16.7 C
Amsterdam

Heidi Lobato: ‘Eeuwen aan slavernij, ontmenselijking – dáár zit de angel’

Gijs de Swarte
Journalist. Schrijver. Filmmaker.

Lees meer

Discriminatie: als thema is het meer in de media dan ooit. Hoe gaan we met dit fenomeen om? Gaat het de goede of de slechte kant op? Tijd om de tijdgeest te toetsen. Gijs de Swarte spreekt ervaringsdeskundigen en topwetenschappers over de stand van zaken en persoonlijke pijnpunten. Schrijfster Heidi Lobato (1961) was veertien jaar directeur van het filmfestival Africa in the Picture. Onlangs verscheen haar boek Hysterikos, de verstikking van de baarmoeder, een goed ontvangen, persoonlijk verhaal over een onbegrepen ongeneeslijke aandoening: endometriose.


Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wat zijn de meest pijnlijke momenten die u zelf heeft meegemaakt?

‘Even dit… wat wel grappig is: wij kwamen in 1967 uit Curacao en ik zag deze week toevallig de foto’s van onze aankomst voorbijkomen. Met z’n zessen; drie broers, twee zussen en mijn moeder – mijn vader was overleden. Zo’n schattig gezin. Al die kindertjes. Ik met die pijpenkrullen. Ik dacht: hoe kan je daar nou tegen zijn?’

Maar er waren dus mensen ‘tegen’?

‘Ik herinner me van dat begin vooral dat ik steeds dacht: wat is het grijs hier, wie heeft het licht uitgedaan? En we kwamen aan in juli, kun je nagaan. Die kleurloosheid. Ik geloof dat de paprika hier in die tijd nog niet eens was uitgevonden.’

Veel mensen die hier vanuit de voormalige koloniën naartoe kwamen, schrokken van de vijandigheid. U was nog geen tien, uit een groot gezin en met een moeder die het alleen moest doen…

‘In Amsterdam Osdorp, waar we eerst woonden, stond ik mij weer eens in een portiek te verstoppen omdat ze achter ons aanrenden. En – dat weet ik nog goed, toen sloeg ik een keer terug. Dat was een openbaring: als je terug sloeg, dan was het klaar. En je had natuurlijk dat je niet bij vriendjes mocht komen spelen omdat je anders was. Dat soort gedoe. Daarna, in het keurige Amstelveen, was de ene helft van de straat heel behulpzaam en de andere helft wilde niets met ons te maken hebben. Het grappige was: bij de Nederlandse gezinnen werd je om zes uur de tent uitgegooid, maar bij ons niet natuurlijk. Wie er was bleef eten. Mijn moeder kookte heel lekker Surinaams en dat hadden ze snel door. Dus de andere helft van de straat kwam ook al snel bij ons over de vloer. Dat is misschien wel een leuk punt voor de racisten onder ons: de Nederlandse keuken is toch heel aardig opgeknapt van al die buitenlanders. Dat valt niet te ontkennen.’

Sommige geïnterviewden merken op dat de jongere generaties, hun kinderen, neefjes en nichtjes, nog steeds met dezelfde ellende moeten omgaan.

‘Ja, dat verbaast mij dus ook. Mijn dochter, die er nogal Marokkaans uitziet, was laatst in een meubelzaak in Volendam om een stoel te kopen. Ze weigerden gewoon om haar te helpen. Ze was zo verbolgen. Daar moest ik wel erg om lachen. Ik zei: ‘Dat heb je er nou van. Wie gaat er dan ook in godsnaam in Volendám een stoel kopen?’’

Lacht u het weg?


‘Ik lach ook omdat ik er niet meer om kan huilen. En ik heb het voor mezelf wel verwerkt.’

Hoe heeft u het verwerkt?

‘Heb je even?’

‘Kijk, het wordt allemaal over je uitgestort, het hele beeld dat zo uit de koloniale mentaliteit is blijven hangen: dat je anders bent, niet te vertrouwen bent, minder, dommer. Dat lagere schooladvies dat je krijgt. Die sollicitaties die bij voorbaat mislukt zijn. De onvermijdelijke vraag: waarom zij wel en ik niet? Het vormt je. Het maakt je voorzichtiger, maar ook weerbaar. Ik dacht eerst: ik moet me kunnen verdedigen, uitleggen waarom ik anders ben, anders praat, andere woorden gebruik – ik moet bewijzen dat ik er ook mag zijn. Grappiger zijn, ook. Maar op een gegeven moment besef je dat dat onzin is. Het ligt bij de ander, die er mee zit dat ik uit een ander land kom. Niet bij mij. Niet meer. Ik moet zeggen: ik voel soms ook een vreemd soort compassie voor de mensen die er nog steeds een probleem mee hebben.’

Dat vraagt wel om uitleg…

‘Ik liep laatst op straat in Amsterdam gezellig te praten met mijn dochter. Sist er een man in het voorbijgaan: ‘Ga terug naar je eigen land.’ Ik stond op het punt om hem een klap te geven, maar m’n dochter trok me weg. En toen zag ik ‘m daar zo weglopen. Opeens dacht ik: lieve schat, die boosheid van je, dat kleine. Wat lullig voor je, dat je dat zo ervaart. Ik ben in m’n eigen land.’

Dat is behoorlijk barmhartig…

‘We hebben het over honderden jaren slavenhandel. Dat is honderden jaren ontmenselijking. Daar zit de angel. Dat boek is nog lang niet dicht, dat is eigenlijk pas net open. De heling is pas ingezet, met alle emoties van dien. Dit soort dingen horen daarbij.’

‘We herdenken de Tweede Wereldoorlog. Terecht, natuurlijk, en gelukkig. Laten we de afschaffing van de slavernij ook herdenken’

U ziet de heftige huidige discussies nu dus als nuttig.

‘Een tijd geleden zag ik een filmpje van een Kick Out Zwarte Piet-demonstratie. Schreeuwde een witte man tegen een zwarte man: ‘Hé, ga eens werken.’ De zwarte man riep terug dat hij juist vrij had genomen omdat hij de demonstratie belangrijk vond. En die schreeuwer mompelde zoiets als ‘O, dat wist ik niet’ en zei verder niets. Wat hij dacht, weet ik natuurlijk niet. Maar er gebeurde wel iets. Dat hebben we nodig. Daar groeien we van. En weet u wat we ook nodig hebben? Een nationale Keti Koti-herdenkingsdag. We herdenken de Tweede Wereldoorlog. Terecht, natuurlijk, en gelukkig. Laten we de afschaffing van de slavernij ook herdenken. Nederlanders waren lange tijd de grootste slavenhandelaren. De bloedlijnen lopen er. Wij zijn de afstammelingen. Je hoeft niet heel diep te graven om de gevolgen van honderden jaren ontmenselijking in het dagelijks leven te zien. Laten we daar een keer per jaar gezamenlijk bij stilstaan. Dat is goed voor Nederland. We zullen het met z’n allen moeten doen.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -