14.4 C
Amsterdam

En toen kwamen de Nederlanders aan in Manhattan

Mariska Jansen
Mariska Jansen
Journalist & eindredacteur

Lees meer

Vierhonderd jaar geleden koloniseerden de Nederlanders Manhattan. In het Amsterdam Museum laten de oorspronkelijke bewoners van Manahahtáanung zien wat dit voor hen betekende.

Dit jaar is het vierhonderd jaar geleden dat Nederlandse kolonisten in het gebied van het latere New York arriveerden. In 1609 had de Engelse ontdekkingsreiziger Henry Hudson een lange zeereis achter de rug als hij eindelijk vast land bereikt. Hudson moest in opdracht van een Nederlandse maatschappij een snellere route naar Indië nemen en denkt dat hij in India is. Dat hij een onbekend werelddeel heeft bereikt, besefte hij niet.

De leiders van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zijn enthousiast als ze horen over het vruchtbare gebied aan de overzijde van de oceaan. In 1624 kopen ze het eiland Manahahtáanung, het latere Manhattan voor zestig gulden van de inheemse bewoners en stichten er een kolonie. Het begin van Nieuw Amsterdam – het latere New York. Tot zover de geschiedenis zoals we die geleerd hebben op school.

Voor het Amsterdam Museum is vierhonderd jaar kolonisatie van Manhattan aanleiding voor een speciale tentoonstelling. Maar dan niet vanuit het perspectief van de kolonisten, maar vanuit de oorspronkelijke bewoners van het gebied, de Lenape, vertelt Imara Limon, conservator van het Amsterdam Museum. Het museum werkte samen met het Museum of the City of New York en met vertegenwoordigers van de Lenape. De expositie vertelt het inheemse verhaal achter New York en opende deze week.

Hoe verliep het eerste contact met de Lenape?

‘Het stadsmuseum in New York had al een netwerk binnen de Lenape, vanwege een eerdere  tentoonstelling. Maar ons kenden ze niet en het was echt aftasten. De vertegenwoordigers waren afstandelijk en hadden veel vragen. Wat komen jullie doen? Wat willen jullie van ons? Zij hebben uitgebreid verteld wie zij zijn en wat er ten tijde van de kolonisatie allemaal is gebeurd. Ze wisten veel meer over die periode dan wij. Best confronterend.’

Wat vertelden ze dan?

‘Bijvoorbeeld over de eerste handel die ze voerden met de Nederlanders. In 1613 komt de eerste delegatie naar de Lenape om beverhuiden te kopen. In Europa waren hoeden van beverhuiden in de mode. Er werden per zeereis wel vijfduizend huiden naar Europa gebracht.’

‘De Lenape kennen een orale traditie en hebben andere cijfers’

Woonden de Lenape op Manhattan?

‘Ja, ze woonden er al eeuwen. Er leefden daar meerdere volken, maar zij stonden het dichtst in contact met de Nederlanders. De gesprekken die wij met de Lenape voerden in aanloop van de tentoonstelling gingen vooral over de jaren 1624, 1625 en 1626. De Lenape hebben destijds een grote rol gespeeld bij de onderhandelingen met de Nederlandse kolonisten, die op de zuidpunt van Manhattan een nederzetting wilden bouwen. In 1625 stichtten ze Nieuw-Amsterdam en in 1626 kochten ze Manhattan. Voor de Lenape heeft er nooit een verkoop plaatsgevonden, vertelden ze, omdat grond nooit een eigenaar heeft.’

Kaart van gebied New York met namen en dorpen van Inheemse volkeren (1614). Nationaal Archief

Wat gebeurde er met de Lenape toen de Nederlanders kwamen?

‘Ze zijn grotendeels verdwenen, maar dat ging wel geleidelijk. De Nederlanders en de andere Europeanen brachten ziektes mee waaraan ze bezweken. Er werden oorlogen met de kolonisten gevoerd, waarbij veel Lenapers omkwamen, de zogenoemde Esopus-oorlogen. De Nederlanders gingen zich echt vestigen op Manhattan en zagen het als hun grondgebied. Hun komst was catastrofaal voor de Lenape, voor hun gezondheid, welzijn en leefruimte.’

Zijn er veel Lenape omgekomen?

‘Ja, maar in de tentoonstelling noemen we bewust geen aantallen. Wat wij weten over die tijd is door Europeanen vastgelegd. De Lenape kennen een orale traditie en hebben andere cijfers. Als we die aantallen naast elkaar zetten, kan het een soort van hun verhaal versus ons verhaal worden. Dat wilden we niet. Het is een feit dat er zeer veel mensen zijn omgekomen. Dat blijkt uit beide lezingen.

‘Ze willen dat wij weten dat zij hun eigen taal bijna niet meer spreken’

‘De Lenape zijn uiteindelijk van Manhattan verdreven en wonen sindsdien verspreid in de Verenigde Staten, van New York tot Oklahoma en in Ontario in Canada. Het was voor hen ook bijzonder om elkaar te zien bij het samenstellen van de tentoonstelling.’

Voelen ze een speciale band met Nederland?

‘Ja, zeker wel. Zij weten zoveel over Nederland en over onze koloniale geschiedenis. Zij konden precies vertellen wie de Nederlanders waren die plotseling opdoken. Wat ze er kwamen doen. Ze weten dat de kolonie in 1664 door de Engelsen werd veroverd en in de eeuwen erna uitgroeide tot de stad New York.

‘De Lenape zijn er nu voor de tweede keer’, vertelt Limon. ‘Het afgelopen najaar bezochten ze het Amsterdam Museum en archieven om te bepalen welke stukken ze in de tentoonstelling wilden laten zien. Ze geloofden toen niet dat die tentoonstelling er ook echt kwam. Ze waren bang dat de Nederlandse politiek dit niet zou willen, of instituten dwars zouden liggen. Terwijl de openingsdatum al stond, het ging gewoon gebeuren.’

‘Nu de tentoonstelling er is verwachten ze van ons als museum dat we de kennis gaan verspreiden. Ze willen erkenning en zichtbaarheid, ze willen dat de jongeren in ons land horen over de kolonisatie, wie de Lenape zijn en wat de gevolgen voor hen waren. Kolonisten maakten het inheemse volken doelbewust onmogelijk om hun eigen levenswijze en cultuur te behouden. Ze willen dat wij weten dat zij hun eigen taal bijna niet meer spreken, omdat die taal lange tijd verboden was.’

Collectiecentrum Amsterdam Museum 30 oktober 2023. Foto: Amsterdam Museum, Francoise Bolechowski

Zijn ze nog boos?

‘Ze uiten zich best diplomatiek. We hebben contact met de woordvoerders van de Lenape, die zich al decennia inzetten voor het behoud van hun cultuur en erfgoed. Er is natuurlijk ongelijkheid, maar ze zijn ook hoopvol en er is strijdlust. Ze gaan zich nu voorstellen aan onze stad. Ze hebben een afspraak met de gemeente en worden ontvangen als delegatie.’

‘Het is belangrijk om de Lenape bekend te maken’, zegt Limon. ‘Er is tegenwoordig veel aandacht voor de zwarte kanten van ons koloniale verleden in het Caribische gebied en Indonesië. Dat inspireert ze. Ze weten hoe je van onzichtbaarheid naar zichtbaar kunt gaan.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -