De Britse Conservatieve minister Kemi Badenoch (Emancipatiezaken) heeft fel uitgehaald naar de zogenoemde critical race theory, die een relatie legt tussen huidskleur en structurele onderdrukking.
‘Docenten die het idee van ‘wit privilege’ als feit presenteren aan hun studenten overtreden te wet’, aldus de minister.
Ze deed haar uitspraken tijdens een algemeen debat over de Black History Month. Badenoch hekelde tijdens dit debat critical race theory, een theorie die vooral populair is onder sociale wetenschappers.
Volgens Badenochis dit ‘een ideologie die mijn zwartheid ziet als slachtofferschap en hun witheid als onderdrukking’. Ook bekritiseerde de minister de volgens haar antikapitalistische Black Lives Matter-beweging en scholen die de ideologie van Black Lives Matter hebben omarmd. Volgens Badenoch is de regering tegen het leren van omstreden politieke ideeën als feiten.
‘We willen niet dat leraren hun witte leerlingen leren over witte privileges en geërfde rassenschuld… (…) En laat me duidelijk zijn, elke school die deze elementen van de kritische rassentheorie als feit aanleert, of die partijpolitieke opvattingen bevordert zoals het bezuinigen op de politie, zonder een evenwichtige behandeling van tegengestelde opvattingen aan te bieden, overtreedt de wet.’
In reactie op de bloedige moord op de Franse geschiedenisleraar Samuel Paty gaan er in Frankrijk stemmen op om het islamisme keihard aan te pakken. Critici van islamitische huize vrezen voor een golf van ‘islamofobe’ politiek.
Minister Gérard Darmanin (Binnenlandse Zaken) is voornemens om de Organisatie Tegen Islamofobie in Frankrijk (CCIF) te verbieden, terwijl president Emmanuel Macron religieus gemotiveerd ‘separatisme’ wil aanpakken. Beide voorstellen worden in islamitische en radicaal-linkse kringen met argusogen bekeken.
Zo waarschuwt de moefti van Egypte wat betreft de moord op Paty: ‘Het zou verstandig zijn om deze kwestie als een individueel misdrijf aan te pakken, om zo geen haat tegen moslims te verspreiden.’
De Turkse president Erdogan beschuldigt Frankrijk van ‘islamofobe politiek’. De Turkse president heeft vooral felle kritiek op Macrons seperatismewet en zijn pleidooi voor een ‘Franse islam’. Hij is ook tegen het plan van Macron om de Franse scheiding tussen kerk en staat nog scherper te maken. De invloed van de Turkse overheid op Turkse moskeeën in Frankrijk wordt met Macrons wetsvoorstel namelijk aan banden gelegd.
CCIF zelf hekelt in een persbericht de maatregelen van de overheid, die nu zou buigen voor het discours van identitair rechts. Twee dagen eerder schreef CCIF geen haatcampagne tegen Paty te hebben gevoerd. De organisatie was slechts een onderzoek gestart naar de leraar, dat nog niet was afgerond, aldus CCIF.
CCIF had een klacht binnengekregen dat Paty de moslimstudenten vroeg om de klas te verlaten, want hij zou de profeet Mohammed naakt laten zien. Tegen ex-moslima en islamcriticaster Zineb el Rhazoui en politica Aurore Bergé van Macrons partij La République en Marche! heeft CCIF aangifte gedaan, omdat zij de organisatie ervan beschuldigden een klopjacht op Paty te hebben georganiseerd.
Niet alleen moslims vrezen voor een golf van moslimhaat in Frankrijk. De trotskistische nieuwssite Révolution Permanente spreekt over ‘staatsislamofobie’. ‘Sinds de moord op Samuel Paty lijdt het geen twijfel: de uitvoerende macht heeft het gaspedaal ingetrapt op het gebied van zijn islamofobe offensief.’
Zondag, daags na de moord op Paty, werden twee gesluierde Franse vrouwen neergestoken in het bijzijn van hun kinderen. Mogelijk gaat het om een anti-islamitisch haatmisdrijf, meldt de Franse krant Le Monde, maar dit moet het politieonderzoek nog uitwijzen.
Presentatrice Fidan Ekiz van het BNN-VARA-programma De Vooravond sprak zich gisteren fel uit over de ‘stilte’ van opiniemakers, politici en activisten na de brute moord op een leraar in Parijs door een achttienjarige moslimextremist.
‘Zo. Dit moest eruit’, schreef Ekiz op Twitter toen ze het videofragment deelde.
‘Naarmate de dagen en de uren verstreken dacht ik: waar blijft die openlijke geschokte reactie in Nederland?’, begon Ekiz haar verhaal. ‘Ik snap dat er belemmeringen zijn vanwege corona, maar je kan ook online iets organiseren. Maar het bleef vooral in de politiek muisstil. Het is nota bene Frankrijk, om de hoek. Ik vind die stilte gewoon heel eng. En wat vooral zorgelijk is dat mensen afgaan op wat individuen zeggen. Mensen zijn gewoon bang. Bang om te zeggen wat ze vinden en denken, omdat het zo maar kan zijn dat je hoofd er af wordt gehakt.’
Naar aanleiding van de uitspraken van Ekiz heeft Sigrid Kaag, minister van Ontwikkelingssamenwerking en lijsttrekker van D66, besloten zich uit te spreken:
Sommige twitteraars zijn niet blij met de kritiek van Ekiz. Voormalig GroenLinks-campagneleider Sybren Kooistra, die eerder opriep tot het ontslag van Ekiz omdat zij racisme en islamofobie zou verspreiden, twittert: ‘Dit is toch gewoon manipulatieve nonsens. En niet de eerste keer. Welke ‘stilte’?!’
De oorlog om Nagorno-Karabach drijft Armeense en Azerbeidzjaanse vredesactivisten tot wanhoop. Toch willen ze de moed niet opgeven. ‘Vooral op dit kritieke moment moeten mensen de verbinding niet verliezen – althans: zij die er nog in geloven.’
Na bijna dertig jaar vruchteloos onderhandelen zagen de Armeense en Azerbeidzjaanse regering het diplomatieke pad steeds meer als een doodlopend spoor. Beide landen begonnen de afgelopen jaren hun toon te verharden en een militaire koers als enige uitweg te zien. Op internationale conferenties en tijdens onderhandelingen bleven oude trauma’s opgerakeld, zoals de Armeense Genocide van 1915, de deportatie van honderdduizenden Azerbeidzjanen uit Nagorno-Karabach en omliggende provincies in de jaren negentig, en een flink aantal massamoorden en pogroms door beide kampen. De publieke opinie aan weerszijden van de grens werd steeds vijandiger, waardoor een weerwoord binnen beide samenlevingen nauwelijks meer wordt getolereerd.
Het Nagorno-Karabachconflict is een strijd tussen twee internationale principes: het principe van territoriale integriteit, dat wordt bepleit door Azerbeidzjan, en het principe van zelfbeschikking, waar de bevolking van Nagorno-Karabach zich op beroept. Daarbij wordt de bevolking gesteund door Armenië. Hoewel geen enkel land de onafhankelijkheid van de Armeense republiek Artsach erkende, meende Azerbeidzjan dat onderhandelingen een doodlopend spoor waren. Dit dwong de regering tot de keuze om of het verlies van Nagorno-Karabach te incasseren of om ervoor te vechten. Aangezien de Arbeidzjaanse president Ilham Aliyev een groot deel van zijn repressieve en nationalistische beleid baseert op het streven om Nagorno-Karabach goedschiks dan wel kwaadschiks te heroveren, werd een militaire oplossing steeds waarschijnlijker.
Ook aan Armeense zijde is een verharding in opstelling te zien, sinds minister-president Nikol Pashinyan in 2018 aan de macht kwam. Een jaar na zijn aanstelling verwierp hij de zogenoemde Madrid Principles, een raamwerk van afspraken voor een vreedzame oplossing van het conflict dat sinds 2007 als basis voor onderhandelingen diende. Ook werd Pashinyans beleid steeds provocatiever, door onder meer etnische Armeens vluchtelingen uit Syrië en Libanon land en woningen aan te bieden in Nagorno-Karabach. Tevens heeft de Armeense premier voormalig Azerbeidzjaans land uit de geannexeerde bufferzone tussen Nagorno-Karabach en Armenië laten bebouwen.
Nagorno-Karabach (Beeld: Wikimedia Commons)
Syrische kolonisten
Tijdens de eerste oorlog om Nagorno-Karabach van 1988-1994 werd de gehele Azerbeidzjaanse bevolking uit Nagorno-Karabach verjaagd of vermoord. Honderdduizenden bewoners van het grensgebied zagen zich gedwongen het geweld te ontvluchten. Ook vrijwel de gehele Armeense bevolking ontvluchtte Azerbeidzjan, na enkele massamoorden en pogroms.
Een van de prioriteiten van de Armeense autoriteiten in Nagorno-Karabach is het herbevolken van voormalig Azerbeidzjaanse dorpen. Het ging vooral om arme Armeniërs, maar ook om dertig families van etnisch Armeense vluchtelingen uit Syrië. Ze kregen een woning, land, goedkope leningen en een klein geldbedrag aangeboden om zich te settelen in het dunbevolkte berggebied.
In een interview met nieuwsorganisatie Eurasianet vertelde de 39-jarige Syrisch-Armeense Andranik dat hij geen slecht leven had in Syrië, maar dat hij wilde dat zijn kinderen zouden opgroeien in hun historische vaderland. ‘Dit is ons echte thuis en we zullen het behouden, koste wat kost. Dit voelt meer als onze oorlog dan die in Syrië.’
Keurslijf van haat
Voor de overgrote meerderheid van mensen aan beide kanten van de grens blijft het buurland een abstracte vijand, waarmee normaal contact onmogelijk en levensgevaarlijk is. ‘Het probleem is dat onze overheid zich vooral heeft gefocust op een diplomatieke top-down-oplossing en weinig initiatieven aan het volk gaf’, vertelt de Azerbeidzjaanse politicoloog en vredesactivist Jeyhun Veliyev. ‘De Armeense regering doet het niet veel beter. Maar omdat Armenië een iets minder autocratisch systeem heeft en meer vrijheid van meningsuiting, is het daar iets makkelijker voor activisten om zich uit te spreken.’
Volgens hem zijn er in beide landen jongeren die op zoek zijn naar andere vormen van dialoog. Echter zijn de kansen zo gering om elkaar te ontmoeten, dat ze maar zelden de mogelijkheid krijgen zich echt te bevrijden uit het keurslijf van haat.
De Armeense journaliste Arpi Bekaryan bevestigt dit beeld. ‘Mensen willen deel uitmaken van de samenleving en betrokken zijn bij de pijn en het geluk van de meerderheid, zelfs als ze hier diep van binnen niet in geloven’, zegt zij. ‘Als ze dan een ander geluid laten horen, worden ze uitgemaakt voor verraders. Daardoor is er zeker nu nauwelijks weerwoord op de barrage van haat en de absurditeit van de oorlog.’
Jeyhun vertelt hoe hij de afgelopen weken vredesactivisten aan beide kanten van de grens ineens oorlogszuchtige en haatzaaiende taal zag verspreiden op Facebook. ‘Mensen zeggen me dat ik niet over vrede moet praten in oorlogstijd, maar volgens hen is het al dertig jaar oorlog. Ze denken dat als je het over vrede hebt, je het opgeeft en wil dat je dierbaren worden vermoord.’
Ander perspectief
‘Toen ik ging studeren in Georgië waarschuwde mijn vader mij dat ik uit moest kijken voor Armeniërs’, vertelt Aziz (24). ‘Mijn broertje vroeg me zelfs verbaasd: ‘Ga je daar echte Armeniërs ontmoeten?’, alsof het een soort bloeddorstige aliens zijn die het op je leven voorzien hebben. Maar’, lacht Aziz, ’binnen een week was ik bevriend geraakt met mijn nieuwe Armeense klasgenoten.’
Toch blijft het volgens zijn Armeense medestudent Tigran (23) moeilijk elkaar te vertrouwen. ‘Ik ben opgegroeid in de Verenigde Staten en heb de hele wereld over gereisd, maar nog steeds trekt mijn maag soms samen als ik een Azerbeidzjaan zie. Kun je nagaan hoe dat is voor Armeniërs die nooit hun neus buiten eigen gemeenschap steken?’
‘Van jongs af aan leerde ik al om Armeens te zijn’, vertelt Arpi. ‘Een goede patriot, bang voor Turken en met haat jegens Azerbeidzjanen. Dat waren de regels, dat was deel van mijn identiteit. En ik nam die rol aan zonder vragen te stellen, net als mijn vrienden aan de andere kant van de grens. Die diepgewortelde haat, dat wantrouwen en de pijn van mijn voorouders zit mij in het bloed. We komen allemaal uit een oorlogsgeneratie die is opgegroeid met verhalen die we van onze ouders hoorden over wanhoop, verlies en de leegte van talloze ontheemde gezinnen. De verhalen blijven mij achtervolgen en het is niet makkelijk ze af te schudden.’
‘We willen allemaal aandacht voor de pijn die wijzelf geleden hebben, niet voor de pijn van een ander’
‘Natuurlijk willen de Armeniërs vrede’, zegt Arpi, ‘maar we willen het alleen volgens onze eigen vastgeroeste voorwaarden. Het is altijd makkelijker om in conflict te zijn dan het op te lossen. We willen allemaal aandacht voor de pijn die wijzelf geleden hebben, niet voor de pijn van een ander. Het is veel makkelijker om te zwelgen in gevoelens van zelfmedelijden, dan om de genuanceerde werkelijkheid eerlijk onder ogen te zien. Toch hebben mijn Azerbeidzjaanse vrienden, die ik in het buitenland ontmoette, mij laten zien dat er ook een andere kant is.’
‘Mijn Azerbeidzjaanse klasgenoten en ik hebben met vallen en opstaan van elkaar geleerd dat de enige uitweg is om het conflict te bekijken vanuit een ander perspectief’, zegt Tigran. ‘Helaas hebben beide kampen zich de afgelopen dertig jaar alsmaar dieper ingegraven in hun eigen verstoorde versie van de werkelijkheid, die met de tijd steeds grimmiger wordt. Decennialang hebben we toegekeken hoe beide partijen dit conflict gebruikten voor politiek gewin.’
‘Mijn regering is zo corrupt’, zegt Aziz. ‘Soms lachen we erom en doen mijn Armeense vrienden en ik een wedstrijdje welke regering het meest corrupt is, maar echt grappig is het niet. Bijna dertig jaar na de oorlog zitten er nog altijd duizenden Azerbeidzjaanse oorlogsvluchtelingen in waardeloze, tijdelijke onderkomens. De overheid weigert hun situatie daadwerkelijk te verbeteren, want dan kunnen ze niet meer gebruikt worden als troef om te laten zien hoeveel leed de Armeniërs hebben veroorzaakt. Deze leiders gebruiken Nagorno-Karabach om goed te praten waarom we nog altijd in een halve dictatuur leven, onze gevangenissen uitpuilen en er in ons land barbaarse mensenrechtenschendingen plaatsvinden. Sterker nog, als je ook maar iets in durft in te brengen tegen Aliyev en zijn kliek, word je zonder pardon weggezet als landverrader.’
‘Helaas hebben beide kampen zich de afgelopen dertig jaar alsmaar dieper ingegraven’
‘Na een periode in het buitenland wilde ik mijn nieuwe inzichten delen met familie en vrienden’, vertelt Arpi, ‘maar toen ik merkte dat dit totaal zinloos was, begon ik mij steeds verder geïsoleerd te voelen van de wereld waar ik vandaan kwam. Ik weet zeker dat ik met sommige vrienden nooit meer een normaal gesprek kan voeren. Ik kan niet eens meer naar mijn favoriete muziek luisteren, omdat ik erachter kwam hoeveel haat en nationalisme erin verborgen zit.’
Kindsoldaten en kalasjnikovs
In Armenië en in Azerbeidzjan bestaat de militaire dienstplicht voor mannen vanaf 18 jaar. Ook krijgen kinderen aan beide kanten al eerder militaire en patriottische training op school. Volgens Stichting Child Soldiers International hebben beide landen zeventienjarigen opgeroepen als militair kadet en zijn er enkele gevallen bekend waar kinderen tussen de elf en vijftien jaar in Nagorno-Karabach wapentraining kregen.
‘Dit conflict moet worden opgelost door gewone mensen, niet door mannen in vergaderzalen of mannen met kalasjnikovs en drones’
‘Vind je het gek dat een wapenstilstand geen oplossing is?’, zegt Tigran. ‘We doen dit keer op keer, maar er zijn inmiddels generaties voorbij gegaan voor wie het perspectief niet veranderd is. We zouden een pijnlijk gesprek met onszelf moeten aangaan. Ik geloof niet dat het gaat werken om duizend mensen in een conferentiezaal te proppen om te praten. Dit conflict moet worden opgelost door gewone mensen, niet door mannen in vergaderzalen of mannen met kalasjnikovs en drones.’
Diplomatie
Het conflict in de Kaukasus lijkt de afgelopen jaren een lage prioriteit te hebben gehad in het Westen. De regio is al jaren een geopolitiek kruitvat, waar Oost en West, autocratie en democratie, islam en christendom en enkele zeer nationalistische volkeren direct naast elkaar wonen. Westerse landen bemoeien zich liever niet met het conflict, te meer omdat Azerbeidzjaans belangrijkste bondgenoot – Turkije – lid is van de NAVO.
Toch kan de-escalatie van het conflict volgens Jeyhun alleen in gang worden gezet door geloofwaardige bemiddelingsinspanningen vanuit de westerse wereld. ‘Niet alleen om een fragiele status quo te handhaven, maar om dit conflict voor eens en voor altijd op te lossen.’
‘Mijn hoop is dat we door constructieve dialoog tussen changemakers, activisten en maatschappelijke organisaties kunnen werken aan wederzijds vertrouwen’, zegt hij. ‘Vooral op dit kritieke moment moeten mensen de verbinding niet verliezen. Althans, zij die er nog in geloven.’
Vandaag begint het proces tegen journalist Erk Acarer, die in 2016 Erdogan zou hebben beledigd in een column. In Turkije is het beledigen van de president strafbaar.
Hoewel Acarer een gevangenisstraf van vier jaar en acht maanden boven het hoofd hangt, komt hij niet achter slot en grendel terecht: hij leeft inmiddels in ballingschap in Europa. Zijn proces vindt in afwezigheid plaats.
Sinds Erdogan in 2014 president werd vonden meer dan honderd rechtszaken plaats tegen journalisten en columnisten die Erdogan zouden hebben beledigd. 61 daarvan werden daadwerkelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf of een geldboete.
‘Het is tijd dat de Turkse autoriteiten deze repressieve en antidemocratische wetgeving intrekken en zich aan het internationale recht houden’, vindt Reporters Without Borders (RSF). De perswaakhond spreekt van ‘een ernstige beperking van het recht om geïnformeerd te worden.’
In de persvrijheidsindex van RSF staat Turkije op plek 154 van de 180 landen.
Volgens RSF staat Acarer min of meer terecht omdat hij kritiek had op president Erdogan. In zijn gewraakte column uit 2016 beklaagt Acarer zich over de dood van een student die omkwam door politiegeweld tijdens de Gezi-protesten van 2013. De verantwoordelijke politieagent verdiende straf, vindt Acarer.
Moskeeën in de Chinese provincie Xinjiang worden gesloopt en maken plaats voor winkelcentra, meldt de Duitse krant Frankfurter Allgemeine.
De aanwezigheid van de communistische partij in Xinjiang is overal voelbaar. Op de plek waar de grote, zestiende-eeuwse moskee van Kargilik stond staat nu een winkelcentrum. Vorig jaar werd de moskee gesloopt, evenals duizenden andere moskeeën in de regio.
Deze vernietigingsgolf heeft in China officieel een naam: ‘moskeeverbeteringsprogramma’. De communistische overheid wil dat de Oeigoeren gaan consumeren in plaats van bidden. ‘Een kwestie van stedelijke ontwikkeling’, aldus een Oeigoerse politieagent aan Frankfurter Allgemeine.
In tegenstelling tot de mensen op straat zijn politieagenten in Xinjiang wel spraakzaam. Maar ze vergeten al snel hun Engels als de vragen kritisch worden. Ze willen er waarschijnlijk voor zorgen dat hun collega’s elk woord dat ze zeggen kunnen controleren door Chinees te spreken, denkt de krant.
Behalve moskeeën worden ook graven geschonden van lokale heiligen, die door de Oeigoeren vereerd worden, zoals dat van de tiende-eeuwse heerser Ali Arslan Khan in Ordam Padishah. In 2019 is dit graf volkomen vernietigd door de Chinese autoriteiten. Politieagenten bewaken de plek en zeggen dat niemand er naartoe mag vanwege het coronavirus, schrijft Frankfurter Allgemeine.
De krant legde ook nog de hand op een handleiding voor ambtenaren van de veiligheidsautoriteiten, over hoe om te gaan met terugkerende studenten die merken dat hun ouders er niet meer zijn. Ze moeten worden verteld dat ze dankbaar moeten zijn ‘dat de partij en de regering (hun ouders) gratis trainingen geven om hardnekkig verkeerd denken uit te roeien’.
Er worden minstens een miljoen Oeigoeren vastgehouden in zogenoemde heropvoedingskampen, waar ze onderworpen zijn aan een streng regime, ideologisch gehersenspoeld worden en dwangarbeid moeten verrichten. Ook vernietigt de Chinese overheid moskeeën in het gebied en worden veel Oeigoerse vrouwen verkracht door Han-Chinezen of gesteriliseerd. Critici vrezen een genocide.
De politieke partij BIJ1 is solidair met de anti-kolonialistische activisten Emery Mwazulu Diyabanza, Laehtia Babin en Sore Brama. Zij liepen op 10 september het Afrika Museum in Berg en Dal binnen om ‘gestolen’ Afrikaanse kunst terug te stelen.
Actievist Mwazulu Diyabanza legde vorige maand zijn actie als volgt uit: ‘Overal in het Westen prijken er in musea voorwerpen die een diepe significantie hebben voor Afrikaanse volkeren. Dit zijn geen gewone kunstvoorwerpen, maar culturele uitingen van onze voorvaderen die een rol spelen in wie wij zijn. Ze horen niet in musea tentoongesteld te zijn, want bij ons hebben ze spirituele en sociaal antropologische waarde; en zeker ook economische waarde. Denk maar aan de landbouw en veeteelt; iets met spirituele waarde genereert een heleboel; het beïnvloedt de visvangst, bevrucht de grond. Dat is alleen maar goed voor de mensheid. Daarom moet het terug.’
BIJ1 is het hier in essentie mee eens. ‘Het teruggeven van roofkunst is een belangrijke stap in het proces van dekolonisatie waar BIJ1 voor wil strijden’, stelt de partij van Sylvana Simons in een persbericht. ‘BIJ1 is voor een Nederland waarin erkenning is voor het verleden van mensenhandel, slavernij, kolonisatie en uitbuiting. Die periode van onrecht kan niet worden afgesloten als we niet bereid zijn actie te ondernemen om scheve verhoudingen weer recht te zetten.’
De partij vindt verder dat er een onderzoek moet komen naar ‘de roof van kapitaal en eigendom uit de voormalige koloniën, maar ook van Joden in de Tweede Wereldoorlog, de waarde van gestolen arbeid van tot slaaf gemaakten en contractarbeiders (hindoestanen, die na de afschaffing van de slavernij in Suriname in 1863 werden geronseld, red.), en de gelden die Indonesië heeft betaald in ruil voor de soevereiniteitsoverdracht (van 27 december 1949, red.)’.
Nederlandse culturele instellingen moeten volgens BIJ1 proactief zijn en zelf contact opnemen met de rechtmatige eigenaren. Dat kunnen de lokale overheden, de makers of de eigenaars van deze kunst zijn. De bewijslijst moet volgens BIJ1 bij Nederlandse instellingen liggen. Zij moeten aantonen dat voorwerpen rechtmatig zijn verworven. Kunnen ze dat niet, dan zouden ze deze ‘roofkunst’ moeten teruggeven.
De videobeelden staan nog scherp op mijn netvlies. De witte mannen in de Amerikaanse stad Charlottesville, die in 2017 demonstratief door de straten ‘Jews will not replace us’ en ‘You will not replace us’ scandeerden. Deze extreemrechtse, witte nationalisten – waaronder ook neonazi’s en leden van de Ku Klux Klan – protesteerden tegen het voornemen om het standbeeld van Robert E. Lee te verplaatsen. Eén van de drijvende krachten achter dit plan was de Afro-Amerikaan Wes Bellamy, die activist én politicus is. We kunnen veel van hem leren.
In het jaar waarin Donald Trump president werd werd Wes Bellamy gemeenteraadslid van Charlottesville. Een stadje met bijna 48.000 inwoners en daarmee qua inwonertal vergelijkbaar met pakweg Woerden. Bellamy was voordat hij politicus werd maatschappelijk actief als docent aan een universiteit en zette zich als vrijwilliger actief in voor de jeugd. Zo richtte hij ‘Helping Young People Evolve’ op, waarmee jongeren in kwetsbare posities hun talenten kunnen ontwikkelen met behulp van sportprogramma’s. Bellamy nam in maart 2016 het initiatief om het standbeeld van Robert E. Lee – een generaal in het leger van de zuidelijke ‘Geconfedereerde Staten’ tijdens de Amerikaanse burgeroorlog en daarmee verdediger van de slavernij – te verplaatsen, bijvoorbeeld naar een museum.
Al vrij snel nadat dit plan bekend werd ontving Bellamy doodsbedreigingen, beledigingen en verwensingen. Vooral via social media viel het ‘n-woord’ regelmatig en kreeg hij kritiek vanuit zowel zwarte als witte stadsgenoten. Sommige zwarte stadsgenoten waren van mening dat zijn plan onrealistisch was. Ze hadden zich neergelegd bij de status quo die al sinds de achttiende eeuw aan de orde was: de witte dominantie was in alle facetten van de samenleving een feit.
Daarnaast kreeg Bellamy veel kritiek van rechts-conservatieve witte Amerikanen, die in dit plan een poging zagen om de geschiedenis te herschrijven. Ook vonden ze – toen al dus – dat de hele Black Lives Matter-beweging en activisme onnodig ontwrichtend zouden werken. Bellamy en anderen hielden echter de rug recht. In februari 2017 besloot de gemeenteraad tot het verwijderen van het standbeeld. En toen was het hek van de dam.
Na een protestmars van de KKK in juli volgde een grote extreemrechtse rally in augustus. Deze demonstratie liep compleet uit de hand. Een tegendemonstrant werd zelfs vermoord en negentien anderen raakten gewond toen een witte nationalist met een auto op een groepje tegendemonstranten inreed. President Trump had moeite dit extreemrechtse geweld te veroordelen: hij gaf aan dat de onderliggende haat van ‘meerdere kanten’ kwam.
De doodsbedreigingen richting Bellamy, nog altijd een activistische leider en politicus, stapelden zich op. Ze richtten zich nu ook op zijn echtgenote en zijn drie kinderen. Desondanks hield hij vast aan zijn missie. En dat niet alleen.
Bellamy wist de gemeenteraad unaniem achter zijn plan te krijgen om structureel bij te dragen aan de ontwikkeling en gelijke kansen van Afro-Amerikanen in zijn stad. Dit ‘Equity Package’ bevatte concrete maatregelen op het gebied van onderwijs, volkshuisvesting, de arbeidsmarkt en het voeren van een dialoog over racisme en gelijke behandeling. Vier miljoen dollar werd vrijgemaakt voor dit plan. Ook zorgde Bellamy ervoor dat elke inwoner van Charlottesville in een sociale huurwoning gebruik kon maken van supersnel internet – een basisbehoefte in de moderne westerse wereld.
Welke succesvolle activist kan ook effectief zijn als politicus en gelijktijdig op twee borden schaken?
Terwijl de media vooral symbolische maatregelen als het verwijderen van een historisch standbeeld in beeld brengen, wordt in de politieke arena op zeer concrete wijze gewerkt aan het verbeteren van het alledaagse leven van Afro-Amerikanen. Maar het een kan niet zonder het ander. Juist omdat Bellamy een zichtbare, activistische en maatschappelijk breed gedragen leider was, kon hij als gemeenteraadslid effectiever opereren. Hoe meer maatschappelijke invloed, des te meer politieke invloed.
Daarom ben ik erg benieuwd naar de Nederlandse Wes Bellamy: welke succesvolle activist kan ook effectief zijn als politicus en gelijktijdig op twee borden schaken? Dit type tweebenig leiderschap lijkt mij in het huidige kwetsbare tijdsgewricht waarin we leven van buitengewoon groot belang. Ik kijk met extra belangstelling uit naar de kandidatenlijsten voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart.
Een rechtbank in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg heeft geoordeeld dat een Libanese moslim het Duitse staatsburgerschap niet mag krijgen. De reden: hij weigert vrouwen de handen te schudden, meldt Deutsche Welle.
Het gaat om 40-jarige Libanese arts, die sinds 2002 in Duitsland woont. Hij werkt nu als senior arts in een Duitse kliniek. Hij heeft in 2012 het Duitse staatsburgerschap aangevraagd en een verklaring van loyaliteit aan de Duitse grondwet ondertekend.
Hoewel de arts een maximale score haalde voor het staatsburgerschapsexamen, mag hij geen staatsburger worden. Hij weigerde de vrouw die hem het naturalisatiecertificaat moest overhandigen de hand te schudden. Zij weigerde vervolgens hem dit certificaat te overhandigen.
De arts besloot daarop naar de rechter te stappen, maar trok dus aan het kortste eind.
De rechter oordeelde dat iemand die een handdruk afwijst vanwege een ‘fundamentalistische opvatting van cultuur en waarden’ omdat hij vrouwen ziet als ‘een gevaar voor seksuele verleiding’ daarmee ‘integratie in de Duitse levensomstandigheden’ afwijst.
De Libanese arts kan tegen het besluit van de rechter in hoger beroep gaan.
De Franse minister Gérard Darmanin (Binnenlandse Zaken) wil de Organisatie Tegen Islamofobie in Frankrijk (CCIF) verbieden. Deze moslimraad, die moslims in Frankrijk juridische bijstand biedt in moslimhaat-gerelateerde zaken, zou een ‘vijand zijn van de republiek’.
‘We moeten stoppen met naïef zijn en de waarheid onder ogen zien: er is geen mogelijkheid om ruimte te bieden aan de radicale islam. Elk compromis compromitteert’, twitterde de bewindsman vandaag. Darmanin wil ook de islamitische NGO BarakaCity verbieden.
Je vais proposer la dissolution du CCIF et de BarakaCity, des associations ennemies de la République. Il faut arrêter d’être naïfs et voir la vérité en face : il n’y a aucun accommodement possible avec l’islamisme radical. Tout compromis est une compromission. #Europe1
De islamitische journaliste Aida Alami (theNew York Times) vraagt zich op Twitter af of de minister daadwerkelijk CCIF kan verbieden. Ze zegt ook dat zijn tweet (uiterst) rechts in de kaart speelt.
CCIF ligt onder vuur na de moord op de Franse geschiedenisleraar Samuel Paty, die afgelopen vrijdag door een 18-jarige man werd onthoofd. Paty liet in zijn lessen de controversiële Mohammed-cartoons zien van Charlie Hebdo. Volgens de Franse krant le Monde heeft de 18-jarige verdachte contact met de leerlingen van Paty gezocht en hen geld aangeboden om de docent aan te wijzen.
CCIF is in 2003 opgericht en telt meer dan 12.000 leden. De organisatie registreert meldingen van moslimhaat en zegt dat ‘islamofobie’ groeiende is in Frankrijk. Begin dit jaar ontwikkelde CCIF een speciale tool om moslimhaat te meten, met financiële steun van de Europese Commissie.
Het CCIF heeft de naam dat het nauw aanleunt bij de Moslimbroederschap, een uiterst conservatieve moslimorganisatie die in Egypte is verboden en in het Westen met argusogen wordt bekeken.
De Franse president Emmanuel Macron verklaarde twee weken geleden al de oorlog aan ‘islamitisch separatisme’ in zijn land. Macron wil ‘ongewenste buitenlandse invloed’ beperken en een Franse islam ontwikkelen die met secularisme te verenigen valt.
51 islamitische verenigingen zullen deze week bezoek krijgen van de autoriteiten, zei minister Darmanin vanochtend op de Franse radio.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.