2 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 768

Nederlands-Indische omroep ‘Bersama’ zoekt verbinding, maar voor wie?

0

De media onderbelichten de cultuur en verhalen van de Nederlands-Indische gemeenschap, vindt filmproducent San Fu Maltha. Met zijn nieuwe omroep Bersama wil hij culturele programma’s uitzenden en het cultureel erfgoed van de Nederlands-Indische gemeenschap aan volgende generaties doorgeven. Ook de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië zal langskomen. Of de omroep daadwerkelijk groepen kan verbinden die te maken hebben met deze koloniale geschiedenis, moet nog blijken.

De slogan van Bersama – dat ‘samen’ betekent in het Indonesisch – luidt ‘Geen erfgoed zonder geschiedenis’. Zo heeft de omroep als missie om een groot publiek te bereiken met programma’s over het cultureel erfgoed en de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië. Een van de initiatiefnemers is San Fu Maltha, eigenaar van filmproductie- en distributiebedrijf Fu Works, dat onder meer de films Alles Is Liefde en Zwartboek heeft geproduceerd.

‘We liepen al langer rond met het idee om een omroep te maken voor de Nederlands-Indische gemeenschap, een groep die inmiddels is uitgegroeid tot bijna twee miljoen mensen’, zegt hij. Dit geschatte aantal van mensen met een Indo-Europese achtergrond in Nederland bevestigt onderzoek van het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie). Zelf is Maltha geboren uit een Chinees-Indonesische moeder en een Nederlandse vader, die na de soevereiniteitsoverdracht in 1949 naar Nederland zijn gekomen.

‘In Nederland bestaat de Nederlands-Indische gemeenschap uit Indo-Europeanen – mensen met zowel Nederlandse als Indonesische voorouders -, Totoks (witte Nederlanders die zich vestigden in voormalig Nederlands-Indië), Molukkers, Papoea’s en Toegoenezen (de Portugees-Indonesische bevolking)’, vervolgt Maltha. ‘Daarnaast zijn er ook de Peranakan Chinezen – mensen van Chinees-Indische komaf – en de Belanda Hitam.’ Deze laatste groep bestaat uit mensen van West-Afrikaanse komaf, die in voormalig Nederlands-Indië gedwongen of uit vrije wil hebben gevochten in het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL).

Indisch zwijgen

De eerste generatie vluchtte in de jaren vijftig naar Nederland, vlak na de onafhankelijkheid van Indonesië. Ondanks dat ze niet welkom waren en een zeer koele ontvangst kregen in ons land, worden ze door de Nederlandse overheid nog steeds gezien als voorbeeld van integratie, stelt Maltha, omdat de integratie van deze grote en diverse groep vrijwel geruisloos verliep. ‘Eenmaal aangekomen in Nederland heeft de eerste generatie geprobeerd zich zo snel mogelijk aan te passen, en zo Nederlands mogelijk te worden. Het cultureel erfgoed werd hierdoor niet naar buiten gebracht.’

San Fu Maltha (Beeld: Maarten Corbijn)

Volgens Maltha merkte de eerste generatie Indische Nederlanders dat er in Nederland geen ruimte werd gemaakt voor hun verhaal. Ook was er geen ruimte in het naoorlogse Nederland om vrijuit te praten over hun leed tijdens en na de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd van 1945 tot 1949. Zo ontstond het begrip ‘Indisch zwijgen’.

‘Je moet je voorstellen dat deze eerste generatie voor hun leven moest vluchten. Deze mensen hadden geen bestaan meer na de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië. Ze moesten alles daar achterlaten’, vertelt hij. ‘Vervolgens moesten ze in het toen niet gastvrije Nederland een nieuw bestaan opbouwen, met een enorme schuld vanwege de overtocht, en met kleding en spullen die zogenaamd waren gegeven, maar eigenlijk aan hen werd geleend.’

Om dit Indisch zwijgen te doorbreken is het volgens Maltha hoog tijd voor Omroep Bersama. Nieuwe omroepverenigingen kunnen volgens de Mediawet eens in de vijf jaar een voorlopige vergunning krijgen om programma’s op de publieke omroep uit te zenden. Een uitgelezen kans voor Bersama om voet aan de grond te krijgen, aldus de filmproducent. Voorwaarde is wel dat de omroep minimaal 50.000 betalende leden werft en zich onderscheidt van andere omroepen, door bijvoorbeeld programma’s te maken gericht ‘op andere doelgroepen’.

Een groeiende groep mensen binnen de Nederlands-Indische gemeenschap is op zoek naar informatie over cultuur, geschiedenis en identiteit, zegt Maltha. Daarom heeft hij er vertrouwen in dat het gaat lukken om de 50.000 leden te halen. Dat de eerste generatie Nederlands-Indische mensen door sterfte in getal afneemt maakt de komst voor een omroep als Bersama extra urgent, vindt hij.

Dekolonisatie

De Indonesisch-Nederlandse Rochelle van Maanen, medeoprichter van het Dekolonisatie Netwerk Voormalig Nederlands-Indië, heeft geen behoefte aan een omroep als Bersama. ‘Ik heb liever dat verhalen over dekolonisatie en de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië worden verteld in verschillende mainstream media, waar ze een nog groter publiek kunnen bereiken, in plaats van dat er een apart medium moet worden opgericht’, vertelt ze. Meerdere omroepen van afzonderlijke groepen om de geschiedenis te kunnen vertellen? ‘Ik zie daar de toegevoegde waarde niet van in’, zegt zij.

Rochelle van Maanen (rechts) (Beeld: Vincent van den Brink)

Van Maanen merkt op dat er eerder tevergeefs is gepoogd om het ‘Indisch zwijgen’ te doorbreken. ‘Hoe ga je over iets praten wat niet wordt gezegd? Je kunt vragen stellen, maar door over hun geschiedenis te praten, trigger je trauma’s die nooit zijn geheeld, en dan klappen de meeste mensen weer dicht. Ik vraag me af hoe je dat kritisch kunt belichten’, verwijzend naar het zwijgen van de eerste generatie van de Nederlands-Indische gemeenschap.

Het Dekolonisatie Netwerk voormalig Nederlands-Indië biedt een online platform voor mensen met een (voorouderlijk) Nederlands-Indisch achtergrond om zich bezig te houden met hun geschiedenis vanuit een dekoloniaal perspectief. In haar netwerk komt ze geregeld Indische Nederlanders tegen die op zoek zijn naar hun identiteit en zich verdiepen in hun familiegeschiedenis. 

Privilege

De familie van haar vader is na de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië daar gebleven, terwijl ze ten tijde van de kolonie hebben gevochten voor het KNIL, vertelt Van Maanen. Haar familie heeft na de onafhankelijkheid het Indonesische staatsburgerschap aanvaard, zonder daarbij onenigheden te ondervinden met de Indonesische bevolking. Hierdoor kan ze zich vinden in zowel het Indonesische als Nederlands-Indische narratief van de geschiedenis.

‘Indische Nederlanders verloren hun privilege op het moment dat ze na de Indonesische onafhankelijkheid in de voormalige kolonie zouden blijven. Dat was voor veel mensen het geval, maar voor velen ook niet. Zo ook niet voor mijn familie’, vertelt zij. ‘Hoewel mijn verhaal vrij uniek is, zijn er meerdere met een verhaal als de mijne. Het lijkt alsof ik een uitzondering ben, omdat mijn verhaal niet interessant is voor veel Nederlands-Indische mensen die naar Nederland zijn gevlucht. Mijn familiegeschiedenis komt niet overeen met het overheersende narratief dat zij enkel slachtoffers werden van geweld door Indonesiërs.’

Met haar dekolonisatienetwerk probeert Van Maanen Nederlands-Indische mensen te prikkelen om verder te kijken in plaats van te zwelgen in de slachtofferrol. ‘Wat is ons Indisch erfgoed nu? Er wordt gesproken over wat we hebben moeten achterlaten in de voormalige kolonie, maar niet over het helen van de trauma’s die mensen in diezelfde kolonie hebben opgelopen. Ook wordt er weinig gesproken over wat ons aandeel is in de koloniale geschiedenis. Aan de ene kant onderdrukt door witte-Nederlanders, maar aan de andere kant ook onderdrukker van de Indonesische bevolking, die een donkere huidskleur had en een lagere sociale status genoot.’

Er zijn veel mensen die het verschil niet weten tussen ‘Indonesisch’ en ‘Indisch’, maar voor de historische context is dit belangrijk om te benoemen, meent Van Maanen. ‘Dit omdat je anders niet kan begrijpen hoe de kolonie heeft gewerkt.’

‘We willen beide kanten belichten: zowel de Nederlands-Indische als de Indonesische’

Bersama

Juist om meer begrip te creëren streeft Omroep Bersama er naar eigen zeggen naar de verschillende groepen te verbinden die te maken hebben gehad met de vierhonderd jaar lange koloniale geschiedenis in voormalig Nederlands-Indië. ‘Daarom hebben we gekozen voor de naam ‘Bersama’, omdat we vooral op zoek willen gaan naar datgene wat ons verbindt’, zegt San Fu Maltha. ‘Wij zijn geen politieke organisatie, maar een culturele organisatie. We willen over de cultuur vertellen, vermengd met de geschiedenis, en dan beide kanten belichten: zowel de Nederlands-Indische als de Indonesische.’

Op het moment dat de Kanttekening met de filmproducent sprak over de plannen voor Bersama, werden Indonesische Nederlanders nog niet benoemd als een van de doelgroepen van de omroep. Maltha liet tijdens het telefoongesprek weten het missiestatement aan te passen door ook Indonesische Nederlanders expliciet te benoemen. 

Pinda

Hij is er zich echter van bewust dat Bersama niet alle groepen tevreden kan stellen die te maken hebben gehad met de koloniale geschiedenis. Zo kent hij als medewerker van de incidentele glossy Pinda uit 2019 de vele kritiek op de naam van dat blad. De term ‘pinda’ is van oorsprong racistisch en koloniaal en werd gebruikt als scheldwoord om Indische Nederlanders aan te duiden, zo luidde de kritiek van het Dekolonisatie Netwerk Voormalig Nederlands-Indië.

Maltha stelt echter dat Pinda werd gekozen als geuzennaam. ‘Ben ik uitgescholden voor pinda? Ja. Maakt het mij wat uit? Nee. Voel ik mij een pinda? Ook niet. Maar als dat iets is waardoor er een gemeenschappelijk gevoel ontstaat binnen de Nederlands-Indische gemeenschap, dan wil ik mij best een pinda voelen. Niettemin begrijp ik wel dat sommige mensen deze term problematisch vinden. Als er ook maar een kleine of substantiële groep is die zich hier beledigd over voelt, dan ben ik van mening dat we de naam moeten veranderen. En daarom hebben we het ook veranderd naar Pindah, dat ‘verhuizen’ betekent in het Indonesisch.’

Zelfbeschikking

Vanuit die gedachte zegt Maltha met Bersama ruimte te willen creëren voor alle mensen om iets te vertellen over hun connectie met voormalig Nederlands-Indië. Leden van de omroep kunnen naast geschiedvertellingen een wekelijks journaal verwachten over onder meer de recente ontwikkelingen in Indonesië, maar ook kookprogramma’s met Indische recepten, om zo de Indische keuken opnieuw uit te vinden.

‘Bij Bersama gaat het altijd om de mensen, en bij een oorlog is het zelden dat er mensen zijn die helemaal goed of helemaal fout waren’, gaat Maltha verder. ‘Waar het om gaat is dat zowel Indonesiërs als de Nederlands-Indische gemeenschap slachtoffers waren van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Het recht van het Indonesische volk voor zelfbeschikking onderschrijf ik volkomen. Wel zet ik daar een kanttekening bij: dan wel voor élk deel van de Indonesische bevolking.’ Hij verwijst naar het huidige regeringsbeleid van Indonesië, dat West-Papoea en de Molukken onderdrukt, en naar de mensenrechtenschendingen die daar tot op heden plaatsvinden.

Zelfbeschikking voor West-Papoea en de Molukken onderschrijft ook Rochelle van Maanen. ‘Indonesië is een nieuw land dat pas 75 jaar bestaat, en heeft nog een hele lange weg te gaan. Het is vrijwel onmogelijk om een regering te hebben voor de gehele republiek van Indonesië, en daarmee alles in goede banen te leiden’, zegt zij. ‘Nederland heeft 350 jaar voorsprong op Indonesië door zijn rol als kolonisator.’

Indische keuken

Van Maanen zet vraagtekens bij de intentie van Bersama om de verschillende etnische groepen binnen de Nederlands-Indische gemeenschap te verbinden. Door deze versplintering van etnische groepen is er volgens haar geen sprake van één Nederlands-Indische gemeenschap.

‘Het is heftig hoe sommige Indische Nederlanders praten over Indonesiërs’

‘Als je in de context van geschiedenis praat, dan verval je snel in morele kwesties. Wie is goed of fout? In de koloniale geschiedenis ben ik echter de belichaming van beide groepen. Mensen willen vooral oppervlakkige informatie en anderen in hokjes stoppen, maar daardoor krijg je niet meer kennis’, zegt zij. ‘Iedereen een ruimte geven om over de geschiedenis te praten kan problemen opleveren, als partijen die verdeeldheid creëren en zich vastklampen aan koloniaal gedachtegoed een podium krijgen.’

Van Maanen verwijst naar de Federatie Indische Nederlanders (FIN), die het aandeel van Nederlands-Indische mensen in de bloedige geschiedenis zou ontkennen. Of Bersama voldoende ruimte zal geven aan Indonesische Nederlanders moet daarom nog blijken, aldus Van Maanen.

‘Het is heftig hoe sommige Indische Nederlanders praten over Indonesiërs. Tijdens de Indiëherdenking op 15 augustus wordt er stilgestaan bij de Indonesische slachtoffers, om ze vervolgens in een adem weer uit te maken voor moordenaars.’

Van Maanen vraagt zich af wat Bersama onder het cultureel erfgoed van Nederlands-Indië schaart, zoals bijvoorbeeld de Indische keuken, die Nederlands cultureel erfgoed is geworden. ‘Er komen geen nieuwe Nederlands-Indische recepten meer aan, omdat de kolonie niet meer bestaat. Waarom zou je iets uit een dode keuken willen maken?’

In een reactie laat FIN weten als onafhankelijke belangenorganisatie van Indische Nederlanders op te komen voor de belangen van deze groep. FIN laat verder weten dat zij ook staan voor sympathie met het Indonesische volk en/of hun onafhankelijkheid. Dit moet volgens de belangenorganisatie echter niet in de weg staan van het erkennen van het geweld door de Indonesische bevolking op Indische Nederlanders.

‘Extreemrechtse groepen gebruiken TikTok om jeugd te rekruteren’

0

Extreemrechtse haatgroepen gebruiken het sociale medium Tiktok om een ​​jonger publiek aan te trekken, meldt de Australische nieuwssite Crikey.

TikTok is beroemd geworden vanwege de korte, flitsende dansfilmpjes en memes over Donald Trump, maar terrorisme-analisten en -onderzoekers zeggen dat rechtsextremisten het platform gebruiken om racistische haatpropaganda en witte suprematie te verspreiden.

Veiligheidsanaliste Mollie Saltskog vertelt Crikey dat extreemrechtse groeperingen zoals de Atomwaffen Division TikTok gebruiken om ​​jongeren de rekruteren. ‘Als je iets hebt gemaakt, moet je ook uitzoeken hoe je ervoor kunt zorgen dat je platform niet kan worden misbruikt om gewelddadige aanvallen op onschuldige burgers (…) uit te voeren’, zegt Saltskog.

Wetenschappers Gabriel Weimann en Natalie Masri (Instituut voor Contraterrorisme aan de Universiteit van Haifa, Israël) publiceerden onlangs hun onderzoek naar de verspreiding van extreemrechtse ideologieën op TikTok. Hun bevindingen bieden verdere empirische onderbouwing voor de zorgen van Saltskog.

Op TikTok zijn meerdere extreemrechtse gebruikers actief die extreemrechtse symbolen hebben in hun profielfoto, zeggen zij. Weimann en Masri vonden vier accounts met de SS-runen, drie accounts met het logo van de extreemrechtse website Stormfront, drie afbeeldingen van de Totenkopf (die door de SS-militairen in de concentratiekampen werd gebruikt) twaalf accounts met hakenkruisen, vijf accounts met de nazi-adelaar en zes accounts met de nazivlag.

Ook vonden ze dertien verslagen met afbeeldingen van de zwarte zon (het zogenoemde Sonnenrad), een extreemrechts symbool dat populair is bij de Atomwaffen Division en gebruikt is door Brenton Tarrant, die onlangs tot levenslang is veroordeeld voor de moord op 51 moskeegangers in Nieuw-Zeeland. Sommige extreemrechtse TikTok-gebruikers verheerlijken deze aanslag en die van Anders Breivik in 2011 in Noorwegen, waarbij 77 mensen omkwamen.

President Europees Hof voor de Rechten van de Mens in opspraak

0

Er gaan steeds meer stemmen op dat Robert Spano, de president van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), moet opstappen. Spano bezocht vorige week Turkije. Hij ontmoette er topfunctionarissen van de regerende AKP-partij, waaronder president Erdogan. Ook ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit van Istanbul.

Turkse mensenrechtenorganisaties, advocaten en activisten en Europese politici en mensenrechtenverdedigers veroordeelden Spano’s bezoek en hoe hij dit heeft ingevuld. De voorzitter van het EHRM heeft sinds het omstreden vierdaagse bezoek geen verklaringen afgelegd of interviews afgenomen.

Spano had alleen een ontmoeting met de overheidsfunctionarissen en overheidsinstellingen, terwijl hij verzoeken om vergaderingen te houden met functionarissen van de mensenrechtenorganisaties van het land negeerde. Dat zegt Sebnem Korur Fincanci, voorzitter van Turkse Stichting voor de Mensenrechten,  tegen de onafhankelijke Turkse nieuwssite Ahval News.

Ook waren studenten niet welkom in de zaal in de Universiteit van Istanbul, waar Spano zijn eredoctoraat ontving. Volgens Fincanci was Spano bang dat studenten tegen hem zouden demonstreerden.

Volgens critici legitimeerde Spano’s bezoek het schenden van de mensenrechten door Turkije. Sebnem Korur Fincanci beaamt dit. Ze voegt hieraan toe dat Spano de legitimiteit van het EHRM en zijn eigen positie als president van dit hof ondermijnt.

‘Het EHRM moet de situatie bespreken en dit onwettige bezoek niet accepteren, om de reputatie van de rechtbank te beschermen’, stelt de mensenrechtenactiviste.

Er gaan stemmen op dat Spano moet opstappen, maar de president van het EHRM weigert om de eer aan zichzelf te houden. Fincanci vindt dat het hof de positie van Spano ter discussie moet stellen en hem moet dwingen om op te stappen.

Spano bracht ook een bezoek aan de zuidoostelijke stad Mardin. Op foto’s die daar gemaakt zijn staat Spano samen met een door de overheid aangestelde burgemeester. In Turkije zijn veel burgemeesters van pro-Koerdische HDP ontslagen en vervangen door regeringsambtenaren. De HDP wordt beschuldigd van steun aan de PKK, die in Turkije en in de EU op de terreurlijst staat.

Academicus Mehmet Altan, in 2016 ontslagen als hoogleraar aan de universiteit van Istanbul  tijdens de zuiveringen van Erdogan, schreef vorige week een open brief aan Spano. ‘De universiteit (van Istanbul, red.) waar u uw doctoraat gaat halen, is ‘de beschuldigde instelling’ in de processen die zijn aangespannen door vele academici, die net als ik bij een wettelijk besluit werden ontslagen.’

Mehmet Altan is jongere broer van Ahmet Altan, de beroemde schrijver en intellectueel die nog steeds in de gevangenis zit.

Bezorgde D66’ers manen Kamerfractie: vang migranten Griekse kampen op

0

Nederland moet vluchtelingen uit de Griekse kampen per direct opvangen, schrijven ruim tachtig prominente D66-leden in een brief aan D66-Kamerleden Maarten Groothuizen en Rob Jetten. Aanleiding van hun schrijven is de ramp in het vluchtelingenkamp Moria.

Onder de 87 ondertekenaars van de brief aan de D66-Kamerfractie bevinden zich oud-partijleider Jan Terlouw, oud-minister Roger van Boxtel, oud-Kamerlid Boris van der Ham en Leonie Janssen, voorzitter van de D66-jongerenbeweging. Initiatiefneemster van de actie is Martine Bults van D66 Amsterdam-Zuid.

Op het Griekse eiland Lesbos zijn duizenden vluchtelingen dakloos geraakt, nadat in de nacht van dinsdag op woensdag een grote brand uitbrak in het overbevolkte vluchtelingenkamp Moria. Hierdoor gaan in Europa opnieuw stemmen op om meer vluchtelingen op te vangen.

Op dit moment zitten veel vluchtelingen vast in Griekenland en Turkije, omdat de EU na de vluchtelingencrisis van 2015 liever niet nog meer vluchtelingen en andere migranten wil opnemen.

‘De situatie in kamp Moria op Lesbos was al onhoudbaar – het gebrek aan hygiëne, de overbevolking en de verschrikkelijke omstandigheden waar vluchtelingen zich in bevinden, leiden tot veel menselijk leed. D66 maakt zich sterk voor een Europees herverdelingsplan om vluchtelingen op de Griekse kampen per direct te huisvesten. De nood is nog hoger geworden. Tot een structurele oplossing door alle lidstaten is goedgekeurd, moet Nederland verantwoordelijkheid tonen en het voortouw nemen bij de opvang van de meest kwetsbare vluchtelingen in Nederland.’

D66 zit met ChristenUnie, CDA en de VVD in de coalitie. Bij die laatste twee partijen bestaat vooralsnog weinig animo om meer vluchtelingen op te nemen. Wel heeft minister Sigrid Kaag (D66, Ontwikkelingssamenwerking) een miljoen euro gedoneerd voor noodhulp aan Griekenland.

Opiniemaker Sywert van Lienden, die meeschrijft aan het verkiezingsprogramma van het CDA, beweerde gisteren op Twitter dat de branden in Moria zelf waren aangestoken en dat de brandweer werd gehinderd bij het bluswerk. Volgens Van Lienden probeerde ‘deze groep’ met geweld te forceren dat de EU meer vluchtelingen opneemt. ‘Hier moet je nimmer aan (willen) toegeven’, aldus Van Lienden. Zijn ongezouten mening leidde op Twitter tot de nodige ophef.

Liefdesbrief aan de voorstanders van Zwarte Piet

1

Geachte voorstanders van Zwarte Piet,

Uit de grond van mijn hart wil ik u moed inspreken. Want het vergaat u niet makkelijk.

Zelfs minister-president Mark Rutte heeft u in de steek gelaten. In 2013 stelde Rutte nog dat Zwarte Piet eenmaal zwart is en dat hij daar niets aan kan doen. Maar afgelopen juni, zeven jaar later, gaf onze premier openlijk toe dat hij ook van mening is veranderd over Zwarte Piet.

De minister-president is met de tijd mee gegaan, geachte pleitbezorger van Zwarte Piet. Want in 2013 was maar liefst 89 procent van de Nederlanders voorstander van de traditionele Zwarte Piet terwijl nu, zeven jaar later, slechts 47 procent van de bevolking van mening is dat Piet pikzwart moet blijven.

Zelfs grote bedrijven keren zich tegen deze racistische karikatuur. Vanaf het einde van deze maand verkoopt de webwinkelgigant Bol.com geen producten meer die Zwarte Piet afbeelden als ‘stereotyperende karikatuur’ of als ‘mensen die volledig donker zijn geschminkt’. Met dit besluit sluit Bol.com zich aan bij een groep van bedrijven en organisaties die er bewust voor hebben gekozen om, net als Mark Rutte, zich aan de veranderende tijdgeest aan te passen.

Zwarte Piet is als een parfum die door de overgrote meerderheid van de bewoners van een huis als plezierig wordt ervaren, terwijl een kleine minderheid er slapeloze nachten van krijgt. Als de minderheid regelmatig hiertegen bezwaar aantekent, dan is het aan de meerderheid om zich aan te passen. Het gaat om een kwestie van beschaving.

Ik schrijf u deze liefdesbrief omdat uw grootste nachtmerrie mij is overkomen

Mark Rutte, Bol.com en meer dan de helft van de bewoners van ons land behoren inmiddels tot de nieuwe meerderheid, die inziet dat men niets te verliezen heeft als er rekening gehouden wordt met de gevoelens van de minderheid. Het plezier van de meerderheid mag immers niet tot de pijn van de minderheid leiden.

Maar dat geldt niet voor u, beste pro-Pieten. Voor u staat Zwarte Piet symbool voor de Nederlandse identiteit. Een identiteit die in uw ogen statisch is en door de komst van ‘buitenlanders’ in de uitverkoop wordt gedaan. Uw geloof wordt versterkt door opportunistische politici en mislukte denkers die Nederland als een verweesde samenleving zien. In hun ogen wordt ons land in de uitverkoop gedaan door een cultuurmarxistische elite. Een elite die aan zelfhaat zou lijden en stiekem uit is op de vernietiging van Nederland. Want na Zwarte Piet sneuvelen de kerstboom en de negerzoen.

Dit zijn natuurlijk allemaal wilde complottheorieën, maar ergens snap ik waarom u daarin gelooft. Want u bent bang. Diep van binnen weet u niet wie u nog kunt vertrouwen. U bent bang dat als u uw hand uitreikt, uw hele arm afgesneden wordt. Daarom wilt u graag Zwarte Piet verdedigen, zelfs als dat betekent dat u geweld moet inzetten. Zoals vorig jaar november in Den Haag bijvoorbeeld, toen tientallen pro-Pieten een bijeenkomst van Kick Out Zwarte Piet met vuurwerk probeerden te bestormen.

Ik schrijf u deze liefdesbrief omdat uw grootste nachtmerrie mij is overkomen. Dertien jaar geleden ben ik als een vluchteling naar Nederland gekomen. Ik liet alles achter wat mij lief was om een nieuwe bestaan op te bouwen. Toch is het mij gelukt om uit deze nachtmerrie te ontwaken. In de dertien jaar dat ik in Nederland woon is het mij gelukt om een nieuw leven op te bouwen. Ik heb mij de Nederlandse taal machtig gemaakt, ik heb vrienden gemaakt, ik heb een studie mogen volgen en ook een fatsoenlijke baan gekregen.

Na de storm volgt altijd een stilte. En na de transitie is er een hernieuwd leven. Maar totdat het gelukzalige moment aanbreekt dat u dit ook inziet, heb ik een boodschap voor u in mijn geboortetaal Swahili: Pole. Oftewel: ‘Ik leef met je mee.’ Als de coronacrisis is afgelopen, kunnen jullie bij mij een gratis knuffel ophalen.

Heel veel liefs,

Kiza

‘Dood alles wat je ziet’: soldaten uit Myanmar biechten Rohingya-slachting op

0

Twee soldaten uit het Birmese leger hebben hun misdaden tegen de Rohingya-moslims opgebiecht in een video. Dit schrijft the New York Times.

De twee bekennen hun misdaden op monotone wijze. Slechts een enkele keer knipperen ze met hun ogen en verraden ze enige emotie: als ze vertellen over executies, het graven van massagraven, het vernietigen van dorpen en verkrachtingen.

Het bevel dat hij in augustus 2017 van zijn commandant kreeg was duidelijk, vertelt soldaat Myo Win Tun in zijn bekentenis. ‘Schiet op alles wat je ziet en op alles wat je hoort.’

Hij zei dat hij gehoorzaamde door deel te nemen aan de massamoord op dertig Rohingya-moslims, en daarna om de lijken te begraven in een massagraf.

Soldaat Zaw Naing Tun kreeg rond diezelfde tijd een soortgelijk bevel van zijn superieure: ‘Dood alles wat je ziet, of het nu kinderen of volwassenen zijn.’

‘We hebben ongeveer twintig dorpen weggevaagd’, zegt soldaat Zaw Naing Tun. hij voegde hieraan toe dat ook hij lichamen in een massagraf heeft gedumpt.

De videogetuigenissen van de twee soldaten, opgenomen door een rebellenmilitie, kunnen dienen als bewijs voor genocide op de Rohingya-moslims. Dit is de eerste keer dat leden van de Tatmadaw, zoals het leger van Myanmar wordt genoemd, openlijk hebben toegegeven deel te hebben genomen aan wat volgens VN-functionarissen een genocidale campagne was tegen de Rohingya-minderheid.

Matthew Smith, hoofd van de NGO Fortify Rights, is blij met deze getuigenissen. ‘Deze mannen zouden de eerste daders uit Myanmar kunnen zijn die berecht worden bij het Internationaal Strafhof, en de eerste insider-getuigen die in hechtenis zijn van de rechtbank.’

The New York Times kan niet bevestigen dat de twee soldaten de misdaden hebben begaan die ze hebben opgebiecht. Maar details in hun verhalen komen overeen met beschrijvingen van tientallen getuigen en waarnemers, waaronder Rohingya-vluchtelingen, inwoners van Rakhine, Tatmadaw-soldaten en lokale politici.

Meer dan 700.000 Rohingya zijn sinds augustus 2017 uit Myanmar gevlucht naar Bangladesh. Ze sloegen op de vlucht voor het geweld van het leger, dat een ‘opruimingsactie’ zei uit te voeren tegen rebellen. De regering van Myanmar ontkent dat veiligheidstroepen zich schuldig hebben gemaakt aan massamoord, massale verkrachtingen en het in brand steken van huizen van Rohingya.

Eind 2019 startte Gambia een genociderechtszaak tegen Myanmar. Nederland en Canada hebben zich begin deze maand formeel aangesloten bij deze zaak.

Ahmadiyya-jeugd begint voorlichtingscampagne ‘De Ware Islam’

0

Nederlandse Ahmadiyya-jongeren zijn een campagne begonnen over ‘de ware islam’. Hiermee willen ze naar eigen zeggen vooroordelen wegnemen die er over de islam bestaan.

De campagne moet Nederlanders ‘voorzien van een eenduidig en normatief beeld van de ware Islamitische leerstelling en om Nederlandse moslims te verenigen op het juiste begrip van de Islam dat Profeet Mohammed (vzmh) onderwees’, schrijven de Ahmadiyya-jongeren op hun website.

‘Tegelijkertijd wordt getracht om de Islam te onderscheiden van extremisme en aan te tonen dat extremisten een volstrekt verkeerd beeld hebben over begrippen als jihad, vrijheid van meningsuiting en mensenrechten. Wij nodigen moslims en niet-moslims uit om elf Islamitische grondbeginselen te steunen en samen een blok te vormen tegen de extremisten.’

Onder de ‘elf islamitische grondbeginselen’ waar de Ahmadiyya over reppen vallen onder meer: ‘Gelooft in de niet-gewelddadige jihad’, ‘Gelooft in de gelijkheid en emancipatie van de vrouw’, ‘Gelooft in loyaliteit van het land waar men woont’ en ‘Gelooft dat afvalligheid geen straf kent’.

De Ahmadiyya Moslim Gemeenschap gelooft dat de stichter van deze beweging – Mirza Ghulam Ahmad (1835-1908) – de Messias en de Mahdi is, wiens komst door de profeet Mohammed is voorspeld. Omdat de Ahmadiyya geloven dat Mirza Ghulam Ahmad ook een profeet is, worden ze door mainstream moslims als afvalligen gezien. Vooral in Pakistan zijn Ahmadiyya slachtoffer van geloofsvervolging.

Volgens de Ahmadiyya heeft de Mahdi voor een duizendjarig vrederijk gezorgd. In die tijd leven wij nu ook. Hoewel de wereld nog niet verlost is van oorlog en leed, komt de vrede steeds dichterbij, geloven de Ahmadiyya.

Een ander belangrijk theologisch verschil met orthodoxe moslims is dat Ahmadiyya de Koran op een heel andere manier lezen. Teksten in de Koran die oproepen tot geweld tegen ongelovigen en andersgelovigen komen tussen haakjes te staan. De ware boodschap van de islam is volgens Ahmadiyya vrede. Dat betekent dat teksten die daarmee niet in overeenstemming lijken te zijn in het licht van die vredesboodschap moeten worden geïnterpreteerd.

In Nederland wonen zo’n 1.500 Ahmadiyya. De eerste moskee in Nederland, de Mobarak Moskee in Den Haag uit 1955, is een Ahmadiyya-moskee.

Pakistaanse christen krijgt doodvonnis wegens ‘godslasterlijke’ sms’jes

0

De 37-jarige Asif Pervaiz, die sinds 2013 in de gevangenis zit in Pakistan, is ter dood veroordeeld vanwege ‘blasfemische sms’jes’.

De christelijke Pervaiz zou de sms’jes hebben gestuurd naar zijn baas op het werk. De rechtbank in Lahore verwierp de argumenten van de verdediging – die volhield dat hij zich niet aan blasfemie schuldig had gemaakt – en veroordeelde hem tot de doodstraf.

Pervaiz beweert dat hij in een discussie met zijn baas was verwikkeld, die hem probeerde te bekeren tot de islam. Nadat hij weigerde om zich tot de islam te bekeren werd hij door zijn baas van godslastering beschuldigd, aldus de verdediging.

De advocaat van de baas ontkende echter dat zijn cliënt probeerde Pervaiz te bekeren en hield vol dat Pervaiz godslasterlijke berichten had gestuurd.

‘Hij heeft achteraf voor deze verdediging gekozen, omdat hij geen andere duidelijke verdediging had’, zegt de advocaat van de baas tegen de Arabische  nieuwszender al Jazeera. ‘Daarom beschuldigde hij hem ervan dat hij probeerde hem te bekeren.’

Chaudhry zei dat er andere christelijke werknemers in de fabriek waren, maar geen van hen heeft de baas ervan beschuldigd hen te bekeren tot de islam.

De strikte blasfemiewetten in Pakistan stellen dat iemand die zich schuldig maakt aan het beledigen van de profeet Mohammed automatisch ter dood moet worden veroordeeld.

Volgens de Amerikaanse overheidscommissie voor Internationale Religieuze Vrijheid zitten momenteel minstens tachtig mensen in de gevangenis vanwege het misdrijf van blasfemie. Minstens de helft hangt een levenslange gevangenisstraf of de doodstraf boven het hoofd. De meeste aangeklaagden zijn moslim, in een land waar 98 procent van de bevolking islamitisch is.

Toch treffen de blasfemiewetten leden van minderheden als christenen en hindoes onevenredig hard. Eind 2018 werd Asia Bibi, een christelijke vrouw, die was veroordeeld omdat ze Mohammed zou hebben beledigd, in hoger beroep vrijgesproken. Ze vluchtte vorig jaar naar Canada, omdat fundamentalistische moslims haar dood willen hebben.

Pakistan heeft tot nu toe nog niemand die op grond van de strenge blasfemiewetten ter dood is veroordeeld daadwerkelijk geëxecuteerd. Wel zijn er sinds 1990 tenminste 77 mensen die van blasfemie werden beschuldigd vermoord, aldus al Jazeera.

Arabische solidariteit is een fictie

0

Het werd medio augustus als een historische doorbraak gebracht: het herstel van de diplomatieke betrekkingen tussen Israël en de Verenigde Arabische Emiraten. In ruil voor aflasting of opschorting – de gehanteerde terminologie verschilde naar gelang de hoofdstad – van de Israëlische annexatie van grote delen van de Westelijke Jordaanoever, normaliseren de VAE de relatie met West-Jeruzalem.

Begrijpelijk dat Trump, nooit door valse bescheidenheid om grote woorden verlegen, dit als een geweldige follow-up van zijn eigen ‘vredesplan’ voor het Midden-Oosten presenteert. Het valt niet te ontkennen dat zowel hij als Netanyahu die thuis goed kunnen gebruiken – Trump in zijn herverkiezingscampagne, Netanyahu om de aandacht van voor hem dreigende rechtsvervolging af te leiden.

Kind van de rekening zijn de Palestijnen die, voorspelbaar, woedend hebben gereageerd, maar de facto volslagen machteloos zijn. De fraaie woorden van solidariteit met hun zaak, regelmatig door Arabische machthebbers uitgesproken, blijken opnieuw niets in te houden.

Laten we er maar geen doekjes om winden: de Palestijnen hebben de slag om een eigen land definitief verloren. Precies zoals de Koerden, de Tibetanen en tal van andere volkeren die door een militair krachtiger staat stelselmatig van hun rechten worden beroofd. De Palestijnen kunnen pruttelen wat ze willen – het zal ze niet helpen, bij gebrek aan machtige bondgenoten die echt bereid zijn hun nek uit te steken.

In Europa bestaat best sympathie voor hun zaak, maar tot concrete sancties tegen Israël leidt dit nooit. Daarvoor zit zowel het schuldgevoel vanwege de Holocaust als het idee van verwantschap te diep; ook in Nederland strandt elke poging Israëlische mensenrechtenschendingen te bestraffen steeds op veto’s van de rechtse partijen.

Omdat Amerika Israël helemaal de hand boven het hoofd houdt, kan Israël bovendien Europa negeren en buiten elke vredesonderhandeling houden. Die Amerikaanse steun is onder Trump weliswaar extremer dan ook, maar zal ook met een president Biden niet fundamenteel veranderen. De sympathie van het Amerikaanse electoraat ligt, ook met dank aan alle negatieve Arabische Hollywoodclichés, eenduidig aan Israëlische zijde, niet alleen in evangelische kring.

De niet van antisemitisme gespeende taal van Hamas draagt daar vervolgens extra aan bij. Wat dat betreft hebben de Palestijnen, als het gaat om het winnen van de Amerikaanse hearts and minds, hun retoriek niet op orde; zo genoot Saddam Hussein groot aanzien in hun kring. Niet onbegrijpelijk, omdat deze zich, als aartsvijand van Washington, als een van de weinig Arabische dictatoren vierkant achter hen schaarde. Alleen: geweldig behulpzaam was dat na Saddams ondergang natuurlijk niet.

Laten we er maar geen doekjes om winden: de Palestijnen hebben de slag om een eigen land definitief verloren

De VAE hebben door hun opzienbarende openlijke stap – achter de schermen bestonden al langer intensieve contacten – nu eieren voor hun geld gekozen. Want hun geld: daar gaat het deze miljardairsjeiks allereerst om. Hun inschatting is dezelfde als zojuist mijnerzijds geformuleerd: dankzij de Amerikaanse onwil en het Europese onvermogen om de Palestijnen recht te doen, zal Israël nog voor lange jaren onbetwist de bovenliggende partij zijn. En if you can’t beat them, join them.

De grote bedreiging is in Arabische ogen bovendien niet Israël, maar Iran. Enerzijds om religieuze redenen: de tegenstelling tussen soennieten en sjiieten die niet alleen Irak verscheurt, maar ook in het Syrische conflict een rol speelt. Voor felle soennieten zijn sjiieten – en omgekeerd geldt dat ook – vaak erger dan ongelovigen. Niets solidaire oemma van alle moslims wereldwijd: dat is een fictie. Net als christenen vroeger vechten ze bij voorkeur elkaar de tent uit – ketters zijn vanouds erger dan ongelovigen.

En de andere reden om Iran als grote bedreiging te zien is voor al die stinkrijke sjeiks een financiële. Van solidariteit met arme moslims – denk aan ruimhartige ondersteuning van de vele miljoenen vluchtelingen – geven zij zelden blijk; hooguit sturen ze salafistische predikers.

Bovenal is Iran een republiek, met een – hoe gebrekkig dat ook gaat – gekozen president. Voor de absolutistische erfmonarchieën op het Arabische schiereiland, wier rijkdom mede is gebaseerd op het feit dat zij geen enkele inspraak dulden, vormt een dergelijk alternatief voor hun eigen archaïsche stelsel ideologische bedreiging nummer één.

Denk wil meer opvangplekken voor dakloze EU-arbeidsmigranten

0

De fractie van Denk in de Rotterdamse gemeenteraad zal donderdag tijdens de raadsvergadering een motie indienen voor meer opvangplekken voor dakloze arbeidsmigranten uit de Europese Unie.

Indiener Natasha Mohamed-Hoesein vindt dit hard nodig, ook om op deze manier overlast te verminderen, schrijft Dagblad 010. Denk wil bovendien een structurele oplossing voor arbeidsmigranten die in Nederland willen blijven.

Vanwege de coronacrisis zijn veel arbeidsmigranten hun baan kwijtgeraakt. Ook in Rotterdam. Daarom wil Denk ambtelijke ondersteuning voor de gedupeerden. Vroeger werd dit in Rotterdam gedaan door Tilly, een ambtenaar die via de Pauluskerk, vlak bij Rotterdam Centraal Station, dag en nacht klaar stond voor arbeidsmigranten, bijvoorbeeld door het regelen van de juiste papieren.

De Rotterdamse oppositiepartijen Nida, 50Plus en de Partij voor de Dieren steunen Denk bij het verzoek aan het stadbestuur om te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om ambtenaren in te zetten die net als Tilly arbeidsmigranten bijstaan.

In Den Haag is, als gevolg van de coronacrisis, het terugkeerproject Perspektyva opgericht voor arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa die dakloos zijn of dakloos dreigen te worden.