7.7 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 771

Hijabi-topmodel stopt met lopen over catwalk om ‘geloof te eren’

0

Het islamitische topmodel Halima Aden stopt met het lopen over de catwalk. Haar werk in de modewereld leidde tot te veel compromissen met haar geloof, zegt ze.

Aden (23) was een van de eerste modellen die een hijab droeg. Ze liep voor grote modemerken, zoals Yeezy van Kanye West.

Op social media zei ze dat ze het contact was verloren met wie ze werkelijk was. Zo miste ze dankzij haar werk als model tijd om te bidden. Ook moest ze een keer de catwalk op met spijkerbroeken op haar hoofd, die fungeerden als een soort hijab.

Op Instagram schrijft Aden dat ze het zichzelf kwalijk nam, dat ze meer om haar carrière gaf dan om wat er in het leven werkelijk toe doet.

Het model deelde een bericht van zichzelf in een campagne voor Rihanna’s modemerk Fenty Beauty. Aden: ‘[Rihanna] laat me de hijab dragen die ik meebracht om op te doen. Dit is het meisje waar ik naar terugkeer, de echte Halima.’

In een andere post spreekt Aden over het gevoel een ‘een minderheid binnen een minderheid’ te zijn. Volgens haar zijn er te weinig moslimstylisten in de mode-industrie, waardoor er te weinig begrip is voor modellen die een hijab dragen.

Tijd voor nieuwe verhalen van Molukse Nederlanders

0

Van KNIL-militairen en treinkapingen tot motorbendes: Molukse Nederlanders kampen met een bepaald imago. Een nieuwe beweging onder jonge generaties is hard bezig dat te doorbreken. ‘Er is een heel ander verhaal te vertellen, over veerkracht en zelfredzaamheid.’

Bijna zeventig jaar geleden werden duizenden Molukkers met hun families naar Nederland gehaald. Als soldaten van het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL) waren ze niet meer veilig in Indonesië. Geheel op eigen kracht hebben de Molukkers zich een plek weten te vinden in de Nederlandse samenleving. Dat ging niet zonder slag of stoot. Na hun aankomst in Rotterdam in 1951 werden de Molukse KNIL-veteranen en hun families tijdelijk opgevangen in barakkenkampen in afwachting van terugkeer naar een vrije Molukse republiek. Toen die uitbleef en duidelijk werd dat Molukkers in Nederland zouden blijven, werden deze kampen platgegooid. De overheid verdeelde inwoners van de kampen over het land in zestig speciaal voor hen gebouwde wijken.

Het leidde tot grote problemen, vooral voor de tweede generatie Molukse Nederlanders in de jaren zeventig en tachtig. Zij konden moeilijk aansluiting vinden in de samenleving. In de Moluks-Nederlandse wijken heerste werkloosheid. Een deel van hen radicaliseerde, een ander deel raakte aan de harddrugs. In 1981 bleek, op basis van ruwe schatting, dat een op de tien jonge Molukse Nederlanders tussen de 18 en 24 jaar heroïne gebruikte. Onder Nederlandse leeftijdgenoten was dat toen 0,6 procent. Voor de Moluks-Nederlandse gemeenschap bleek de afstand tot de arbeidsmarkt en het onderwijs groot. In 2009 werd bekend dat twee derde van de Moluks-Nederlandse jongeren tussen 15 en 30 jaar geen schooldiploma had gehaald.

Hoe anders is dat nu, ruim tien jaar later. Het leeuwendeel van de ongeveer 45.000 Molukse Nederlanders doet het sociaaleconomisch goed, en de integratie lijkt zodanig te zijn voltooid dat ze daarom onder meer niet meer als aparte groep worden geregistreerd in de landelijke statistieken. Landelijke onderzoeken worden dan ook niet meer gedaan naar Molukse Nederlanders, legt Fridus Steijlen uit. Hij is hoogleraar Molukse Migratie en Cultuur in Comparatief Perspectief aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam. ‘Maar dat betekent niet dat er niet veel gebeurt in de Moluks-Nederlandse gemeenschap in ons land. Volgend jaar is het zeventig jaar geleden dat de Molukkers naar Nederland kwamen. Steeds meer mensen vragen zich af: ‘Hoe zit het met onze positie?’ Jongere generaties willen weten waarom Nederland zo met hun opa’s en oma’s is omgegaan. Er is een nieuwe beweging op gang gekomen die meer bezig is met bewustwording, met de Molukse geschiedenis. Er is grote behoefte aan kennis en identiteit.’

‘Molukkers zijn beter geïntegreerd dan we allemaal dachten’

Allerlei initiatieven voorzien in die behoefte. Zo zet de stichting Building the Baileo zich in voor het behoud en overdracht van de oorspronkelijke Molukse cultuur en identiteit, die van de Alfoeren, en laat het project Verloren Banden met oude videobanden de veerkracht zien van de Moluks-Nederlandse wijk in Vaassen in de jaren tachtig. Ook zijn er andere culturele netwerken ontstaan, zoals Awareness Moluccan Identity (AMI), een creatief platform en stichting opgericht door kunstenaars en creatievelingen met Molukse roots. Er is weer meer interesse in traditionele cultuur en muziek.

Ook politiek roeren Molukse Nederlanders zich weer meer. Zo organiseerden Moluks-Nederlandse jongeren in Hoorn samen met andere organisaties antiracismedemonstraties bij het standbeeld van J.P. Coen. Tijdens de afgelopen coronamaanden vonden op tal van plekken in het land manifestaties plaats van Moluks-Nederlandse jongeren die met vlaggen van de RMS (Republik Maluku Selatan, de vrije Molukse republiek) zwaaiden. Dat deden ze in solidariteit met leeftijdgenoten op de Molukken zelf, waar ook een hernieuwde interesse is ontstaan voor het vrijheidsideaal. Spreken over de RMS is in Indonesië echter nog steeds taboe, en de overheid daar grijpt hard in tegen de Molukse demonstranten. Ook krijgt de inheemse bevolking van het eiland Seram steun van Molukse Nederlanders in hun protest tegen de komst van houtkap- en plantagebedrijven die hun regenwoud willen kappen. Dankzij social media zijn de banden met het moederland veel nauwer dan vroeger.

Building the Baileo-oprichter Romy Rondeltap in het Molukse dorp van haar roots tijdens het maken van een documentaire over de Molukken (Beeld: Ellon Tomisa)

Een nieuwe beweging?

Is er sprake van een nieuwe beweging onder de jongere generaties? ‘Ja, maar ik zou deze beweging niet nieuw noemen’, zegt Romy Rondeltap (foto), oprichter van Building the Baileo en een van de initiatiefnemers van het protest bij het beeld van J.P. Coen. ’In de jaren zeventig waren er al organisaties bezig met de Molukse identiteit, die streefden naar vrijheid en opkwamen voor de rechten van de inheemse volken. Maar de tijd was er toen niet rijp voor. De generatie van toen had hele andere problemen, die worstelde met een plek in de samenleving. Wij hebben die plek nu wel. Daarom kunnen we het nu breder uitdragen. Ik verwacht veel van deze beweging.’

Met haar stichting wil ze wat doen tegen het volgens haar eenzijdige perspectief dat Nederland heeft over Molukse Nederlanders. ‘Het gaat altijd om onze politieke identiteit, over de KNIL of om motorbendes – de motorclub is prima, maar geen boegbeeld voor de Molukse samenleving of identiteit. In het Volkenkundig Museum of het Tropenmuseum gaat het hoekje over Molukkers altijd over de koffer van het KNIL. Alsof we voor die tijd geen bevolkingsgroep zijn geweest. Daarom ben ik zelf op zoek gegaan naar wat het betekent om Moluks te zijn, naar onze pre-koloniale identiteit. Ik merkte om mij heen dat de behoefte daaraan groot is.’

Ook Jeftha Pattikawa ziet de interesse groeien onder jongere generaties. Met zijn project Verloren Banden organiseert hij dialogen in de wijk. ‘Ik denk dat de interesse er altijd wel is geweest, alleen niet in het zicht van media en politiek. Wat je nu vooral ziet is dat jonge Molukkers zich inzetten voor maatschappelijke vraagstukken en graag andere verhalen vertellen over ons. Erfgoedinstellingen, zoals archieven, zouden dus met ons de gedeelde geschiedenis vanuit meerdere perspectieven kunnen ontsluiten en belichten.’

In de roerige jaren zeventig waren jongeren inderdaad ook al bezig met dat andere verhaal, vertelt Elias Rinsampessy, cultureel antropoloog en in die tijd woordvoerder van de linkse jongerenbeweging Gerakan Pattimura. ‘We probeerden een andere kijk te krijgen op de RMS-ideologie. Vergeleken met toen zijn de jongeren van nu veel genuanceerder’, stelt hij. ‘Ik kan mij voorstellen dat er weer meer interesse is in onze herkomst en identiteit. De Molukse gemeenschap is nu veel meer gedifferentieerd in termen van visies over de RMS, opleiding en maatschappelijke posities. Ik denk dat Molukkers beter geïntegreerd zijn dan we allemaal dachten. Twee derde woont niet meer in de wijken en de jongere generaties spreken haast geen Maleis meer. We moeten alleen oppassen dat we de Molukse cultuur en identiteit niet als iets statisch zien. We blijven veranderen en inhoud geven aan onze identiteit.’

Het team van Building the Baileo tijdens kerst (Beeld: Building the Baileo)

Nieuwe verhalen

Lang niet iedereen in de Moluks-Nederlandse gemeenschap waardeert het loslaten van het KNIL-verleden. Rondeltap: ‘We zijn kritisch op het kolonialisme van Nederland, maar tegelijkertijd moeten we ook naar onze eigen rol kijken, namelijk dat we hebben samengewerkt met het koloniale regime. Ook wij hebben een vlek in onze geschiedenis waar we over moeten praten. Dat ligt echt heel gevoelig in de gemeenschap. Uit respect voor de eerste generatie, onze opa’s en oma’s, deed ook niemand dat. Nu we steeds meer afstand nemen van het KNIL kunnen we onszelf een spiegel voorhouden. Het is tijd dat we onze eigen geschiedenis terugnemen die ooit van ons is afgenomen, om te weten waar we vandaan komen. Zodat we ook weten waar we naar toe moeten.’

‘We zijn kritisch op het kolonialisme van Nederland, maar tegelijkertijd moeten we ook naar onze eigen rol kijken’

Want Molukse Nederlanders zijn nu zoveel meer dan de kinderen van KNIL-strijders, stelt ze. ‘De nieuwe beweging komt nu uit zoveel hoeken, er zijn zoveel verhalen. Samen moeten we er weer een collectief van vormen’, net als eerder. We moeten weer zorgen voor elkaar. Ik geloof in onze gemeenschap.’

Maar het succes van de huidige jonge generaties is vooral te danken aan hun ouders en grootouders, stelt Pattikawa. ‘We hebben het nooit zo ver kunnen brengen zonder die tweede generatie, met al die steunpunten en opleidingsplatforms. Het is jammer dat dat niet wordt benoemd in musea, onderwijs en politiek.’

Hij wijst op de vitale Moluks-Nederlandse gemeenschap, waar mensen er altijd waren voor elkaar. Organisaties zoals Muhhabat, Tjandu, Gabungan, het Landelijk Ontwenningscentrum voor Molukkers en het Landelijke Steunpunt Educatie voor Molukkers waren allemaal opgericht vanuit de gemeenschap zelf. Ze wisten de isolatie van de Molukse Nederlanders te doorbreken en de enorme drugsproblemen in de wijken terug te dringen. Met het stopzetten van overheidssubsidies zijn ze inmiddels opgeheven.

‘De jonge generatie wil juist de wijken weer Moluks hebben’

Daarom is Pattikawa bezig om samen met jongeren een wijkraad op te richten in de Moluks-Nederlandse wijk in het Gelderse Vaassen, waar hij opgroeide. Daarmee wil hij opkomen voor de belangen van de inwoners en juridisch sterker staan. ‘De Molukse wijken in Nederland zijn nog steeds heel erg belangrijk. Jongeren willen er weer terug komen wonen. Niet omdat sommigen vinden dat ze er vanwege het KNIL recht op hebben, maar vooral vanwege de herinneringen en het samenzijn. Hier hebben de grootouders en ouders offers gemaakt zodat zij het beter hebben. Ze zijn lieux de mémoire, een plekken van herinnering, waar heel veel is gebeurd.’

Helaas is daar weinig oog voor vanuit de lokale overheden. Toen de verantwoordelijkheid van het Rijk over de Molukse wijken afliep in de jaren tachtig kwamen ze grotendeels onder de woningbouwverenigingen te vallen, vertelt hoogleraar Steijlen. ‘Er is toen een verwachting ontstaan dat de wijken Moluks zouden blijven. Vervolgens is die speciale positie verdwenen. De jonge generatie wil juist de wijken weer Moluks hebben. Kijk maar naar Capelle, Hoogeveen en Leerdam. Nederland reageert daar niet altijd subtiel op. Als er iets gebeurt op het gebied van rust en orde, dan komt de politie met zoveel machtsvertoon naar de wijken, waardoor de spanning alleen maar toeneemt.’

Pattikawa: ‘Het is jammer dat het gemeenten niet lukt om een oplossing te vinden om een plek te houden waar Molukkers wonen, waar ze cultuursensitieve zorg kunnen bieden en samen met de bewoners aan sociaal-maatschappelijke problemen kunnen werken. Ik schrik hoe de wijk is geworden waar ik geboren en getogen ben. Daarom zetten wij nu de wijkraad op om mensen te helpen die uit huis moeten, om de sociale cohesie te verbeteren en om mentorprogramma’s op te zetten voor jongeren. Precies zoals onze ouders deden in de jaren zeventig en tachtig. We moeten het weer zelf doen.’

Europese christendemocraten willen Turkije aanpakken

0

Manfred Weber, leider van de christendemocratische fractie in het Europees Parlement, wil dat de Europese Raad actie onderneemt tegen Turkije. Dit schrijft de Griekse krant Ekathimerini.

Griekenland en Turkije liggen al langere tijd met elkaar in de clinch omdat Turkije meer gas wil boren in de Middellandse en Egeïsche Zee, wat de soevereiniteit van Griekenland en Cyprus zou schenden. De twee landen zijn allebei lid van de NAVO.

‘Na de Europese Raad van oktober, waarin de kwestie van de sancties tegen Turkije werd uitgesteld, moeten we nu duidelijk zijn: we hebben al veel gedebatteerd. Woorden moeten worden gevolgd door daden op de volgende Europese Raad’, aldus Weber.

Weber benadrukt ook dat Griekenland en Cyprus de volle steun van hun Europese partners krijgen.

Moslimjeugdclub FEMYSO: debat over Bouchallikht schuld extreemrechts

0

In een persbericht reageert de Europese moslimjongerenorganisatie FEMYSO op de ophef rond kandidaat-Kamerlid Kauthar Bouchallikht van GroenLinks.

Bouchallikht is tot 1 december vicevoorzitter van deze organisatie. De organisatie spreekt over ‘demoniserende berichtgeving’ en stelt dat de discussie over Bouchallikht en FEMYSO is aangezwengeld door extreemrechts.

‘Deze voortdurende aanval op FEMYSO en haar lidverenigingen is geïnitieerd vanuit het extreemrechtse spectrum en creëert een onjuist narratief over inspanningen van moslims in de bredere samenleving’, schrijft FEMYSO in het persbericht.

FEMYSO benadrukt een inclusieve organisatie te zijn en noemt kritische vragen over de Moslimbroederschap, waar FEMYSO volgens sommige deskundigen banden mee heeft, ‘valse beschuldigingen’.

‘Het citeren en aanhalen van onterechte beweringen die in het verleden zijn gedaan, met als enig doel het destabiliseren van de organisatie, doet tekort aan het werk dat wij verrichten om Europa een inclusievere plek te maken; ongeacht religie of overtuiging.’

FEMYSO is naar eigen zeggen ‘een netwerkorganisatie voor 32 moslim jongeren- en studentenorganisaties vanuit 20 Europese landen, en is de stem van Europese moslimjongeren, die worden geholpen in hun ontwikkeling, empowerment, en het werken voor een divers, hecht en bruisend Europa’.

Oud-journalist Carel Brendel, die de zaak aan het rollen bracht en nu door FEMYSO en door tientallen linkse en islamitische organisaties als extreemrechts wordt bestempeld, stelt dat de Moslimbroederschap in een schrijven in 2020 FEMYSO als een van haar organisaties beschouwt.

PvdA Rotterdam wil banden met Suriname weer aanhalen

0

Het Rotterdamse PvdA-raadslid Narsingh Balwantsingh wil dat de Maasstad de banden met Suriname weer aanhaalt. Dit zegt hij tegen RTV Rijnmond.

Suriname vierde gisteren 45 jaar onafhankelijkheid. Volgens de Hindoestaanse PvdA-politicus waren de banden met Suriname altijd goed, behalve tijdens de regering van Desi Bouterse (foto, rechts). Nu Bouterse dit voorjaar de verkiezingen verloor van voormalig oppositiepoliticus Chan Santokhi (foto, links), kan de samenwerking met Suriname weer worden opgepakt.

Balwantsingh gelooft dat het aanhalen van de banden tussen Rotterdam en Suriname veel kansen biedt. Hij denkt hierbij niet aan ontwikkelingshulp. ‘Ze redden het prima zonder Nederland. Suriname ligt heel gunstig, op het puntje van Zuid-Amerika. Ze hebben een haven, maar missen de ervaring om er een diepzeehaven van te maken. Daar zou Rotterdam een rol in kunnen spelen.’

Daarnaast zou de Nederland de ouderzorg deels naar Suriname kunnen verplaatsen. Daarmee wordt de zorg in Nederland ontlast, zegt Balwantsingh, en dit levert in Suriname werkgelegenheid op.

De PvdA’er heeft hierover vragen gesteld aan het Rotterdamse collegebestuur, dat overeind wordt gehouden door een coalitie van VVD, D66, GroenLinks, PvdA, CDA en ChristenUnie-SGP.

Petitie tegen het beledigen van de profeet: dit vindt ons panel

0

Na de onthoofding van de Franse docent Samuel Paty vanwege het tonen van spotprenten van de profeet Mohammed, klonk er over de hele wereld protest. Tegen de moord, maar ook tegen het maken van Mohammed-cartoons. In Nederland werd een petitie die het beledigen van de profeet strafbaar te stellen meer dan 140.000 keer ondertekend. Wat vindt het dK-panel van de petitie?

Pritam Soekhradj (18), student

‘Mijn ongezouten mening? In Nederland hebben mensen het recht om petities op te stellen en daarmee rond te gaan. Dus het is prima als moslims dat ook doen. Maar dat wil niet zeggen dat ik voor de inhoud van deze petitie ben. We hebben hier de vrijheid van meningsuiting. En ik vind dat het binnen de vrijheid van meningsuiting valt om cartoons te maken over alle geloven en alle profeten. Ik ben zelf christelijk opgevoed en geloof ook dat er een Schepper is. Maar of het die Schepper boeit wat er hier op aarde gebeurt, dat is maar de vraag. En als het wel zo is, denk ik dat de Schepper zich wel om andere dingen zorgen maakt dan om een cartoon.

‘Bizar dat de 140.000 ondertekenaars wel een petitie schrijven tegen heiligschennis door cartoons, maar geen petitie tegen misbruik van hun geloof door moorden’

‘Ik hoop echt dat mensen leren snappen dat wat voor hen de waarheid is, voor anderen niet de waarheid is. En nee, iemand kwetsen is niet leuk – maar als iemands mening jou toevallig kwetst, vind ik de vrijheid van anderen om hun mening te uiten belangrijker dan iemands gekwetstheid.

‘Los van dit principiële punt vind ik het al helemaal bizar dat de 140.000 ondertekenaars wel een petitie schrijven tegen heiligschennis door cartoons, maar geen petitie maken tegen het misbruik van hun geloof door mensen die leraren onthoofden, of tegen mensen die een docent zodanig bedreigen dat hij moet onderduiken, zoals in Nederland gebeurt. Daar verbaas ik me echt over. Toch is het goed dat deze moslims hun wensen nu in de openbaarheid uiten. Wellicht kan de petitie een gesprek openen. Praten is altijd goed, moorden, bedreigen en mensen monddood maken niet.’

Salma Karim (25), CEO en graphic designer

‘Het is heftig dat een docent onthoofd is vanwege een Mohammed-cartoon. Zeker omdat hij hem alleen liet zien om te bespreken. Die moord was erg, maar er is een extremistenprobleem – niet een islam-probleem. Moslims hebben evenveel last van terroristen als niet-moslims. Als zo’n gek een bus opblaast of een café kapotschiet, dan kijken ze echt niet wie er in zit.

‘Na de moord hebben heel veel docenten en kranten overal Mohammed-cartoons opgehangen of gepubliceerd. Dat vind ik wel jammer, omdat deze cartoons ook kwetsend zijn voor mensen zoals ik. Ik houd van de profeet en ik heb niks misdaan – en de profeet ook niet. Mensen moeten elkaar niet op deze manier uitdagen. Ik snap ook niet waarom mensen deze cartoons zoveel aandacht geven. Mijn profeet ziet er niet zo uit, dus ik voel mij ook niet aangesproken – wat zij ook roepen. Ook al vind ik het niet fijn.

‘Mijn profeet ziet er niet zo uit, dus ik voel mij ook niet aangesproken – wat zij ook roepen’

‘Zelf heb ik de petitie ondertekend, ondanks het feit dat ik de timing niet oké vond. Maar absolute vrijheid bestaat niet. Ook nu niet. Anders zouden we in een samenleving leven waarin iedereen elkaar de hele dag door straffeloos kan beledigen. Dat is niet zo. Ik heb zelf ook een hekel aan Wilders, maar ik ben niet voor Wilders-cartoons. En ik snap dat er ook mensen zijn die zich gekwetst voelen door Wilders-cartoons. Dus dat er onlangs een Wilders-cartoon is weggehaald op school onder druk van een aangekondigde actie van Wilders-aanhangers, dat snap ik ook.’

Chris Polanen (56), schrijver, dierenarts

‘Ik was heel erg ontstemd door die cartoonpetitie. Het was absoluut het verkeerde moment om hem in te dienen, vlak naar de moorden. Niet kies en niet respectvol naar de mensen toe die zijn vermoord. Het idee erachter begrijp ik wel. Maar ook met het idee ben ik het niet eens. Je wilt geen terrorisme uitlokken, maar geen cartoons mogen maken omdat er anders mensen vermoord worden? Dat is de omgekeerde wereld, terug naar de Middeleeuwen. We moeten juist naar een situatie toe bewegen, een verlichte samenleving, waarin je wel cartoons mag maken over een religie zonder dat er mensen vermoord worden.

‘Je wilt geen terrorisme uitlokken, maar geen cartoons mogen maken omdat er anders mensen vermoord worden? Dat is de omgekeerde wereld’

‘Moslims worden gediscrimineerd in de westerse wereld en dat is erg. Daar moet je iets aan doen. Moslims moeten alle kansen krijgen om mee te draaien in de samenleving als volwaardige burgers, ongeacht hun religie. Maar bij dat volwaardige burgerschap hoort ook dat je aan de ander de vrijheid laat om iets te bespotten dat voor jou belangrijk is. En dat is soms moeilijk, ja. Maar toch is het belangrijk om iemands spot of disrespect voor jouw denkbeelden bij die persoon zelf te houden – en je eigen gekwetstheid daarover ook bij jezelf. Dat is trouwens ook wat de meeste moslims doen, gelukkig.

‘Verder vind ik dat iedereen gewoon fijn petities moet mogen indienen. En laten we eerlijk zijn: zo’n cartoonverbod komt er nooit in Nederland. De vraag gaat dus vooral zijn: hoe gaan de ondertekenaars ermee om als de politie onze Mohammed-cartoonisten niet gaat oppakken, zoals ze willen?’

Ibrahim Özgül (35), finance- en project professional

‘De moord in Frankrijk is niet goed te praten, om welke reden je het ook doet. Niemand heeft het recht om andermans leven af te nemen, leert de Koran ons. Dat staat ook in de petitie. Een cartoon kan nooit een reden zijn om iemand te vermoorden. Waar ik wel moe van word is dat de islam, Mohammed – vrede zij met Hem – en eigenlijk alle moslims altijd de schuld krijgen als een terrorist die zich uitgeeft voor moslim aan het moorden slaat. Zie je ooit woedende krantenkoppen waarin het christendom, Jezus en de christelijke gemeenschap de schuld krijgt als een zelfverklaarde christen een moskee leegschiet in Nieuw-Zeeland, of een zwarte kerk in Amerika, of een vakantie-eiland in Noorwegen? Moslims moeten zichzelf altijd verdedigen voor de daden van een stel gekken die zeggen dat ze moslim zijn. En daar ben ik een beetje moe van. Slechts twee procent van alle aanslagen in de wereld worden gepleegd door moslims.

‘De timing was niet goed, maar dingen gebeuren in de hitte van het moment’

‘Ik heb de cartoon-petitie ook ondertekend. De timing was niet goed, maar dingen gebeuren in de hitte van het moment. Inhoudelijk ben ik het er gewoon mee eens dat cartoons over Mohammed – vrede zij met Hem – verboden zouden moeten worden. Je mag van mij kritisch zijn over de islam en over moslims. Maar laten we op de inhoud blijven. Dan zeg je: ‘Deze regels, of levenswijze vind ik onzin want…’ Maar ga niet een heilige bespotten of een profeet belachelijk maken. Ik vind dat gewoon niet van deze tijd. Dat geldt wat mij betreft ook voor het bespotten van een president. Dat vind ik eigenlijk ook niet kunnen. Zelfs als je het niet met hem eens bent. Je mag kritisch op iemand zijn, maar grappen maken op de man, bijvoorbeeld over iemands haar, zoals bij Geert Wilders, of Donald Trump – ik vind het kinderachtig. Het doet mensen pijn.

‘Ik en vele moslims groeien op met het idee: laat je ouders of profeet niet bespotten. Dat is de cultuur. Dus als je zo opgevoed wordt, dan komt een cartoon over Mohammed – vrede zij met Hem – hard aan. Daar heb ik gewoon moeite mee. Maar met moorden uit naam van de islam ook. Als iemand daar een petitie tegen maakt, teken ik hem ook.’

Lourdes Boasman (69), gepensioneerd en taalvrijwilliger

‘Democratie is een groot goed en één van de verworvenheden is de mogelijkheid en de vrijheid om te kunnen zeggen wat men denkt, zonder dat er angst moet zijn voor nadelige gevolgen. Daar hebben vorige generaties een lange en soms zware strijd voor moeten voeren. Het maken van grappen en spotprenten is een lang gekoesterde traditie geworden. En, hoe vervelend ook, beledigen, krenken of spotten hoort daar soms ook bij. Ik vind niet dat er een grondwetswijziging zou moeten worden doorgevoerd om kritiek op een religieuze groepering, meer specifiek ‘belediging van de profeet’, te verbieden.

‘Zo’n verbod hoort dan ook niet thuis in de grondwet. Als iemand zich beledigd of gekrenkt voelt, kan hij of zij de gang naar de rechter maken, en deze kan een uitspraak doen. Het is dan een kenmerk van de democratie, dat de verliezende partij zich bij de uitspraak neerlegt.’

‘Ik vind het bijna beledigend voor God dat wij religieuze mensen vaak zo intolerant zijn’

‘Het opstellen van een petitie staat iedereen vrij. Maar in de context van de moord op de Franse leraar is het moment wel erg cynisch te noemen. Te veel mensen met boter op hun hoofd vinden dat zij God vertegenwoordigen. Dat zie je niet alleen binnen de islam, maar óók binnen het christendom. Kijk maar eens naar de waanzin van Amerikaanse evangelicals: wapens, racisme, armoede, discriminatie van homo’s. Alles is aanvaardbaar, maar o wee als je iets anders gelooft dan zij. Ik vind het bijna beledigend voor God, de Schepper van het universum, dat wij religieuze mensen vaak zo intolerant zijn en op de stoel van God gaan zitten met ons oordeel.

‘Dit alles te hebben gezegd, ben ik wel van mening dat mensen niet gekwetst moeten worden in hun religieuze beleving of overtuiging. Om nu een cartoonwedstrijd te organiseren om moslims te beledigen, slaat nergens op. Je moet niet perse gaan beledigen, omdat het kán in een land met vrijheid van meningsuiting. Fatsoen werkt twee kanten op.’

Primeur in Australië: moslimextremist verliest nationaliteit en moet land uit

0

De Algerijns-Australische islamgeleerde Abdul Nacer Benbrika is zijn Australische nationaliteit kwijtgeraakt, bericht de Arabische nieuwszender al Jazeera.

Benbrika werd vijftien jaar geleden veroordeeld voor het leiden van een terroristische cel, die in 2005 een bomaanslag wilde plegen tijdens een voetbalwedstrijd in Melbourne.

‘Als het een persoon is die een belangrijke terroristische dreiging vormt voor ons land, dan doen we alles wat mogelijk is binnen de Australische wet om de Australiërs te beschermen’, aldus de Australische minister van Binnenlandse Zaken.

Hoewel hij zijn straf uitgezeten heeft, blijft Benbrika in de gevangenis zitten. Volgens de Australische wet mag hert land iedereen die veroordeeld is voor ‘terreurdaden’ tot drie jaar na het einde van zijn straf in hechtenis nemen.

De advocaten van Benbrika gaan in beroep tegen het intrekking van zijn Australische nationaliteit en tegen het verlengen van zijn gevangenisstraf.

De intrekking van de nationaliteit van Benbrika is een primeur in Australië: het is de eerste keer dat dit gebeurt bij iemand die nog in het land verblijft.

In 2019 werd een persoon van zijn Australische nationaliteit beroofd, omdat hij lid zou zijn van IS. Hij zat toentertijd in Turkije een gevangenisstraf uit.

België: celstraf en boetes voor aanval op gebouw Gülenbeweging

0

Drie personen van Turkse afkomst zijn door de rechtbank van Gent tot geldboetes en een celstraf veroordeeld. Ze hadden het voorzien op een gebouw van Fedactio, een Gülenistische koepelorganisatie in België. Dit schrijft de Vlaamse krant het Nieuwsblad.

De strafbare feiten werden in 2016 gepleegd, kort na de mislukte coup in Turkije tegen Erdogan. De Turkse president beschuldigde de beweging van de geestelijke Fethullah Gülen ervan achter de coup te zitten. Na de coup werden duizenden vermeende Gülen-aanhangers in Turkije gevangen gezet en vond in de Turkse diaspora in Europa een intimidatiecampagne tegen Gülenisten plaats.

Twee personen hadden graffiti aangebracht op het gebouw in de Gentse Kartuizerlaan met teksten als ‘Wij willen jullie niet in deze wijk, jullie lafaards’ en ‘Wij willen jullie niet FETÖ-terroristen’. ‘FETÖ’ staat voor Fethullistische Terreurorganisatie. Met deze term duidt de Turkse regering de Gülenbeweging aan sinds de coup.

Twee daders werden veroordeeld tot een geldboete van 1.200 euro. De andere beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 1.600 euro. Hij had het gebouw van Fedactio beschadigd en de ruiten ingegooid.

Anders dan bij de anderen, kon niet bewezen bewezen worden dat bij de ruiteningooier een haatmotief meespeelde. De dader had verklaard dat hij dronken was tijdens het plegen van zijn vernielingen.

De partijen kunnen nog in beroep gaan tegen vonnis, aldus het Nieuwsblad.

Amsterdamse partijen: Stopera verliest contact met moslimgemeenschap

0

Volgens critici weet de gemeente Amsterdam niet meer wat er speelt onder moslims. Zij vrezen dat de gemeente signalen van radicalisering niet op tijd oppikt, schrijft het Parool.

De zorgen worden breed gedeeld, van CDA tot Denk. Volgens CDA-fractievoorzitter Diederik Boomsma is de informatiepositie van Amsterdam niet goed. Mouras Taimounti van Denk beaamt dit: ‘De voelsprieten in de stad zijn weg’, vanwege het ontslag van antiradicaliseringsambtenaar Saadi Ait-Taleb in 2017 en het aan de kant zetten van haar netwerk van ‘sleutelfiguren’.

PvdA-fractievoorzitter Sofyan Mbarki zegt dat de recente terreuraanslagen in Frankrijk en Wenen het extremismeprobleem hoog op de agenda hebben gezet. ‘Parijs heeft hier ook alarmbellen doen afgaan. Heel veel professionals in de wijk doen gewoon hun werk en melden verontrustende signalen. Maar ik weet niet hoe de informatiepositie van de gemeente nu is.’

Saadi Ait-Taleb werd van corruptie verdacht en daarom ontslagen. Deze zomer werd ze door de strafrechter van alle blaam gezuiverd. Haar ontslag zorgt nog steeds voor spanningen. Islamitische ambtenaren in de Stopera voelen zich onveilig, bleek uit een eerder deze maand uitgelekte brandbrief. Maar ook bij andere moslims heerst er wantrouwen tegenover de gemeente.

In een reactie zegt burgemeester Femke Halsema dat ze juist een goed beeld heeft van wat er leeft in de moslimgemeenschap, onder meer dankzij ‘(in)formele netwerken en contacten, die niet zoals de sleutelfiguren exclusief zijn gericht op het bestrijden van radicalisering’. Ook zet de gemeente in op een nieuw netwerk om jongeren bij de stad te betrekken en gesprekken met moskeebesturen, imams en gewone moslims.

‘Je mag gekwetst zijn als de profeet wordt beledigd, maar overzie je emoties’

0

Van de moord op de Franse geschiedenisleraar Samuel Paty tot aan een omstreden schrijfopdracht in een Leids lyceum waarin leerlingen moeten verklaren waarom er ‘zoveel moslimterroristen zijn’: ook in het onderwijs zijn de islam en moslims het gesprek van de dag. Hoe dienen (jonge) moslims met deze spanningen om te gaan, en welke rol heeft islamitisch onderwijs daarin te spelen? De Kanttekening sprak met Kamel Essabane, onderzoeker, docent en lerarenopleider. Aan de Radboud Universiteit Nijmegen doet hij promotieonderzoek naar de bijdrage van islamitisch godsdienstonderwijs aan burgerschapsvorming.

Met welke uitdagingen heeft het islamitische onderwijs in Nederland nu te maken?

‘Islamitisch onderwijs ligt door recente gebeurtenissen onder een vergrootglas. Denk bijvoorbeeld aan het Cornelius Haga Lyceum, dat vorig jaar door de AIVD werd beticht antidemocratisch onderwijs te geven. Dergelijke berichten wekken de indruk dat islamitische scholen allemaal hetzelfde zijn. Het zijn allemaal moslims bij elkaar, denken sommigen, en dat werkt ‘integratie’ niet in de hand. Er is mede door deze gedachtegang een constante angst voor radicalisering, en onder moslims een constante druk om zich te moeten bewijzen dat ze geen gevaar vormen voor de samenleving. Een van de grootste uitdagingen voor islamitisch onderwijs is daarom om leerlingen te leren daar op een positieve manier mee om te gaan, en om niet onmiddellijk in de verdediging te schieten.

‘Daarnaast is er sprake van een grote interne diversiteit, wat betreft de geloofsbelijdenis. Ik heb voor mijn werk als lerarenopleider een aantal islamitische scholen bezocht, en gezien dat sommige scholen daarmee worstelen. Dan vragen ze zich af hoe ze het beste aandacht kunnen geven aan diversiteit, en hoe om te gaan met verschillen tussen bijvoorbeeld sjiitische en soennitische moslims. Het gaat ook om de vraag hoe het geloof wordt gepraktiseerd. Sommige moslimleerlingen worden wat vrijer met de geloofsregels opgevoed dan anderen. Hoe ga je daar als school mee om? En hoe vat je deze regels op? In hoeverre wil je als onderwijsinstelling dat de leerkrachten zich daar ook aan houden?

‘Het gaat dus aan de ene kant om het behouden en verder ontwikkelen van de islamitische identiteit van leerlingen, terwijl je aan de andere kant ruimte bieden wil voor verschillende opvattingen over het moslim-zijn. Ook daar ligt een uitdaging voor islamitisch onderwijs.’

Hoe hangt dit samen met het andere onderwerp waar u onderzoek naar doet, namelijk burgerschap?

‘Burgerschapslessen in het onderwijs houden zich bezig met vragen als: wat is een goede burger? Tot wat voor burger zijn we onze kinderen op scholen aan het vormen, en welke kennis, normen en waarden geven we ze mee om te kunnen participeren in de maatschappij? Scholen hebben van de overheid de opdracht gekregen om lessen te geven over burgerschap, maar veel vrijheid om daar zelf invulling aan te geven. Welke onderwerpen tijdens zo’n burgerschapsles aan bod komen, wordt ook mede bepaald door de politieke agenda. Er is vanuit de overheid een focus op de integratie van moslims in Nederland en het weren van gevaar voor radicalisering onder voornamelijk moslimjongeren. Recente gebeurtenissen – zoals de moord op de Franse docent Paty voor het vertonen van cartoons van de profeet Mohammed in zijn klas, en de petitie die massaal door Nederlandse moslims is ondertekend om belediging van de profeet strafbaar te stellen – dragen bij aan de focus op moslims in de maatschappelijke discussie.

‘Het is een slechte zaak als burgerschapslessen zich vooral focussen op moslimjongeren en het tegengaan van radicalisering bij deze jongeren. Er zijn immers ook andere kernwaarden en maatschappelijke vraagstukken waar je met burgerschap als uitgangspunt hoog op kunt inzetten, zoals bijvoorbeeld de strijd tegen racisme. Jarenlang is racisme een groot maatschappelijk probleem. Laten we het bestrijden van racisme dan hoog op de politieke agenda zetten, en daar ook een gezamenlijk speerpunt van maken in het onderwijs. Toch zien we in de praktijk dat bij de ene vorm van maatschappelijke ongelijkheid eerder wordt gerelativeerd dan bij de andere. Een goed voorbeeld daarvan is seksuele diversiteit. Als een islamitische school lesmateriaal biedt waarin staat dat er geen ruimte is voor seksuele diversiteit, of als een christelijke school aan ouders vraagt om een verklaring te ondertekenen waarin zij homoseksualiteit afwijzen, dan moet onmiddellijk worden ingegrepen. Als het echter over racisme gaat, dan moeten we er eerst een gesprek over hebben, en heeft het tijd nodig, omdat we het beleid niet zomaar kunnen aanpassen.

‘Het is een slechte zaak als burgerschapslessen zich vooral focussen op moslimjongeren en het tegengaan van radicalisering bij deze jongeren’

‘Onderwijs, en met name onderwijs over burgerschap, heeft ook de taak om dit soort mechanismen bloot te leggen. Waarom wordt er meer aandacht gevestigd op het ene maatschappelijke probleem dan op het andere? Wie bepaalt dat? En welke machtsverhoudingen dragen daaraan bij?’

U zegt dat het huidige maatschappelijke debat door recente gebeurtenissen gericht is op moslims en de integratie van moslims in Nederland. Wat zijn de gevolgen daarvan op islamitisch onderwijs?

‘Door de veelal negatieve aandacht op islamitische onderwijsinstellingen is er een zekere prestatiedruk ontstaan binnen de scholen om zich te bewijzen. Steeds meer islamitische scholen willen professionaliseren, omdat ze hebben geleerd van de fouten die andere scholen eerder hebben gemaakt in het verleden. Dat is bijvoorbeeld te zien aan de bovengemiddeld hoge Cito-scores op islamitische basisscholen, waar dat voorheen niet zo was. Daarnaast merk ik dat islamitische onderwijsinstellingen een zekere druk voelen om te bewijzen dat ze integratie van moslims in Nederland juist wel in de hand werken. Dat zie je bijvoorbeeld ook aan moslimouders wanneer ze merken dat hun kinderen zich verdiepen in de islam, en dat vertalen naar uiterlijke kenmerken zoals een baard of hoofddoek. Sommige moslimouders zien dat niet automatisch als iets positiefs. Ze vragen zich dan af met wie hun kinderen omgaan, wat ze op school meekrijgen, en zijn waakzamer over tekenen van extremisme. Ook islamitische onderwijsinstellingen staan dan op scherp, en willen bewijzen dat ze zich kunnen meten aan Nederlandse normen en waarden. Daar zit een schaduwkant aan, namelijk dat leerlingen met een migratieachtergrond negatief kunnen denken over de opvoeding van hun ouders. Het is prima om kritisch te zijn op de cultuur en opvoeding die je van huis uit hebt meegekregen, maar je kunt hierin ook doorslaan. Als je je te erg focust op het ontwikkelen van een Nederlandse islam en het aanpassen aan de Nederlandse normen en waarden, dan zie je onvoldoende wat er in Nederland beter kan.

‘Nederland is heel divers, en het is prima om een afwijkende mening te hebben en kritiek te hebben op hoe we leven in Nederland. Je bent Nederlander, moslim, en wellicht heb je ook een andere cultuur van huis uit meegekregen waar je trots op mag zijn. Je mag ook kritiek hebben op Nederland.’

Wat vindt u van de manier waarop sommige moslims reageerden op het vertonen van Mohammed-cartoons?

‘Vanuit de Tweede Kamer werden leraren opgeroepen het gesprek in de klas aan te gaan over vrijheid van meningsuiting in het licht van de moord op Paty, en het tonen van de spotprenten van de profeet. Maar wat politici vervolgens deden was precies wat een leerkracht niet zou moeten doen in een les over vrijheid van meningsuiting. Zo verdedigde Farid Azarkan van Denk het indienen van de petitie die moslims hebben opgesteld en ondertekend om het beledigen van de profeet strafbaar te stellen. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Zijn standpunt werd van alle kanten met veel emoties totaal de grond in geboord. Een afwijkende mening, met daarbij gepaarde emotie van moslims, mocht er klaarblijkelijk niet zijn.

‘Als je je te erg focust op het ontwikkelen van een Nederlandse islam en het aanpassen aan de Nederlandse normen en waarden, dan zie je onvoldoende wat er in Nederland beter kan’

‘In het onderwijs zou je juist willen dat er een veilige sfeer wordt gecreëerd, waarin je ook een afwijkende mening mag hebben. Je moet de ruimte krijgen om je gevoelens te uiten, zonder dat je inbreng meteen van tafel geveegd wordt. Het is niet verkeerd om je als moslim gekwetst te voelen wanneer de profeet wordt beledigd. Tegelijkertijd ligt er ook een taak om die emotie te overzien en je af te vragen waar die vandaan komt. Om met name aan onze seculiere medelanders – die een besef van heiligheid zijn kwijt geraakt – te kunnen verwoorden waarom veel moslims het beledigen van de profeet Mohammed ervaren als een belediging van hun persoonlijke islamitische identiteit. Islamitische scholen kunnen daarom zowel aandacht besteden aan de vrijheid van meningsuiting alsook de levensbeschouwelijke dimensie, wat het met moslims doet. Het is te gemakkelijk voor moslims om te zeggen dat ze van de profeet Mohammed houden en het daarom niet kunnen verdragen wanneer hij wordt beledigd. Er moet ruimte zijn om dieper op die emotie in te gaan, te leren over de hoe de profeet de levens van moslims raakt, en tegelijkertijd te leren op een volwassen manier met godsdienstkritiek om te gaan.’

Was de petitie voor de strafbaarstelling van het beledigen van de profeet dan geen slimme zet?

‘Ik weet niet wat de intentie was van degene die deze petitie heeft opgesteld. Zelf ben ik er geen voorstander van om het op deze manier te doen. Als de maker van deze petitie hiermee wilde laten zien dat er ongelijkheid is in hoe we in Nederland met verschillende meningen omgaan, en dat er geen ruimte wordt gemaakt voor wanneer moslims zich gekwetst voelen, dan was het een geslaagde actie. Tegelijkertijd vond ik het onhandig om deze petitie zo vlak na de moord op de Franse docent aan de Tweede Kamer te overhandigen. Het was te verwachten dat de petitie door de meerderheid niet geaccepteerd zou worden. Deze meerderheid, die seculier is, voelt dat moslims hen terugbrengen naar een tijd waar er geen kritiek gegeven mocht worden op God en religie. De timing waarop is gekozen de petitie op te stellen, kan daarnaast door deze meerderheid geïnterpreteerd worden alsof veel moslims de moord op Paty bagatelliseren. Uiteindelijk dacht de meerderheid ook dat veel moslims hiermee de gruwelijke moord bagatelliseren, ondanks dat in de petitie werd benadrukt dat moslims alle vormen van geweld naar aanleiding van de spotprenten veroordelen.’

Hoe moeten moslims volgens u dan omgaan met de druk die ze voelen om zich te bewijzen dat ze zowel islamitisch als Nederlands kunnen zijn?

‘Er zijn momenten waarop er veel druk wordt gelegd op moslims om zich te bewijzen, maar er zijn ook momenten waarop het rustiger is. Dan is het maatschappelijke debat minder nadrukkelijk op moslims gericht. Op dat moment is het dan een kans om de nadruk te leggen op je islamitische identiteit, en op basis daarvan een positieve bijdrage te leveren aan de maatschappij. Zoek bijvoorbeeld samenwerking op met groepen die willen bijdragen aan een oplossing voor gemeenschappelijke problemen, zoals racisme en klimaatverandering. Dat is denk ik wat wij zelf als moslims meer zouden kunnen doen. Het is onterecht dat moslims vaak op hun identiteit worden aangesproken als er iets misgaat. Daarom ligt er ook een verantwoordelijkheid voor moslims om op proactieve wijze hun stemmen te laten horen, en vanuit hun levensovertuiging solidair te zijn met anderen over verschillende maatschappelijke problemen.

Je hoeft je islamitische identiteit niet steeds te benadrukken op het moment dat de islam en moslims onder vuur liggen’

‘Negatieve berichtgeving over moslims in de media kan sommige moslims het gevoel geven dat niet-moslims allemaal tegen hen zouden zijn, maar dat is niet zo. Besef dan dat er maar een paar mensen zijn die zo denken, maar dat er een heleboel mensen zijn in Nederland die wel staan voor een diverse en inclusieve samenleving. Je hoeft je islamitische identiteit niet steeds te benadrukken op het moment dat de islam en moslims onder vuur liggen. Als je dan alsnog wordt gevraagd om te bewijzen dat je als moslim geen gevaar vormt voor de samenleving, probeer er dan boven te staan. Soms kun je beter niet reageren wanneer je uit de tent wordt gelokt, dan is de lol voor de ander er snel van af. Dat is ook iets wat islamitisch onderwijs aan leerlingen kan meegeven naar het voorbeeld van de profeet Mohammed. Bedenk dat negativiteit je aandacht en energie niet waard is, en richt je op de positieve krachten van de maatschappij.’