam er een lockdown en werden het internet en telefoonnetwerken tijdelijk afgesloten. Inmiddels bestaat de deelstaat Jammu en Kashmir niet meer, daarvoor in de plaats zijn de unieterritoria Jammu en Kashmir en Ladakh gekomen die rechtstreeks onder de controle van Delhi staan.

De diaspora van Kashmiri in Europa voert al jaren actie tegen de Indiase bezetting. Zo lobbyt Ali Raza Syed van de Kashmir Council-EU al jaren in Brussel voor het recht op zelfbeschikking voor Kashmiri. In Nederland maakt Aftab Butt zich hard voor de goede zaak. Kashmir is volgens hem een kleine pion op het grote schaakbord. De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Israël hebben volgens hem geopolitieke belangen bij Kashmir. Ze steunen daarom India, met als doel de islamitische wereld te destabiliseren. Toch is Butt niet pro-Pakistan. ‘In het verleden demonstreerde ik wel eens voor de Indiase ambassade. Veel mensen deden mee aan deze demonstraties, maar dit waren Pakistaanse activisten. Hun belang is dat Kashmir zich bij Pakistan zal aansluiten. Maar ik wil dat Kashmir een onafhankelijke natie wordt. We zijn een ander volk.’ Butts grote voorbeeld is vrijheidsstrijder Maqbool Butt, een ver familielid die in 1984 werd opgehangen door de Indiase autoriteiten. In Pakistan is hij ook omstreden, vanwege zijn strijd voor een onafhankelijk Kashmir. ‘Het is in Pakistan verboden om dat te zeggen. Kashmir moet zich bij Pakistan aansluiten, is de officiële mening.’ 

Vanwege de onderlinge verdeeldheid, een deel van de Kashmiri wil wél aansluiting bij Pakistan, is het een moeilijke strijd, geeft Butt toe. ‘Daarnaast ben ik ook bang voor escalatie, zeg ik er eerlijk bij. Op dit moment voert Israël, daarbij gesteund door de Verenigde Staten, een verschrikkelijke oorlog uit tegen de Palestijnen. Ik vrees dat de Verenigde Staten en Israël ook een voet aan de grond willen hebben in Kashmir, temeer omdat ze zo China kunnen dwarszitten, een land dat steeds meer invloed krijgt in de regio.

‘Het leger neemt journalisten mee naar die plekken waar hindoes wonen. Zij maken geen onderdrukking mee’

Enige tijd geleden kreeg Butt een auto-ongeluk, waarbij hij licht gewond raakte. Hij vermoedt dat de Indiase inlichtingendienst hierachter zit. Vorig jaar vermoordde de Indiase inlichtingendienst Sikh-activisten in Canada. De Nederlandse pers vertrouwt hij niet helemaal, na een incident met de Telegraaf. Enkele maanden geleden zwaaiden Butt en enkele medestanders op Plein 40-45 met zwarte vlaggen met daarop de shahada, de islamitische geloofsbelijdenis. Ze wilden daarmee hun solidariteit betuigen aan de strijd in Gaza. Maar de Telegraaf had hier geen boodschap aan en betichtte de demonstranten van extremisme. 

Butt wil dat er meer aandacht komt voor het lijden van de Kashmiri aan de Indiase kant van de grens, en dat kan alleen als journalisten hierover het eerlijke verhaal vertellen. ‘En dat is nu heel moeilijk. Journalisten die naar het door India bezette deel van Kashmir reizen worden begeleid door militairen. Het is niet mogelijk om een eerlijk gesprek te hebben met de plaatselijke bevolking, omdat mensen geïntimideerd worden. Het leger dreigt mensen te vermoorden, als ze kritiek hebben op de bezetting. Daarnaast neemt het leger journalisten mee naar die plekken waar hindoes wonen. Zij maken geen onderdrukking mee.’ 

Wat is zijn ideaal? Butt denkt even na en zegt dan: ‘Een vrij, onafhankelijk, democratisch en islamitisch Kashmir.’ 

Rif: het vuur raakt opgebrand 

Amazigh Ayaou* zette zich zeven jaar – onbezoldigd – in voor de Rif. Hij was tot voor kort hoofdredacteur van de Nederlandstalige website Arif News, dat kritisch berichtte over het Marokkaanse beleid in deze regio. ‘Met liefde was ik hoofdredacteur van de site. In onze beste tijd hadden we rond de 5.000 views per dag. Maar ik ben nu met Arif News gestopt en de website is momenteel offline. Ik had een fulltime onbezoldigde baan om de website vol te schrijven en teerde in op mijn spaargeld. Na zeven jaar had ik ook geen energie meer om dit te doen. Ik hoop dat iemand anders het werk van mij zal overnemen en dat de website straks weer online kan. Maar het is allemaal liefdewerk oud papier.’ 

De Rif wordt decennialang achtergesteld door Marokko. Dat heeft ook een culturele oorzaak: het Marokkaanse regime is cultureel gezien Arabisch, de Rif is Amazigh. In 2018 begon in de Rif de Hirak-beweging, die meer rechten en vrijheden voor de Rif eiste en daarnaast ook betere sociale voorzieningen voor de mensen in deze regio. Het was een breed gesteunde volksbeweging. Het Marokkaanse regime besloot de opstand echter hardhandig te onderdrukken. Nasser Zefzafi en enkele andere leiders van de Hirak-beweging kregen hoge gevangenisstraffen opgelegd en het Marokkaanse leger heeft overal in de Rif checkpoints staan. ‘Twee weken geleden was ik de Rif, vanwege de begrafenis van een familielid. De situatie daar is erger geworden. Het is er onleefbaar, overal is armoede, mede door de hoge voedselprijzen en de toenemende droogte. Veel Riffijnen vluchten daarom naar Europa. Terwijl het beleid de Riffijnen dwingt hun land te verlaten richting Europa stimuleert het de Marokkanen zich te vestigen in de Rif, waardoor de demografie in een ramp tempo verandert en de Riffijnse identiteit stilletjes wordt vermoord.’ 

Over de maatregelen die Marokko heeft genomen om de bewoners van de Rif zogenaamd te paaien heeft Ayaou geen positief woord over. ‘Het zijn symbolische maatregelen. Heel aardig dat de taal Tamazight nu wordt erkend en het Amazigh Nieuwjaar nu een officiële feestdag is geworden, maar dit is allemaal voor de bühne. In de Rif wordt een ander beleid gevoerd. De ontevredenheid groeit. Ik denk dat de Rif in de toekomst weer in opstand zal komen, net als in 1958 en 2018.’ 

‘Op PvdA-Kamerlid Kati Piri na houdt niemand in Den Haag zich nog met de situatie in de Rif bezig’

Zefzafi zit nog steeds in de gevangenis, op PvdA-Kamerlid Kati Piri na houdt niemand in Den Haag zich nog met de situatie in de Rif bezig en de media berichten over andere onderwerpen. Ayaou: ‘Bij ons activisten is de kaars ook een beetje opgebrand. Sommige mensen kunnen drie jaar zich helemaal inzetten voor de goede zaak, anderen vijf en ik was er zelfs zeven jaar mee bezig, maar uiteindelijk raak je opgebrand. De Nederlandse groep activisten, die zich hard maakte voor de Rif, is uit elkaar gevallen. Niet door onderlinge ruzies, maar omdat hun leven verder moest gaan. Sommigen gingen trouwen, anderen kregen kinderen. We hebben nog wel steeds goede contacten met elkaar. Maar het leven gaat door.’ 

Helemaal gestopt met zijn activisme is Ayaou niet, maar hij strijdt nu op andere slagvelden. ‘Wij willen de jeugd bereiken, want zij zijn onze toekomst. De slag om de ziel van de Rif wordt nu op TikTok gevoerd. De lange arm van Rabat is daar natuurlijk ook actief: regeringstrollen vallen mij en andere activisten aan.’ 

De Oeigoeren: kwestie goed uitleggen

Kasim studeerde rechten in Utrecht en is net afgestudeerd. Twee jaar geleden bracht hij zijn boek De Oeigoerse droom: Mijn strijd tegen Chinese onderdrukking uit, waarin Kasim verslag deed van wat hem en zijn familie in Oost-Turkestan – door de Chinezen Xinjiang genoemd – is overkomen. Hij koos ervoor om te vechten voor het erkennen van de rechten van de islamitische Oeigoeren, die slachtoffer zijn van wrede onderdrukking door de communistische overheid.

Oost-Turkestan (Xinjiang in China). Beeld: Pixabay

‘Nog steeds ben ik druk bezig met de Oeigoerse zaak’, vertelt Kasim aan de telefoon. ‘Bij acties ben ik van de partij, ik geef lezingen en ik lobby bij anderen.’ 

Tegenwoordig halen de Oeigoeren zelden nog de media, aldus Kasim. ‘In 2019-2020 kreeg de Oeigoerse zaak nog veel aandacht in de media, vanwege het nieuws over de culturele genocide die China tegen de islamitische Oeigoeren aan het plegen was. Meer dan een miljoen Oeigoeren zijn door China in heropvoedingskampen opgesloten, waarin ze worden gehersenspoeld en zijn onderworpen aan een streng regime. Ook sloopt China moskeeën, in een poging om de Oeigoerse culturele en religieuze identiteit uit te wissen. Maar nu is de Oeigoerse kwestie weggezakt en krijgen de Oeigoeren alleen aandacht als er een groot document wordt gelekt, zegt Kasim. ‘We zijn erg afhankelijk van zulke rapporten, die dan soms worden opgepikt door de NOS of RTL Nieuws.’  

Kasim maakt zich grote zorgen over het Chinese propaganda-offensief. ‘Ze zijn enorm succesvol in het bieden van een antigeluid. TikTokkers met name komen met nepnieuws over wat er aan de hand is. Daar kunnen wij bijna niet tegenop.’

Belangrijk ook is dat andere kwesties – eerst de oorlog in Oekraïne, daarna de oorlog in Gaza – alle aandacht opeisten. ‘De Oeigoeren hebben geen prioriteit meer.’ 

De beste manier om aandacht te vragen voor je zaak is maatschappelijk bewustzijn te scheppen, zegt Kasim. ‘Tegenwoordig houd ik veel lezingen bij de Turkse gemeenschap. Ik merk dat de Oeigoerse kwestie echt bij hen leeft. Turkse Nederlanders voelen zich extra betrokken bij de Oeigoeren. We delen niet alleen hetzelfde geloof, maar de Oeigoeren zijn ook een Turks volk. Daarom voelen veel Turken zich verplicht om iets extra’s te doen. Ik krijg veel positieve reacties op mijn lezingen. Vaak sturen Turkse Nederlanders mij een bericht met de vraag wat ze voor ons kunnen doen.’ Daarnaast werkt Kasim samen met bijvoorbeeld mensen uit Hong Kong, die kritiek hebben op het totalitaire communistische systeem.

Uiteraard moeten ook andere groepen burgers bewust worden van de genocide tegen de Oeigoeren, vervolgt hij. ‘Het doel is dat de situatie daar verandert. Daarvoor is de politiek nodig. Als de politiek niets doet, dan wordt het heel lastig.’ 

‘Ook zonder rapporten in de media is er minder aandacht voor de Oeigoeren dan voor de Palestijnen’

Maar ook zonder rapporten in de media is er minder aandacht voor de Oeigoeren dan voor de Palestijnen, gaat hij verder. ‘Ik heb hier veel over nagedacht. Een vriend zei tegen mij dat in het Israëlisch-Palestijnse conflict alles samenkomt: antikolonialisme, antizionisme, antisemitisme, anti-Amerikanisme enzovoort. Het is een heel beladen conflict, dat veel emoties oproept. Bij de Oeigoerse kwestie is dat veel minder het geval. Ik merk daarnaast dat islamitische landen evenmin prioriteit geven aan de Oeigoeren. Dat komt omdat het antiwesterse sentiment veel sterker leeft dan anti-Chinese elementen. China zeurt niet over mensenrechtenschendingen, westerse landen doen dat wel. De vijand van mijn vijand is mijn vriend, is de gedachte. Maar China is natuurlijk helemaal geen vriend.

‘Natuurlijk snap ik de verontwaardiging over de dubbele standaarden van het Westen. Europa en de Verenigde Staten beroepen zich op mensenrechten als Rusland, China of Syrië zich misdraagt, maar kijken weg als Israël dat doet. Daarom is het ook zo belangrijk dat je consequent bent. Als je voor universele waarden bent dan moet je die ook consequent uitdragen in je buitenlandbeleid. En dat gebeurt nu niet. Overigens zijn islamitische landen en veel van mijn islamitische medelanders ook niet consequent. Ze zijn voor het boycotten van Israël, heel goed en volkomen terecht. Maar ze zouden ook China moeten boycotten. Als je vindt dat moslims tekort worden gedaan dan moet je ook voor de Oeigoeren opkomen.’ 

Wat de Oeigoerse zaak ten slotte nóg complexer maakt is dat de Palestijnse president Mahmoud Abbas zich vorig jaar positief over China heeft uitgelaten, in relatie tot de Oeigoeren. Van de weeromstuit zijn sommige Oeigoeren nu pro-Israël. Kasim veroordeelt beide posities. ‘Het is belangrijk, juist nu, om bij de feiten te blijven genuanceerd te zijn. Het gaat hier namelijk om ingewikkelde vraagstukken. En die moet je dus goed en eerlijk kunnen uitleggen. Met simpele slogans kom je er niet.’ 

* Amazigh Ayaou is een nom de plume/guerre. Uit veiligheidsoverwegingen blijft hij dit pseudoniem gebruiken. 

Stichting Vluchteling vraagt aandacht voor de slachtoffers van deze vergeten conflicten vertelt Benoit De Gryse, hoofd programma’s en beleid bij de stichting. ‘Als Stichting Vluchtelingen komen we voor alle vluchtelingen op. We bieden noodhulp, we lobbyen voor vluchtelingen bij politieke partijen en benaderen de media. Maar veel groepen zijn helaas niet interessant voor de media. We zoeken dan altijd naar een haakje, om het verhaal voor de media interessant te maken. Bijvoorbeeld een nieuw rapport met nieuwe cijfers over humanitaire noden in een bepaald land. Maar niet over alle groepen verschijnen zulke rapporten.

Als voorbeeld noemt hij de jezidi’s in Irak en Syrië, die tien jaar geleden slachtoffer waren van een genocide. ‘Iedereen is hen nu vergeten, terwijl er voor de overlevenden nauwelijks huisvesting is, ze kampen vaak met psychische problemen, hebben echt hulp nodig. Om aandacht voor de jezidi’s te vragen organiseren wij nu een symposium, waarin we terugkijken op de genocide van tien jaar terug. Hopelijk krijgen we zo meer media-aandacht voor deze vergeten groep. Want politici houden de media ook in de gaten en baseren daar vaar hun Kamervragen op. Ons lobbywerk helpt, maar is niet genoeg.’

Meta verwijdert voortaan vaker berichten met term ‘zionist’

0

Meta, het moederbedrijf van Facebook en Instagram, doet de term ‘zionist’ in de ban. Het zal voortaan berichten verwijderen waarin het gewraakte woord wordt gebruikt in combinatie met antisemitisch en dehumaniserend taalgebruik. Zo meldt de Amerikaanse nieuwszender CNN

De censurerende maatregel is een uitbreiding van het huidige beleid tegen haatspraak en komt na maanden onderzoek naar het gebruik van de term, ook in de context van de huidige oorlog Gaza.

‘We hebben besloten dat het huidige beleid tekortschiet’, staat in een uitleg van Meta die CNN citeert. ‘Content met de term ‘zionist’ zal nu worden verwijderd, wanneer die niet expliciet over de politieke beweging van het zionisme gaat, maar ook antisemitische connotaties en bedreigende taal tegenover de Joodse of Israëlische gemeenschap, onder het mom van antizionisme.’

In pro-Palestijnse kringen wordt de censuur uitgelegd als nog een stap in het weren van pro-Palestijnse content. De sociale mediagiganten worden al vanaf het begin van de oorlog in Gaza beschuldigd van censuur, bijvoorbeeld in de vorm van shadowbanning. Daarbij wordt pro-Palestijnse content minder zichtbaar op platforms.

EU legt opnieuw sancties op aan Israëlische kolonisten

0

De Europese Unie heeft nieuwe sancties ingesteld tegen Israëlische kolonisten en gelieerde organisaties vanwege hun acties op de bezette Westelijke Jordaanoever en het blokkeren van hulp aan Gaza.

De sancties zijn gericht tegen vijf individuen en drie organisaties. De gesanctioneerde personen zijn Moshe Sharvit, Zvi Bar Yosef, Baruch Marzel, Ben-Zion ‘Bentzi’ Gopstein en Isaschar Manne.

De eerste twee, Sharvit en Yosef, worden verdacht geweld tegen Palestijnen te hebben gebruikt en hiermee ook te hebben gedreigd. Marzel en Gopstein zijn prominente figuren in de extreemrechtse, zionistische Lehava-beweging. Ze hebben zich schuldig gemaakt aan racistische acties en het verstoren van Arabisch-Joodse bruiloften. Isachar Manne staat ook op de Amerikaanse sanctielijst. Hij is gelieerd aan de extreemrechtse zionistische groepering Tzav 9 die hulpkonvooien naar Gaza blokkeert. Tzav 9 is een van de organisaties die nu wordt gesanctioneerd, meldt Middle East Eye.

De sancties omvatten een bevriezing van tegoeden, een verbod op het verstrekken van fondsen of economische middelen aan de gesanctioneerden, en een inreisverbod naar de EU.

In april dit jaar stelde de Europese Unie sancties in tegen de extreemrechtse zionistische organisaties Lehava Hilltop Youth. In juni volgden bovendien sancties tegen organisaties die gelieerd zijn aan de bevrijdingsbewegingen Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad.

Kwaku zomerfestival weer begonnen

0

Het Kwaku zomerfestival is dit weekend van start gegaan. Het multiculturele feest in het Nelson Mandelapark in Amsterdam- Zuidoost duurt vier weekenden en trekt bezoekers uit het hele land.

Kwaku begon in de jaren zeventig als voetbaltoernooi voor Surinaamse jongeren in de Bijlmer die niet op vakantie konden gaan. Al snel veranderde het van een potje voetbal in een festival met muziek en eten. De gemeenschap kwam in alle diversiteit bij elkaar. Nu is het uitgegroeid tot een van de grootste zomerevenementen in Amsterdam, met jaarlijks meer dan 300.000 bezoekers.

Festivaldirecteur Ivette Forster hoopt vooral dat het mooi weer wordt. ‘Je kan er geen peil op trekken’, zegt ze tegen de Amsterdamse omroep AT5. ‘Gisteren zou het een beetje redelijk worden. Maar het begon weer te regenen en het was verschrikkelijk.’

De Molukse afterparty in het Amsterdamse muziekpodium Melkweg gaat zaterdag in ieder geval wel door.