21.2 C
Amsterdam

Hertzbergers dédain geeft geen pas

Tineke Bennema
Tineke Bennema
Journalist en historicus.

Lees meer

Weg met ‘De aardappeleters’, ‘Het melkmeisje’, ‘Meisje met de parel’ en ‘Het Joodse bruidje’. Weg met de vele Haagse beeldjes van anonieme meisjes: op een bankje, op een skippybal, bij de waterkraan, met een mandje. En, van over de grens: weg met de ‘Mona Lisa’, ‘Het danseresje’ van Degas, ‘Guernica’, en zo kan ik deze column wel vullen.

Wat hebben zij gemeen? Dat zij niets hebben gepresteerd, geen heldinnen of helden waren, niet geregeerd hebben. Ze waren geen koningen, keizers of admiralen. Integendeel, soms waren ze juist slachtoffers. Ook van hun schoonheid moeten ze het lang niet allemaal hebben. Maar als we Rosanne Hertzbergers ziedende, GeenStijlachtige column in de NRC moeten geloven, dan geldt voortaan als criterium voor menselijke afbeeldingen in de kunst dat mensen een verdienste moeten hebben.

Hertzberger zet zich af tegen het nieuwe, vier meter hoge standbeeld in Rotterdam van een zwarte jonge vrouw. Naast het arme beeld krijgen in de column ook kunstenaars, geëngageerde kunst, beleidsmakers en minderheden – ‘irrelevant randverschijnsel etniciteit’ – ervan langs. Breng dan liever de meritocratie in de kunst terug, vindt ze. Een winner takes all-mentaliteit, die gezellig de enorme verschillen in onze samenleving nog wat meer vergroot.

Naast haar – op de lachspieren werkende – idee dat alleen vips een standbeeld behoeven, heb ik twee serieuze bezwaren tegen Hertzbergers column. Allereerst is het een achterhaalde aanname dat gewone mensen geen onderwerp kunnen zijn van schrijvers, kunstenaars, wetenschappers en politici. Blijkbaar heeft ze gemist dat met name sociale wetenschappers in de twintigste eeuw juist de dominantie van onderzoek naar elites en machthebbers afwezen. Zo ging de Annales-school, een beweging in de geschiedwetenschap, op zoek naar stromingen, groepen, structuren en mentaliteit.

Maar mijn kritiek treft vooral haar gebrek aan empathie dat inmiddels een patroon vormt. Nog niet zolang geleden schreef ze ook een neerbuigende en provocerende column over de trots van Marokkaanse topvoetballers op hun moeders tijdens het WK. Dat deze vrouwen extra hard hebben moeten knokken, speelde voor Herzberger geen rol. Ze moeten blijkbaar niet te veel kapsones krijgen, die minderheden.

‘Probeer je in deze vrouw te verplaatsen, in plaats van te schuimbekken’

Vrouwen van kleur hebben het nieuwe beeld ontroerd en met trots verwelkomd. Herzberger zou respect kunnen tonen voor hun gevoel. Maar ze maakt ‘kunst met een boodschap’ belachelijk. In de shredder dus maar, Picasso’s ‘Guernica’. Ik denk ook aan de vele beelden over het leed uit de Tweede Wereldoorlog, waar we stil bij willen blijven staan. Het beeld van Zadkine, dat het verwoeste Rotterdam vertegenwoordigt, de vele sculpturen van weggevoerde Joodse mensen, ‘De dokwerker’. Is onrecht als reden voor kunst echt zo mal?

Herzbergers cynisme en dédain geven geen pas. Stuitend is haar gebrek aan solidariteit met mensen die zo lang zijn onderdrukt. Mensen voor wie de regering pas dit jaar excuses maakte voor alle niet te beschrijven schendingen van universele mensenrechten. Aan die schendingen en aan de morele overwinning daarop mag iedereen de daders en nazaten net zolang helpen herinneren, totdat er nooit meer een recht wordt geschonden.

Je hoeft geen jurist te zijn om respect op te brengen voor elementaire universele rechten. Dat is het uitgangspunt van echte gelijkwaardigheid, schrijft de Brits-Indiase schrijver Kenan Malik in zijn nieuwe boek Not so black and white.

Het onrecht dat de voorouders van deze jonge vrouw is aangedaan en het hedendaags racisme zouden ook mijn en Herzbergers aangedane onrecht moeten zijn. Haar succes moet juist ook onze blijdschap oproepen.

Zou het kunnen zijn dat het beeld van de jonge, zelfverzekerde en strijdbare vrouw ongenoegen oproept vanwege het simpele feit dat ze ‘is’? Dat ze ongenoegen oproept omdat we niet meer om haar heen kunnen, ook letterlijk niet? Omdat ze opeist dat we haar in ons leven toelaten en haar bestaan, en dat van haar ouders, haar voorouders en ons aandeel van schuld aan hun ellende en verdriet erkennen? En omdat zijzelf het bewijs is van hun kracht, waardoor niemand hen heeft klein gekregen.

Sarcastisch schrijven over anderen is zo makkelijk. Veel moeilijker is het om gewoon een beetje aardig voor elkaar te zijn. Het is ieders verantwoordelijkheid hoe naar je medemens te kijken en hoe je te verhouden. Deze zwarte vrouw is er. Zij gaat niet meer weg. Verdiep je in haar bestaan. Verbeeld je. Door de kunst. De rechterkant van haar gezicht is wat afstandelijk misschien, de linkerkant is lief. Zie de menselijkheid van het beeld, van mensen wiens menselijkheid en bestaan zo lang is ontkend. Probeer je in deze vrouw te verplaatsen, in plaats van te schuimbekken. Doe ‘s gek, beeld je in dat je vriendinnen kan worden.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -