‘Appie is dit pleintje nooit vergeten’

Foto's: Freek de Swart
Geuzenveld is de Amsterdamse wijk waar Abdelhak Nouri opgroeide. Het is een wijk met veel problemen, maar tegelijkertijd is er ook veel positieve energie, zo bleek uit het samenkomen bij het huis van Nouri vlak na zijn ongeluk. Onze verslaggever Freek de Swart bezocht de wijk en sprak bekenden van Nouri.

Ajax-speler Appie Nouri liep vorige maand ernstig hersenletsel op tijdens een oefenpot tegen Werder Bremen. Het drama liet zowel binnen als buiten Amsterdam een grote indruk achter. Toch heeft de tragische zwanenzang van het jonge voetbaltalent één piepklein lichtpuntje opgeleverd: het massale eerbetoon voor het ouderlijk huis van Nouri in Geuzenveld vlak na het ongeluk. Daardoor kwam de wijk eens een keer niet in het nieuws vanwege criminaliteit of overlast, maar dankzij de liefde voor één van hun bewoners.

Geuzenveld is net als de rest van de westelijke tuinsteden arm, relatief jong en multicultureel. In de wijk wonen zo’n zeventienduizend mensen van wie bijna zestig procent een niet-westerse achtergrond heeft. Die verhouding is ook goed zichtbaar bij het kleine winkelcentrum rondom het Lambertus Zijlplein. De bankjes worden daar vooral bezet door jonge moeders met hoofddoeken en kinderwagens. Op het plein zelf rennen hun iets oudere kinderen achter de duiven en elkaar aan. Het plein kent een Turks restaurant, viswinkel, drogisterij en een paar snackbars. Ook de bloemenwinkel van Marcel Rossenaar is gevestigd aan het plein. Rossenaar ontpopt zichzelf al snel als een echte Amsterdamse ondernemer. Dat wil zeggen: nonchalant, stoïcijns en zeikend op alles en iedereen. Rossenaar zegt de zaak in 2002 te hebben gekocht. Hij gokte er toen op dat Geuzenveld een nieuwe yuppenbuurt zou worden. ‘De plannen van de gemeente waren heel groot. Amsterdam-West moest het schoolvoorbeeld worden van stadsvernieuwing.’ Van de nieuwbouwplannen kwam volgens de bloemist weinig terecht of werd halfbakken uitgevoerd.

Tijdens een kleine rondleiding rond zijn winkel wijst hij naar een rode naoorlogse flat schuin tegenover het plein. ‘Die had vijftien jaar geleden al plat moeten wezen.’ Het enige wat volgens Rossenaar wel is verdwenen richting Flevoland, is de oorspronkelijke bevolking. Aan de achterzijde van de bloemenwinkel laat Rossenaar nog zes andere flats zien die zijn ontworpen door architect Willem Dudok. Daarvan heeft de gemeente de ene helft wel en de andere helft niet gerenoveerd. ‘De gemeente levert halfbakken werk af, zeg maar gerust wanbeleid’, vindt de ondernemer. Ook het gebouw waarin de bloemenwinkel zelf zit, is ontworpen door de beroemde architect, al vindt Rossenaar het niet zijn beste werk. ‘Hij heeft deze ontworpen met een fles op.’ Rossenaar vertelt dat hij bedrijfstechnisch gezien gisteren al had moeten stoppen met de zaak. Het ondernemingsplan was namelijk enigszins ingesteld op de stadsvernieuwing. De huidige bewoners kopen volgens hem minder fanatiek bloemen. ‘Dat je het in het begin moet hebben van twee Ali’s en een Babba is alla, maar het ligt hier al sinds 2002 stil.’ Toch is niet alles kommer en kwel in de bloemenwinkel van Rossenaar. Zo verkocht hij laatst op één dag nog vijfhonderd euro aan rouwwerk. Ook het coma van Nouri leverde de ondernemer extra omzet op. ‘Dat ging om veel kinderen met één roos. Iedereen in de wijk was er emotioneel mee bezig.’

Een paar straten verderop ligt het voetbalpleintje dat sinds kort het A. Nouri Plein heet. Aan de hekken hangen nog steeds een aantal spandoeken met daarop steunbetuigingen van supporters. Appie wordt hier gekoesterd als een voorbeeld van hoe het ook kan. Hij is niet de eerste voetballer waarna het trapveldje aan de Michel de Klerkhof is vernoemd. Eerder droeg het plein de naam van Nigel de Jong, een andere profvoetballer uit de omgeving. Even later stapt Maryam Bassaid in voetbaltenue het lege voetbalveldje op. Ook zij woont in de buurt en herinnert Nouri als een jongen die vaak de kinderen uit de wijk wist te vermaken en te inspireren. ‘Sommige spelers spelen goed, maar zijn geen voorbeeld voor de buurt. Appie is dit pleintje nooit vergeten.’ Bassaid was er ook bij tijdens het eerbetoon op het pleintje en voor het huis van de voetballer. Honderden mensen kwamen toen bijeen, inclusief de spelers van Ajax. ‘Het was lekker druk en leuk. Heel mooi dat iedereen bij elkaar kwam.’ Daarna begint Bassaid met het schieten op de goal. De beste traptechniek leer je immers spelenderwijs. Wellicht dat er ooit een pleintje naar haar vernoemd wordt in de buurt, want Bassaid speelt zelf ook voetbal bij SC Buitenveldert.

Bij Sportpark Eendracht, het aangrenzende sportveld bij Geuzenveld, is het vanwege de zomerstop geen voetbal maar cricket wat de klok slaat. Op het veld zijn veel Indische gezichten te zien tijdens de wedstrijd Qui Vive tegen Ajax. Alsof de spelregels van cricket zelf al niet verwarrend genoeg zijn komt het team van Ajax uit Leiden en is Qui Vive de Amsterdamse thuisploeg. Voor sportclubs zonder eigen honk, zoals Qui Vive, is er op sportpark Eendracht een algemene kantine. Die is gevestigd in een soort uitkijktoren, met een mooi overzicht over alle velden. Daar legt de kantinejuffrouw de verschillende etnische achtergronden uit van de verschillende voetbalteams. Het rode clubhuis is van SV Parkstad, waar vooral veel Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders komen. De Marokkaanse Nederlanders komen vooral bij het blauwe gebouw van SV Nieuw West. SC Eendracht ‘82 is de club van de Turkse Nederlanders en de autochtonen zitten vooral bij ASV De Germaan. Het onlangs opgerichte Atletico Club Amsterdam is volgens haar één van de weinig teams die wel spelers trekt uit alle bevolkingsgroepen. ‘Mensen gaan toch liever om met dezelfde cultuur.’

Even later blijkt dat niet alle clubs zich iets aantrekken van de zomerstrop. Basisspeler Dennis alias ‘Anta’ van SV Parkstad legt uit dat zijn team ook in de zomer minstens een keer per week een oefenpotje speelt. Hitte of geen hitte. Ook Anta blijkt Nouri persoonlijk te kennen. ‘Hij kwam hier vaak langs met een goede entourage. Ik heb respect voor hem.’ Volgens Anta komt de segregatie van de clubs om hem heen vooral door religie. ‘Hier is het geloof, daar weer niet, haram en halal’, zegt hij lachend. Bij Parkstad lusten ze volgens Anta bijvoorbeeld wel een biertje na de wedstrijd. Tegelijkertijd vindt hij zijn eigen team behoorlijk multicultureel. Op het veld achter hem staat inderdaad een gemêleerd en gekleurd elftal van witte, zwarte en Aziatische voetballers. Al kunnen dat natuurlijk net zo goed allemaal Surinaamse Nederlanders zijn. Wellicht zit daarin nog wel de grootste les. Anta geeft aan dat hij verder moet. Het eerste fluitsignaal van de dag heeft geklonken.

DELEN
Freek de Swart
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij. Verslaggever.