In elk land is het populisme net even anders

Jaswina Elahi
Jaswina Elahi
Cultuurwetenschapper. Onderzoeker Grootstedelijke Ontwikkelingen aan de Haagse Hogeschool.

Lees meer

De PVV van Geert Wilders en het Forum voor Democratie van Thierry Baudet zijn niet uniek in Europa. Integendeel.

Denk aan Alternative für Deutschland, Vlaams Belang, Rassemblement National (voorheen Front National) van Marine le Pen, Gouden Dageraad in Griekenland, Vox in Spanje en natuurlijk aan Fidesz van Viktor Orbán, die in Hongarije de democratische rechtsstaat de nek om heeft gedraaid. En vergeet ook Groot-Britannië niet, waar de steeds xenofobere Conservatieven van Boris Johnson het nog steeds voor het zeggen hebben.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden, de lijst is verre van volledig. Al deze populistische partijen hebben met elkaar gemeen dat ze sterk nationalistisch zijn, anti-immigratie, anti-islam, anti-klimaat, anti-establishement, en ze verheerlijken de ‘eigen’ cultuur. En radicaal-rechtse partijen winnen overal terrein.

Een verwant geluid horen we aan de andere kant van de oceaan. Daar zit president Donald Trump. Ook hij is erg nationalistisch (‘America first!’), anti-immigratie, anti-klimaat en anti-establishment. In Europa reageren we nogal verontwaardigd op zijn optreden, maar die afkeer heeft vooral betrekking op zijn taalgebruik en zijn onberekenbare politieke zetten.

Wat betreft het immigratiebeleid verschillen Europa en de Verenigde Staten nauwelijks van elkaar. Brussel wil de vluchtelingen in Turkije houden en beschouwt de Middellandse Zee als een slotgracht voor Fort Europa, Trump wil een muur bouwen aan de grens met Mexico. Toch roept de Amerikaanse muur wel verontwaardiging op en Fort Europa niet, wat opmerkelijk is.

Trump is overigens niet de enige populistische politicus in Amerika. In Brazilië is Jair Bolsonaro aan de macht, die de regenwouden in de Amazone laat afbranden en zich racistisch uitlaat over de indianen. We zijn in Nederland hier verontwaardigd over, maar ondertussen staan we achter onze boeren, die verantwoordelijk zijn voor 40 procent van de stikstofuitstoot.

Radicaal-rechts wint overal terrein

Als we naar de andere kant van de wereld reizen, komen we bij Narendra Modi terecht. De Indiase premier bedrijft een hindoe-nationalistische (hindutva) vorm van populisme die zich tegen christenen en vooral moslims richt. Het hindoe-nationalisme is trouwens geen recent verschijnsel in India, hoewel het zich lange tijd op zijn tolerantie heeft laten voorstaan.

Overigens beperkt religieus nationalisme zich niet tot India: je vindt het ook terug in de ‘joodse staat’ Israël en in Polen, waar de conservatief-katholieke partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) regeert.

En dan hebben we de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, die behalve een islamist ook een populist is. Erdogan presenteert zich als de sterke man en Turkije is het enige land in de recente geschiedenis dat de Verenigde Staten en Rusland trotseert. Al groeit het binnenlandse verzet tegen Erdogan, hij is nog steeds buitengewoon populair bij een groot deel van de Turkse kiezers. Dat komt ook omdat hij zich afzet tegen het oude, seculiere establishment.

In tegenstelling tot de Europese populisten hebben Bolsonaro, Modi en Erdogan van de immigratie niet echt een punt gemaakt. Maar net als hun Europese tegenhangers zijn Bolsonaro, Modi en Erdogan sterk nationalistisch, verheerlijken ze de eigen cultuur en demoniseren ze religieuze en etnische minderheden.

De variatie aan populistische leiders doet vermoeden dat het verschijnsel populisme verschillende oorzaken heeft. In Europa en de Verenigde Staten is het vooral immigratie en islam, terwijl India, Brazilië en in mindere mate Turkije opkomende regionale grootmachten zijn die vooral geïnteresseerd zijn in hun economische, militaire en technologie ontwikkeling.

Wetenschappers wijzen op het verdwijnen van oude zekerheden als ze het populisme willen verklaren. De massa raakt ideologisch op drift doordat oude sociale klassen vervagen, economische zekerheid afneemt, nieuwe belangengroepen opkomen en kerken en andere organisaties in het maatschappelijk middenveld hun traditionele ankerfuncties verliezen. Dit alles zorgt voor een gevoel van bedreiging, die geprojecteerd wordt op ‘de ander’.

Hoewel de verschillende uitingen van populisme uiteindelijk vaak dezelfde achterliggende oorzaken hebben, is populisme in elk land net even anders. Het is belangrijk om dit goed in ons achterhoofd te houden, als we spreken over populisme.

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here