0.9 C
Amsterdam

Het ergste van de WK-rellen: het antisemitisme

Hizir Cengiz
Hizir Cengiz
Publicist.

Lees meer

Op een TikTok-livestream is te zien hoe een groepje jongens voor de bibliotheek bakstenen op de grond gooit. Zodat ze kleiner worden en er dus makkelijker mee te gooien is. Naar agenten, waarschijnlijk. Een vriend van de livestreamer vertelde eerder dat hij nog een pak halfvolle melk heeft en liet die zien. Later vertelde hij springend dat hij een ‘motormuis’ had geraakt.

Het is de derde keer op rij dat Marokko een WK-wedstrijd wint en een horde jongens en jongemannen de straat op gaat in verschillende grote steden. Zo dus ook in Den Haag, in de Schilderswijk, waar ik ben opgegroeid en tot afgelopen april woonde.

Aan het begin van de avond berichten verschillende media dat onder andere in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag wordt gefeest. Grappenmakers, denk ik, over de journalisten. Alsof het de vorige keren na een WK-wedstrijd niet ook zo ging, alsof het niet altijd zo gaat: eerst gezellig geroep, gejoel en gedans. Dan wordt het verkeer opgehouden en wordt vuurwerk afgestoken, daarna worden agenten bekogeld, verkeerspalen en auto’s vernield en zijzelf opjegaagd. Dat feesten is telkens het opwarmertje en dus onderdeel van de rellen.

Dan klinkt een doffe dreun, meteen daarna gerinkel. De livestreamer zegt: ‘Wollah, ze hebben die (sic) winkelraam gesloopt.’ Het is niet een winkelraam, maar het raam van de bibliotheek. De bieb waar ik als kind vaak kwam, omdat het op huppelafstand van mijn flatje en een veilig oord was. Op straat lag namelijk het gevaar voor het oprapen, dus vaak trok ik me terug tussen de boekenkasten en speelde ik reken- en taalspelletjes op de computer.

Het gaat veel vaker, vooral in de zomers, mis in de Schilderswijk. Om de zoveel tijd is de wijk opnieuw een podium voor tragedie. Zo werd in augustus 2020 dagen- en nachtenlang gereld. Zonder aanleiding. Misschien wel om de simpele reden dat elke samenleving zijn gespuis heeft. De gemeente Den Haag vroeg daarna een bureau te onderzoeken waar die rellen vandaan komen. Dat leidde tot het rapport ‘Het gebeurt: Over sociale onrust in de Schilderswijk’.

Dat onderzoek legt het vergrootglas op de wortels van het wel en wee in de wijk. Het is een gedetailleerd verslag van voor en na zonsondergang, beschrijft het welbevinden van een handjevol mensen die werken en/of actief zijn in de wijk en illustreert veel problematiek. Maar hoogstwaarschijnlijk zou een onderzoek naar de problemen van de wijk, zonder überhaupt een focus op de rellen, dezelfde uitkomsten opleveren.

Het bijzondere aan dat onderzoek: er zijn groeps-, straat- en een-op-eengesprekken gevoerd. Maar specifiek de jongens en mannen die die avonden en nachten relden, zijn niet gesproken. Ironisch, want nota bene die onderzoekers schrijven, op basis van wetenschappelijke literatuur: ‘Politici verdiepen zich liever niet in de achtergronden van de onrust en ongeregeldheden en zodoende evenmin in de onderwerpen die deze jongeren aankaarten en belangrijk vinden.’

De onderzoekers hadden bijvoorbeeld strafzittingen kunnen bezoeken en zo proberen te achterhalen wat de motieven van die rellers waren. Of ze hadden kunnen trachten de identiteit van sommigen op te sporen om hen te interviewen. Want alleen die jongens en mannen kunnen antwoord geven op de vraag waarom zij die avonden en nachten daar stonden.

De reden dat jongeren telkens rellen is mij dus onbekend. Gebrek aan moraal: waarschijnlijk. Geen eigenaarschap voor de buurt: ook, vermoed ik. Slechte sociaaleconomische positie: wellicht. Hooliganisme, deze keren: gegarandeerd.

Wat de reden ook mag zijn: dat de wijk en nu dus zelfs haar bibliotheek vernield wordt en de rust van bewoners opnieuw wordt verstoord, alsof het een normale zaak is, is niet eens het ergste. Het is het antisemitisme dat mij het meest pijn doet.

‘Kankerjood’, schreeuwt iemand; het is de zoveelste keer

De livestreamer roept zijn vriend en rent weg van de bibliotheek. De politie komt eraan. ‘Kankerjood’, schreeuwt iemand; het is de zoveelste keer. ‘Joden’, brult een ander. En ze rennen en giechelen harder.

Vroeger als we door de wijk slenterden en ik ergens aan de buitenkant bungelde, murmelde een van mijn matties al ‘joden’ als hij agenten zag. Misschien weten die hooliganjongens niet eens dat het antisemitisch is, maar dat is nog erger. Het antisemitisme is gewoon en gemeengoed, ook al wordt het in de samenleving vrijwel nooit aangekaart en benoemd. En voor antisemitisme is nooit een reden.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -